Rood of dood! (2)

door lievendebrouwere

Was het spandoek dat gisteren op de tribune van voetbalclub Standard prijkte ongepast?
Natuurlijk.
Het was namelijk veel te groot.
En daarmee is eigenlijk alles gezegd.
Het was overdreven, het was een karikatuur van een spandoek.
And so what!
Mogen we dan misschien niet meer lachen?
Mogen we geen karikaturen meer maken?
En waarom dan wel niet?
Omdat mensen zich gekwetst kunnen voelen?
Wel, er was er gisteren maar één die zich gekwetst kon voelen en dat was Steven De Four.
Op een foto is echter te zien dat hij het best een goede grap vond.
Misschien was hij wel een beetje ontroerd toen hij zag hoeveel hij voor de Standard-supporters betekende.
Als ik in zijn plaats was geweest, zou ik moslimsgewijs zijn neergeknield om mij te onderwerpen aan hun Godsoordeel.
Dat hoort allemaal bij het spel.
En zolang iedereen beseft dat het een spel is, is er niks aan de hand.

Maar blijkbaar is de sportwereld vandaag vergeven van mensen die vinden dat voetbal geen spel is maar dodelijke ernst.
Eén keer raden waar die mensen te vinden zijn: aan de kant van het geld.
Sportjournalisten bijvoorbeeld.
Die schrijven niet uit liefde voor het voetbalspel, ze schrijven omdat ze er hun brood mee verdienen.
En dat is géén spel.
Daarom zijn ze zo ernstig, daarom blazen ze het spelletje op tot een vorm van oorlog.
Want daar valt geld mee te verdienen.
Natuurlijk zijn de journalisten niet de enige schuldigen.
Er zijn véél mensen die geld verdienen met voetbal.
Eigenlijk is het hele spel in handen van ‘het geld’ geraakt.
De voetballers zelf zijn koopwaar geworden.
Dat was trouwens de reden van dat veelbesproken spandoek: De Four was verkocht aan Anderlecht.
Het feit dat hij niet langer voor Standard speelde, had in de eerste plaats te maken met geld.
Het was business, het was zakelijk.
En dat pikten de supporters niet.
Where is the love? riepen zij.
Zij voelden zich bedrogen.
Ze dachten dat De Four een minnaar was en nu bleek hij het voor het geld gedaan te hebben.
Steven De Hoer stond er elders in het stadion te lezen.

In feite was het spandoek een protest, niet alleen tegen de geldzucht van Steven De Four maar tegen de hele commercialisering (en daardoor ook brutalisering) van de voetbalsport.
Het was een uitdrukking van onmacht.
Is het hele terrorisme daar trouwens geen uitdrukking van?
En toont het beeld van het afgehakte hoofd niet waartegen de terroristen zich verzetten?
De hele wereld zit in de ijzeren greep van een bloedeloos ‘hoofd’ dat alleen maar cijfert en rekent.
Alles wordt herleid tot cijfers en geldbedragen.
En in die kille, harde wereld grijpen mensen in hun onmacht naar het vuur van geweld om nog een beetje warmte voelen.
In die zin was ook de slogan op het De-Fourspandoek veelzeggend: rood of dood!
Ofwel de hitte van het rode bloed ofwel de kilte van het dode hoofd.
Dat is de enige keuze die men vandaag nog ziet, aan beide zijden.
Want hoe reageerde het ‘hoofd’?
Met begrip? Met verzoenende woorden?
Wel integendeel.
Het verklaarde meteen de oorlog aan dit ‘terrorisme’.
De supporters zullen zwaar moeten boeten, niet omdat ze iets verschrikkelijks hebben gedaan, maar omdat ze het gewaagd hebben zich te verzetten tegen de ijzeren greep van Het Hoofd.
En iedereen die vandaag olie op het vuur giet, heeft boter op zijn … hoofd.

Advertenties