Je suis Charlie

door lievendebrouwere

Je suis Charlie.
Zo reageerden ontelbare mensen op de moordaanslag in Parijs: door te zeggen dat ze Charlie waren.
Ze identificeerden zich met de slachtoffers in een massale blijk van solidariteit.
Maar, vraag ik me af, hoeveel moslims waren er onder die mensen?
Ik kan me niet goed voorstellen dat een moslim zou zeggen: je suis Charlie.
Charlie Hebdo was juist een doorn in het oog van talloze moslims.
Hoeveel onder hen zouden zich niet geïdentificeerd hebben met de daders van de aanslag?
Dat zou ik wel eens willen weten.
Ik denk dus dat er de afgelopen dagen twee vormen van solidariteit waren: één met de slachtoffers en één met de daders.
Hoe hartverwarmend de solidariteit met Charlie ook was, ze was slechts één kant van het verhaal. En zolang de andere kant daar niet naast geplaatst wordt, is ze schijn.

Je hoeft trouwens niet eens aan de moslims te denken om te beseffen hoe hoog het schijnkarakter is van al die solidariteit.
Het regent sympathiebetuigingen op Facebook, maar wie kent Charlie Hebdo?
Wie heeft dat blad ooit gelezen?
En waarom identificeert men zich opeens zo sterk met een paar cartoonisten?
Toen destijds de fameuze Deense cartoons verschenen, was er heel wat minder solidariteit.
Veel mensen vonden dat cartoonist Westergaard te ver was gegaan, terwijl zijn cartoons niet half zo cru waren als die van Wolinski en co.
En toen Theo Van Gogh werd vermoord, vond Tom Lanoye dat het zijn eigen schuld was, een mening waarmee hij lang niet alleen stond.
Wat is er in die tien jaar veranderd?
Zijn we opeens tot het besef gekomen hoe belangrijk de vrije meningsuiting is?
Dat klinkt weinig waarschijnlijk want in die tien jaar is de vrijheid van meningsuiting er alleen maar op achteruit gegaan. De politieke correctheid is dwingender dan ooit.
Vanwaar dan al die (schijn)solidariteit?

Een antwoord op die vraag vind ik in het karakter van de moordaanslag.
Tien jaar geleden schreeuwde de moslimwereld moord en brand toen de Mohammed-cartoons verschenen.
Er werd luidkeels betoogd, er werden gebouwen in brand gestoken, er heerste hysterie alom.
Vandaag vallen twee paracommando’s de redactievergadering van Charlie Hebdo binnen, executeren één voor één de mensen die op hun lijstje staan, en verdwijnen vervolgens spoorloos.
Dit keer geen hysterie maar koele berekening.
Anders gezegd, de religieuze fanatici hebben blijkbaar geleerd de zaken wetenschappelijk aan te pakken.
Ze laten zich niet alleen meer leiden door hun gevoel, ze gebruiken nu ook hun verstand.
Aan de Westerse kant gebeurt precies het omgekeerde: er wordt steeds gevoelsmatiger gereageerd.
De hartverwarmende solidariteit met Charlie Hebdo is als een verlengd kerstmis: er hangt een bijna religieuze sfeer.
Dat verklaart ook het schijnkarakter van de hele zaak: de Westerse mens die aan religie doet, doet alleen maar alsof. Hij gelooft niet echt meer.

Wat er in de afgelopen tien jaar gebeurd is, is dat wetenschap en religie verder in elkaar doorgedrongen zijn.
De wetenschappelijke wereld heeft een religieus karakter gekregen, en de religieuze wereld heeft een wetenschappelijk karakter gekregen.
Bij wijze van spreken dan, want beide hebben natuurlijk hun oorspronkelijke karakter verloren: religie is geen religie meer en wetenschap is geen wetenschap meer.
Beide zijn troebele mengvormen geworden.
Als je niet beter wist, zou je denken dat de Westerse wereld pal staat voor democratie en vrije meningsuiting.
Maar al die eensgezindheid is niet meer waard dan het geloof van Westerlingen die bijeenkomen in een kerk: het is schijn, fictie, toneel.
Westerlingen worden alleen nog ‘religieus’ bij grote gelegenheden: een geboorte, een huwelijk, een overlijden, een ramp of een moordaanslag.
Dan trekken ze zich even terug in hun gevoel en ontstaat er een – zeer vluchtig – gevoel van eensgezindheid.
Maar daarna stappen ze weer de werkelijkheid binnen waar de kille ratio heerst en doen ze alsof er niks gebeurd is.

