The Game

door lievendebrouwere

Afgelopen week waren we ten huize Debrouwere aan de allerlaatste aflevering van Upstairs Downstairs gekomen, en dus rees de volgende dag de vraag: waar zullen we nu eens naar kijken?
Ik stelde voor: The Game, een film met Michael Douglas in de hoofdrol.
Waarover gaat dat ook alweer? vroeg An.
Prima, zei ik, als je ‘m vergeten bent, zal hij weer als nieuw zijn!
En ik stak het schijfje in de dvd-speler.
The Game is van de hand van David Fincher, de regisseur die ook Seven heeft gemaakt, een zwaar overroepen film over een seriemoordenaar die telkens een van de zeven hoofdzonden wil bestraffen.
The Game lijdt aan hetzelfde euvel als Seven: overdrijving.
Het is allemaal té.
Maar terwijl ik Seven nooit meer bekeken heb, ken ik The Game zowat uit m’n hoofd.
De film is namelijk een verbeelding van het menselijk leven bekeken vanuit karmisch oogpunt.
Het leven als een kunstwerk, zeg maar.

20140801-194421.jpg

Ik betwijfel ten zeerste of Fincher dat zo bedoeld heeft.
Uit niets blijkt dat hij een beeld heeft willen ophangen van het karma, noch dat hij het leven als een kunstwerk wilde voorstellen.
Alles wijst erop dat hij niets anders heeft willen doen dan wat hij ook in Seven al deed: een spannend verhaal vertellen, met een onverwachte en dramatische ontknoping.
En Fincher doet dat voortreffelijk, dat moet gezegd.
Helaas legt hij het er te dik op en daardoor boet de film aan geloofwaardigheid, en dus ook aan kwaliteit, in.
Maar dat wordt dan weer goedgemaakt door de diepere, mythische laag van de film, een laag waar de filmmakers zich niet bewust van waren.
Gelukkig maar, want anders was The Game een dorre allegorie geworden, een in beeld gebracht idee, een stichtend verhaal.
En dat is de film zeker niet.

Waarover gaat het?

Nicholas Van Orton is een steenrijke bankier wiens leven bestaat uit werken.
Hij leeft helemaal alleen in een kast van een huis, samen met zijn huishoudster.
Niets kan hem uit zijn evenwicht brengen, zijn bestaan is één groot gesmeerd mechanisme.
Tot hij op zijn 48ste verjaardag een cadeautje krijgt van zijn broer Conrad, een losbol die in zijn ogen niks gemaakt heeft van zijn leven.
Dat cadeautje is een bon voor ‘Het Spel’, dat georganiseerd wordt door het evenementenbureau CRS.
Nicholas bekijkt de bon wantrouwig.
Wat is dat voor iets, Het Spel? vraagt hij wantrouwig.
Dat zul je wel zien, antwoordt Conrad.
Nicholas vergeet de hele zaak – spelen is het laatste van zijn gedachten – maar als hij na een transactie toevallig een kantoor van CRS passeert, besluit hij binnen te stappen.
Tot zijn ergernis moet hij een hele reeks tests ondergaan.
Als die verwerkt zijn, zal men contact met hem opnemen.
Dat gebeurt tijdens een belangrijke vergadering, op zijn geheime telefoonnummer.
Een routineuze stem deelt hem mee dat hij geweigerd is voor Het Spel.
Nicholas is verbouwereerd. Hij is het niet gewend iets geweigerd te worden.
Wat hij niet weet, is dat Het Spel begonnen is.
Er vindt een hele reeks vreemde voorvallen plaats en algauw wordt duidelijk dat CRS erachter zit.

