Schoenaerts (3)

door lievendebrouwere

Hoe meer ik erover nadenk des te boeiender vind ik het proces ‘Schoenaerts’.
Om te beginnen is het spannend om uit te kijken naar het verdict.
Wie zal winnen, de beklaagde of de klager?
Ik kan me nochtans voorstellen dat niet iedereen er zo over denkt.
Wat is er nu boeiend aan een proces over een boek dat de goede naam van een overledene door het slijk sleurt!
Daar wil een beschaafd mens toch geen aandacht aan schenken!
Ik zou het daar volmondig mee eens zijn ware het niet dat de vraag juist is OF het in dit geval wel om lijkenpikkerij gaat.
Je kunt toch niet alle boeken over Hitler afdoen als lijkenpikkerij omdat ze vol staan met negatieve dingen over de man!
Je kunt ook niet zeggen dat ze niet geschreven hadden moeten worden wegens ‘over de doden niets dan goeds’!
De waarheid heeft haar rechten.
En daarover gaat het ook in het proces Schoenaerts: over de waarheid.
Is het waar wat in dat boek van Stan Lauryssens staat?

Ja maar, je kunt Julien Schoenaerts toch niet met Hitler vergelijken!
Nee, dat klopt.
Maar Schoenaerts was wél een belangrijke figuur in Vlaanderen.
In de wereld van het theater gold hij zelfs als een god, een figuur waar iedereen naar opkeek.
Zelfs vandaag, zoveel jaren na zijn dood, blijft hij de bekendste acteur die Vlaanderen ooit gehad heeft, een prominent en geëerd kunstenaar.
Wat over hem verteld wordt, gaat niet alleen over hemzelf.
Het gaat ook over de mensen die hem bewonderden en nog bewonderen.
Het gaat ook over de wereld die hem als een god beschouwde.

Allemaal goed en wel, maar theater is toch maar theater!
Wat stelt die pluchen wereld voor vergeleken bij de echte wereld!
Oorlog, Ebola, werkloosheid, klimaatwijzigingen, terrorisme, milieuvervuiling: dat zijn pas echte problemen!
In hun licht verzinkt de zaak ‘Schoenaerts’ in het niets.
We kunnen onze aandacht dus beter aan wat anders besteden en het hele proces overlaten aan sensatiezoekers en lezers van Dag Allemaal.

Ik zou het daar opnieuw volmondig mee eens zijn ware het niet dat kunst weliswaar geen werkelijkheid is maar die werkelijkheid wel weerspiegelt.
Er gebeurt in de wereld niets dat ook niet gebeurt in de wereld van de kunst, zij het in een andere, metaforische vorm.
Hoe klein een kunstspiegel ook is in letterlijke zin, hij kan juist heel groot zijn in figuurlijke zin.
En dat is het geval met het proces Schoenaerts.
Het volstaat om een paar simpele vragen te stellen en het wordt al vlug duidelijk dat we hier met een ijsberg te maken hebben: het grootste gedeelte zit onder water.
Wie zegt dat dit proces onze aandacht niet verdient, is gewoon lui.

Neem nu Stan Lauryssens.
Het zijn krasse en zelfs schokkende dingen die hij vertelt in zijn boek.
Dacht hij nu werkelijk dat hij ze kon publiceren zonder een proces aan zijn been te krijgen?
Iedereen kon toch voorzien dat Matthias Schoenaerts dat niet zomaar zou laten passeren.
De man heeft een naam te verdedigen.
En toch schrijft Lauryssens zijn schandaalroman.
Hij vindt er ook nog een uitgever voor.
En niet zomaar een uitgever: Manteau, een begrip in Vlaanderen.
Voor die uitgeverij geldt hetzelfde als voor Lauryssens: ze heeft ervaring genoeg om te kunnen voorspellen dat er een aanklacht zou van komen.
Wordt Lauryssens veroordeeld, dan is dat voor Manteau niet alleen een smet op haar blazoen maar ook financieel verlies.
Niet iets wat je kunt riskeren in deze tijden van besparingen.
En toch geeft Manteau dat boek uit.
Waarom?
Zitten Manteau en Lauryssens misschien in geldnood en wagen ze daarom zo’n zware gok?
Of is het geen gok?
Zijn ze allebei zeker van hun stuk?
Is het allemaal waar wat er in hun boek staat?

