Nazisme toen en nu

door lievendebrouwere

Na 75 jaar valt het nog altijd nauwelijks te begrijpen hoe een beschaafd en ontwikkeld land als Duitsland ten prooi kon vallen aan de waanzin van het nazisme.
Maar daar komt nu stilaan verandering in.
De vraag hoe een kleine groep fanatici op zo korte tijd zoveel mensen in zijn ban kon krijgen, wordt stap voor stap beantwoord, want we zien het (opnieuw) voor onze ogen gebeuren.
Tenminste wanneer we zelf niet reeds in de ban zijn van de fanatici …
We worden namelijk dag in dag uit gebombardeerd met propaganda: in de politiek, in de media, in het onderwijs, in de kerken en moskeeën, overal.
Na de aanslag in Parijs werd het even stil, maar onmiddellijk kwam de propagandamachine weer op gang: deze aanslag had niets te maken met de islam, de islam vormt geen bedreiging, de islam staat voor vrede, de islam is thuis in Europa, de islam is een verrijking, enzovoort.
Deutschland über Alles‘ riepen de Duitse fanatici.
Vandaag lijken de fanatici te roepen: ‘Islam boven Alles’.

In Duitsland werd met de propaganda één bepaalde bevolkingsgroep geviseerd: de joden.
Zij werden tot zondebok gemaakt en overladen met alle zonden Israëls.
Vandaag gebeurt precies hetzelfde, alleen is het dit keer niet het semitische maar het arische ras dat tot zondebok wordt gemaakt: de blanke man is de oorzaak van alle kwaad.
De zaken worden dus gewoon omgekeerd.
Die omkering is een duivelse zet, want iedereen voelt dat dezelfde praktijken, dezelfde mechanismen, dezelfde geest uit de jaren ’30 van de vorige eeuw terugkeren, maar in plaats dat het ons tot bezinning brengt en een eind maakt aan de propaganda en de demonisering, wordt het hele proces nog versneld.
Hoe luider we roepen dat de jaren ’30 terugkeren en dat de nazi’s weer onder ons zijn, des te meer raken we in de greep van het fanatisme, want we richten onze pijlen op de verkeerde vijand.
Het propaganda-apparaat wordt bediend door politici, journalisten, academici, schrijvers, kunstenaars, dat wil zeggen door de intelligentsia, het ‘hoofd’ van de bevolking.
Hun propaganda maakt de laagste driften en angsten wakker in de ‘buik’ van de bevolking.
Door de (autochtone) bevolking voortdurend te beschuldigen van racisme wordt die bevolking ook racistisch, en ontstaat er een vicieuze cirkel waarbij hoofd en buik elkaar in de extremen jagen en ten slotte niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Het grote slachtoffer van deze vicieuze cirkel is het ‘hart’, het menselijke ‘midden’ dat probeert beide tegenpolen in evenwicht te houden.
Hoe mooi dat evenwicht kan zijn, zagen we tijdens de grote betoging in Parijs, waar miljoenen mensen op straat kwamen, enerzijds om de vrijheid van meningsuiting (in het hoofd) te verdedigen, anderzijds om ‘neen’ te zeggen tegen het terroristisch geweld (vanuit de buik), maar vooral om simpelweg te zeggen: ik ben er.
Je suis Charlie.
Het was dat kinderlijk onschuldige hart – waar Alle Menschen Brüder zijn – dat getroffen werd door twee brutale aanslagen: één vanuit de buik (het terrorisme) en één vanuit het hoofd (het aan banden leggen van de vrijheid van meningsuiting).
En het hart reageerde rustig, zonder schuldigen aan te wijzen of straffen te eisen.
Dat kwam ook tot uiting in de nieuwe cover van Charlie Hebdo: enerzijds bleef het trouw aan zichzelf (het deed geen stap terug) en anderzijds vergaf het zijn vijanden.
Dat is het beeld dat we voor ogen moeten houden: het menselijk hart dat belaagd wordt door hoofd en buik, en dat in de war wordt gebracht door het (omkerings)spel dat ze spelen.

In Verviers zijn onlangs enkele terroristen doodgeschoten die van plan waren een Belangrijke Belg te onthoofden.
Men kan zich voorstellen wat een pandemonium dat veroorzaakt zou hebben: een live-onthoofding, dit keer niet ergens in de woestijn in Syrië, maar in het hartje van Europa.
Het is dus een goede zaak dat dit verijdeld is.
Maar we moeten ons afvragen hoe het zover is kunnen komen.
We moeten ons zelfs afvragen of de aanslag in België verijdeld zou zijn, als niet eerst de aanslag in Parijs iedereen wakker had geschud.
Want dat is wat we tot nog toe gedaan hebben: we hebben geslapen.
We hebben jarenlang toegezien hoe zich terroristische cellen ontwikkelden in ons land en we hebben er niets aan gedaan.
Waarom niet?
Omdat we in slaap werden gewiegd door de niet aflatende propaganda die ons vertelde dat het om arme jongens ging die het slachtoffer waren van racisme en discriminatie, en dat het racistisch en discriminerend zou zijn om ze (opnieuw) hard aan te pakken.