20140801-194522.jpg

Aanvankelijk heeft Nicholas er schik in.
Zijn leven krijgt iets spannends.
Hij bekijkt de dingen en de mensen met hernieuwde aandacht: zouden ze deel uitmaken van Het Spel?
Maar de ingrepen van CRS worden brutaler.
Als een belangrijke overeenkomst verijdeld wordt omdat het koffertje met de contracten niet opengaat, krijgt de anders zo beheerste Nicholas Van Orton een woedeaanval.
Maar het is nog lang niet gedaan.
Nicholas wordt langzaam ‘ontmanteld’: zijn personage wordt stap voor stap afgebroken, en uiteindelijk raakt hij alles kwijt: zijn reputatie, zijn huis, zijn geld en ten slotte ook bijna zijn leven.
Het Spel is allang geen spel meer en Nicholas begrijpt (of meent te begrijpen) dat hij in handen is gevallen van een bende geraffineerde oplichters.
Hij vertrouwt niemand meer, zeker zijn broer Conrad niet die volgens hem onder één hoedje speelt met CRS.
Zelf wordt hij ook niet meer vertrouwd.
Iedereen denkt dat hij aan achtervolgingswaanzin lijdt, zelfs de politie.
Maar CRS zit wel degelijk achter hem aan.
Nadat ze zijn Zwitserse bankrekeningen geplunderd hebben, willen ze zich van hem ontdoen.
Hij wordt in de val gelokt en verliest het bewustzijn.
Als hij wakker wordt, blijkt hij in een graf te liggen ergens op een kerkhof in Mexico.
Er is nu niets meer over van de oude Nicholas Van Orton.
De rijke bankier is een smerige, berooide zwerver geworden die zich bedelend weer een weg naar huis baant.
Nicholas geeft zich nog niet gewonnen.
Hij zint op wraak.
Hij spoort het geheime hoofdkwartier van CRS op en dringt er met een list binnen.
In een grote refter ziet hij alle mensen zitten die hij de afgelopen weken van ver of van dichtbij ontmoet heeft: ze maakten blijkbaar allemaal deel uit van Het Spel.
Nicholas wordt ontdekt en er ontstaat een wilde achtervolging die hem naar het dakterras van de wolkenkrabber jaagt.
Daar gijzelt hij een CRS-medewerkster die hem ervan probeert te overtuigen dat het allemaal deel uitmaakt van Het Spel en dat de mensen die hem achtervolgen niets anders willen dan zijn verjaardag vieren.
Maar Nicholas laat zich niet meer misleiden.
Als de deuren geforceerd worden, schiet hij blindelings.
Tot zijn ontzetting ziet hij zijn broer, met een glas champagne in de hand en een feesthoed op het hoofd, zieltogend neerzijgen.
De andere feestvierders, medewerkers van CRS, kijken verbijsterd toe.
Dit hadden ze niet voorzien.
Het Spel is uitgelopen op een tragedie.
Voor Nicholas is het meer dan hij kan verdragen en hij springt van het dak.
We zien hem honderden meters naar beneden vallen – een beeld dat op 9/11, vier jaar na het verschijnen van The Game, werkelijkheid zou worden.

20140801-203529.jpg

Maar Nicholas valt niet te pletter, hij doorboort een glazen dak en komt terecht op … een enorm kussen dat opgesteld staat in het midden van een feestzaal waar al zijn vrienden en familieleden zijn samengekomen om zijn verjaardag te vieren.
Als hij verdwaasd uit het kussen klimt, geholpen door vele handen, wordt hij begroet door zijn broer Conrad, met een glas champagne in de hand, een feesthoed op het hoofd en een grote rode vlek op zijn hemd.
Ze vallen elkaar in de armen en het is voor iedereen duidelijk dat Nicholas niet meer dezelfde is.

De film eindigt wanneer Nicholas stiekem de feestzaal verlaat om afscheid te nemen van de CRS-medewerkster die de hoofdrol speelde in zijn Spel. Ze is op weg naar een andere rol in een ander Spel, en ze nodigt hem uit om een kop koffie te drinken op de luchthaven.
We zien Nicholas aarzelen. Zijn oude Ik vindt het ongepast om zijn eigen verjaardagsfeest te verlaten, maar dan verschijnt er een glimlach op zijn gezicht: hij is niet verplicht om op dat feest te blijven, hij realiseert zich dat hij een keuze heeft, dat hij een vrij mens is.
Met die glimlach van de ‘nieuwe’ Nicholas eindigt de film.

