Collaboratie

door lievendebrouwere

Belgenland heeft een nieuwe regering!
Tenminste voor zolang het duurt.
Want voor het eerst sinds mensenheugnis zit de PS niet in de regering.
Dat is een kleine revolutie want al die tijd was de Parti Socialiste eigenlijk de baas in België. Er kon in ons land niks gebeuren zonder dat de Waalse socialisten ermee akkoord gingen. Gingen ze ergens niet mee akkoord dan gebeurde het niet. Zo eenvoudig was dat.
Gingen ze wel akkoord, dan was dat akkoord afgekocht.
Als de Vlamingen iets wilden, dan wisten ze wat ze moesten doen: betalen.
Op die manier zijn onder meer de geldtransfers van Vlaanderen naar Wallonië tot stand gekomen, de geldtransfers die zo’n doorn zijn in het oog van veel Vlamingen, niet alleen omdat ze buitensporig groot zijn (meer dan 15 miljard euro per jaar), maar ook – en vooral – omdat de Vlamingen stank voor dank krijgen.
Hoe meer ze betalen, des te meer worden ze geminacht, getreiterd en uitgescholden.
Zoals door Laurette Onkelinx tijdens de eerste zitting van het Parlement.

De PS is furieus.
Niet meer in de regering zitten, terwijl ze al die tijd de regering wáren: ze kunnen het nog altijd niet geloven.
Hoe is dat in godsnaam kunnen gebeuren?
Eén naam: Bart De Wever.
In zijn eentje heeft hij een revolutie ontketend.
Alhoewel.
Er is weinig revolutionairs aan de manier waarop hij de PS buitenspel heeft geplaatst.
Hij heeft gewoon gedaan wat Vlamingen altijd doen: betalen.
En hij heeft zwààr betaald.
Hij heeft betaald met het hele communautaire luik van zijn verkiezingsprogramma, het luik dus waaraan hij zijn verkiezingsoverwinning te danken heeft.
Als een komeet is Bart De Wever omhoog geschoten aan het politieke firmament, voortgestuwd door de Vlaamse onvrede over het gedrag van de Franstaligen.
Als geen ander verwoordde en belichaamde hij de Vlaamse eisen.
En uitgerekend die eisen heeft hij nu voor minstens 10 jaar in de ijskast gestoken.
In ruil voor een regering zonder de PS.

Wat de Vlamingen al minstens honderd jaar vragen, is dat ze als volwaardige Belgen worden beschouwd.
In een land waar iedereen gelijk heet te zijn voor de wet, vragen ze dus niets anders dan de toepassing van die wet.
Toch moeten ze daar steeds weer voor betalen.
Dat is democratie op z’n Belgisch en iedereen – enkele malcontenten uitgezonderd – vindt dat heel normaal.
De Vlamingen betalen altijd de rekening, zo simpel is dat.
Maar dat ze ook zo’n absurd hoge rekening zouden betalen, nee dat had zelfs de PS niet voor mogelijk gehouden.
Om te krijgen wat hij wilde, heeft Bart De Wever alle Vlaamse eisen opgegeven.
Wij Vlamingen, heeft hij gezegd, vragen geen gelijke rechten meer.
Wij Vlamingen vragen geen democratie meer.
Wij willen alleen de PS uit de regering.

Daar had De Wever dus alles voor over, ook de mogelijkheid dat hij door zijn kiezers zou uitgespuwd worden.
De kans dat de nieuwe regering het lang uithoudt, is dan ook bijzonder klein.
Aan de ene kant wordt ze bestookt door een woedende PS, die bijzonder agressief uit de startblokken is geschoten.
Aan de andere kant zijn er de bedrogen Vlamingen die, zoals steeds, tijd nodig hebben om te begrijpen wat hen overkomt.
Als die twee ooit op kruissnelheid komen, blijft er van de nieuwe regering niks meer over.