Als dat zo is, dan komt de Zwarte Piet bij Matthias Schoenaerts terecht.
Waarom wil hij een journalist beletten om de waarheid te vertellen?
Vindt hij misschien dat kunstenaars boven de waarheid staan en dat hun gedrag met de mantel der liefde bedekt moet worden?
Voelt hij zich als kunstenaar misschien beter dan andere mensen?
Dat was alvast de indruk die hij maakte toen hij op de rechtbank arriveerde, gekleed als hangjongere, recht van de straat zo leek het wel.
Toch was dit de man die reclame maakt voor Louis Vuitton, het exclusieve Franse merk.
De man die hot aan het worden is in Hollywood en de ene film na de andere film draait.
Een welvarend man dus.
Maar als hij voor de rechter verschijnt, doet hij niet eens de moeite om zich een beetje gepaster te kleden.
Bestaat er niet zoiets als ‘minachting voor het hof’?
Of gelden voor kunstenaars andere wetten?

Hoe men het ook draait of keert, het proces Schoenaerts is het proces van de kunstwereld.
Een boek van een kunstenaar over een andere kunstenaar wordt aangevochten door een derde kunstenaar.
Wie het proces ook wint, de kunstwereld zal het verliezen.
Maar juist omdat de kunstwereld de werkelijkheid weerspiegelt, zal het niet alleen de kunstwereld zijn die verliest.

Stel dat Lauryssens in het ongelijk wordt gesteld.
De man is schrijver, maar hij is ook ex-journalist en dat is eraan te merken.
Hij weet heel goed hoe hij de aandacht van de lezer moet vasthouden.
Zijn boek leest als een trein.
Maar is dat boek het resultaat van objectieve verslaggeving, van onverdroten zoeken naar de waarheid, zoals men van een journalist mag verwachten?
Of is dat slechts een alibi?
Gaat het in werkelijkheid niet om geldgewin?
Heeft Lauryssens niet precies hetzelfde willen doen als de kranten en de hele media-wereld: geld verdienen?
En is hij daarvoor niet bereid de waarheid geweld aan te doen?
Berichtgeving is big business geworden in onze tijd, en hét middel om deze business te doen draaien, is het cultiveren van de lagere driften van de lezer: opwinding, sensatiezucht, nieuwsgierigheid, angst, egoïsme, haat, enzovoort.
Het zoeken naar de waarheid hoort daar niet bij.
Tenzij dan de ‘waarheid’ dat homo homini lupus est.
Mensen zijn wolven voor elkaar.

Is dat ook niet wat Lauryssens doet in zijn boek?
Is zijn centrale boodschap niet dat Julien Schoenaerts geen god was maar een beest?
Maar is dat niet de centrale boodschap van bijna alles wat we lezen?
De mens is een dier, deal with it!
Stan Lauryssens doet niets anders dan wat al zijn collega’s journalisten doen.
En die journalisten vertellen niets anders dan wat we reeds geloven: dat we dieren zijn.
Zelfs een bevlogen idealist als Julien Schoenaerts die zijn leven offerde aan de kunst, gedroeg zich bij momenten als een beest.
Hij was zelfs méér beest dan de doorsnee mens.
En geldt dat niet voor de hele kunstwereld?
Is dat niet een zeer ‘beestige’ wereld geworden?
Hedendaagse kunst: het lijkt meer het werk van beesten dan van mensen.
Is heel die culturele wereld niet een laagje blinkend vernis over een Inconvenient Truth?
Is dat trouwens niet hoe we onszelf zien: als dieren met een laagje culturele vernis?
Is dat niet het mensbeeld dat zo diep in onze ziel is doorgedrongen dat we het zelfs niet meer durven te bevragen?