20140801-203728.jpg
(De ‘oude’ Nicholas Van Orton)

De antroposofische lezer zal ongetwijfeld een aantal bekende thema’s herkennen.
In feite brengt de film een inwijding in beeld.
Nicholas wordt zorgvuldig voorbereid op de ‘doodsslaap’ die van hem een ander mens zal maken.
Die voorbereiding is even nauwgezet als doortastend: de oude Nicholas wordt systematisch ‘afgebroken’. Hij wordt stap voor stap ontdaan van alles wat van hem in deze wereld een man van aanzien maakte. En uiteindelijk verliest hij ook het laatste wat hem nog rest: zijn bewustzijn.
Als hij weer wakker wordt, bevindt hij zich in een graf.
Het is het meest bizarre maar ook meest veelzeggende beeld uit de film.
Het verwijst bijna rechtstreeks naar de oude inwijdingspraktijken.
Nicholas ontwaakt in een andere wereld, in Mexico, aan de andere kant van de ‘grens’ dus.
Hier is hij geen groot en rijk man meer, maar net het tegenovergestelde: een bedelaar die aangewezen is op de hulp van vreemden.
Het is een illustratie van de bijbelse woorden: de eersten zullen de laatsten zijn.
Moeizaam zoekt hij zijn weg terug naar huis.
We zien hem, slapend als een kind, aan de zijde van een truckchauffeur die hem weer naar Amerika brengt.
Maar als hij de oude, vertrouwde wereld nadert, duikt de vergeldingsdrang in hem op: hij wil het zijn oude kwelgeesten betaald zetten.
De dubbelganger die hem bij het sterven verlaten had, voegt zich weer bij hem.
Dat resulteert in een diepe val: een beeld van de mens die vanuit de geestelijke wereld de aardse, materiële wereld weer binnen duikt.
Een beeld ook van de zondeval.
Op aarde wordt hij – zoals een kind dat geboren wordt – liefdevol opgevangen door familie en vrienden.
Hij is nu echter niet meer dezelfde als in zijn ‘vorig leven’.
Hij is een nieuw mens geworden, een vrijer mens.

20140801-204631.jpg
(De jonge Nicholas)

The Game is niet alleen een beeld van een inwijding, het is ook een beeld van een reïncarnatie: Nicholas sterft en wordt weer geboren.
In wezen gaat het om natuurlijk om één en hetzelfde proces.
De mens die sterft en weer geboren wordt, ondergaat een inwijding.
De mens die een inwijding ondergaat, sterft en wordt opnieuw geboren.
Dit metamorfoseproces is de kern van het menselijk bestaan.
De mens ondergaat het voortdurend, zowel in het groot als in het klein, zowel bewust als onbewust.
En dat hele Stirb und Werde wordt zorgvuldig bewaakt door de geestelijke wereld en haar vertegenwoordigers op aarde: de priesters-ingewijden.

In The Game wordt de geestelijke wereld voorgesteld door CRS, Consumer Recreation Services.
Ze leiden op even strakke als geniale wijze het inwijdingsproces dat Nicholas ondergaat.
In die zin is de firma een moderne versie van de oude mysterietempels, waar de uitverkorenen werden ingewijd in de grote mysteries van het bestaan.
CRS maakt deel uit van het maatschappelijk leven, stelt mensen tewerk, verkoopt haar diensten, maar is tegelijk ook een buitenbeentje.
De meeste mensen komen er nooit mee in contact (omdat ze het – letterlijk of figuurlijk – niet kunnen betalen) en degenen die er wel mee in contact komen, spreken er met ontzag en discretie over.
In de film verwijst iemand naar een vers van Johannes: ik was blind en ik werd ziende.

