De gebroken kunst

door lievendebrouwere

In mijn Driekoningen-essay van 22 januari had ik het over de ‘gebroken’ kunst van onze tijd, een kunst die in twee stukken is uiteengevallen.
Er loopt inderdaad een scherpe breuklijn door de hedendaagse kunst.
Aan de ene kant bevindt zich de Hedendaagse Kunst, de kunst die zich het begrip ‘hedendaags’ heeft toegeëigend en zich voorstelt als de enige echte kunst van onze tijd.
Aan de andere kant vinden we wat we de ‘post-klassieke’ kunst zouden kunnen noemen: de mensen die op traditionele manier blijven tekenen, schilderen en beeldhouwen alsof er niks gebeurd was.
De breuk tussen deze twee hedendaagse ‘kunsten’ is totaal.
Er is geen enkel contact tussen beide.
Ze negeren elkaar volkomen en gedragen zich alsof de ander niet bestaat.

20140721-113734.jpg

Het is niet moeilijk om in deze deelgebieden de twee ‘erfzonden’ te herkennen waar Rudolf Steiner over spreekt.
De ‘post-klassieke’ kunst beperkt zich tot het nabootsen van de zintuiglijke werkelijkheid. De ‘hedendaagse’ kunst wil alleen maar ideeën aanschouwelijk maken.
Beide houden zich dus bezig met wat volgens Steiner buiten het eigenlijke terrein van de kunst valt.
Het zijn uitingen van wat hij respectievelijk een verwilderd en een barbaars zieleleven noemt, een zieleleven dat zich ofwel in de Stofftrieb ofwel in de Formtrieb verliest.

Spreken over de kunst van onze tijd zonder uit te gaan van deze dualiteit, is spreken over een fictie.
Men spreekt dan slechts over – en vanuit – een brokstuk van de kunst.
En geen van beide brokstukken kan nog kunst genoemd worden.
Een en ander betekent dat de hedendaagse kunst – de kunst die vandaag gemaakt wordt en werkelijk kunst is – ofwel niet bestaat ofwel niet gezien wordt.
Want nergens wordt er gesproken over een ‘gebroken’ kunst.
Nergens worden ‘hedendaagse’ en ‘post-klassieke’ kunst gezien als brokstukken van wat ooit één geheel vormde.
We hebben Steiner trouwens niet nodig om tot deze conclusie te komen.
Wie zijn gezond verstand gebruikt en de kunst van onze tijd nuchter bekijkt, kan onmogelijk blind blijven voor de breuk die haar in twee deelt.
En wie zijn kunstzinnig gevoel laat spreken, stelt vast dat de kunst van onze tijd barbaars en verwilderd is, en dus opgehouden heeft kunst te zijn.

20140721-114356.jpg

Maar dat alles dringt niet tot ons door, want ons bewustzijn is … zelf gebroken.
Net als de kunst, is ook het bewustzijn dat haar waarneemt, in twee stukken uiteengevallen.
Ons verstand functioneert los van ons gevoel (en wordt barbaars), en ons gevoel laat zich niets gelegen aan ons verstand (en verwildert).
Ieder heeft zijn gevoelsmatige mening over kunst en vraagt zich geen moment af of die mening wel juist is en het kunstwerk recht doet.
Het bestaan van een objectief oordeelscriterium wordt zonder meer ontkend: alle subjectieve meningen zijn evenveel waard.
Aan de andere kant wordt er blindelings geluisterd naar kunstkenners, critici en filosofen die hun verstand de vrije teugel laten zodat het, vol van zichzelf, opstijgt naar ijle hoogten waar de kunstwerken er niet meer toe doen.

