De geboorte van de kunst

door lievendebrouwere

Tom Naegels schreef onlangs een scherpe kritiek op de kunstsector.
Hij verweet haar kritiek te hebben op alles en iedereen maar zelf geen enkele kritiek te verdragen.
Het was de nagel op de kop.
Dat de hedendaagse kunstwereld kritisch is, kan niet ontkend worden.
Kunstenaars die geen maatschappijkritische visie ontwikkelen, worden niet voor vol aanzien.
Ze moeten de samenleving wakker schudden, op haar fouten wijzen, een geweten schoppen, anders zijn het geen kunstenaars.
Kunst is immers maatschappijkritiek.
Deze algemeen aanvaarde visie maakt het echter onmogelijk om nog kritiek te hebben op de kunst, want dat zou betekenen dat men de kritische houding zelf in vraag stelt.
Vandaar dat kritiek op de kunstwereld zo goed als onbestaande is.
Artikels zoals dat van Tom Naegels zijn een grote zeldzaamheid.
Ze worden als onfatsoenlijk beschouwd en zoveel mogelijk genegeerd.

De hedendaagse kunstwereld is boven alle kritiek verheven.
Ze doet wat ze wil en wie daar niet akkoord mee gaat, wordt afgedaan als een cultuurbarbaar.
Deze beschuldiging is voldoende om iedereen de mond te snoeren, want om de een of andere reden wil de moderne mens onder geen beding bestempeld worden als iemand die ongevoelig is voor kunst en cultuur.
Hij wil kost wat kost gezien te worden als een beschaafd en gecultiveerd mens.
Alles wat laag-bij-de-gronds is wekt zijn diepe afkeer en verontwaardiging op.
Zijn drang naar ‘het hogere’ en ‘het betere’ is zelfs zo groot dat hij bereid is om te applaudisseren voor alles wat de kunstwereld hem voorschotelt.

Kunst heeft in onze moderne wereld onmiskenbaar de rol van de religie overgenomen.
Zij vertegenwoordigt vandaag het streven van de mens om zichzelf en de wereld waarin hij leeft te verbeteren en te verheffen.
Ze houdt hem een spiegel voor waarin hij zijn ‘betere zelf’ herkent.
Plus est en vous.
Dat is wat de kunst hem toont, waar ze hem aan herinnert.
Ze is een schepping van zijn ‘hogere zelf’, ze weerspiegelt het en wekt het op.
We kunnen aan de kunst dan ook aflezen hoe dit hogere zelf te werk gaat.

Om te beginnen sluit het zich af van de wereld, het schept een vrije ruimte waar het ongestoord kan werken aan een betere wereld.
Deze veilig afgesloten kunstwereld is als een baarmoeder waar een nieuwe wereld gestalte krijgt in tal van kunstwerken.
Hoe die kunstwerken ontstaan, daar heeft buitenwereld geen weet van en dat is maar goed ook, want het scheppingsproces is zo kwetsbaar dat het geen inmenging verdraagt.
Het is dus aan de scheiding tussen kunst en werkelijkheid te danken dat er überhaupt kunst kan ontstaan.
Daarom accepteert de buitenwereld ook dat er in haar midden een duistere, ontoegankelijke ruimte bestaat, want ze weet dat hier de beelden worden geschapen van de betere wereld waar ze zo naar verlangt.

Ze leeft ten aanzien van de kunstwereld dus ‘in blijde verwachting’.
Maar dat wil niet zeggen dat de zwangerschap haar niet zwaar valt.
Net als kinderen hebben kunstenaars de neiging om nergens rekening mee te houden en alle aandacht voor zich op te eisen. Voor de hardwerkende mens is dat gedrag soms zwaar te verteren en hij leeft dan ook in een haat-liefdeverhouding met de kunstenaar: hij houdt wel van diens werk maar niet van de maker.
Al sinds de oudheid is de belangstelling voor kunst omgekeerd evenredig met de belangstelling voor de kunstenaar, en in de moderne tijd is die tweespalt alleen maar groter geworden.
In de 19de eeuw wordt de kunstenaar zelfs een marginaal, een outcast.
De vele schrijnende kunstenaarsbiografieën uit deze tijd illustreren dat.