20140801-204445.jpg

CRS is echter ook een beeld van de geestelijke wereld zelf, die onzichtbaar blijft en toch op tal van manieren ingrijpt in het leven.
Dat gebeurt echter op zo’n manier dat Nicholas nooit zeker weet of CRS erachter zit dan wel of het toeval is. En als hij wél zeker weet dat CRS in het spel is (sic), interpreteert hij haar rol verkeerd.
We kunnen het verloop van ‘Het Spel’ ook zien als een beeld van hoe de relatie tussen mens en geest evolueert.
Aanvankelijk is die relatie bewust: Nicholas ondertekent een contract, hij geeft CRS toestemming om ‘Het Spel’ – een metafoor van het menselijk leven – te spelen, en hij speelt dat spel ook bewust mee in het vertrouwen dat CRS – of de geestelijke wereld – wel weet wat het doet.
Het is een beeld van de religieuze of pre-religieuze mens, die de geestelijke wereld nog waarnam en er het volste vertrouwen in had.
Maar langzaam verzwakt die waarneming en het vertrouwen wordt op de proef gesteld.
‘Het Spel’ houdt gaandeweg op een spel te zijn.
Het wordt harde realiteit en Nicholas gelooft vanaf een bepaald moment niet meer in CRS als een goedaardige, vaderlijke instantie. Hij ‘beseft’ nu dat ze een bende oplichters zijn en hij besluit wraak te nemen.
Hij weerspiegelt daarin de hedendaagse mens, die alles wat met de geest te maken heeft, beschouwt als één grote oplichterij waar een eind aan gemaakt moet worden.
Het vervolg van de film kan dan weer als een toekomstbeeld gezien worden.
De pogingen van de hedendaagse mens om een eind te maken aan zijn relatie met de geestelijke wereld, zullen hem tot zelfvernietiging drijven.
En pas dan, als hij door het oog van de naald gekropen is, zal hij de ware toedracht inzien.
Hij zal daar zwaar moeten voor betalen – Nicholas krijgt een laatste schok als CRS hem de rekening presenteert – maar het resultaat zal zijn prijs meer dan waard zijn.

20140801-204703.jpg
(Conrad Van Orton)

De beelden van The Game kunnen nog verder uitgewerkt worden.
Ze hebben vaak meerdere betekenislagen en moeten ‘speels’ benaderd worden.
Het zijn kunstzinnige beelden: geen omzettingen van (spirituele) ideeën, maar belichamingen van ideeën.
En dat is iets heel anders.
Hoe meer je over die beelden nadenkt, hoe meer betekenissen er opduiken, hoe gedifferentieerder ze ook worden.
Zo is het me pas nu opgevallen dat Nicholas een wit pak draagt wanneer hij wakker wordt in het Mexicaanse graf.
Dat laatste is een beeld van zijn ontwaken in de geestelijke wereld (aan de andere kant van de grens) en het witte pak is een beeld van de onschuld die hij daar herwint.
Maar wanneer hij de grens weer in omgekeerde richting overschrijdt en terugkeert naar zijn oude vertrouwde wereld, verliest hij die onschuld weer.
Het witte pak verdwijnt (als ik me goed herinner) en de terugkeer naar de aarde krijgt het karakter van een val, een zondeval.

Nadenken over de ‘verborgen’ betekenis van filmbeelden is bijzonder boeiend (vind ik), maar het is slechts één aspect van de zaak.
Het andere aspect is nadenken over het tamelijk onthutsende feit dat deze spirituele (en zelfs antroposofische) betekenissen aanwezig zijn in een moderne, commerciële Hollywoodfilm, dat wil zeggen op een plek waar niemand een geestelijke dimensie zoekt.
Het is onmogelijk om deze twee aspecten van elkaar te scheiden: nadenken over de filmbeelden en nadenken over dat nadenken.
Er gaat een geheel nieuwe wereld open wanneer men begint na te denken over dit soort ‘mysteriefilms’: men begint aan een ontdekkingsreis, men dringt door in een gebied waar nog geen mens is geweest.
Maar tegelijk rijzen er ook vragen naar de aard van die wereld en het ontdekken ervan.
Bestaat die wereld wel? En zo ja, wáár bestaat hij?
Maakt hij deel uit van de film of bestaat hij alleen in mijn hoofd?
Haal ik die ideeën uit de film of plak ik ze er gewoon op?
Zijn ze met andere woorden realiteit of zijn ze inbeelding?