Stan Lauryssens heeft met zijn boek de waarheid over Julien Schoenaerts boven water willen krijgen. Zegt hij. En Matthias Schoenaerts wil deze ‘waarheid’ als een leugen ontmaskeren.
Maar wat stelt hij tegenover die leugen?
Wat is zijn waarheid?
Dat de mens een liefdevol wezen is?
Maar waarom geeft hij dan het voorbeeld niet?
Waarom verschijnt hij voor de rechtbank als een straatjongere die wel respect wil maar er zelf geen toont?
Waarom laat hij zich over Lauryssens uit in bewoordingen die weinig respectvol, laat staan liefdevol klinken?
En de films waarin hij met zoveel overtuiging speelt: stellen zij de mens voor als een liefdevol wezen?
Of brengen zij alweer het mensdier in beeld?

Het proces Schoenaerts is niet alleen het proces van de kunst, het is ook het proces van de mens.
En beide hebben het al bij voorbaat verloren.
Tenzij het proces echt doordringt tot de waarheid.
En is dat niet de bedoeling?
Gaat het in dit proces niet om de waarheid?
Heeft de rechtbank een andere taak dan uit te maken of Stan Lauryssens de waarheid spreekt?

Maar wat is de waarheid in dit geval?
Gaat het alleen om WAT Stan Lauryssens vertelt?
Of gaat het ook om HOE hij het vertelt?
Journalisten hebben zich namelijk de kunst eigen gemaakt om de waarheid zó te vertellen dat ze een leugen wordt.
Door de manier waarop ze iets vertellen, geven ze vaak een boodschap door die heel anders klinkt dan de letterlijke boodschap.
Wat Stan Lauryssens in zijn boek vertelt, is strikt genomen misschien allemaal waar en toch kan het één grote leugen zijn.
Als de rechtbank zich enkel uitspreekt over de letterlijke waarheid van het boek is het goed mogelijk dat ze een leugenaar vrijuit laten gaan.

Ze moet dus ook uitspraak doen over de figuurlijke waarheid, over de manier waarop de letterlijke waarheid wordt verteld.
Als ze de volledige waarheid wil vinden dan kan ze zich niet beperken tot de inhoud van het boek. Ze moet zich ook uitspreken over de vorm.
‘Schoenaerts’ is duidelijk geschreven als een literair werk, als een kunstwerk.
Dat betekent dat inhoud en vorm één zijn.
Ze kunnen niet los van elkaar gezien worden.
Zelfs als de inhoud helemaal waar zou zijn, dan nog kan de vorm er een leugen van maken.
Pas als inhoud én vorm kloppen, kan gezegd worden dat Stan Lauryssens de waarheid verteld heeft en dat hem dus geen blaam treft.

Het proces Schoenaerts is niet enkel een proces over de kunstwereld, het is ook een proces over de wereld daarbuiten.
Want boeken als dat van Lauryssens – een kunstwerk dat beweert de waarheid te spreken – zijn vandaag geen uitzondering meer.
Ze zijn de regel.
Zowat alles wat vandaag geschreven wordt, heeft een kunstzinnig karakter, zelfs wetenschappelijke werken.
Vroeger werden wetenschappelijke en journalistieke publicaties gekenmerkt door een grote saaiheid. Het ging immers om de waarheid en die diende niet opgesmukt te worden.
Vandaag is het anders.
Journalisten zijn allemaal kunstenaars geworden: ze schrijven om ter mooist.
Zelfs wetenschappers schrijven vandaag boeken die lezen als een roman.
Allemaal voeren ze een voortreffelijke pen.
Anders tellen ze niet mee.

De waarheid maakt vandaag geen kans meer zonder de schoonheid.
Maar ook het omgekeerde is het geval: zonder de waarheid is de schoonheid machteloos.
Daarom worden kunstenaars wetenschappers.
Ze streven in hun kunst niet langer naar schoonheid maar naar waarheid.
Kunst moet niet mooi zijn maar echt en authentiek.
Moderne kunstenaars willen niet zozeer iets kunnen, ze willen vooral iets weten.
Ze doen dan ook aan onderzoek, aan maatschappijkritiek.
Ze treden in dialoog, gaan de confrontatie aan.
Alles draait om visie, om ideeën, om concepten.
Allemaal zaken dus die uit de wereld van de wetenschap stammen.

