Moslimterrorisme en Hedendaagse kunst

door lievendebrouwere

Toen Luc Tuymans door Katrijn Van Giel werd aangeklaagd wegens plagiaat had hij, juridisch gezien, maar één verweer: verklaren dat zijn schilderij een parodie was op de foto.
Belachelijk natuurlijk, want het kleinste kind kon zien dat hij die foto gewoon gekopieerd had.
De rechter oordeelde dan ook dat er van parodie geen sprake kon zijn.
Daar konden de kunstliefhebbers niet om lachen, want hoe moest dat nu met de artistieke vrijheid?
Er zijn tal van beroemde kunstenaars die foto’s gebruikt, en soms zelfs verwerkt hebben in hun schilderijen.
Mag dat nu allemaal niet meer?
Moeten al die kunstenaars nu copyright gaan betalen?
Kan iedereen die meent een van zijn foto’s te herkennen in een kunstwerk nu klacht indienen?
Dat zijn terechte vragen.
Het hele copyright-systeem leidt tot absurditeiten.
Zo zijn er al landschappen die alleen nog tegen betaling mogen gefotografeerd of geschilderd worden.
Straks komt de stad Brugge nog op het idee om copyright te eisen voor haar bezienswaardigheden.
Men kan zich voorstellen wat voor toestanden dan zouden ontstaan!

Nee, de kunstliefhebbers hebben gelijk om te protesteren tegen dit vonnis.
Maar ze gebruiken daarbij de verkeerde redenen.
Ze maken zich zelfs belachelijk met die redenen.
Want wat zeggen ze?
Joost Zwagerman zegt: het schilderij is helemáál geen parodie!
The Guardian zegt: natúúrlijk is het een parodie!
Ze spreken elkaar dus faliekant tegen.
Maar dat is niet het enige.
De rechter oordeelde dat het schilderij van Tuymans noch grappig noch provocerend (en dus geen parodie) was.
Maar, zegt The Guardian, hoe kun je nu de wil om te provoceren en te amuseren bewijzen!
Dat kun je inderdaad niet, maar dat dééd de rechter ook niet.
Hij oordeelde over het schilderij, niet over (de wil van) de schilder.
Hoe komt het dat The Guardian dat verschil niet zag?

Met die vraag raken we aan de achillespees van de hele Hedendaagse kunst.
Want in die kunst gaat het NOOIT over het kunstwerk en ALTIJD over de kunstenaar en zijn bedoelingen.
Luc Tuymans kan niet half zo goed schilderen als Michaël Borremans en toch geldt hij als de grootste van de twee.
Zijn beroemdheid berust dan ook niet op de kwaliteit van zijn werk, ze berust op de kwaliteit van zijn bedoelingen en motieven.
Die bedoelingen en motieven vallen niet af te lezen aan het werk.
Ze vallen alleen af te lezen aan de kunstenaar, aan wat hij erover vertelt.
Daarom voert The Guardian ook als argument aan dat Tuymans zelf gezegd heeft dat zijn schilderij een parodie is.
En hier worden de zaken alweer belachelijk.
Tuymans heeft nog nooit gezegd dat hij parodieën maakt.
Alleen nu, in dit geval, beweert hij een parodie gemaakt te hebben.
Het is duidelijk WAAROM hij dat zegt: omdat het hem anders veel geld gaat kosten.
Met de aard van zijn schilderij heeft het niks te maken, dat begrijpt het kleinste kind.
Tuymans zegt het alleen uit eigenbelang.

Dat zegt natuurlijk iets over het morele niveau van Luc Tuymans.
Maar het zegt ook iets over de hedendaagse kunst in het algemeen.
Als kunstenaars pispotten, uitwerpselen, conservenblikken, bananenschillen en ander afval tentoonstellen, dan vertellen ze daar omstandig bij waarom ze dat doen en wat hun bedoeling is.
Hun uitleg (of die van gespecialiseerde uitleggers) geldt als bewijs van het kunstzinnige karakter van hun werk.
Vandaag is in de kunstwereld Marcel Duchamps adagium van kracht: ‘dit is kunst omdat ik het zeg!’
De kunstzinnige kwaliteiten worden niet langer gezocht in het kunstwerk maar in (de wil van) de kunstenaar.
Dat is een fundamentele ‘paradigma-shift’: in de klassieke kunst werd geoordeeld over het kunstwerk (is het goed gemaakt?), in de Hedendaagse kunst wordt geoordeeld over de kunstenaar (heeft hij goede bedoelingen?).
We baseren ons dus niet meer op het artistieke niveau van het kunstwerk maar op het morele niveau van de kunstenaar (of van de kunstuitlegger).
Als hij zegt dat iets kunst is, dan IS het ook kunst.
Als Luc Tuymans zegt dat zijn schilderij een parodie is, dan IS het ook een parodie.

De uitspraak in deze plagiaatkwestie heeft dus een ‘clash of civilisations’ veroorzaakt: de rechter (als vertegenwoordiger van de ‘gewone’ wereld) oordeelde over het schilderij terwijl de kunstwereld oordeelde over de kunstenaar.
In feite stond daardoor niet alleen Luc Tuymans in zijn hemd, maar de hele Hedendaagse kunst.
Want waarom zou Tuymans een uitzondering zijn?
Waarom zou hij zijn uitleg baseren op eigenbelang en geldgewin en zijn collega’s niet?
Waarom zouden we al die ‘hedendaagse’ kunstenaars op hun woord geloven?
That is the question.
Ze doen nu al bijna 100 jaar hun uiterste best om ons te choqueren door ons de meest weerzinwekkende dingen als kunst voor te stellen, en toch geloven we hen op hun woord als ze zeggen dat al die rotzooi ‘de kunst van onze tijd is’.
Geen moment komt het in ons op te twijfelen aan hun morele niveau, want … ze spreken in naam van de kunst.

