Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: januari, 2015

De linkse liefde

Er zit een gratis Knack in de bus!
Kijk, dat vind ik nu eens een mooie geste! Gratis lectuur!
En het is dan ook nog eens ‘kwaliteitsvolle, eigenzinnige en gedurfde journalistiek’ die mij ‘een frisse kijk op de actualiteit’ biedt.
Wat wil een mens nog meer in deze onfrisse tijden!
Ik smeer een boterham en sla de Knack onmiddellijk open.
‘Het Charlie-effect’, zo lees ik op het eerste blad.
Een artikel van Hubert Van Humbeeck.
In een 12-tal regels beschrijft hij helder en bondig wat er gebeurd is in Parijs.
Ik ben aangenaam verrast.
Dan schrijft hij: ‘Toch waren de doden nog niet allemaal geteld, of er waren al politieke gieren die hun voordeel bij de aanslagen wilden doen.’
Ik ben nog aangenamer verrast.
Hij gaat het hebben over de tweede aanslag: die van de Europese leiders op de vrijheid van meningsuiting!
Dat is inderdaad ‘eigenzinnig en gedurfd’ want de meeste media zwijgen daar zedig over.
Maar dan komt het.
‘Het sentiment tegen migranten en het antisemitisme nemen in heel Europa al maandenlang toe.’
En Hubert haalt het Front National erbij.
Ik had het kunnen weten!
Kwaliteitsvol, eigenzinnig, gedurfd, fris: dat is hoe de politieke correctheid zichzelf ziet.

Wat verder schrijft Hubert: ‘We moeten uitkijken dat we straks geen mensen opsluiten omdat ze anders denken.’
Ik weet nu hoe ik Huberts woorden moet interpreteren: met ‘mensen’ bedoelt hij natuurlijk moslims.
Hij bedoelt er zeker NIET degenen mee die het niet met hem eens zijn en eerder rechts denken.
Dergelijke weerzinwekkende wezens beschouwt hij niet als mensen.
Hij heeft er dan ook geen enkel bezwaar als ze opgesloten worden (bijvoorbeeld achter een cordon sanitaire).
Misschien vindt hij diep in zijn hart wel dat dit ongedierte moet uitgeroeid worden, maar hij is natuurlijk veel te beschaafd om dat te zeggen.
Linkse journalisten zijn niet alleen kwaliteitsvol en eigenzinnig, ze zijn ook beschaafd, ontwikkeld, cultureel, kortom beter.
En daar zijn ze niet enkel van overtuigd, nee dat is voor hen de vanzelfsprekendheid zelve.
Daaraan twijfelen, is ronduit blasfemisch, godslasterlijk.
Het wekt hun hevige verontwaardiging, het doet hun bloed koken, het doet hen naar de wapens grijpen.
Jammer voor hen staat hun geloof geen kalasjnikovs toe en dus gebruiken ze andere wapens.
Zoals de cartoon op de volgende bladzijde.

We zien Charles Michel die samen met Bart De Wever aan tafel zit.
Charles (Charlie voor de vrienden) zegt rustig: ‘De aanslag op Charlie Hebdo was een aanval op de vrije meningsuiting!
Waarop Bart (met een duidelijke Hitler-look) grimmig en met gebalde vuist reageert: ‘Het is oorlog! We moeten het leger inzetten!’
Charles blijft rustig betogen dat we niet mogen toegeven aan de angst, dat we onze democratie op beschaafde wijze moeten verdedigen, dat de manifestatie in Parijs historisch was, dat het ging om vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, enzovoort.
Maar telkens reageert nazi-Bart door te roepen om meer soldaten, meer leger: ‘Aux armes citoyens! Marcheer! Marcheer!
Tekenaar Eric Meynen heeft duidelijk moeite moeten doen om het hakenkruis niet boven te halen.
Maar ook hij is een beschaafd en ontwikkeld man: hij laat het aan de kijker over te beslissen wie de goede en wie de slechte is in zijn verhaal.
Vrijheid van meningsuiting voor alles, nietwaar!