Maar dan breekt de 20ste eeuw aan.
De grote kloof tussen de kunstenaar en zijn werk verandert in een al even grote identificatie.
Was het vroeger alleen het kunstwerk dat de grens tussen kunstwereld en buitenwereld overschreed, dan gaat de kunstenaar nu mee over de grens.
Hij komt nu naast zijn werk staan en verklaart wat hij ermee bedoeld heeft.
Anders gezegd, de kunst wordt geboren.
Moeder en kind staan samen in the picture.
De scheiding tussen kunst en werkelijkheid is opgeheven.
De baarmoeder is niet nodig meer.

De gevolgen van deze drempeloverschrijding worden meteen duidelijk.
Het ene moment produceert de kunst nog tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken zoals ze dat altijd heeft gedaan, het volgende moment stelt ze … een pispot tentoon.
De kunst heeft een ingrijpende transformatie ondergaan: ze is niet langer fictie, ze is werkelijkheid.
De pispot van Marcel Duchamp is niet afkomstig uit het atelier van een kunstenaar maar uit een fabriek die nuttige gebruiksvoorwerpen maakt.
De overgang is echter zo bruusk dat het een wansmakelijke grap lijkt.
Zo wordt Duchamps pispot aanvankelijk ook opgevat, maar algauw blijkt dat het hier wel degelijk gaat om de geboorte van een nieuwe kunst.
Ze krijgt de naam Hedendaagse Kunst en wordt officieel erkend als de wettige opvolger en erfgenaam van de Oude Kunst.
In die hoedanigheid verovert ze dan de hele wereld, zoals we dat mogen verwachten van een pasgeborene.
De moeder – de ‘hedendaagse’ kunstenaar – is natuurlijk in de wolken.
Hij voelt zich deel van de voorhoede – de avant-garde – van een geheel nieuw tijdperk, een tijdperk waarin de kunst niet langer in het verborgene van een atelier – in de baarmoeder van een kunstwereld – zal werken, maar in de volle openbaarheid.
Hij er dan ook van overtuigd dat de echte kunst pas met hem begint en dat de kunstenaars uit het verleden slechts voorlopers waren, wegbereiders.
Alles wat voor kwam, was niet meer dan voorbereiding, zwangerschap.

De geboortemetafoor werpt een verhelderend licht op de gebeurtenissen in de wereld van kunst en cultuur.
Tegelijk maakt ze duidelijk dat er iets niet klopt.
Als de kunst werkelijk geboren is, dat wil zeggen als haar scheppende wezen niet langer werkzaam is in de afgeslotenheid van een kunstwereld maar in de openbaarheid van het gewone leven, hoe komt het dan dat de Hedendaagse Kunst hermetischer is dan ooit?
Een pasgeboren kind is één en al openheid en toegankelijkheid.
Het heeft geen uitleg nodig, het spreekt voor zichzelf.
Het doet dat zelfs op zo overtuigende wijze dat men van heinde en verre komt om het te begroeten en bewonderen.
Zijn aantrekkingskracht staat in schril contrast met het afstotende karakter van de Hedendaagse Kunst.
Hoewel de markt overspoeld wordt met boeken die uitleggen waarom de Nieuwe Kunst zo geweldig is, krijgt dit ‘kind’ bitter weinig aandacht.
Afgezien van een kleine groep fanatieke ‘familieleden’, toont het grote publiek geen enkele belangstelling. Als het al iets toont dan is het onverschilligheid en afkeer.
Die afkeer is trouwens wederzijds.
De Hedendaagse Kunst stelt zich zeer afwijzend op tegenover de wereld waarin zij terecht is gekomen.
Verre van zich te willen integreren in die wereld, ziet ze het als haar taak om hem terecht te wijzen, om hem het vuur aan de schenen te leggen, om hem uit te dagen en te confronteren.
En ze gaat daar zeer ver in.
Haar gedrag is vaak choquerend, om niet te zeggen weerzinwekkend.