Het doet onwillekeurig denken aan de moslimfundamentalisten die ons nu al tientallen jaren teisteren met hun grote en kleine terreurdaden.
We treden daar nauwelijks tegen op want … ze handelen in naam van de islam, de godsdienst van liefde en vrede.
Net als Hedendaagse kunstenaars verschaffen deze terroristen ook uitleg bij hun performances.
Hun aanslagen zijn, zeggen ze, onvermijdelijke reacties op wat wij de moslims aandoen.
Zelf kunnen de moslims er niets aan doen, het is allemaal onze schuld.
Wij zijn in feite de terroristen, zij zijn alleen maar slachtoffers.
De moslimterroristen keren de zaken dus gewoon om.
Zoals Hedendaagse kunstenaars afval als kunst voorstellen, zo stellen zij terreur voor als een heilige daad.

Onze houding tegenover de Hedendaagse kunst is dus dezelfde als onze houding tegenover het moslimterrorisme.
We kijken niet naar de daden, we kijken alleen naar (de bedoelingen van) de daders.
En we geloven die daders op hun woord.
De islam zaait al dood en geweld sinds zijn ontstaan, hij vernietigt beschavingen, hij veroorzaakt geestelijke en materiële armoede, hij liegt dat het gedrukt staat en trekt zich van de waarheid niets aan, en toch verovert deze ‘godsdienst’ de wereld en wordt hem overal de hand boven het hoofd gehouden als was hij iets waar we diepe eerbied moeten voor opbrengen.
Het is precies hetzelfde verhaal als de Hedendaagse kunst.
Sinds haar ontstaan doet ze alles geweld aan wat we mooi vinden, ze vernietigt de hele klassieke kunst, ze veroorzaakt een schrijnende geestelijke armoede, ze roept om het even wat tot kunst uit om het een jaar later weer de grond in te boren, ze maakt het rationele denken belachelijk en trekt zich van de logica niets aan, en toch verovert deze ‘kunst’ de wereld en gaan alle deuren (tot zelfs die van het Goetheanum) voor haar open als was ze het goddelijke werk van de wedergekomen Christus zelf.

Hoe is zoiets mogelijk?

Zou er vandaag eigenlijk wel een belangrijker vraag bestaan?
Want wat we vandaag overal zien gebeuren, is dat het kwade voorgesteld wordt als het goede.
En het gaat bepaald niet om kattekwaad, het gaat om het grootste kwaad dat de wereld ooit gekend heeft, want in de extremistische islam leeft de geest van het nazisme en het communisme verder.
En uitgerekend die uiterst kwaadaardige geest wordt vol ontzag, eerbied en zelfs enthousiasme begroet, als was hij het heil der wereld.
Op het Keerpunt der Tijden vindt er dus een onwaarschijnlijke morele omkering plaats: het kwade wordt als goed gezien, het goede als kwaad.
De moderne mens heeft als het ware een morele slag van de molen gekregen: hij ziet alles omgekeerd.
En hij is zich daar niet van bewust.
Met name de meest ontwikkelde en vooruitstrevende mensen – de intelligentsia – begroeten Ahriman enthousiast.
Jan-met-de-Pet is heel wat minder enthousiast.
Hij bekijkt zowel de islam als de Hedendaagse kunst met groot wantrouwen.
Zijn morele vermogens zijn nog min of meer intact.
Maar ze hebben geen stem.
Ze worden het zwijgen opgelegd door het intellectuele geweld van de ‘uitleggers’.

We moeten onze morele vermogens dus versterken.
Alleen al om ons bewust te worden van de morele omkering die vandaag aan de gang is, moeten we een morele inspanning leveren.
En die inspanning komt neer op een keuze: we moeten kiezen tussen onze ‘oude’ moraliteit en de ‘nieuwe’ moraliteit (die de oude op zijn kop zet).
Wat die keuze zo moeilijk maakt, is de enorme verwarring die veroorzaakt wordt door onze intellectuele benadering van de werkelijkheid, een benadering die ontaardt in een eindeloze ‘nuancering’ en ‘relativering’.
Door middel van die nuancering en relativering zijn de politiek correcte intellectuelen er bijvoorbeeld in geslaagd om de aanslag op Charlie Hebdo om te keren tot een aanslag op de islam.
Zo stond het letterlijk te lezen in de media.
Meer dan veertien dagen hadden ze er niet voor nodig om de zaak helemaal op zijn kop te zetten.
En niemand vond nog de kracht om daartegenin te gaan, want de aanvankelijke gevoelseenheid was alweer versplinterd tot een eindeloze intellectuele verwarring.

Deze intellectuele verwarring gaat gepaard met diepe, onbewuste angstgevoelens die te pas en te onpas uitbarsten in hevige emoties (van vooral verontwaardiging).
Niemand ontsnapt daaraan, want we leven steeds meer in een sfeer van fysieke dreiging.
Onze (oude) moraliteit is al zodanig verzwakt dat niemand nog wil sterven voor de goede zaak.
Daarom is de treffende gelijkenis tussen de extremistische islam en de Hedendaagse kunst zo belangrijk, want zij biedt ons de mogelijkheid om ons bewust te worden van de morele omkering die vandaag aan de gang is zonder ons fysiek bedreigd te voelen.
Niemand zal met een aanslag dreigen als we ons vragen beginnen stellen over het blinde geloof in Luc Tuymans en de Hedendaagse kunst.
Maar we zullen wél geconfronteerd worden met dezelfde terroristische geest.
En we zullen verbaasd vaststellen dat we die geest allemaal kennen.

Advertenties