Door deze vermenging – kunst wordt wetenschap en wetenschap wordt kunst – is er ook een veel grotere toenadering tot de werkelijkheid ontstaan.
Kunst en wetenschap spelen zich niet langer af in ivoren torens, ze dringen door in de werkelijkheid.
Als wetenschappers de kernfusie ontdekken dan slaat dat in als een bom.
Als kunstenaars gebouwen inpakken, dan verandert het uitzicht de wereld.
Doordat de grens tussen kunst en wetenschap wordt overschreden, wordt ook de grens met de werkelijkheid overschreden.
Geestesleven en concreet leven dringen diep in elkaar door.
En dat veroorzaakt een ‘clash of civilisations’.

Het proces ‘Schoenaerts’ is niet het proces van één boek.
Het is zelfs niet het proces van alle boeken.
Het is het proces van onze tijd.
Het proces van de eenwording van de wereld.
Kunst, wetenschap en werkelijkheid worden één.
Geest en wereld worden één.
Alles wordt één.
Ook de mensheid wordt één.
Maar dat betekent helaas niet dat Alle Menschen Brüder worden.
Integendeel, het leidt tot broederstrijd, chaos, geweld.

Matthias en Bruno Schoenaerts zijn broers.
Maar ze leven in twee verschillende werelden.
De eerste is kunstenaar en schaart zich achter zijn vader: hij kiest partij voor de schoonheid.
De tweede is advocaat en schaart zich achter Stan Lauryssens: hij kiest partij voor de waarheid.
De rechter moet dus uitspraak doen in een broedertwist.
Maar inmiddels is Bruno Schoenaerts van kamp veranderd.
Hij heeft een brief gekregen waaruit zou blijken dat Stan Lauryssens niet de waarheid heeft verteld, en dus kan hij niet meer achter diens boek staan.
De broers lijken nu aan hetzelfde zeel te trekken.
Maar wie zegt dat de brief wél de waarheid vertelt?
De zaak wordt alsmaar complexer.
Broedertwist leidt nu eenmaal tot chaos.
En in die chaos moet de rechter orde brengen.
Door achter de waarheid te komen.

Die waarheid is drieledig.
Ten eerste is er de letterlijke waarheid: WAT staat er in het boek (en de brief)?
Ten tweede is er de figuurlijke waarheid: HOE wordt de waarheid verteld?
En ten derde is er de overeenkomst tussen beide waarheden.

De eerste waarheid zouden we de ahrimanische kunnen noemen: zij beperkt zich tot de controleerbare feiten.
Het is de wetenschappelijke waarheid, die in onze moderne wereld als DE waarheid geldt.
Maar juist omdat in die moderne wereld wetenschap en kunst steeds meer met elkaar vermengd raken, voldoet de wetenschappelijke waarheid niet meer.
Ze is nog slechts een halve waarheid, en daardoor een leugen.
Zij kan geen orde meer scheppen in de moderne chaos.
Dat kan alleen nog de echte waarheid, de waarheid die recht doet aan de ‘gemengde’ werkelijkheid van onze tijd, de waarheid die wetenschappelijk én kunstzinnig is.

Met de wetenschappelijke waarheid zal de rechter niet zoveel moeite hebben.
Mits enig onderzoek kan hij erachter komen of de inhoud van Lauryssens’ boek klopt met de feiten.
Maar hoe moet hij oordelen over de vorm van dat boek, over de manier waarop het geschreven is?
Hoe komt hij achter de kunstzinnige waarheid?
Bestaat die waarheid wel?
Tenslotte is kunst een subjectieve zaak.
Zij kan niet gemeten en gewogen worden.
Niemand kan bewijzen dat het boek van Lauryssens een kunstwerk is.
Alles wat daarover gezegd wordt, is persoonlijk van aard en derhalve relatief.

De ahrimanisch-wetenschappelijke waarheid geldt in onze tijd als DE waarheid.
De luciferisch-kunstzinnige waarheid daarentegen wordt helemaal niet als waarheid beschouwd.
Zelfs in de kunstwereld is men het daarover eens: niemand kan zeggen wat kunst is.
Zelfs Jan Hoet gaf dat toe.
De moderne kunst is dan ook gebaseerd op dit relativiteitsbeginsel.
Aangezien er geen objectieve norm bestaat voor kunst, kan álles kunst zijn.
Het volstaat dat er een consensus bestaat opdat iets tot kunst uitgeroepen wordt.
Maar die consensus is niets anders dan een verzameling subjectieve meningen.
En die leveren geen objectief oordeel op.