Het is – opnieuw – een heel ander beeld dan de totale overgave en liefde die we bij een pasgeboren kind aantreffen.
En zo zouden we nog een tijdje door kunnen gaan.
De tegenstelling tussen een pasgeboren kind en de pasgeboren kunst is zo groot dat de vraag rijst of we wel mogen spreken van een geboorte.
Gaat het hier niet om een gebeurtenis die voorgeeft de geboorte van de kunst te zijn, maar in werkelijkheid het omgekeerde is?
Was de pispot van Duchamp niet een doordringen van de concrete werkelijkheid in de wereld van kunst in plaats van omgekeerd?
Tenslotte staat die beroemde pispot nog altijd in een museum.
En de hele Hedendaagse kunst speelt zich meer dan ooit af in een exclusieve kunstwereld waar gewone stervelingen nooit komen.

Zou het niet veel juister zijn om te spreken van een verkrachting in plaats van een geboorte?
De Hedendaagse Kunst ziet er alleszins uit als de Oude Kunst die gebrutaliseerd, verminkt, vernederd en belachelijk gemaakt is.
Er is uit de kunstwereld geen kinderlijk onschuldige geest tevoorschijn gekomen die de wereld van vreugde vervult.
Het is juist omgekeerd: een cynische, kwaadaardige geest is de kunstwereld binnengedrongen en heeft daar een ware ravage heeft aangericht, die bovendien nog grotendeels verborgen is gebleven.
Het grote publiek heeft geen idee van wat er zich vandaag allemaal afspeelt in de wereld van de kunst.

En toch kunnen we niet ontkennen dat de geboortemetafoor geldig blijft.
De kunstwereld heeft zich de afgelopen eeuwen steeds meer afgezonderd van de werkelijkheid tot ze in de 19de eeuw zo marginaal was geworden dat kunstenaars in erbarmelijke omstandigheden moesten leven.
Ze streefden dan ook hartstochtelijk naar vernieuwing en verbetering.
Toen de impressionisten hun revolutie ontketenden, ontstond er eerst ontzetting bij het publiek.
Maar de nieuwe schilderkunst ontwapende de kijker al vlug en de ontzetting veranderde in onverholen bewondering en liefde.
Het impressionisme leek veel meer op een geboorte dan de pispot van Duchamp.
Toch kunnen we niet zeggen dat het reeds de kunst zelf was die in de openbaarheid trad.
Alles bleef zich nog altijd afspelen in de oude, vertrouwde kunstwereld.
Het impressionisme was misschien wel een beeld van de geboorte van de kunst, maar het was zeker niet de geboorte zelf.
Het bleef vooralsnog fictie, het was nog lang geen werkelijkheid.
Die werkelijkheid werd opgeëist door de Hedendaagse Kunst.

Eigenlijk hoeven we geen andere metafoor te zoeken om al deze gebeurtenissen begrijpelijk te maken.
Het volstaat dat we het beeld van de geboorte wat concreter maken.
Het vrouwelijk lichaam is zo gebouwd dat de opening waarlangs het kind de baarmoeder verlaat, vlak naast de opening ligt waarlangs de ontlasting de darmen verlaat.
De kracht waarmee de moeder haar kind naar buiten perst is dezelfde waarmee ze haar ontlasting naar buiten duwt.
Tijdens een bevalling kan het dan ook gebeuren dat er ongewild ontlasting naar buiten wordt geperst.
Geen mens zal deze ontlasting verwarren met het kind dat daarna geboren wordt, maar het gaat hier dan ook om een reële, fysieke geboorte.
Bij de geboorte van de kunst liggen de zaken echter heel anders: hier kijken we niet met ons hoofd, dat wil zeggen met onze fysieke ogen, maar met ons hart.
En dat laat zich gemakkelijk bedriegen.