Dit gespleten bewustzijn brengt dus niet alleen twee soorten kunstenaars voort – ‘hedendaagse’ en ‘post-klassieke’ – ze doet ook de kunstliefhebbers uiteenvallen in twee groepen: de zogenaamde kenners, die de kunst louter verstandelijk benaderen, en de amateurs of dilettanten die louter gevoelsmatig reageren op kunst.
Kunst en kijker weerspiegelen elkaar dus.
De kijker imiteert onbewust de kunst waarnaar hij kijkt en de kunstenaar maakt onbewust zichtbaar wat er in de ziel van de kijker leeft.
Dat is niet nieuw.
Het is altijd zo geweest.
Steiner noemt deze relatie genezend: zonder kunst zou de mens ziek worden.
Maar doordat de kunst gebroken is, werkt ze niet langer genezend.
Ze maakt de moderne mens juist ziek.
Deze bootst in zijn ziel immers instinctief de breuk in de kunst na: zonder het te beseffen deelt hij zijn bewustzijn in twee en schept steeds meer afstand tussen verstand en gevoel.
En dat gespleten bewustzijn produceert dan weer zieke kunst.
De relatie tussen mens en kunst is een ziekmakende vicieuze cirkel geworden.

20140721-114741.jpg

Vroeger werkte de kunst helend.
Ze verbond geest en materie tot een harmonische eenheid en de kijker imiteerde die verbinding in zijn ziel, die daardoor ‘geheeld’ werd.
Ook vandaag nog bootst de kijker de kunst na, maar nu bewerkt zij het tegenovergestelde in zijn ziel: ze splijt zijn bewustzijn in twee.
Maar evenmin als een gebroken kunst nog kunst is, is een gebroken bewustzijn nog bewustzijn.
We kunnen niet zeggen dat de moderne mens zich nog bewust van de kunst van zijn tijd.
Hij neemt haar niet langer waar zoals ze werkelijk is.
Hij ziet niet hoe ziek ze is.
Hij is met andere woorden ‘kunstblind’ geworden.
Hij ziet alleen nog deelaspecten van de kunst, maar aangezien het wezen van de kunst juist bestaat in haar ‘heelheid’, ziet hij in feite helemaal géén kunst meer.

Waar hij meent kunst te zien, is er geen kunst meer.
En waar er wel kunst is, ziet hij ze niet meer.
De kunst heeft namelijk de ‘stap over de drempel’ gezet: ze heeft de kunstwereld verlaten en verspreidt zich nu in de werkelijkheid.
De mens volgt haar onbewust, maar de drempeloverschrijding maakt hem blind.
Hij is niet in staat de eenwording van kunst en werkelijkheid waar te nemen.
Dat belangwekkende feit gaat helemaal aan hem voorbij.
In plaats dat de stap over de drempel hem de ogen opent voor het kunstzinnige – dat wil zeggen zintuiglijk-bovenzintuiglijke – karakter van de hedendaagse werkelijkheid, sluit ze die ogen juist en maakt hem blind voor het wezen van zowel kunst als werkelijkheid.
Geen van beide ziet hij nog in hun ware gedaante.

20140721-115031.jpg

Het zijn natuurlijk niet de uiterlijke ogen die gesloten worden.
Het is niet op fysiek vlak dat de mens blind wordt.
Nee, hij wordt geestelijk blind.
Het is zijn ‘innerlijke oog’ dat gesloten wordt, het geestelijke zintuig waarmee hij kunst kan waarnemen.
En dit ‘geestelijke oog’ is niets anders dan het Ik van de mens, zijn innerlijke kunstenaar.

Het is juist dit menselijke Ik dat in onze tijd moet ontwaken.
De moderne mens staat voor de opgave om een Ik-bewustzijn te ontwikkelen, een kunstzinnig bewustzijn dat in staat is de beide ‘brokstukken’ van de werkelijkheid – het zintuiglijke aspect en het bovenzintuiglijke aspect – als een eenheid te zien.
Daartoe moet het echter ook zelf weer een eenheid worden.
Het Ik kan maar wakker worden als de gespletenheid van het bewustzijn overwonnen wordt, als de kloof tussen het (ahrimanische) hoofd en (luciferische) hart overbrugd wordt.
Maar dat moet wel bewust gebeuren, uit vrije wil.
Het moet een Ik-daad zijn.
Anders kunnen er erge dingen gebeuren.

