De splinter en de balk

door lievendebrouwere

Ze staat tussen de vele mensen die hun solidariteit betuigen met de slachtoffers van de moordaanslag in Parijs, een jonge moslima met een bord in de hand waarop de woorden: that’s not my God.
Een sprekende foto in de krant.
We begrijpen meteen wat deze vrouw bedoelt: ze heeft niks te maken met die twee terroristen.
Ze mogen dan wel beweren dat ze moslim zijn, ze aanbidden een andere God dan de hare.
Het is een bekende boodschap.
We horen hem telkens weer opnieuw: terroristen zijn geen echte moslims.
Zelfs de Franse president verklaarde: de aanslag heeft niets met de islam te maken.
Er bestaan dus twee soorten moslims: echte en valse.
De echte zijn vredelievend, de valse zijn gewelddadig.
Dat is waar de jonge moslima ons wil aan herinneren.

Maar, vraag ik me af, waarom draagt ze dan een hoofddoek?
Daarmee geeft ze toch te kennen dat ze een echte, overtuigde moslim is?
En wat zeggen echte, overtuigde moslims?
Ze zeggen dat er maar één islam is.
De zogenaamde ‘gematigde’ islam bestaat helemaal niet.
Dat is een uitvindsel van het Westen.
Overtuigde moslims zeggen dat niet alleen, ze voegen ook de daad bij het woord: iedere moslim met een afwijkende mening – die suggereert dat er andere vormen van islam zijn – wordt ongenadig aangepakt.
Denk maar aan de strijd tussen de soennieten en de sjiieten: ze vinden allebei dat de anderen geen echte moslims zijn.
Er kan dus geen twijfel over bestaan: voor echte moslims is er maar één islam.

Dat betekent dat onze moslima warm en koud tegelijk blaast.
Met haar hoofddoek zegt ze: er is maar één islam.
Met haar bord zegt ze: er zijn twee islams.
Beeld en woord spreken elkaar dus tegen, en nog geen klein beetje.
Maar dat zien we niet.
Integendeel, we zijn verontwaardigd als iemand op die tegenstrijdigheid wijst.

De islam, beweren moslims, staat voor vrede en liefde.
Tegelijk worden overal ter wereld christenen, joden, homo’s, vrouwen en andersdenkenden geterroriseerd door moslims.
Maar dat zien we niet.
Integendeel, we zijn verontwaardigd als iemand de link legt tussen moslims en geweld.

Naar aanleiding van de aanslagen in Parijs verklaarde een vooraanstaande imam dat de profeet Mohamed nooit met geweld gereageerd heeft op beledigingen en dat de terroristen dus zeker zijn voorbeeld niet volgden.
Wie iets afweet van het leven van de profeet (volgens de islam zelf) weet dat het precies omgekeerd was: Mohamed was een gewelddadig man die eigenhandig tal van ‘vijanden’ onthoofdde of op andere manieren het leven benam.
Maar we horen die leugens niet.
Integendeel, we zijn verontwaardigd als iemand moslims leugenachtig noemt.

Hoe komt het toch dat we blind en doof zijn als het over de islam gaat?
Sluiten we onze ogen en oren ook als het over het christendom gaat?
God nee! Dan gebruiken we alle vergrootglazen en luidsprekers die we kunnen vinden.
Nochtans gaan christenen zich zelden te buiten aan geweld, en zeker niet in naam van Christus.
Tegenstrijdig zijn ze al evenmin want ze voelen zich schuldig aan alles en nog wat, zeer in tegenstelling tot de moslims, die altijd het slachtoffer zijn, zelfs als ze andere mensen vermoorden.
Leugenachtig zijn christenen waarschijnlijk wel, maar daarin worden ze niet gesteund door hun religie, anders dan de moslims, die zonder gewetensbezwaren mogen liegen tegen ongelovigen.

Christendom en islam verhouden zich tot elkaar als de spreekwoordelijke splinter en balk.
Op de splinter staren we ons blind, terwijl we de balk niet opmerken.
De reden ligt voor de hand: de balk zit in ons oog.
Ons oog is met andere woorden islamitisch.
We kijken naar moslims met het oog van een moslim.
Daarom zien we louter liefde en vrede en zijn we verontwaardigd als iemand iets anders ziet.