In de moslimwereld is het niet anders.
Moslims worden alleen ‘wetenschappelijk’ in uitzonderlijke gevallen.
Ze veroordelen de aanslag op Charlie Hebdo en verklaren dat hij niets met de islam te maken heeft, maar die rationaliteit is evenveel waard als het geloof van de Westerling: het is een schijnbeweging.
Als de zaak voorbij is en de gemoederen bedaard, zullen ze weer onverminderd protesteren tegen de discriminatie en het gebrek aan respect voor hun godsdienst.
En ze zullen het wellicht nog een stuk rationeler aanpakken, want de aanslag op Charlie Hebdo heeft hen geleerd dat kille berekening meer effect heeft dan wilde hysterie.
De Westerlingen doen nu wel stoer, maar als de roes van de eensgezindheid verdwenen is en ieder weer op zichzelf staat, zal van die stoerheid niet veel meer overschieten.
Ik denk dat Kamagurka gelijk heeft: het is afgelopen met Charlie Hebdo.
Als de cartoonisten weer alleen aan hun tekentafel zitten, zullen ze wel twee keer nadenken voor ze nog een spotprent maken over de profeet.
Niemand wil de rest van zijn leven onder politiebewaking doorbrengen.
Twee mannen met een geweer: méér was er niet nodig om heel Frankrijk en zelfs heel Europa op stelten te zetten.
De boodschap was duidelijk: wie met de islam spot, betaalt de prijs.
En reken maar dat die boodschap begrepen is.

De zaak Charlie Hebdo toont aan dat de vermenging van wetenschap en religie alleen maar schijn-eenheid veroorzaakt.
Onder het oppervlak wordt de kloof alsmaar dieper.
Kunnen we werkelijk zeggen dat er in het wetenschappelijke Westen steeds meer begrip ontstaat voor religieuze zaken?
Het tegendeel is waar.
De standpunten van de materialisten, de atheïsten, de Darwinisten, de neurobiologen enzovoort worden alsmaar harder.
Hun houding tegenover het geloof is ronduit vijandig.
De katholieke kerk kan haar geloofspunten zelfs niet meer verkondigen zonder telkens weer een storm van verontwaardiging te ontketenen.
Begrip voor de islam is dan ook pure schijn.
Die schijn vinden we ook in de moslimwereld.
Ook hier zien we een toenemende verharding van de religieuze standpunten.
De derde generatie moslim-immigranten is feller anti-Westers dan de eerste generatie.
Hun integratie is slechts schijn, het is een louter uiterlijke, materiële aangelegenheid.
Op innerlijk, geestelijk vlak distantiëren ze zich steeds meer van het Westen.
Die tegenstelling zien we zelfs bij de moslim-intellectuelen, bij degenen dus die zich de wetenschappelijke houding van het Westen het meest eigen hebben gemaakt.
Ze tonen zich wel overtuigde voorstanders van de democratie en de vrijheid van meningsuiting, maar de grondtoon van hun discours is er een van niet aflatende vijandigheid.
Ze kunnen hun afkeer voor het Westen niet verbergen.
Het is sterker dan henzelf.
Hoe ‘wetenschappelijk’ ze ook klinken, ze zijn en blijven in de eerste plaats moslims.

Onder de uiterlijke schijn van de multiculturele samenleving verbergt zich de werkelijkheid van de clash of civilisations.
Hoe harder die botsing wordt, des te meer nemen we onze toevlucht tot schijn.
En hoe meer we ons overgeven aan de schijn, des te dieper wordt de kloof.
Hoe harder we roepen ‘Je suis Charlie’ des te meer denken moslims ‘Je suis un martyr’.
En wat ze daarmee bedoelen, weten we intussen.
De aanslag werpt eens te meer de vraag op naar het midden, het midden tussen wetenschap en religie.
Bestaat zo’n midden?
Is er in de steeds dieper wordende kloof tussen het Westen en de islam een verbindend element te vinden?
Of kunnen we alleen de schijn ophouden zoals we vandaag doen, en hopen dat het allemaal wel vanzelf in orde komt?

Advertenties