Wat heeft Bart De Wever bezield om zo’n hoge prijs te betalen?
Had hij een persoonlijke vete uit te vechten met de PS en was hij daarom bereid om alles op alles te zetten?
We kunnen er ons waarschijnlijk geen voorstelling van maken wat deze man op persoonlijk vlak allemaal te verduren heeft gehad van de Franstaligen.
Ik denk bijvoorbeeld aan het moment waarop hij hen in heilige verontwaardiging deed ontsteken door tijdens de regeringsonderhandelingen een paar zinnen in het … Nederlands te zeggen.
Een Vlaming die Nederlands spreekt: meer is er niet nodig om Franstaligen in alle staten te brengen.
Ik blijf het een wonder vinden dat Bart De Wever het geroep, gescheld en getier van (vooral) de Franstalige socialisten al die jaren heeft verdragen en dat hij de manier waarop hij als nazi en zelfs als Hitler himself werd voorgesteld, nooit met gelijke munt heeft betaald.
Ik kan dan ook heel goed begrijpen dat hij tot alles bereid is om de PS een hak te zetten.
Een mens moet af en toe wraak kunnen nemen om niet helemaal een voetveeg worden.
Maar toch is dat niet de echte reden voor zijn gedrag.
De belangrijkste reden, de doorslaggevende reden is: geld.

En dat is een reden die de Vlamingen begrijpen.
Dat is de reden waarom ze niet even furieus zijn als de PS.
Ze begrijpen dat België economisch ten onder gaat als de PS de lakens blijft uitdelen.
Want de PS staat voor: belastingen, belastingen, en nog meer belastingen.
Belastingen die vooral door de Vlamingen moeten betaald worden, dat spreekt.
Daarom geven de Vlamingen Bart De Wever krediet: omdat ze begrijpen dat de economie eerst komt.
Pas als er weer volop geld verdiend wordt, kan er gepraat worden over democratie en gelijke rechten.
Daarom zijn ze bereid hun Vlaamse eisen in de ijskast te zetten.

Zoals altijd.

Is het inderdaad ooit anders geweest?
Is geld niet altijd al de reden geweest waarom de Vlamingen hun eisen inslikten?
Is geld niet de reden waarom ze er anno 2014 nog altijd niet in geslaagd zijn gelijke rechten te bekomen in dierbaar België?

Vlaanderen is vandaag een welvarende regio, één van de rijkste in Europa.
Nochtans was het 100 jaar geleden precies omgekeerd: Vlaanderen was toen één van de armste regio’s in Europa.
Het was er zelfs zo erg aan toe dat er gesproken werd over ‘de Vlaamse ziekte’.
Wie daaraan leed, crepeerde van honger en armoede.
De 20ste eeuw, die zoveel ellende over Europa gebracht heeft, betekende voor Vlaanderen net het omgekeerde: het was de eeuw waarin het van helemaal onder aan de sociale ladder tot helemaal bovenaan opklom.
Het was een Wirtschaftswunder avant la lettre.
Maar dat wonder is nagenoeg vergeten.
De jonge Vlaming die vandaag met zijn peperdure iPhone zit te spelen, kan zich niet meer voorstellen dat zijn grootouders als kind nog in een beek zaten te vissen naar stekelbaarsjes!
Stekel wát?
Het is allemaal zo onvoorstelbaar snel gegaan dat het … onvoorstelbaar is.
Daar komt het zowat op neer: de Vlaming is zo snel gestegen op de maatschappelijke ladder dat hij geen voorstelling meer heeft van zijn verleden.
Hij kijkt geboeid naar een film als ‘Daens’ omdat Antje De Boeck er zo sexy uitziet op haar blote voeten. Maar dat hijzelf honderd jaar geleden ook op blote voeten had rondgelopen (en dat allesbehalve sexy zou gevonden hebben) nee, dat komt gewoon niet in hem op. Dat is allemaal fictie, film, fantasie.
In de boeken van Claes, Streuvels en Timmermans speelt die blote-voeten-Vlaming nog een hoofdrol, net als in de Vlaamse films en series die ik als kind nog gezien heb.
Maar die zijn vandaag allemaal taboe geworden.
De jonge iPhone-Vlaming schaamt zich daar dood voor.
Komaan zeg!
Met die vloekende, rochelende en spuwende Vlaamse primitieven heeft hij niks te maken.
Hij kent die mensen niet en wil ze ook niet kennen.
Hij is een moderne, hippe en coole Vlaming, een Vlaming zonder verleden, een Vlaming zonder wortels.