De hele mensheid gaat vandaag over de drempel.
Dat betekent dat de kloof tussen hoofd en hart sowieso overbrugd wordt.
De zintuiglijke wereld (die met het hoofd wordt waargenomen) en de bovenzintuiglijke wereld (die met het gevoel wordt beleefd) worden opnieuw als een eenheid ervaren.
Maar omdat de moderne mens niet meer gelooft in de wereld van de geest, maakt hij geen onderscheid tussen zintuiglijk en bovenzintuiglijk.
Beide lopen in zijn bewustzijn door elkaar en creëren er chaos.
En in die bewustzijnschaos kan een geheel ander ‘Ik’ ontwaken.

20140721-115217.jpg

Op het ogenblik dat ik dit schrijf, is de busramp van Sierre weer in het nieuws (geweest).
De ouders van de verongelukte kinderen, of althans enkelen ervan, waren niet tevreden met het officiële onderzoek en hebben een onafhankelijk forensisch onderzoeksbureau onder de arm genomen.
Dat bureau is nu tot de ronduit ontstellende conclusie gekomen dat de chauffeur opzettelijk tegen de muur in de tunnel is gereden.
Ik herinner me nog dat ik dit initiatief van de ouders verklaarde als een uiting van de behoefte om een schuldige aan te wijzen, want zonder schuldige is het ongeval van een ondraaglijke zinloosheid.
Maar blijkbaar was er meer aan de hand, blijkbaar wisten de ouders iets wat niet in de kranten is verschenen.
Het viel me trouwens op dat het bericht over de resultaten van dat onafhankelijke verzoek zeer snel weer van de website is verdwenen.
’s Avonds was het al nergens meer terug te vinden.
Terwijl de kranten dagenlang bol staan van verontwaardiging als een kwajongen met een krijtje ‘negers’ op een gevel schrijft of als een burgemeester zigeuners met luide muziek van zijn erf jaagt, zwijgen ze in alle talen over iets dat duizend keer erger is.

Voor apotheker Fernand Haesbrouck is de reden niet ver te zoeken: de farmaceutische industrie oefent zware druk uit op zowel het onderzoek naar het ongeval in Sierre als de berichtgeving erover. Haesbrouck is er allang van overtuigd dat de oorzaak van het ongeval gezocht moet worden in de anti-depressiva die de chauffeur nam, en hij wordt daarin nu bijgetreden door de onafhankelijke onderzoekers.
Al jaren voert de kritische apotheker een eenzame strijd tegen medicijnen als anti-depressiva en ritaline, omdat ze stoffen bevatten die het zenuwstelsel langzaam vernietigen. Als gevolg daarvan vallen mensen plots dood of vertonen ze onverklaarbaar (zelf)vernietigend gedrag zoals de buschauffeur in Sierre.
De farmaceutische bedrijven maken gigantische winsten met deze middelen, die massaal geslikt worden, door jong en oud.
Het zou een enorme financiële klap voor hen betekenen als de sluipende werking van deze ‘legale drugs’ algemeen bekend werd.
Daarom twijfelt Haesbrouck er niet aan dat ze de grote middelen hebben ingezet om het ongeval in Sierre – dat nu dus een kindermoord blijkt te zijn – in de doofpot te stoppen.

20140721-115512.jpg
(Fernand Haesbrouck)

Rudolf Steiner heeft deze ‘medicijnen’ honderd jaar geleden al voorspeld.
Hij zei erover dat ze het de mens onmogelijk zouden maken om nog contact te krijgen met de geestelijke wereld en hem helemaal zouden binden aan de materie.
Dat is natuurlijk een voorspelling waar de moderne mens de schouders voor ophaalt, want hij gelooft niet meer in het bestaan van een geestelijke wereld, laat staan dat hij zich zorgen maakt over het verbreken van het contact met die wereld.
Maar ook het Ik van de mens is een geest, en wat het betekent als er geen contact meer is met die geest, toont het drama van Sierre.