Hoe komt die balk in ons oog?
Het antwoord ligt alweer voor de hand: hij wordt erin gehamerd, elke dag weer.
Door de media, door de politiek, door het onderwijs, door de intelligentsia, door vrienden en familieleden.
Wie het waagt een onvertogen woord te zeggen over de islam of de moslims wordt uitgescholden voor racist, islamofoob, fascist en noem maar op.
Er wordt gedreigd met uitsluiting en opsluiting.
Een mooi voorbeeld daarvan is de column van Guido Everaert in De Morgen van vandaag.
In verband met de aanslag in Parijs spreekt hij zijn diepe afkeer uit voor de reacties in de sociale media en gebruikt daarbij woorden als: nietszeggend, stompzinnig, walgelijk, hemeltergend en natuurlijk racistisch.
Veel waardering heeft hij daarentegen voor mensen die op basis van opiniestukken proberen de ‘stupide en kortzichtige meninkjes’ te weerleggen.
En al bij al heeft de zaak voor hem ook iets ‘verfrissends’ want nu kan hij wieden in zijn vrienden- en kennissenkring. De maskers vallen immers af: het wordt nu duidelijk wie racistisch, stompzinnig en walgelijk is en wie pleit voor afstand, reflectie en nuance.
Hij kan het kaf nu van het koren scheiden en dat kaf is uiteraard iedereen die het waagt iets negatiefs te zeggen over de islam.

Op een toon van hoe-is-dat-nu-in-godsnaam-mogelijk worden mensen bij het groot vuil gezet.
Ze zijn het niet waard om aandacht aan te besteden, ze worden geschrapt uit de vriendenlijst, ze mogen al blij zijn dat ze nog vrij kunnen rondlopen.
En zo gaat dat nu al tientallen jaren door: iedere dag opnieuw wordt er gehamerd op die balk, door mensen bij wie die balk er zelf is in gehamerd, niet zelden van kindsbeen af.
Er is hen een wereldbeeld bijgebracht waarin een grote, onbestemde dreiging uitgaat van al wie zich verzet tegen ‘de balk’ en om hun angst te verdoven hameren ze er met verdubbelde kracht op.
Guido Everaert is een angstig man.
In de ‘riolen van het internet’ ziet hij een gevaarlijk beest rondsluipen en hij voelt het als zijn morele plicht om dat beest te bestrijden.
Dat het ‘beest’ bestaat uit mensen die angstig zijn, net als hij, komt niet in hem op.
Uit angst voor angstige mensen wordt hij agressief en jaagt die angstige mensen nog meer angst aan.
Op die manier voedt hij het beest waar hij zo bang voor is.

Angst is dus wat die balk in ons oog heeft gehamerd: angst voor de islam en angst voor die angst.
Maar dat is niet het enige.
Mensen als Guido Everaert zijn niet dom, integendeel.
Ze zijn ook niet arm. Ze leven comfortabel.
Ze behoren tot de ‘betere’ kringen en hoeven zich dus geen echte zorgen te maken.
Zowel de agressie van moslims als de angst voor die agressie blijven ver van hun bed.
Ze hebben alles om rustig – met ‘afstand, reflectie en nuance’ – te kunnen nadenken over de hele toestand en toch komen ze er niet toe om die vicieuze cirkel van angst waar te nemen en te doorbreken.
Dag in dag uit blijven ze hameren op de onverdraagzaamheid en de haat van anderen, en geen moment komt het in hen op dat ze zelf onverdraagzaam en haatdragend zijn.
Het is alsof er tussen hun (grote) verstand en hun (angstige) gevoel een ondoordringbare muur staat.
En het is geen angst voor de moslims (of angst voor die angst) die deze muur gebouwd heeft.
Hij moet er al geweest zijn vóór het politiek-correcte hameren begon.
Hij ging vooraf aan die vicieuze cirkel van angst en haat.
Voor de balk was er de muur.