De conclusie luidt dan ook dat het in onze tijd onmogelijk is geworden om door te dringen tot de waarheid.
Over de feitelijke, materiële wereld kunnen we het eens worden: daarvoor hebben we de wetenschap.
Maar die materiële wereld is niet de wereld waarin wij leven.
In de moderne, hedendaagse wereld raken materie en geest in toenemende mate met elkaar vermengd. Als nooit tevoren spelen wetenschap en kunst een rol in ons dagelijkse bestaan. Ze zijn er eenvoudig niet uit weg te denken.
Het is echter juist die vermenging die zo’n chaos veroorzaakt.
En aan die chaos zijn we hulpeloos overgeleverd als we niet in staat zijn de waarheid te vinden en tot overeenstemming te komen.
De halve waarheid – en dus leugen – van de wetenschap, dat we dieren zijn, zal dan steeds dieper in de werkelijkheid doordringen en ten slotte een realiteit worden.

Of mensen in de toekomst Brüder worden dan wel wolven, hangt dus af van de vraag of er in de subjectieve, gevoelsmatige wereld van de kunst een objectieve waarheid kan gevonden worden.
En dat is precies de inzet van het proces Schoenaerts.
Op het ogenblik dat ik dit schrijf, verneem ik dat Matthias Schoenaerts zijn ‘slag heeft thuisgehaald’ zoals een krant het schrijft.
Stan Lauryssens moet op zijn boek een sticker plakken met de tekst: ‘dit boek bevat onjuistheden’.
Om welke onjuistheden het gaat, wordt niet gezegd.
Volgens Stan Lauryssens gaat het om banale onjuistheden die niets veranderen aan de teneur van het boek.

Zoals te verwachten was, heeft de rechter zich alleen gebaseerd op materiële feitelijkheden en heeft hij de kern van de zaak volkomen links laten liggen.
Of toch niet helemaal.
Want de quote van Matthias Schoenaerts dat zijn vader een vijs kwijt was, mag niet meer op (de tweede druk van) het boek vermeld staan omdat het de indruk wekt dat Matthias Schoenaerts aan het boek heeft meegewerkt.
Wel, op mij heeft het die indruk alleszins niet gemaakt.
Als iemand een citaat van Shakespeare op zijn boek plaatst, dan denk ik heus niet dat Shakespeare aan dat boek heeft meegewerkt.
En dat zou ik ook niet doen als Shakespeare nog leefde.
De uitspraak van de rechter maakt op mij de indruk (sic) dat hij toch iets heeft willen zeggen over de subjectieve kant van de zaak, maar zich daarmee op een terrein heeft begeven waar hij zich helemaal niet thuis voelt.
Het verdict is dan ook in hoge mate onbevredigend.
Het is zelfs ietwat lachwekkend.
Ik kan me niet goed voorstellen dat Matthias Schoenaerts er tevreden mee is.
En Stan Lauryssens ziet zich veroordeeld om kleinigheden, wat zeker niet van aard zal zijn om hem zijn ongelijk te doen inzien.
Conclusie: er zijn alleen maar verliezers in dit proces.

Maar de allergrootste verliezer is de waarheid.
Over haar is eigenlijk met geen woord gerept.
Het was een proces over kunst, maar over kunst is niet gesproken.
Ze werd gewoon gereduceerd tot materiële werkelijkheid.
Haar wezen – dat geestelijk van aard is – werd compleet genegeerd.
Daardoor werd het proces zelf gereduceerd tot een derderangs toneelvoorstelling.
Daardoor werd het ook een beeld van ons eigen oordeelsvermogen.
We slagen er niet in kunst en wetenschap met elkaar te verbinden.
We slagen er niet in wetenschappelijke objectiviteit te vinden in de subjectieve wereld van de kunst.
We slagen er met andere woorden niet in door te dringen tot de wereld van de geest.
En daardoor verliezen we onze greep op de werkelijkheid, een werkelijkheid die steeds meer doordrongen wordt van geest.

Advertenties