Menselijk gezien is het onvoorstelbaar dat iemand zelfmoord zou plegen en daarbij 22 kinderen met zich meesleuren.
Er werd hier duidelijk een grens overschreden en volgens mij is dat de grens met de geestelijke wereld.
Maar die grens werd niet bewust en vrijwillig overschreden, dat wil zeggen met behoud van een gezond onderscheidingsvermogen.
Ze werd overschreden door iemand wiens zenuwstelsel zwaar aangetast was door anti-depressiva.
Het gevolg was dat een andere geest het stuur van de autobus overnam, een onmenselijke en anti-menselijke geest.
Niet het Ik van de buschauffeur ontwaakte bij zijn ongewilde drempeloverschrijding, maar een soort tegen-Ik, een demonisch wisselkind dat zijn plaats innam.
Een andere verklaring zie ik niet voor deze macabere daad.

20140721-115648.jpg

Ik herinner me nog hoe absurd de zelfmoordhypothese klonk die in de loop van het onderzoek opdook.
Wie kan nu geloven dat iemand op zo’n manier zelfmoord zou willen plegen?
Er verschenen in de kranten dan ook heel wat verontwaardigde reacties.
Die waren er trouwens ook weer na de bekendmaking van de conclusies van het onafhankelijke onderzoeksbureau.
Niemand kan geloven dat zoiets mogelijk is.
Dat speelt natuurlijk in de kaart van de kwaadaardige geest die hier aan het werk is geweest, en het ongeloof dat hij opwekt lijkt me dan ook één van zijn grootste troeven te zijn.
Men kan zijn eigen ogen niet geloven.
En dat zijn opnieuw niet de uiterlijke ogen (die deze geest uiteraard niet kunnen waarnemen) maar de innerlijke ogen: het verstand en het gevoel waardoor het Ik kijkt, en waardoor het tot de conclusie komt dat er een kwaadaardige geest aan het werk moet zijn.
Het ongeloof geldt dus niet alleen deze kwalijke geest, het geldt ook de eigen geest, het eigen Ik.

20140721-115923.jpg

Dit ongeloof herken ik ook in de kunstwereld.
De meest scabreuze en weerzinwekkende zaken worden daar als kunst opgevoerd, maar niemand durft – althans niet in het openbaar – de idee te opperen dat de kunst misschien wel eens zouden kunnen vervangen zijn door een anti-kunst.
Ook de vaststelling dat slechts een deel van de kunst in de greep is van een anti-kunstzinnige geest, en dat er nog altijd ontelbare mensen zijn die op de klassieke, traditionele manier tekenen en schilderen, doet niets af aan dat ongeloof.
Men lijkt niet te kunnen geloven dat de kunst gebroken is.

Maar dit niet-kunnen is ook een niet-willen.
Het is een opzettelijk sluiten van de ogen.

Ik sta altijd weer versteld van de arrogantie van de Hedendaagse Kunst, die zich gedraagt alsof ze alleen op de wereld is, alsof er geen andere kunst meer bestaat.
Maar ik kan deze arrogantie nog begrijpen.
Wat ik echter niet begrijp, is dat dit niet-willen-zien ook aan de andere kant heerst, in de ‘post-klassieke’ wereld.
In de honderden, ja duizenden blogs van klassieke kunstenaars over de hele wereld worden uitvoerige beschouwingen gehouden over kunst, maar er wordt met geen woord gerept over de Hedendaagse Kunst.
Ze kunnen het bestaan van deze kunst, die hen uit het openbare leven verdrijft en verplicht ‘in de catacomben’ te leven, onmogelijk negeren, en toch doen ze dat.
Het is dus duidelijk geen kwestie van niet kunnen geloven, het is een kwestie van niet willen geloven.
Ze sluiten opzettelijk de ogen voor de werkelijkheid.
Ze weigeren de realiteit onder ogen te zien.
En deze weigering is zo grotesk dat ze naar mijn gevoel niet menselijk is.
Ze is een uitdrukking van de kwaadaardige anti-geest die in de moderne wereld aan het werk is.
Hij is het die niet wil zien.
Hij is het die zijn wil aan de mens opdringt en hem blind maakt zonder dat hij het beseft.