Maar een mens zonder verleden is een mens zonder zelf.
Wie zijn verleden niet kent, kent zichzelf niet.
Hij weet niet meer wie hij is.
Hij is zichzelf vergeten.
Op zijn steile klim naar de economische top, is de Vlaming zijn ziel vergeten.
In zijn honger naar eten, schoenen en rijkdom heeft hij zijn ziel verkocht.
En daar wil hij niet aan herinnerd worden.

Is dat niet wat de Vlamingen op politiek gebied altijd gedaan hebben?
Door iedere keer weer te betalen voor waar ze eigenlijk recht op hadden, verkochten ze telkens weer een stukje van hun ziel.
Want waarvoor betaalden ze?
Om hun democratische rechten te krijgen?
Maar je betáált niet voor democratische rechten, je eist ze op.
Daarom heten ze ‘rechten’.
Dat zou vanzelf moeten spreken voor een welvarend volk in het hartje van Europa.
Dat Vlamingen in België dezelfde rechten horen te hebben als Franstaligen komt gewoon niet in hen op.
Ze staan wel boven aan de economische ladder, maar mentaal staan ze nog altijd onderaan, op het niveau van de proletariër die er zich bij neergelegd heeft dat er in de wereld nu eenmaal meesters en knechten zijn.
Economisch gezien is de Vlaming een meester en kan hij zich meten met gelijk wie.
Mentaal is hij echter een knecht die het hoofd buigt voor zelfs de allerzwaksten.
Want wat stelt Wallonië voor zonder Vlaanderen?
Of wat stelt Brussel voor?
Zonder Vlaanderen zouden ze wegzinken tot het niveau waar Vlaanderen honderd jaar geleden stond: een derde-wereldniveau.
Ze kunnen eenvoudig niet op eigen benen staan.
Ze zijn afhankelijk van Vlaanderen.
En voor dat afhankelijke, onzelfstandige, machteloze volkje buigt de Vlaming het hoofd en slikt hij de meest infame beledigingen.

Waarom doet hij dat?

Om helemaal op te kunnen gaan in zijn economische roes, de roes van het geld.
Hij betaalt zich blauw om niet uit die roes te moeten ontwaken.
Want dat is het enige wat hij nog kent: de roes van de materiële rijkdom.
Hij is bereid véél geld te betalen om niet geconfronteerd te worden met de keerzijde van die rijkdom: het verlies van zijn eigen ziel.
Telkens hij de Franstaligen betaalt om te krijgen wat hij gewoon zou moeten eisen, duwt hij zijn eigen ziel nog wat verder van zich af.
De miljarden die hij jaarlijks naar Wallonië doorsluist, zijn zwijggeld.
Hij legt er zijn eigen ziel het zwijgen mee op.
En hij doet dat al zo lang dat die ziel niet meer kan spreken.

Eeuwen geleden vormden de Nederlanden één geheel: Holland én Vlaanderen, de Lage Landen bij de zee.
Toen werden ze gescheiden.
De noordelijke Nederlanden gingen steeds luider praten.
De zuidelijke Nederlanden gingen steeds stiller zwijgen.
Vandaag kan de Hollander niet meer ophouden met praten, en de Vlaming kan niet meer spreken.
De Vlamingen hebben niet alleen hun ziel verloren, ze hebben ook hun taal verloren.
Ze zijn een volk zonder taal.
Letterlijk én figuurlijk.