Moslimjongeren gaan in Syrië vechten en krijgen daar de smaak van het moorden te pakken.
Daarna komen ze terug en worden weer ‘geïntegreerd in de samenleving’.
Het is alsof lichaamscellen zich afzonderen, uitgroeien tot kankercellen en vervolgens weer in het lichaam opgenomen worden.
En dat gebeurt niet omdat we zo dom zijn, het gebeurt omdat de propaganda ons verdooft.
Die propaganda maakt ons wijs dat we racistisch zijn en dat we het niet nog erger moeten maken door de slachtoffers van ons racisme de schuld te geven.
Door geradicaliseerde moslimjongeren te arresteren, zo wordt ons voorgehouden, keren we de zaken om.
We zouden eigenlijk onszelf moeten arresteren, want wij zijn er de oorzaak van dat die jongeren radicaliseren.
En dus wordt er een Belgisch compromis gesloten: we arresteren onszelf niet, maar we arresteren ook de radicale jongeren niet.
Gevolg: de kankercellen kunnen zich ongestoord vermenigvuldigen en uitzaaien in het Belgische lichaam.

Het heeft geen zin deze symptomen – de terreurcellen – aan te pakken als we niet tegelijk ook de oorzaak van de ziekte wegnemen.
En die ligt in dat gigantische propaganda-apparaat dat ons nu al tientallen jaren iedere dag bestookt met die ene grote beschuldiging die in ontelbare variaties wordt herhaald: wij zijn racisten!
De blanke Europeaan of Westerling is een racist: ziedaar de bron van alle kwaad.
We horen die mantram nu al zolang dat we niet beter weten of hij is waar.
Zouden al die verstandige en geleerde mensen dat voortdurend blijven herhalen als het niet waar was?
Zo moet het ook gegaan zijn in Duitsland.
Hoelang hebben de Duitsers niet moeten horen dat de joden de schuld waren van de ellende waarin ze zich bevonden?
Ten slotte geloofden ze het, ze raakten er zo diep van overtuigd dat ze zich niet verzetten tegen de onmenselijke manier waarop de joden door de nazi’s werden behandeld.

Dat stadium hebben we nu reeds bereikt.
Zangers en kunstenaars, schrijvers en academici, politici en journalisten, leraars en leerlingen: ze kunnen ongestoord blijven beweren dat ‘we’ racistisch zijn, en we verzetten ons daar niet meer tegen.
We verzetten ons ook niet als we behandeld worden als halve misdadigers die er voortdurend op uit zijn om de moslims dom te houden, om ze in de armoede te drijven, om ze te broodroven, om ze uit de gemeenschap te stoten.
We laten ons dan ook gedwee opsluiten achter een ‘cordon sanitaire’ dat nog net niet met prikkeldraad wordt gemarkeerd, en dat nog net niet de Untermenschen scheidt van de Ubermenschen.
We zijn reeds zodanig gehersenspoeld dat we de gelijkenis met nazi-Duitsland niet meer zien.
En net als de Duitsers zullen we achteraf zeggen: wir haben es nicht gewusst!
Inderdaad, in ons hoofd weten we het niet.
Diep in ons hart daarentegen weten we het wel, maar dat hart heeft geen stem.
Van zodra het zijn mond opendoet, wordt het door het hoofd uitgescholden voor het vuil van de straat.
Het moet voor de Duitsers net hetzelfde zijn geweest: wie een opmerking durfde maken over de manier waarop de joden werden behandeld, werd uitgescholden voor jodenvriend of volksverrader.
Aanvankelijk alleen door de nazi’s, maar later ook door leraars, vrienden en familieleden.
Want die wilden geen last met de nazi’s: hou verdomme je mond, straks delen we in de klappen!
En nog later sloeg de angst voor het brutale optreden van de nazi’s om in agressie: de Duitsers gingen net hetzelfde doen als de nazi’s, ze werden nazi’s.

