De moslim in onszelf

door lievendebrouwere

In een vorig bericht heb ik een parallel getrokken tussen het moslimterrorisme en de Hedendaagse kunst.
Veel mensen zullen dat waarschijnlijk de meest van de pot gerukte vergelijking van het jaar vinden, een absurd idee dat alleen maar afkomstig kan zijn uit het brein van een overjaarse hasjkikker.
Maar met dat soort emo-taal schieten we niet veel op.
In verwarde tijden als de onze komt het er juist op aan het hoofd koel te houden.
En dat blijkt bijzonder moeilijk te zijn.
Ten aanzien van het moslimterrorisme lukt het ons alvast niet en dat is ook begrijpelijk: onze fysieke veiligheid is in het gedrang.
Ten aanzien van de kunst, die helemaal geen fysieke bedreiging vormt, lukt het ons veel beter.

Althans, zo lijkt het.

Er wordt vandaag inderdaad zeer rationeel nagedacht over kunst.
Met name het discours over Hedendaagse kunst lijkt een schoolvoorbeeld te zijn van hoe we een vreemde en agressieve cultuur kunnen benaderen en integreren.
Want dat is toch wat Hedendaagse kunst is: een vreemde en agressieve cultuur?
Wie echter de moeite neemt om al die nuchtere uiteenzettingen eens grondig na te lezen en door te denken, komt tot de conclusie dat de kern ervan allesbehalve nuchter is.
Hij is juist volkomen irrationeel en emotioneel.
Het intellectualistische jargon waarin onze beschouwingen over kunst verpakt zijn, is niets anders dan een afleidingsmanoeuvre.
Onder hun wetenschappelijke uiterlijk verbergt zich een kern die in wezen religieus is.
We geloven in de Hedendaagse kunst zoals moslims geloven in hun Profeet: zonder er ons vragen bij te stellen.

Ik herinner me nog dat ik 25 jaar geleden ging luisteren naar een voordracht van Willem Elias.
Professor Elias is een van onze meest vooraanstaande kunsttheoretici en een man die in staat is door te dringen tot de kern van de zaak.
Die kern verwoordde hij als volgt.
Kunst, zei hij, is datgene wat gemaakt wordt door iemand die van zichzelf zegt dat hij een kunstenaar is.
Ik dacht eerst dat Willem Elias de draak stak met het postmoderne discours over kunst en dat zijn woorden dus een parodie waren.
Maar niets was minder waar: de man was bloedernstig.
Later begreep ik dat zijn definitie van kunst niets anders was dan een variatie op het thema van Marcel Duchamp: ‘dit is kunst omdat ik het zeg!’
Dat is inderdaad de kern van onze hedendaagse visie op kunst: iemand zegt dat iets kunst is en wij geloven dat.
Hoe blind dat geloof is, kunnen we aflezen aan de ‘hedendaagse’ kunstwerken: men kan het zo gek niet bedenken of het staat in een museum.
Wij geloven degene die zichzelf ‘kunstenaar’ noemt, zoals moslims degene geloven die zichzelf ‘profeet’ noemt.
Als het om kunst gaat, gedragen we ons allemaal als moslims.

Nu wordt in verband met moslimterrorisme telkens weer gezegd dat het niks te maken heeft met de islam, dat het gaat om enkelingen, dat de doorsnee moslim geen uitstaans heeft met het fanatisme van die extremisten.
Op het eerste gezicht is dat ook in de kunst het geval.
Het is maar een kleine minderheid die gelooft in de profeten van de Hedendaagse kunst.
De grote meerderheid van de bevolking vindt het onzin om afval en uitwerpselen tot kunst uit te roepen.
Zoals het onterecht is om alle moslims met de vinger te wijzen omdat een kleine fanatieke groep terreur zaait, zo is het ook onterecht om de gemiddelde Europese burger verantwoordelijk te stellen voor de uitspattingen van de Hedendaagse kunst.
Er is geen enkel verband tussen de artistieke beleving van deze elite en de artistieke beleving van de doorsnee burger, evenmin als er een verband is tussen de religieuze beleving van de terrorist en de religieuze beleving van de doorsnee moslim.

Althans, zo lijkt het.

