Morele mist

door lievendebrouwere

De Wever noemt ophef over Francken opnieuw ‘onzin’.
Zo luidde de kop van een recent krantenartikel.
Waarover gaat het?
Kervers staatssecretaris Theo Francken is naar een Vlaams-nationalistisch feestje geweest en dat vindt de PS, met de scheldende Laurette Onkelinx op kop, ab-so-luut niet kunnen.
Een paar dagen later duiken ‘toevallig’ enkele oude mails, tweets en facebookberichten van Theo Francken op waarin hij zich vragen stelt over de meerwaarde van Marokkaanse immigranten en beweert dat homobashing in Brussel alles te maken heeft met moslims en kutmarrokaantjes.
Een politieke hetze is geboren en de media gieten alle olie op het vuur die ze maar kunnen vinden.

Om de zaak even in perspectief te plaatsen:
Theo Francken is lid van de N-VA, de meest uitgescholden partij uit de vaderlandse geschiedenis, en Laurette Onkelinx, die bijna stikte van verontwaardiging, heeft de gewoonte om Vlamingen openlijk ‘ongedierte’ te noemen. Als ze het Duits machtig was, zou ze wellicht van Untermenschen spreken, want ze heeft niet de gewoonte haar mond te spoelen als het om Vlamingen of de N-VA gaat.
Francken heeft dus méér reden om verontwaardigd te zijn dan Onkelinx, maar naar aloude Vlaamse gewoonte trekt hij zijn staart in en biedt zijn verontschuldigingen aan.
Bart De Wever heeft dus overschot van gelijk als hij de hele zaak ‘onzin’ noemt.

Maar daar wilde ik het niet over hebben.
Ik wilde het hebben over die krantenkop en meer bepaald het woordje ‘opnieuw’.
Bart De Wever noemt ophef over Francken opnieuw ‘onzin’.
Strikt genomen is dat 100 % waar, want men had De Wever al eens om zijn mening gevraagd en toen zei hij net hetzelfde.
Het was dus inderdaad al de tweede keer.
Maar met één enkel woordje slaagt men erin van deze waarheid een groteske leugen te maken.
Door het woordje ‘opnieuw’ te gebruiken, wordt namelijk de indruk gewekt dat Bart De Wever er niet genoeg aan had om de ophef rond Francken één keer onzin te noemen, nee hij deed het nog een tweede keer!
Met andere woorden: deze man is werkelijk onverbeterbaar.
De suggestie wordt gewekt dat hij de eerste keer al ver over de schreef ging. En toen hij dat nóg eens deed, werden alle grenzen van de betamelijkheid overschreden en was het maar al te goed te begrijpen dat Laurette Onkelinx haar zelfbeheersing verloor.
Tegelijk wordt ook de indruk gewekt dat Francken een rabiate racist is en dat homobashen in Brussel helemaal niets te maken heeft met moslimjongeren.

Dat ene woordje ‘opnieuw’ veroorzaakt dus een domino-effect dat de ene na de andere waarheid verandert in een leugen.
En dan heb ik nog niets gezegd over de aanhalingstekens waartussen het woordje ‘onzin’ is geplaatst.
Ze suggereren: u gelooft nooit, beste lezer, wat Bart De Wever nú weer uit zijn botten heeft geslagen! Hij noemt het gescheld en getier van Laurette Onkelinx … onzin!
Stelt u zich dat eens voor: men mag niet eens meer protesteren tegen racisme, homofobie en haatzaaierij! Zover is het al gekomen in het verrechtste België!
Enzovoort, enzovoort.

Suggestief taalgebruik noemt men zoiets.
Men zegt iets dat waar is, maar men zegt het op zo’n manier dat het verandert in een leugen.
En zo zou ik tientallen, honderden, ja duizenden voorbeelden kunnen noemen, want dit soort ‘suggestief’ taalgebruik is schering en inslag geworden in de hedendaagse media. Het is zelfs zo vanzelfsprekend geworden dat ik vermoed dat de journalisten er zich niet eens meer van bewust zijn. Waarschijnlijk zijn ze er heilig van overtuigd de waarheid te spreken.
Kunnen ze zich trouwens nog iets anders permitteren?
Journalisten zijn zo leugenachtig geworden dat ze niet meer in de spiegel zouden durven kijken als ze zich daarvan bewust werden.
Ze zouden op staande voet ontslag moeten nemen.
En dan?
Wat zouden ze dan doen?
Waar kan men tegenwoordig nog op een niet-leugenachtige manier woorden gebruiken en er nog geld mee verdienen ook?