Zou het werkelijk toeval zijn dat de Hedendaagse Kunst haar opwachting maakt in de vorm van een pispot en dat ze haar (bijna) honderdjarig bestaan viert met een kakmachine?
Is ‘afval’ niet het meest toepasselijke begrip voor wat de Nieuwe Kunst in die honderd jaar geproduceerd heeft?
Nog niet zolang geleden stond er in de krant een foto van een jonge kunstenaar die trots poseerde naast zijn evenbeeld dat hij vervaardigd had uit zijn eigen uitwerpselen.

Ja, de metafoor van de geboorte is wel degelijk van toepassing op de wereld van de kunst, op voorwaarde dat we die metafoor heel concreet en realistisch opvatten.
Ze roept dan tegelijk ook een ander beeld op, namelijk dat van het wisselkind.
In sprookjes en legenden worden kinderen na de geboorte soms verwisseld, zonder dat de moeder het merkt.
Dit thema werd in de 19de eeuw zelfs werkelijkheid in de figuur van Kaspar Hauser, een jongen die 16 jaar lang opgesloten zat in een donkere cel. Het kind zou na zijn geboorte uit de wieg zijn gestolen en verwisseld voor een ander kind.
Het wonderlijke van de hele historie is dat ze tot een legende is uitgegroeid die tal van schrijvers en kunstenaars heeft geïnspireerd.
Men is Kaspar Hauser trouwens al vlug ‘het kind van Europa’ gaan noemen.

Het lijkt er sterk op dat iets dergelijks ook is gebeurd in de wereld van de kunst.
Men heeft er twee kinderen met elkaar verwisseld: het kind van de kunst en een of ander duivelsjong.
Ofschoon die twee niet méér van elkaar kunnen verschillen, hebben de ouders – de kunstwereld en de buitenwereld – niets gemerkt.
De vader (de kritische buitenwereld) haalt weliswaar de neus op voor de Hedendaagse Kunst, maar al zijn pogingen om de moeder (de kunstwereld) enige kritische zin bij te brengen, veroorzaken felle reacties: zij verdedigt haar kind met hand en tand.
Dat wisselkind veroorzaakt een groeiende verwijdering tussen beide ouders.
De vader (de maatschappij) voelt zich verplicht de moeder (de kunstsector) te steunen, maar hij wordt het beu voortdurend uitgescholden te worden door haar wisselkind (de Hedendaagse kunst).
De moeder neemt het op haar beurt de vader kwalijk dat hij zijn kind niet aanvaardt.

Juist omdat het hier gaat om een overschrijden van de grens tussen kunst en werkelijkheid, geldt de geboortemetafoor niet alleen voor de wereld van de kunst.
Ze geldt ook voor de werkelijkheid.
Het is dan ook niet moeilijk om de rol van het wisselkind te herkennen in bijvoorbeeld de relatie tussen Vlamingen en Walen, of de relatie tussen autochtonen en allochtonen, of de relatie tussen links en rechts, enzovoort.
Als het waar is dat de kunst een spiegel is van de werkelijkheid, dan mag verwacht worden dat de geboortemetafoor ook van toepassing is op de hedendaagse samenleving.
En dat maakt haar tot het meest actuele oerbeeld van onze tijd.
Alles wijst er inderdaad op dat we – zonder het te beseffen – een koekoeksjong aan het grootbrengen zijn, een wisselkind dat onze eigen kinderen één voor één uit het nest kiepert.

En dat geeft zoveel gewicht aan de vraag die zich nu opdringt: als we inderdaad al onze energie besteden aan een wisselkind, waar is dan ons eigen kind?
Als we uitwerpselen beschouwen als kunst, waar is dan de echte hedendaagse kunst?
In welk donker hol zit ‘het kind van onze tijd’ opgesloten, wachtend tot het wordt bevrijd?

That is the question.

Advertenties