Hoezei!

door lievendebrouwere

In een vlaag van inspiratie dichtte ik ooit het volgende poëem.
De diepere betekenis moet u er op hedendaagse wijze zelf bij bedenken.

HOEZEI !

Het groot dom hert Luxemburg
rende door het Belgisch bos
en botste op een boom.

Tetterettetteretet!
schedelde de pan zo leeg
dat het klonk tot aan de zee.
Daar vroegen de vissen zich af:
wie loopt daar zo pardaf
en dom tegen een boom?
Dat zou ons niet overkomen.
Wij, wij kijken wel uit waar we lopen,
we hebben niet eens een gewei!
Hoezei, hoezei, hoezei!
Dat is ons grote visgeluk:
geen gewei, geen gezei, geen gezever.
Ja, ook geen poten zelfs,
alleen een grote mond
waarmee we water drinken.

Het groot dom hert Luxemburg
rende door het Belgisch bos
en struikelde over zijn poten.
Het zuchtte diep en zei:
Dit land is naar de kloten!

20140924-103058.jpg

Advertenties