Vlamingen kunnen alleen zichzelf zijn wanneer ze dialect spreken.
Ik moet de eerste Vlaming nog tegenkomen die zich even goed in het algemeen Nederlands uitdrukt als in het dialect.
De reden is eenvoudig: die Vlaming bestaat niet.
Wanneer Vlamingen algemeen Nederlands spreken, zijn ze zichzelf niet.
Ze spelen dan een rol en ze doen dat zonder overtuiging.
Het is een beproeving om een Vlaamse film of een Vlaamse tv-serie te zien waarin ‘beschaafd’ Nederlands wordt gesproken: de acteurs lijken wel bordkartonnen figuren met zaagsel in plaats van bloed in hun aderen.
Pas wanneer ze dialect kunnen spreken, worden het echte mensen.
Ik heb Julien Schoenaerts ooit eens de beroemde verzen uit de Spaanse Brabander horen declameren in het plat Antwerps: ‘O, kaaizerlaaike stadt. Aantwaarpe, groêt en raaik …!
Het was … ‘impressionaant’.
Hier klonk een heel andere Julien Schoenaerts, niet die bekakte, arrogante ‘beschaafde’ Vlaming, maar een zinnelijke, volbloedige Rubensiaan.
Je zou kunnen zeggen: wat deze zo kunstzinnige Vlaming verscheurde, was de kloof tussen zijn welbespraakte hoofd en zijn zwijgende Vlaamse ziel.
Het was niet zijn eigen ziel waaraan Schoenaerts een stem gaf, maar een dubbelgangersziel.
En die heeft hem tot waanzin gedreven.
Die drijft in feite heel Vlaanderen tot waanzin.

800.000 dosissen anti-depressiva per dag.
Het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld.
Boordevolle gevangenissen en psychiatrische instellingen.
En een volk dat het hoofd buigt en zich verontschuldigt voor alles en nog wat.
Maar het is wél waanzinnig rijk, dat Vlaanderen!
Het heeft dikke huizen, dikke auto’s, dikke portefeuilles, dikke nekken.
Het heeft alles waar een mens maar kan van dromen.
Behalve één ding.
Het heeft geen ziel.

Natuurlijk heeft Vlaanderen wél een ziel.
Het heeft zelfs een grote en rijke ziel.
Maar in zijn snelle klim naar economische hoogten heeft Vlaanderen het contact met die ziel verloren.
Het heeft zijn ziel onderweg vergeten.
Eigenlijk zou Vlaanderen hetzelfde moeten doen wat de Amerikaanse Indianen destijds deden als ze een treinreis ondernamen: ze stapten halverwege uit ‘om op hun ziel te wachten’.
Want die ziel kon niet zo snel reizen als hun lichaam.
Het Vlaamse Wirtschafstwunder is een materieel wonder, een fysieke wederopstanding.
Maar de prijs die ervoor betaald werd, was het achterblijven en vergeten van de Vlaamse ziel.
Waar is die ziel momenteel?
Volgens mensen als Marc Reynebeau bestaat ze niet eens en heeft ze ook nooit bestaan.
‘Vlaams’ is in zijn ogen niet meer dan een naam die gegeven wordt aan een toevallige verzameling van mensen.
Een realiteit schuilt daar niet achter, en het is dus onzin om zoveel belang te hechten aan een naam, een etiket.

Dit ‘nominalisme’ is uiteraard een vorm van materialisme.
Er bestaat niet zoiets als de Vlaamse ziel, want die kan alleen geestelijk gedacht worden en geesten bestaan niet.
Het vergeten van de Vlaamse ziel hangt dus nauw samen met het vergeten van de geest.
Die twee kunnen niet los gezien worden van elkaar: als er geen geest bestaat, dan ook geen ziel.
De ziel is datgene wat geest en lichaam met elkaar verbindt.
Als de geest niet bestaat dan hoeft het lichaam nergens mee verbonden te worden.
Het staat dan gewoon op zichzelf.

