Gifnicht

door lievendebrouwere

‘Ik ga iets doen waarvan ik nooit had verwacht het te zullen doen.’
Zo begint Erwin Mortier zijn opiniestuk in De Morgen.
En hij vervolgt: ‘Ik ga Laurette Onkelinx gelijk geven.’
Aha, denkt een mens dan die daar net ook een opiniestuk over heeft geschreven, een tegenstem!
Altijd interessant!
Want misschien moeten er dingen bijgeschaafd of gecorrigeerd worden.
Misschien moet een mening zelfs helemaal herzien worden.
Kan altijd gebeuren.
Ik lees dus verder.
‘Ik vind haar iets te snel als querulante weggezet om haar moed en haar verontwaardiging omdat de echo van laarzen door ons eerbiedwaardige parlement galmt.’
Huh?
De echo van laarzen?
Is dat niet een beetje, euh … overdreven?

Ik haal er een andere opiniemaker bij.
Mark Grammens schrijft over de collaboratie: ‘In 1940 was collaboratie met de bezetter regel in België. Dit verliep in overeenstemming met de wensen van de Belgische autoriteiten, de koning, de rechterlijke macht, handel en nijverheid, de bisschoppen en de socialistische leiders. Naast deze Belgische collaboratie was er ook nog een collaboratie van Vlaamsgezinden die het politieke beginsel aanhingen dat de vijanden van mijn vijanden mijn vrienden zijn. Want daar kwam het ongeveer op neer.’
Ik ken Mark Grammens als een opiniemaker die ver uitsteekt boven het landelijke gemiddelde en dus ga ik ervan uit dat wat hij schrijft over de collaboratie niet ver bezijden de waarheid zal zijn.
Die waarheid luidt dus dat zowat iederéén in België collaboreerde.
Hoe kon het ook anders? Toen het Belgische leger capituleerde, werd de Duitse bezetter de enige wettelijke overheid in het land.
Wie toen de wet naleefde, was in de ogen van Erwin Mortier dus een collaborateur
En dat noemt hij … ‘ronduit gruwelijk’.

Er spreekt zoveel verontwaardiging uit zijn woorden dat het voor iedereen duidelijk moet zijn dat Mortier zich nooit of nooit tot dergelijke gruwelijke misdaden zou geleend hebben.
Hij zou de wet vierkant naast zich neergelegd hebben en onvervaard de strijd met de bezetter, in casu het Duitse leger, zijn aangegaan.
Het moet voor heldhaftige mensen als Erwin Mortier een kwelling zijn te leven in een tijd waarin hun moed en zieleadel niet duidelijker tot uitdrukking kan komen dan in een krantenstukje.
Wat er ook van zij, Mortier wijkt niet voor de bruine laarzen die momenteel overal rondmarcheren, tot zelfs in het Belgische parlement.
Samen met Laurette – nog zo’n eenzame, heroïsche ziel – neemt hij zonder één moment te aarzelen de handschoen op.
Nooit zal hij buigen voor de nazi’s van de N-VA!
Nooit zal hij de nieuwe bezetters naar de mond praten!

Maar heldenmoed alleen maakt nog geen opiniemaker.
Welke argumenten gebruikt Erwin Mortier om zijn apologie voor Laurette te stofferen?
Er valt nu een Schoenaertsiaanse stilte.
Ik zoek in de tekst van de apologie.
Aha!
‘Ik wacht nog altijd op de eerste goede reden waarom zeventig jaar geleden onze steden moesten gezuiverd worden van joden.’
Een echt argument is het niet, maar het snijdt wel hout.
Ja, waarom moesten onze steden gezuiverd worden van joden?
Welk belang hadden de Vlaamsgezinden erbij om een dergelijk bevel uit te vaardigen?
Het is inderdaad ‘ronduit gruwelijk’ om zoiets te doen.
Maar wacht eens even … waren het niet de Duitsers die dat bevel uitvaardigden?
En waren het niet de Vlamingen die dat bevel naast zich neerlegden en ervoor zorgden dat slechts de helft van de joden gedeporteerd werden (en niet 95% zoals in een niet nader bepaald buurland)?
Nee, dat kan niet.
Het waren alleen de Franstalige Belgen en de Belgisch gezinde Vlamingen die opkwamen voor de joden.
De Vlaamsgezinden maakten, als volleerde nazi’s, hevig jacht op joden.
Erwin Mortier heeft daar ongetwijfeld cijfers en bewijzen van.
Wel een beetje jammer dat hij ze niet noemt.
Het zou zijn opiniestuk nóg sterker hebben gemaakt.