Hoe is die muur ontstaan?
Wat heeft die wig gedreven tussen ons verstand en ons gevoel, waardoor we niet in staat zijn te zien welke duivelscirkel zich gevormd heeft in dat gevoel?
Het antwoord ligt dit keer niet voor de hand.
Wel integendeel, het komt uit een volkomen onverwachte hoek.
Het ligt uitgerekend daar waar niemand zoekt.
In de kunst.

Laten we eens doen wat mensen als Guido Everaert doen, wat ze bijna moreel verplicht zijn om te doen: laten we eens een bezoek brengen aan het SMAK.
Daar loopt momenteel een tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere, een wereldberoemde kunstenares, een landgenote.
Wat maakt ze zoal?
In het midden van een lege zaal hangt het karkas van een paard.
Het is opgehangen aan één poot.
Een afschuwelijk gezicht.
Als we dit tafereel elders waren tegengekomen, zou het ons met walging vervuld hebben.
Welke barbaar doet nu zoiets!
Maar zo reageren we niet.
Want we bevinden ons in een museum en daar is geen plaats voor walging of afkeer.
Daar is alleen plaats voor eerbied en bewondering.
En dus zwijgen we.

We wandelen verder en zien in een andere zaal het lijk van een mens liggen waarvan de armen veranderd zijn in een kluwen dat het midden houdt tussen takken en darmen.
Het is geen echt lijk, maar het ziet er toch verdomd realistisch uit en we hebben moeite om onze braakneigingen te bedwingen.
Het is een tafereel waar kinderen jarenlang nachtmerries zouden aan overhouden.
Gelukkig zie je hier geen kinderen, alleen volwassen mensen, ontwikkelde mensen bovendien die geleerd hebben om zich te beheersen en hun emotionele reacties te onderdrukken.
Toch worden op deze tentoonstelling hoge eisen gesteld aan die zelfbeheersing en het verstand moet op volle toeren draaien om de walging te onderdrukken.
Gelukkig worden de kijkers daarin bijgestaan door experten die uitleggen wat de kunstenares bedoeld heeft.
We kunnen hen beluisteren via de koptelefoon, we kunnen hun uitleg lezen in de catalogus, we kunnen kijken naar een video over het werk en de ideeën van Berlinde De Bruyckere, en vóór we de tentoonstelling bezochten, hadden we al allerlei commentaren gelezen en gehoord.
We waren dus voorbereid.
Geen enkele kijker bezoekt het SMAK onvoorbereid.
De meeste bezoekers zijn getraind in het zien van dit soort kunstwerken.
Ze hebben geleerd om zelfs tegenover de meest weerzinwekkende taferelen hun emoties te onderdrukken.
Meer zelfs, ze hebben geleerd om walging en braakneigingen om te zetten in eerbied en bewondering.
De tentoonstelling van Berlinde De Bruyckere wekt dan ook groot enthousiasme bij de kunstliefhebbers.
Hun ‘getransformeerde’ emoties zijn zeer intens: ze spreken over een onvergetelijke ervaring, een aangrijpende beleving die ze zich nog lang zullen heugen.
De jarenlange nachtmerries die een onontwikkeld kind hieraan zou overhouden, zijn bij deze hoogontwikkelde mensen veranderd in prachtige dromen.
En daar zijn ze niet alleen blij mee, ze zijn er ook trots op.
Ze zijn mensen die hun gevoelswereld zodanig beheersen dat ze de diepste walging in de grootste bewondering kunnen omzetten.
Hun verstand en hun zelfbeheersing zijn zo sterk dat ze haat in liefde kunnen doen keren.

Uiteraard is lang niet iedereen in staat om dergelijke hoogten te bereiken.
Mensen die het SMAK bezoeken en daar intense, bijna spirituele ervaringen hebben bij het aanschouwen van verminkte mensen en toegetakelde dieren, behoren tot een geestelijke elite, een uitgelezen avant-garde.
Ze zijn de wegbereiders van een nieuwe wereld waarin de mens zijn gevoelens zal kunnen bespelen als een instrument.
Nu reeds zijn ze in staat om een intense vreugde te beleven aan zaken waar gewone mensen braakneigingen van krijgen.
En dat is ongetwijfeld niet het einde van hun ontwikkeling.
De volgende stap is dat ze die ontwikkeling verder zetten buiten de veilige muren van het SMAK, in de werkelijkheid dus en niet langer in de wereld van de kunst.