Maar als dat inderdaad zo is, als de mens inderdaad alleen maar een lichaam is dat op zichzelf bestaat, waarom zijn er in België dan zoveel communautaire problemen?
Waarom blijven de Vlamingen moeilijk doen over de miljardentransfers naar Wallonië?
Ze hebben toch meer dan genoeg?
Hun fysieke lichaam wordt hoegenaamd niet bedreigd.
Het kan dat geld best missen en de Walen hebben het nodig.
Dus, wat is het probleem?
Hetzelfde geldt voor de Franstaligen.
Ze krijgen ieder jaar 15 miljard euro van de Vlamingen.
Zomaar.
Want de Vlamingen krijgen er niks voor terug, integendeel.
En toch blijven de Franstaligen schelden op de Vlamingen.
Ze gaan zelfs nog harder schelden als die Vlamingen al hun communautaire eisen inslikken en dus iedere fysieke dreiging wegnemen.
En ze schelden niet op de hele regering, o neen, zij schelden heel gericht op de Vlaamsgezinde Vlamingen in die regering.

Het is zo’n buitenissig spektakel dat geen zinnig mens nog kan denken dat het hier alleen om geld gaat, om fysieke, materiële dingen.
De reeds legendarische scheldpartij van Laurette Onkelinx in het Parlement ging trouwens helemaal niet over geld of materiële dingen.
Ze ging over collaboratie, over het samenwerken met de Duitse bezetter tijdens de oorlog 75 jaar geleden.
Waren de N-VA-ers waartegen haar tirade was gericht dan misschien collaborateurs?
Ze waren niet eens geboren tijdens de oorlog.
Verdedigden ze dan de collaboratie?
Geenszins.
Ze beweerden alleen dat ze het konden begrijpen.
En ze waren naar een feestje geweest van een 90-jarige Vlaamsgezinde die vroeger veroordeeld was voor collaboratie.
Het was na de oorlog niet moeilijk om als Vlaming veroordeeld te worden voor collaboratie.
Het volstond dat je Vlaamsgezind was. Meer was er niet nodig.
De Franstaligen mochten collaboreren zoveel ze wilden, geen haan (sic) die ernaar kraaide.
Een Vlaming hoefde niet eens te collaboreren om veroordeeld te worden.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen Vlaamse collaboratie bestond.
Vlamingen collaboreerden, zoals Franstaligen collaboreerden, zoals iedereen collaboreerde tijdens de oorlog.
Wat moest je anders?
Je meteen laten fusilleren of wegvoeren naar een werk- of ander kamp?
Nee, de enige reden waarom de Vlaamse collaboratie beschouwd werd als een onvergeeflijke misdaad was dat ze … Vlaams was.
De Belgische repressie had iets weg van een etnische zuivering, maar dan op zielegebied.
Iedere Vlaming die zich bekende tot het Vlaams-zijn werd ongenadig aangepakt.
En die repressie gaat eigenlijk nog altijd door.
Zeventig jaar geleden zou Laurette Onkelinx Jan Jambon en Theo Francken standrechtelijk hebben laten fusilleren, daar moet niet aan getwijfeld worden.
Haar hysterische stem is nog altijd de stem van de repressie.
En de Vlamingen buigen er nog altijd het hoofd voor.
Mea culpa, zeggen ze, mea culpa, mea maxima culpa.
Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Dat is de bekentenis die de Vlaming met gebogen hoofd aframmelt, ook al heeft hij zich niet méér schuldig gemaakt dan gelijk wie.
Integendeel zelfs, of is men vergeten dat in ons land minder joden naar de gaskamers zijn gevoerd dan gelijk waar, Denemarken uitgezonderd?
Toch zijn Jambon en Francken zich gaan verontschuldigen bij … de joodse verenigingen in ons land.
En dat zou allemaal om louter fysieke dingen gaan?
Dat zou niets te maken hebben met de Vlaamse ziel?

Materieel prijkt de Vlaming trots boven aan de economische ladder, maar geestelijk zit hij met gebogen hoofd schuld te bekennen tegen alles en iedereen.
Dat is het oerbeeld van de moderne Vlaming: de rijke boeteling.
Het is alsof Bill Gates of Richard Branson deemoedig het hoofd zouden buigen en mea culpa slaan voor hun onvergeeflijke zonden.
Uiteraard doen ze dat niet: het zijn Angelsaksers, geen Vlamingen.
Maar stel dat ze het wél deden: hoe zouden we dan reageren?
Juist.
We zouden er geen woord van geloven.
We zouden onze maag voelen keren: wat een stel hypocrieten!
Ze zouden ons respect verliezen.