Hetzelfde mechanisme is ook vandaag weer werkzaam.
Wie het waagt om tegen de politiek correcte propaganda in te gaan en te zeggen dat niet de Europeanen maar de moslims racisten zijn (als er dan toch van racisme moet gesproken worden), wordt verontwaardigd terechtgewezen.
Hoe kun je nu zoiets beweren!
Hoe kun je de zaken zo omdraaien!
Schandalig!
Hoe meer de propaganda aanslaat, des te meer versmelt ze met de agressie van de moslims.
Hoe talrijker de ‘verontwaardigden’ worden des te meer gaan ze zich solidair voelen met de moslims.
Net zoals de Duitsers zich destijds solidair voelden met de nazi’s.
En zo kan het gebeuren dat woekerende terroristische cellen niet alleen ongemoeid worden gelaten maar zelfs gevoed worden als waren het koekoeksjongen.
We zien het verschil niet meer tussen goedaardige en kwaadaardige cellen.

Dat is uiteindelijk waar de propaganda van de intelligentsia toe leidt: tot onze onbewuste steun aan het moslimterrorisme.
En uiteraard heeft het geen zin dat terrorisme te bestrijden als we het tegelijk steunen.
Dat maakt ons alleen zwakker en zwakker, tot we uiteindelijk zelf onze toevlucht in terreur zullen gaan zoeken.
De cirkel zal dan rond zijn, want ook geradicaliseerde moslimjongeren zoeken hun toevlucht in geweld vanuit hun machteloosheid, vanuit hun gevoel steeds zwakker en zwakker te worden tot ze zichzelf uit schaamte niet meer in de spiegel durven bekijken.
Ook zij zijn het slachtoffer van propaganda, en merkwaardig genoeg is de inhoud van de moslimpropaganda precies dezelfde als die van de Westerse propaganda: het is de heilige overtuiging dat blanken racisten zijn en derhalve de oorzaak van alle ellende.
Als we dus de radicalisering van zowel moslims als blanken willen tegengaan, moeten we die overtuiging bestrijden, want ze is allesbehalve heilig, ze is duivels.

Als ik met mensen spreek die deze overtuiging delen en die beweren dat het allemaal de schuld is van ‘ons’ racisme, dan vraag ik hen: maar waarom stop je er dan niet mee?
Waarmee?
Wel, met je racisme.
Maar ik ben helemaal geen racist!
Hoezo? Je zei daarnet toch dat het de schuld was van ons racisme?
Ja, maar ik bedoelde natuurlijk …
Natuurlijk bedoelde hij de anderen, het zijn altijd de anderen.
Niemand zal van zichzelf zeggen dat hij een racist is, en toch is iedereen ervan overtuigd dat ons land vergeven is van de racisten, ja dat er geen racistischer land bestaat dan België.
Op die manier wordt een bevolking verdeeld in twee schijngroepen: racisten en antiracisten.
De geweldige emotionele lading van het woord ‘racisme’ maakt van dat onderscheid een onderscheid tussen goede en slechte mensen, waarbij het de morele plicht van de goede mensen is om de slechte met alle mogelijke middelen te bestrijden.
Zo worden in ons land – dat net als Duitsland destijds doorgaat voor beschaafd en ontwikkeld – de kiemen gezaaid van een burgeroorlog.
En dat allemaal op grond van de heilige overtuiging dat ‘we’ racisten zijn.

Is dat zo?
Zijn moderne blanken werkelijk onverbeterlijke racisten?
Want ondanks de niet aflatende inspanningen van een kleine elite van ‘goede’ blanken blijft de grote meerderheid van ‘slechte’ blanken hardnekkig moslims discrimineren.
Het blanke racisme lijkt dus inderdaad een raskenmerk te zijn, een onuitroeibare natuur.
De racisten dezer wereld zijn de blanken, daar zijn zowel de goede blanken als de moslims heilig van overtuigd.
Die overtuiging is de kern van hun beider propaganda.
Die overtuiging ligt ook aan de basis van het terrorisme.
En dat is niet slechts een redenering, het is iets waarvan we de waarheid rechtstreeks kunnen voelen: zonder racisme zou er geen terrorisme zijn.
We kunnen ons vandaag dus nauwelijks een belangrijker vraag stellen.

Is het blanke ras racistisch?
Is België het meest racistische land van Europa?
Zijn de Vlamingen het meest racistische volk ter wereld?
Zijn de rechtse Vlamingen de erfgenamen van de nazi’s?
Staat aan hun hoofd de reïncarnatie van Hitler?
Is Bart De Wever de slechtste mens ter wereld?
Hoe belachelijk en grotesk die vragen ook klinken, ze worden door heel veel mensen bevestigend beantwoord.
Bart De Wever is (net als Pim Fortuyn destijds) een beheerste, beschaafde man met veel gevoel voor humor, maar toch wordt hij keer op keer vergeleken met Hitler.
In Franstalige kranten verschijnen cartoons waarop hij wordt afgebeeld aan de rand van een massagraf uit de 2de wereldoorlog.
Deze demonisering van Bart De Wever en de ‘slechte’ Vlamingen is nu al jaren aan de gang en ze gaat onverminderd door.
Er wordt nauwelijks tegen geprotesteerd, integendeel.
Het is in ons land een teken van rechtzinnigheid (sic) om met die demonisering in te stemmen.
Ook hier weer: dezelfde toestanden als in nazi-Duitsland, met dat verschil dat de ‘joden’ van dienst dit keer nazi’s worden genoemd.