In die werkelijkheid ontmoeten deze intellectuele elitetroepen andere elitetroepen, die hun opleiding niet in de kunstwereld hebben gekregen maar in de harde realiteit van het leven en daar hetzelfde vermogen hebben ontwikkeld om vreugde te beleven aan walgelijke zaken. Zoals het onthoofden van onschuldige mensen.
Très étonnés de se trouver ensemble reiken beide avant-garde eenheden elkaar de hand: de Westerse intellectuelen en de Oosterse moslims.
Zij begrijpen elkaar zonder woorden, op grond van de gelijkaardige scholingsweg die ze hebben gevolgd – een artistieke scholingsweg in het ene geval en een terroristische in het andere.
Die zo verschillende en toch gemeenschappelijke ontwikkelingsweg schept een diepe band. Die band houden ze natuurlijk verborgen voor het gewone volk (dat er toch niks van zou begrijpen) maar achter de schermen verlenen ze elkaar alle steun.

Op die manier ontstaat die merkwaardige sympathie van de Westerse intelligentsia voor de islam.
Die sympathie geldt natuurlijk niet de godsdienst – Westerse intellectuelen geloven in geen enkele God – maar de terroristische elite van de moslimwereld, want die beoogt precies hetzelfde: volledige beheersing van lichaam, ziel én geest van de mens.
Ze willen allebei hetzelfde, de Westerse elites en de islamitische elites: de hele mensheid in hun macht krijgen.
Waarschijnlijk zijn het de Westerse machtskringen die de islamitische gebruiken, maar één ding is zeker: hun beider streven is gericht tegen de christelijke, Europese geest, de geest van het kwetsbare midden.

Charlie Hebdo was een blad dat geen enkele elite spaarde en ik acht het dan ook niet onwaarschijnlijk dat de aanslag een samenwerkingsverband was tussen West en Oost.
Want we hebben twee machtsontplooiingen gezien: die van de terroristen en die van de antiterreureenheid. En ze waren allebei even effectief.
Ze vormen twee duistere machtsblokken waartussen de gewone burger als het ware verpletterd wordt.
Er gaat een soort onderwereld-dreiging uit van die in het zwart geklede, gemaskerde mannen met hun oorlogstuig. Ze kunnen overal bliksemsnel optreden en hun getal is legioen. Onmiddellijk na de aanslagen gingen er al stemmen op die de antiterreureenheden willen uitbreiden en dat zal ongetwijfeld gebeuren. Zowel aan moslimkant als aan Westerse kant blijven deze dodelijke ‘machines’ maar groeien.
Een mens zou zich voor minder machteloos voelen.

En toch zijn we niet machteloos.

De dubbele machtsontplooiing waar we vandaag getuige van zijn, heeft zijn wortels in het verre verleden. De ‘onderwereld’ die vandaag aan de oppervlakte komt, ontstond ooit in de geest van de mens.
De fysieke terroristische strijd die langzaam maar zeker de hele wereld in zijn greep krijgt, was ooit een geestelijke strijd.
En dat is precies waar we als mens kunnen optreden: in de geest.
We kunnen het terrorisme terugvoeren tot zijn geestelijke oorsprong.
We kunnen de hedendaagse terreur zien als een beeld van een welbepaalde geest.
En die geest kunnen we in onszelf bestrijden, want daar is het dat hij leeft.
Dat is de tegelijk beklemmende én verlossende waarheid: de geest van de terreur leeft in ieder van ons.
We hebben er allemaal deel aan en dat des te meer naarmate we intelligenter, beschaafder en ontwikkelder zijn – of dat althans denken te zijn.
We kunnen hem allemaal bestrijden.
Ieder kan op zijn manier, in zijn eigen leven de strijd aanbinden met deze onderwereldgeest, en als we dat even massaal doen als we op straat zijn gekomen na de aanslag op Charlie, dan heeft deze geest geen kans, ja dan zal hij juist onze grootste bondgenoot worden in het creëren van een nieuwe wereld waarin Alle Menschen Brüder worden.
Dat is de keerzijde van deze toch wel zeer duistere medaille.

(Wordt vervolgd)

Advertenties