De werkelijkheid toont ons iets heel anders.
Het was opvallend hoe weinig moslims er aanwezig waren op de grote betogingen in Parijs.
Vrijwel geen enkele moslim wilde gezien worden met het bordje ‘Je suis Charlie‘.
Toen er in het Franse onderwijs een minuut stilte werd in acht genomen uit solidariteit met de slachtoffers van de aanslag, bleken de meeste moslimleerlingen daar niet te willen aan deelnemen.
Ze vonden dat de terroristen gelijk hadden: je kunt de Profeet niet zomaar laten beledigen!
Er leefde onder de moslimbevolking dus heel wat sympathie en begrip voor de terroristen.
Men besefte wel dat het niet het moment was om uiting te geven aan die sympathie, maar het omgekeerde doen en sympathie betonen met de slachtoffers, met Charlie Hebdo, met de vrije meningsuiting?
Nee, dat in geen geval!

In de kunstwereld is het niet anders.
De meeste mensen zullen nooit openlijk hun steun betuigen aan de ‘terroristische’ beelden van de Hedendaagse kunst, maar als men raakt aan het geloof waarop deze beelden berusten, dan reageren ze net als moslims: gekwetst, verontwaardigd, woedend.
Het probleem is dat er nooit geraakt wordt aan dat geloof.
Er is al bijna een halve eeuw geen spoor van kritiek meer op de Hedendaagse kunst.
Het geloof erin is even onaantastbaar geworden als het moslimgeloof in de Profeet.
Als gevolg daarvan zijn we ons niet langer bewust van dat geloof.
De moderne Europese mens leeft in de overtuiging dat hij alle geloof afgezworen heeft en volkomen nuchter en rationeel in het leven staat.
Vol afkeer en onbegrip kijkt hij naar moslims die in alle staten raken als hun Profeet beledigd wordt.
En geen moment komt het in hem op dat hij in een spiegel kijkt.
Geen moment daagt het bewustzijn dat er ook in hemzelf zo’n fanatieke gelovige leeft.

Het is nochtans niet moeilijk om die ‘verborgen moslim’ tevoorschijn te halen.
Ik doe dat al m’n hele leven.
Al van jongs af word ik geconfronteerd met het verbijsterende fenomeen dat rustige, bedaagde mensen opeens furieus worden als blijkt dat ik hun visie op kunst – en dan vooral Hedendaagse kunst – niet deel.
Aanvankelijk begreep ik niet wat er gebeurde.
Later begon ik er een spelletje van te maken.
Als ik me weer eens zat te vervelen op een familiefeestje of een andere bijeenkomst, bracht ik het gesprek op kunst.
‘Iemand laatst nog een goede film gezien?’
Het duurde dan nooit lang voor het er bovenarms op zat.
Ik wist precies wat ik moest zeggen om de emoties te doen oplaaien.
En het lukte altijd.
Ambiance verzekerd!

Lang heb ik dat echter niet volgehouden, want ik stelde vast dat dit verborgen fanatisme niet alleen bij kunstliefhebbers leefde.
Het leefde ook bij mensen die nooit blijk hadden gegeven van enige interesse voor kunst.
Het blinde geloof in Hedendaagse kunst bleek veel ruimer verspreid te zijn dan ik had kunnen vermoeden.
Ik verkeerde aanvankelijk in de mening dat het een beperkt verschijnsel was, iets dat je alleen aantrof in een kleine kring van ‘avant-gardisten’.
Maar ik moest algauw inzien dat het een algemeen verschijnsel was, iets wat de grenzen van de kunstwereld ver te buiten ging.
En dat vergalde mijn plezier in het uitdagen van de ‘verborgen moslim’.
Ik kwam hem overal tegen.
Iedereen bleek moslim te zijn als het over kunst ging.