Volgens mij is dat precies hoe de Franstaligen in België reageren op de Vlamingen.
Die Vlamingen zijn in hun ogen puissant rijk, zo rijk dat ze Franstalig België ieder jaar zonder oogverpinken vele miljarden euro’s kunnen toeschuiven.
Daarvoor zouden ze best ontzag kunnen opbrengen, want zoveel ondernemingskracht en kreativiteit bezitten de Franstaligen niet, dat beseffen ze wel.
Maar wat hen belet dat respect of zelfs die bewondering op te brengen, is de Vlaamse hypocrisie.
Waarom in godsnaam zitten die Vlamingen op hun knieën mea culpa te slaan?
Wat voor een schijnheilig gedoe is dat!
En de Franstaligen worden kwaad, ze verliezen alle respect voor de Vlamingen.
De ‘milde giften’ die ze ieder jaar ontvangen, worden niet gegeven uit solidariteit of menselijkheid of begrip of respect.
Ze worden gegeven uit louter schijnheiligheid.
De Vlamingen geven miljarden euro’s aan de Franstaligen, niet omdat deze laatsten dat nodig hebben, maar omdat de Vlamingen het zelf nodig hebben om hun schuldgevoel over hun eigen rijkdom te verdoven.

Ze gebruiken de Franstaligen dus om dat schuldgevoel te verlichten.
Ze dwingen hen als het ware om hen vergiffenis te schenken.
Maar waarvoor?
Omdat ze rijk zijn en de Franstaligen laten delen in die rijkdom?
Als dat een misdaad is, dan is het aanvaarden van het Vlaamse geld eveneens een misdaad.
Door hun eeuwige mea-culpahouding dwingen de Vlamingen de Franstaligen dus om zich op hun beurt schuldig te voelen.
De Franstaligen weten dat ze de geldtransfers van de Vlamingen nodig hebben, dat het Vlaamse geld hen ervoor behoedt naar beneden te glijden.
Ze weten dat ze afhankelijk zijn van de Vlamingen, maar de Vlamingen doen alsof het niet zo is.
Ze doen zelfs alsof het omgekeerd is.
Hier zie, zeggen ze, dat geld komt jullie toe, want wij verdienen het niet om zoveel geld te hebben!

Uiteraard worden die woorden nooit uitgesproken, en die gedachten worden nooit gedacht.
Maar ze leven wel in de zwijgende ziel van de Vlaming en ze worden waargenomen door de ziel van de Franstalige.
En die ziel zwijgt niet.
Ze maakt groot misbaar.
Het is onvoorstelbaar op welke agressieve, minachtende, haatdragende manier in de Franstalige pers wordt gesproken over de Vlamingen.
‘Radio Mille Collines’ noemde Yves Leterme de Franstalige pers ooit.
Maar Vlamingen geloven dat natuurlijk niet, want Vlamingen lezen geen Franstalige kranten.
Door de recente scheldtirade van Laurette Onkelinx kunnen ze er echter niet meer naast kijken: ze worden werkelijk gehaat door de Franstaligen.

Twee Vlamingen worden voor de camera’s uitgescholden voor racisten door de meest notoire raciste van het land: Laurette Onkelinx, die de Vlamingen in zuiver nazistische stijl ‘ongedierte’ pleegt te noemen.
Maakt dat de Vlamingen wakker?
Worden zij eindelijk verontwaardigd over zoveel schijnheiligheid?
Welneen, ze buigen het hoofd en verontschuldigen zich.
U heeft gelijk, zeggen ze met dat gebaar, wij zijn inderdaad ongedierte!
Wij zijn het niet waard om in het Parlement te zetelen!
Wij zijn het niet waard om te spreken, laat staan om eisen te stellen!
Wij zijn nu eenmaal Vlamingen, een verachtelijk ras!
Zij beantwoorden met andere woorden schijnheiligheid met schijnheiligheid.
Want uiteraard verlaten het Parlement niet.
Ze blijven gewoon zitten en doen alsof er niks aan de hand is.
Even sorry zeggen, en alles is weer in orde.
Dat is natuurlijk niet van aard om de woede van Laurette Onkelinx te blussen.
Integendeel, het is olie op het vuur.