Het geval Tom Naegels illustreert dat op pijnlijke wijze.
Vroeger was hij een onafhankelijk journalist, een freelancer die leefde van zijn pen.
Dat was mogelijk omdat hij heel goed schreef en bovendien – als een der weinigen – de gewoonte had om de twee kanten van een zaak te belichten.
Dat werd blijkbaar geapprecieerd door de lezer.
Maar toen werd hij ombudsman bij De Standaard.
De reden ligt voor de hand: hij werd al een dagje ouder, er waren waarschijnlijk vrouw en kinderen, en dus koos hij het zekere voor het onzekere en ging in vaste loondienst.
De Standaard kon ermee uitpakken dat ze een integer iemand hadden aangesteld als tussenpersoon tussen de krant en de lezer, iemand die in staat was de belangen van beiden objectief tegen elkaar af te wegen.
En Tom Naegels had eindelijk werkzekerheid en uitzicht op een acceptabel pensioen: geen vanzelfsprekendheid dezer dagen, en al helemaal niet voor iemand die van zijn pen moet leven.
De gevolgen lieten echter niet op zich wachten.
Onlangs had een lezer zich beklaagd over de weekend-bijlagen van de krant: glossy tijdschriften vol lifestyle-berichten voor de happy few. De klacht was volkomen terecht: die bijlagen horen niet bij een krant, ze grenzen bij momenten aan het weerzinwekkende.
Tom Naegels begreep die kritiek, hij was het er zelfs mee eens.
Maar was die kritiek ook niet ingegeven door een verborgen schuldgevoel over de eigen levensstijl, die vergeleken met wat er elders in de wereld gebeurt ook niet meteen goed te praten valt?
Anders gezegd: moest de klagende lezer niet ook eens naar zichzelf kijken voor hij kritiek gaf op de krant?
Dat werd allemaal op een begrijpende, omzichtige, beide kanten van de medaille belichtende manier aangebracht.
En het resultaat was – alweer – dat een waarheid in een leugen werd omgekeerd.
De lezer had overschot van gelijk, maar Naegels slaagde er op een geraffineerde manier in om van die lezer een leugenaar te maken.
Tegelijk maakte hij van de leugenaar die hijzelf geworden is, iemand die zoekt naar een ‘hogere’ waarheid.

Een ander voorbeeld.
Opnieuw (sic) een krantenbericht.
Vandalen vernielen kunstwerk in Parijs.
Een mens denkt dan algauw aan een schilderij van Monet of Rubens, maar dat was het – gelukkig – niet.
Nee, iemand had gewoon een groene ballon stukgeprikt.
Edoch, die groene ballon was een … kunstwerk.
Hij moest een kerstboom voorstellen maar leek als twee druppels water op een ‘butt plug‘, een sexspeeltuig dat volgens Wikipedia dient om de anus af te sluiten.
Vandaar wellicht dat iemand een plug in de plug had gestoken.

Als je alleen de krantenkop leest, ben je verontwaardigd: een kunstwerk vernielen is bijzonder laag.
Als je vervolgens het artikel leest, barst je in lachen uit: hahahaha, die is goed!
Want die zogenaamde kerstboom is natuurlijk geen kunstwerk, het is een reusachtige middenvinger die de culturele elite opsteekt naar het klootjesvolk (dat bovendien verplicht wordt deze peperdure vinger te betalen).
Die zogenaamde vandalenstreek is helemaal geen misdaad, het is een daad van verzet tegen de obsceniteiten van de ‘hogere klassen’.
Tenzij men het natuurlijk als een misdaad beschouwt om een misdaad te verijdelen.
Maar dan kunnen we beter meteen goed en kwaad omdraaien.
Dat schept tenminste duidelijkheid.
Maar duidelijkheid is natuurlijk niet wat de kranten scheppen.
Ze spuiten mist, morele mist.
Ze wissen het onderscheid uit tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen.
En ze doen dat op zo’n subtiele manier dat niemand het echt merkt, ook zijzelf niet.
Hun suggestieve, ‘omkerende’ taalgebruik is een tweede natuur geworden.
Een immorele natuur.

Rudolf Steiner waarschuwde ervoor dat Ahriman zou schrijven.
En in onze kranten zien we iedere dag hoe hij dat doet.
Door suggestieve woorden of leestekens, keert hij de waarheid systematisch om in een leugen, en hij doet dat op zo’n geraffineerde manier dat we het niet meer merken.
Liegen wordt zo tot een stijl die we onbewust overnemen, en die na verloop van tijd tot een tweede natuur wordt. Zo sluipt Ahriman ons etherisch lichaam binnen, ons gewoontelichaam, en nestelt zich daar zonder dat we iets in de gaten hebben.
Wel integendeel, hoe dieper hij in ons doordringt, des te meer raken we ervan overtuigd de waarheid te spreken, en des te verontwaardigder zijn we als iemand die waarheid tegenspreekt.
Dit is, lijkt me, een aspect van de incarnatie van Ahriman dat we niet uit het oog mogen verliezen.
Op fysiek gebied zal Ahriman incarneren – of is hij reeds geïncarneerd – in één enkel mens.
Op etherisch gebied echter zal hij in zeer veel mensen incarneren, met name in schrijvende, intellectuele mensen.
Mensen zoals ik dus …

Advertenties