Ik heb meer dan één vriend verloren doordat ik zijn of haar geloof in Hedendaagse kunst niet deelde.
Dat gebeurt trouwens nog altijd.
Het is een akelige gedachte te weten dat vrienden opeens kunnen veranderen in vijanden als je die ene, zeer gevoelige plek raakt: de irrationele kern van hun schijnbare rationaliteit, de blinde gelovige in henzelf.
Anders dan in de moslimwereld leeft die gelovige niet (langer) in ons bewustzijn.
In dat bewustzijn wanen we onszelf boven alle geloof verheven.
Maar dat is louter oppervlakte, buitenkant.
Diep in ons leeft een blinde gelovige, een godsdienstfanaat die zich teruggetrokken heeft uit de godsdienst, maar verder leeft in de wetenschap en de kunst.
Dat zijn de twee nieuwe religies van de moderne mens: kunst en wetenschap.
En ze zijn even blind en fanatiek als de oude religies.

Wie als gelovige ooit een discussie heeft gevoerd met een wetenschappelijk-materialist, heeft dit ‘nieuwe’ fanatisme aan den lijve ondervonden.
Er zijn er echt niet veel materialisten of atheïsten die rationeel blijven denken als je doordringt tot de kern van hun geloof.
Ze willen zichzelf zo graag als een ‘ongelovige’ zien – dat wil zeggen als iemand die de wereld ziet zoals hij is – dat ze onder geen beding geconfronteerd willen worden met de ‘gelovige’ in hun ziel, met degene dus die de wereld ziet zoals hij zou moeten zijn.
Hetzelfde geldt voor de moderne kunstliefhebber: als je raakt aan zijn geloof in de kunst dan verandert hij op slag in een ‘fanatieke moslim’.
Een echte moslim wordt fanatiek als je raakt aan zijn religieuze beleving.
De pseudo-moslim wordt fanatiek als je raakt aan zijn wetenschappelijke en/of kunstzinnige beleving.
De overtuiging dat de moderne mens het geloof overwonnen heeft, is misschien de grootste illusie van onze tijd.

Wat deze illusie zo sterk maakt, is dat ze immuun is voor kritiek.
Iedere kritische opmerking over de (materialistische) wetenschap of de (hedendaagse) kunst wordt namelijk afgedaan als een … geloof.
Ze wordt weggewuifd als het ietwat zielige verweer van iemand die zich vastklampt aan het verleden en niet mee kan met zijn tijd.
Om de een of andere reden (die een afzonderlijk onderzoek verdient) is dat het zwaarste verwijt dat men de moderne mens kan maken: dat hij niet modern is.
Niets is voor hem belangrijker dan progressief en eigentijds te zijn, en het is die enorme drang die zijn geloof in zowel de moderne wetenschap als de moderne kunst immuun maakt voor kritiek.
Daarom kan er terecht gesproken worden over de ‘verborgen moslim’ in onze ziel.
Moslims geloven immers dat de islam superieur is omdat alle andere godsdiensten ouder zijn.
De islam is de jongste en dus de modernste en dus de beste godsdienst.
Zo redeneren de moslims, en zo redeneren ook wij.

Nee, met kritiek kun je de ‘verborgen gelovige’ niet raken.
Er is maar één iets wat door zijn wetenschappelijke of kunstzinnige pantser heen dringt, en dat is een … nieuw geloof.
‘Wie kunst heeft en wie wetenschap heeft, die heeft ook religie.’ Aldus Goethe.
Dat is het enige wat we tegenover het moderne fanatisme kunnen plaatsen: een religie die tegelijk wetenschap en kunst is, een geloof dat tegelijk een weten en een zien is.
Dat is onze grote opgave op het Keerpunt der Tijden: een bewuste hereniging of re-ligie van kunst en wetenschap.
De versplintering van deze drie gebieden moet omgekeerd worden.
Kunst, wetenschap en religie moeten weer met elkaar verbonden worden.
We hoeven maar een blik te werpen op kunstenaars als Joseph Beuys om te beseffen dat ze zich gedragen als ingewijden, als vertegenwoordigers van een nieuwe mysteriecultuur.
En dat is inderdaad waar we moeten aan bouwen: een nieuwe ‘multi-cultuur’ waarin religie, kunst en wetenschap opnieuw een eenheid vormen zoals in de oude mysteriën.
Maar die eenheid moet bewust hersteld worden en niet door middel van rituele performances die van de toeschouwer een blind geloof eisen.
Want het is juist dat blinde geloof dat vandaag overal terreur zaait.

(wordt vervolgd)

Advertenties