Verwacht mag worden dat het allemaal nog erger zal worden.
Uiteindelijk zal de boel escaleren en leiden tot wat in feite niemand echt wil: de splitsing van België.
Aan de basis van die splitsing zullen geen fysieke of uiterlijke problemen liggen.
Het zijn louter zieleproblemen die tot de splitsing van België zullen leiden, problemen die door iedereen ontkend worden omdat de ziel nu eenmaal niet bestaat.
Het materialisme zal België splitsen, niets anders.

De Vlamingen zijn de meesters van dit land.
Zonder hen zou België niet eens meer bestaan.
Het wordt tijd dat ze dat eens gaan beseffen en er zich ook naar gedragen.
Want nu gedragen ze zich als knechten: ze laten zich onderdrukken, ze laten zich vernederen, en ze werken zich te pletter voor hun onderdrukker.
Hoe moet je reageren op koningen die zich als herders gedragen, of erger nog: als schapen?
Daar kun je met je verstand niet bij en de Franstaligen reageren er dan ook instinctief op: ze gaan zich als koningen gedragen terwijl zij in feite de herders zijn in dit land, de ‘arme schapen’ die beschermd en behoed moeten worden.
Ze imiteren met andere woorden de Vlamingen, ze weerspiegelen hen.
Op de een of andere manier gaat er zo’n sterke invloed uit van de Vlaamse koningen die zich als herders gedragen, dat ze niet anders kunnen dan die omkering nabootsen en zich op hun beurt als koningen gedragen.
Ze willen dat eigenlijk niet en ze worden er ook niet gelukkig van, want een herder die zich als koning moet gedragen, kan maar aan één ding denken: weer zichzelf te kunnen zijn.

Door het irrationele gedrag van de Vlamingen voelen de Franstaligen zich dus eigenlijk beroofd van hun ziel.
Daarom blijven ze de Vlamingen haten, hoe vaak die zich ook verontschuldigen, hoeveel miljarden die ook betalen.
Ze zijn bang hun ziel kwijt te raken in hun relatie met die vreemde en onbegrijpelijke wezens.
Daarmee vormen ze een scherpe tegenstelling met de Vlamingen, want die zijn hun ziel kwijt en vinden ze niet meer terug.
En hier ligt de bron van alle communautaire misverstanden in België.
De Vlamingen begrijpen niet dat de Franstaligen bang zijn hun ziel kwijt te raken.
En de Franstaligen begrijpen niet dat de Vlamingen hun ziel al kwijt zijn.
Ze begrijpen niet dat de Vlamingen geknield en met gebogen hoofd door het leven gaan omdat ze voortdurend hun ziel aan het zoeken zijn.
En de Vlamingen begrijpen niet dat dit schouwspel de Franstaligen de stuipen op het lijf jaagt.
Want de Franstaligen kunnen zich een leven zonder ziel eenvoudig niet voorstellen, het is hun diepste nachtmerrie.
Daarom reageren ze zo agressief: ze denken dat de Vlamingen een spelletje spelen, dat ze doen alsof ze hun ziel kwijt zijn, dat het alleen maar een list is om de Franstaligen hun ziel af te nemen en hen te herleiden tot zielloze knechten.
En de Vlamingen?
Zij zien in de Franstalige woede een bevestiging van hun eigen diepe schuld: ze hebben hun ziel verloren, ze hebben haar verkocht voor het geld, om de ladder te kunnen beklimmen waar ze nu bovenaan prijken.
Daarom buigen ze het hoofd steeds dieper.
En maken de Franstaligen steeds angstiger en woedender.