20140801-205145.jpg

Een beetje antroposoof ziet grote vraagstukken uit het verleden opduiken, bijvoorbeeld de middeleeuwse strijd tussen realisme en nominalisme.
Die vraagstukken blijken springlevend, want probeer een modern, materialistisch mens maar eens wijs te maken dat die ideeën over inwijding en reïncarnatie werkelijk aanwezig zijn in een film als The Game.
Dat wil er bij hem gewoon niet in.
Ook niet als hij antroposoof is.

Eén vraag die vroeg of laat opduikt als we de onverwacht diepe spiritualiteit van de moderne film ontdekken, is deze: wat betekent het voor de antroposofie dat antroposofen blind blijven voor de weergaloze manier waarop de geest zich manifesteert in de moderne filmwereld?
Deze blindheid is namelijk niet het gevolg van onvermogen.
Iedere antroposoof kan nadenken en mediteren over filmbeelden en daarin de antroposofie ontdekken. Speciale talenten zijn daar niet voor vereist: geen democratischer kunst dan de film.
Nee, de antroposofische blindheid is een gevolg van onwil.
Men wil eenvoudig niet nadenken over filmkunst.
Men wil alleen nadenken over Hedendaagse Kunst, dat wil zeggen over ideeën die onmogelijk uit de kunstwerken zelf kunnen gehaald worden, omdat ze er doodeenvoudig niet in aanwezig zijn. Het zijn zuiver ‘nominalistische’ ideeën die er door de kunstenaar worden opgeplakt en waar we zonder zijn hulp nooit achter zouden komen.
In de filmkunst gaat het echter om reële ideeën, levende ideeën die niet in het bewustzijn van de kunstenaar aanwezig (kunnen) zijn, maar via zijn onbewuste wil in het kunstwerk gestalte aannemen en daar gevonden kunnen worden door ‘mensen van goede wil’.

20140801-205404.jpg

Deze levende ideeën zijn geestelijke wezens die zich manifesteren in de aardse sfeer.
Het is voor hen ongetwijfeld een offer om zo diep af te dalen.
Dat offer is dan ook een goddelijk geschenk en ik voel vaak een diepe ontroering als ik zo’n geschenk ‘uitpak’.
Maar ik voel ook een diepe pijn als ik vaststel dat deze geschenken zo algemeen versmaad worden.
Geef mij maar pispotten en kakmachines, lijkt de hedendaagse antroposoof te zeggen.

Er speelt echter nog een ander gevoel mee als ik zie hoe de levende geest genegeerd wordt (en dan nog in naam van die geest).
Rudolf Steiner zegt ergens dat men de geestelijke wereld niet ongestraft kan negeren. Hij noemt het zelfs de grootste dwaling die de mensheid ooit gekoesterd heeft: te denken dat de geestelijke wereld zich laat veronachtzamen. Beschouw het voor mijn part als geestelijk egoïsme, zegt hij, maar geesten wreken zich als ze genegeerd worden.
Dat is het gevoel dat in me opkomt als ik zie hoe deze ‘goddelijke geschenken’ afgewezen worden: dit blijft niet zonder gevolgen.
Dat is ook de gedachte die lang geleden al in me opkwam: de helpende hand die in de hedendaagse (film)kunst wordt uitgestoken, zal veranderen in een vuist als ze niet wordt gegrepen.

Daarom (maar niet alleen daarom) doe ik nog eens een poging om het over deze ‘goddelijke hand’ te hebben, de hand die de geestelijke wereld gehad heeft in (enkele van) de meesterwerken van de hedendaagse filmkunst.
Ik doe dat niet zonder aarzeling want het negeren door antroposofen van de echte hedendaagse kunst ten voordele van de hedendaagse pseudo-kunst is één van de pijnlijkste ervaringen in mijn leven.
Daartegenover staat echter dat het ontdekken van de (echte) hedendaagse kunst – die een buitengewoon spirituele kunst is – één van de grootste vreugden van mijn leven is geweest, een waar godsgeschenk.
Geschenken, zeker godsgeschenken, scheppen verplichtingen.
Vandaar dus deze (ontoereikende) gedachten over The Game, een klein maar fijn geschenk.

Ik laat er u wat over broeden, want morgen ga ik voor een weekje naar zee.
Daarna zien we wel weer.

20140801-205711.jpg

Advertenties