Als we willen verhinderen dat deze situatie – die trouwens exemplarisch is – escaleert en leidt tot een herhaling van wat 75 jaar geleden is gebeurd, dan moeten we een antwoord vinden op de cruciale vraag: is de blanke man een racist?
Als dat inderdaad zo is, dan moeten we dat eindelijk toegeven en er ons ook naar gedragen, anders zal het moslimterrorisme (dat een reactie is op dat racisme) alleen maar blijven toenemen.
Komen we daarentegen tot de conclusie dat we géén racisten zijn, dan moeten we ons verzetten tegen de propaganda en er een eind aan maken voor er oorlog van komt.
We moeten hoe dan ook iets doen.
En wat we moeten doen hangt af van het antwoord op die ene vraag.

We hebben dus geen keuze, we moeten voor de spiegel gaan staan en de vraag stellen: spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de grootste racist in het land?
Zijn wij Vlamingen – en bij uitbreiding: wij blanken – dat?
Zijn wij kwaadaardige racisten, die ervoor zorgen dat goedaardige moslims zodanig onderdrukt en gediscrimineerd worden dat ze geen ander verweer meer hebben dan te grijpen naar het wapen van de terreur?
Zijn wij de met andere woorden de nazi’s van onze tijd en zijn de moslims de moderne joden?

Of is het omgekeerd?

Zo’n vraagstelling wekt natuurlijk weerstand, zo niet verontwaardiging.
Kunnen we alsjeblieft een beetje ernstig blijven? Dit is geen spelletje!
Maar dat is het nu net: het is wél een spelletje.
Er wordt een duivels geraffineerd omkeringsspelletje gespeeld.

Als we de situatie nuchter en rationeel benaderen zoals ik het hierboven geprobeerd heb, dan komen we tot die inderdaad kinderachtige vraagstelling.
De wereld wordt verdeeld in nazi’s en joden – lees: blanken en moslims – en we moeten partij te kiezen.
Met de herinnering aan nazi-Duitsland nog in het geheugen, waagt niemand het natuurlijk om voor de (moderne) nazi’s te kiezen.
En dus kiezen we voor de moslims.
Maar daardoor voeden we een koekoeksjong dat één voor één onze eigen jongen – lees: onze eigen waarden – overboord werpt.
Met lede ogen zien we toe hoe onze (christelijke) beschaving stap voor stap geïslamiseerd wordt en we kunnen er niets aan doen, want we werken eraan mee.
Zonder dat we het beseffen, breken we zelf onze vrije samenleving af.
En we doen dat omdat we niet weten welk spelletje met ons gespeeld wordt.

Dat wordt duidelijk wanneer we kijken naar de Grote Vraag: zijn wij racisten?
Die vraag is namelijk … racistisch.
We mogen geen karaktereigenschappen verbinden met uiterlijke raskenmerken.
We mogen de eigenschap ‘racisme’ niet verbinden met het kenmerk ‘blank’.
Juist dàt maakt van ons racisten, en het creëert op zijn beurt terroristen.
Zo laten we ons wijsmaken.
We worden er dus van beschuldigd racistisch te zijn – en terrorisme te veroorzaken – door mensen die zelf racistisch zijn, want ze verbinden ‘racisme’ als vanzelfsprekend met ‘blank’.
Een blanke die een niet-blanke beschuldigt van racisme wordt weggehoond: kom zeg, iedereen weet toch dat de blanken de racisten zijn!

Maar hoe weten we dat dan?

Doordat we de propaganda geloven die voortdurend over ons wordt uitgestort.
Waarom wist iedere Duitser 75 jaar geleden dat de joden de schuld waren van alles?
Omdat hij de propaganda van de nazi’s geloofde.
En waarom geloofde hij die propaganda?
Om dezelfde reden waarom wij de politiek correcte propaganda vandaag geloven
Omdat we er niet bij nadenken.
Omdat we ons in slaap laten wiegen.
Onze blik wordt telkens weer gericht op het blanke racisme van nazi-Duitsland.
En telkens weer zijn we verbijsterd.
Ons verstand staat stil.
We kunnen niet meer denken.
Die stilstand moeten we doorbreken.
We moeten weer beginnen nadenken.

Advertenties