Genoeg gezeverd!
Ik ga niet nog méér woorden vuilmaken aan deze gifnicht.
Voor alle duidelijkheid: zo noemt Erwin Mortier zichzelf.
Geheel terecht overigens.
Want wat doet hij in zijn ‘opiniestuk’, buiten het zorgvuldig weren van zelfs maar het kleinste argument?
Hij spuit gif.
Hij gebruikt zijn virtuoze pen om zijn gal te spuwen op iedereen die Vlaamsgezind is en op Jean-Pierre Rondas en Matthias Storme in het bijzonder.
En een schrijvende gifnicht zijnde, aarzelt hij niet om hen op hun fysieke uiterlijk te pakken.

Op deze ronduit heroïsche manier neemt Erwin Mortier de verdediging op zich van Laurette Onkelinx, bekend om haar viscerale afkeer van Vlamingen.
Als een hond likt Mortier de hand die hem slaat, want tot nader order is hij zelf nog altijd een Vlaming.
Maar hij hanteert het principe: de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden.
Onkelinx voelt dezelfde diepe verachting voor Vlaamsgezinden als Mortier, dus is ze zijn vriendin.
Maar wacht eens even …
Doet hij daarmee niet precies hetzelfde als de Vlaamsgezinde collaborateurs tijdens de tweede wereldoorlog? Die beschouwden de Duitse bezetter ook als hun vriend omdat hij de vijand was van hun vijanden.
Erwin Mortier bezondigt zich met andere woorden zelf aan de ‘gruwelijke’ misdaad die hij aanklaagt.
Hij ziet wel de splinter in het oog van de Vlaamsgezinden, maar niet de balk in zijn eigen oog.

Waarom roept hij zo hard over die splinter?
Waarom schrijft hij dit opiniestuk?
Alleszins niet om bij te dragen tot de discussie, want hij formuleert niet eens een mening.
Hij spuwt alleen maar gal, recht op de man.
Wat een griezel die Matthias Storme! Hij smakt altijd en zuigt op zijn tanden. Bah!
Wat een draak die Jean-Pierre Rondas! Het schuim staat op zijn bek. Bweikes!

Ik heb nog nooit iets gelezen van Erwin Mortier (en na het lezen van dit infantiele stukje proza ben ik dat minder dan ooit van plan) maar mensen zeggen me dat hij knap schrijft, dat hij een kunstenaar is.
Ik wil het graag geloven.
Maar waarom verlaagt zo’n man zich dan tot het schrijven van zo’n nichterig stuk?
Waarom gebruikt hij zijn kunstzinnige vermogens niet voor verheffender zaken?
Het antwoord is simpel: omdat hij een … collaborateur is.
Zijn hysterische opiniestuk is bedoeld voor … de bezetter.
Hij wil dat de politiek-correcte bezettingsmacht – die meer dan ooit de lakens (en het geld!) uitdeelt in de culturele sector – ziet wat voor een gezagsgetrouwe burger hij wel is.
Van het morrende volk trekt Mortier zich niks aan, dat kan voor zijn part zijn rug op.
Het is bij de politiek-correcte kaste dat hij in een goed blaadje wil staan, want die betalen hem, dáár komen zijn subsidies vandaan.
Als hij daarvoor zijn ‘volksgenoten’ moet verraden, als hij daarvoor met vuil moet gooien naar zijn niet-collaborerende mede-Vlamingen, wel dan doet hij dat.
Want Erwin Mortier is geen held.
Hij is gewoon een angstige gifnicht.
Meer niet.

In hun ijver om te laten zien hoe politiek-correct, hoe Belgicistisch, hoe anti-Vlaams ze wel zijn, tuimelen de Vlaamse kunstenaars over elkaar heen.
Om ter hardst roepen ze: Kijk naar mij!
Zie hoe onderdanig ik ben!
Vergeet me niet!
Het is zielig, het is pijnlijk, het is beschamend.
Maar een ‘gruwelijke misdaad’ zou ik het niet noemen.
Het is Erwin Mortier zelf die (ongewild en onbewust) dit zware oordeel over zichzelf uitspreekt.
De groteske overdrijving verraadt dat hij diep van binnen wel weet hoe de zaken in elkaar zitten.
Hetzelfde geldt voor de hysterische Laurette Onkelinx.
Allebei hebben ze een balk in hun oog die vele malen groter is dan de splinters waar ze zo’n misbaar over maken.

Het zou van echte moed getuigen als ze dáár eens zouden naar kijken.
Het zou een ware omwenteling betekenen als onze cultuurdragers eens in de spiegel zouden kijken.
Maar ja, dát is pas moeilijk!
Zeker in tijden van bezetting.
Dan is het véél gemakkelijker om mee te huilen met de wolven in het bos en zo je eigen demonen te vergeten …

Advertenties