Bart De Wever heeft het hoofd dieper gebogen dan enige Vlaming vóór hem.
Hij heeft alle Vlaamse eisen opgegeven.
Hij is helemaal door de knieën gegaan.
En waarvoor?
Voor het geld, voor de economie.
Het resultaat is dat de PS nu helemaal buiten zinnen raakt.
Nochtans draaide de politiek van de Waalse socialisten maar om één ding: geld, zoveel mogelijk economisch voordeel binnenhalen.
Ze zijn dus van hetzelfde laken een broek: ze denken alleen aan geld.
Daarom kunnen Vlamingen en Franstaligen elkaars bloed wel drinken: niet omdat ze zo verschillend zijn, maar omdat ze zo gelijk zijn, omdat ze elkaar zo volkomen spiegelen en dat niet beseffen.

De Belgische communautaire situatie wordt veroorzaakt door een oerbeeld: dat van de koningen en de herders.
In de bijbel treden ze gescheiden op, ook al heeft de kerk ze altijd in één verhaal samengevat.
Het is één van de grote christelijke mysteries, een mysterie dat vandaag bekend en begrepen wil worden.
En dat begrijpen begint bij het onderscheiden.
Want het probleem is niet, zoals 2000 jaar geleden, dat koningen en herders gescheiden optreden.
Het probleem is juist dat ze in onze tijd zo onweerstaanbaar tot elkaar worden aangetrokken dat ze met elkaar vermengd raken.
In België is die aantrekkingskracht zelfs tot een nieuw land geworden.
Een land in het hartje van Europa, een hart dat in zich de hoofdstad van Europa draagt.
Ook dàt is een oerbeeld, een oerbeeld van de toekomst.
Want het ‘nieuwe land’ waarin de mensheid moet gaan wonen, is een land waarin koningen en herders broederlijk naast elkaar leven, een land waar het hart van de mens diens hoofd in zich draagt, precies zoals Rudolf Steiner het bedoelde met de Weihnachtstagung.

Dat is het oerbeeld van België, dat kleine land dat door de grote landen van Europa in de 19de eeuw gecreëerd is.
En welke motieven ook ten grondslag lagen aan die nieuwe creatie, het geestelijke oerbeeld was christelijk van aard.
Als we dat oerbeeld onderkennen, begrijpen we ook wat de grote opgave is: onderscheid maken tussen de koningen en de herders.
Ik had bijna gezegd dat het de grote opgave van de Belgen is.
Maar eigenlijk is het de opgave van Europa.
Europa moet zich bewust worden van haar hart: het verscheurde en gekwelde België.
In plaats van al haar aandacht te besteden aan het wanstaltige hoofd dat Brussel is, zou Europa beter eens kijken naar de broedertwist tussen de Vlamingen en de Franstaligen, want daar klopt haar hart. En dat hart is op zijn beurt een beeld van de hele moderne wereld, want overal heersen broedertwisten tussen herders en koningen die elkaar liefhebben maar elkaar niet begrijpen.
Dat is de grote paradox van onze wereld op het Keerpunt der Tijden: we verzuipen in liefde, maar het is blinde liefde, broederliefde die steeds weer ontaardt in broedertwist.
Wat ontbreekt aan deze liefde is de waarheid, het inzicht, het onderscheid.
We ons ontbreekt, is niet Christus maar Michaël: het vermogen om tegenover Christus te gaan staan en Hem te onderscheiden.
Wie niet tegenover de idee kan gaan staan, wordt erdoor geknecht, zegt Rudolf Steiner.
Christus is de idee der ideeën, en we zijn allemaal in meer of mindere mate verslaafd aan Hem.
Christusverslaving, dat is het grote probleem van onze tijd.
En die verslaving-der-verslavingen kunnen we niet alleen overwinnen.
We kunnen niet alleen tegenover Christus gaan staan.
Dat kunnen we alleen wanneer we als twee broederzielen tegenover elkaar gaan staan en elkaar (h)erkennen.

Advertenties