20140721-120221.jpg

Deze geest werkt dus aan beide kanten van de breuk in de kunstwereld.
We treffen hem zowel aan in het door Lucifer beheerste ‘klassieke’ gedeelte als in het door Ahriman geïnspireerde ‘hedendaagse’ gedeelte.
En dat maakt deze geest zo ongrijpbaar, zo verwarrend, zo ongelooflijk.
Hij is zowel ahrimanisch als luciferisch: agressief én verleidelijk, grauw én kleurrijk, materialistisch én spiritueel.
Het is een wezen met twee gezichten dat ons, naargelang van de omstandigheden nu eens zijn ene kant en dan weer zijn andere toekeert.
Het kan ongestoord zijn gang gaan zolang we niet in staat zijn die twee gezichten naast elkaar te plaatsen en als een eenheid te zien.

Hoe moeilijk dat is, blijkt uit het onderzoek naar het drama in Sierre.
Hoe kan een mens het bevatten dat een brave buschauffeur van het ene moment op het andere verandert in een zelfmoordterrorist die 22 kinderen de dood injaagt?
Maar ook: hoe is het mogelijk dat de moderne mens op zo grote schaal gedrogeerd wordt met ‘geneesmiddelen’ die zijn zenuwstelsel en immuunsysteem systematisch vernietigen?
En wat vermogen de ouders van de vermoorde kinderen (want ze blijken dus niet zomaar verongelukt te zijn) tegen de overmacht van de farmaceutische industrie en de (medeplichtige) overheid?
De kans dat ze de waarheid boven water krijgen (en dus ook de verschrikkelijke geest die hierachter zit) is bijzonder klein.
De kranten zwijgen in ieder geval als vermoord over dit schandaal en vullen hun zomerpagina’s met euforische reportages over Tomorrowland (what’s in a name!) en andere festivals waar luciferische extase hand in hand gaat met agressieve ahrimanische
‘muziek’, en die dan weer een schrijnend contrast – of moet ik zeggen polariteit? – vormen met de verslaggeving over het geweld in Gaza.

20140721-120505.jpg

Daarom lijkt het mij zo belangrijk dat we deze kwaadaardigste aller geesten leren kennen in de kunst, want daar verschijnt hij louter in beelden, beelden die weliswaar een hypnotiserende werking uitoefenen, maar die ons fysiek toch niet kunnen raken.
Tenslotte is en blijft de kunst nog altijd het gebied van de vrijheid.
De kinderen in Sierre konden niet uit de bus stappen, de buschauffeur had wellicht geen andere keuze dan anti-depressiva te slikken, en de ouders van de kinderen zullen eveneens op een ‘muur’ botsen waar ze niet doorheen kunnen.
Maar niemand is verplicht om naar kunst te gaan kijken.
En niemand is verplicht daarbij zijn gezonde verstand opzij te zetten en zijn gevoelens het zwijgen op te leggen.
De druk om dat toch te doen, is ontzettend groot, maar als we het echt willen, kunnen we ons daartegen verzetten.
De kunst is een vrije ruimte waar we ons bewustzijn kunnen oefenen en versterken.
En die versterking begint met de vaststelling dat die vrije ruimte gebroken is.
We kunnen die breuk niet helen, maar door ze onder ogen te zien, kunnen we onszelf wel beletten om ze onbewust te imiteren en erdoor in slaap te worden gewiegd.
Niets werkt meer wakker-makend dan het onderscheiden van de kloof die de kunst – en dus ook de werkelijkheid – in twee deelt.
Dit wakker worden is het enige verhaal dat we hebben tegen de onmenselijke geest die de wereld steeds meer in zijn greep krijgt.
Waarschijnlijk is dat ook de reden van zijn optreden: hij moet de mensheid wakker maken.
Het is een paardenmiddel, dat wel.
Maar zoals Rudolf Steiner ooit zei: het had zover niet hoeven te komen, maar nu het gebeurt, is dat omdat het noodzakelijk is geworden.

20140721-120930.jpg

Advertenties