‘Maar het is natuurlijk duidelijk dat er grenzen zijn aan die meningsuiting’ zegt minister Koen Geens op de volgende bladzijde.
Na twee bladzijden Knack is me dat he-le-maal duidelijk, meneer de minister.
De grenzen aan de meningsuiting vormen eigenlijk één grote grens, en die loopt precies in het midden.
Links van dat midden heerst absolute vrijheid. Daar mogen ze zeggen wat ze willen, het is allemaal kwaliteitsvol, eigenzinnig en gedurfd.
Rechts van dat midden is het al haat, onverdraagzaamheid, verzuring, racisme, islamofobie en nazisme wat de klok slaat, en dat is uiteraard strafbaar.
Maar het typeert de grenzeloze verdraagzaamheid van politiek correct links dat het al die haatzaaiers, racisten en islamofoben nog niet opgesloten heeft in een Europees Guantanamo.
Daar mogen we Allah toch wel dankbaar voor zijn!

Advertenties

De remedie tegen het terrorisme

Mijn zuster geeft les in het Bijzonder Onderwijs en heeft daar nogal wat moslimleerlingen.
Toen ze een van die leerlingen tijdens een grote vakantie tegenkwam, zei ze: dag Mohamed, hoe gaat het met je?
Mohamed antwoordde: ik heb niks gedaan juf, ik heb niks gedaan!
Nu zou men kunnen denken dat mijn zuster de schrik is van de moslimleerlingen op haar school, maar wie in het onderwijs staat weet wel beter: de situatie is veelal omgekeerd.
De anekdote is dan ook tekenend voor de mentaliteit van de moslims.
Ze hoeven er niet over na te denken, ze hebben nooit iets gedaan.
Wat er ook gebeurt, het is de schuld van de anderen.
Als doden konden spreken, zouden de moordenaars van Charlie Hebdo ongetwijfeld zeggen: het was de schuld van de cartoonisten! Hadden ze de Profeet maar niet moeten beledigen!
Zij worden daarin trouwens bijgetreden door de politiek correcte Westerse intelligentsia.
Ook vandaag weer in de krant: we moeten ophouden te spreken over moslimterrorisme want moslims zijn in de eerste plaats slachtoffers.

Dit omkeren van de rol van dader en slachtoffer begint groteske afmetingen aan te nemen.
Hoe gewelddadiger de moslims zich gedragen, des te meer worden ze als slachtoffers afgeschilderd.
En hoe verdraagzamer de Europeanen zich tonen, des te meer worden ze als daders bestempeld.
Moslims hebben nooit iets gedaan.
Europeanen zijn de schuld van alles.
Was dat ook niet wat de nazi’s zeiden over de joden?
Wat ze de joden ook aandeden, het was hun eigen schuld.
Hoe onmenselijker ze de joden behandelden, des te meer gingen ze hen haten, want het waren de joden die hen verplichtten zulke afschuwelijke dingen te doen.

Het is dezelfde redenering die ook IS volgt.
In haar propaganda maant ze de moslims overal ter wereld aan om de islam (het goede) te verdedigen tegen het Westen (het kwaad).
Het loutere bestaan van het ongelovige Westen wordt gezien als een aanval op het ware geloof, en die aanval moet worden afgeslagen.
Moslimterreur wordt dus voorgesteld als wettige zelfverdediging.
Moslims mogen toch hun godsdienst belijden?
Dus mogen ze ook hun godsdienst verdedigen als die wordt aangevallen.
Dus mogen ze het Westen aanvallen.

Paradoxaal genoeg is dat ook de redenering van het Westen zelf, in casu Amerika.
Het ziet de moslimlanden van het Midden-Oosten als ‘de As van het Kwaad’ en dat Kwaad wil het vernietigen omdat het een bedreiging vormt voor het Goede (dat uiteraard vertegenwoordigd wordt door Amerika).
Nu kan men natuurlijk zeggen dat de oorlog die Amerika in het Midden-Oosten voert geen religieuze maar een economische oorlog is.
Het gaat om de olie, en wellicht zelfs om de macht in de wereld.
Maar datzelfde kan natuurlijk ook gezegd worden van de moslimterroristen.
Is het hen werkelijk te doen om het verdedigen van hun religie?
Dat lijkt weinig waarschijnlijk want het grootste deel van de moslimterreur speelt zich af in het Midden-Oosten en men kan moeilijk zeggen dat de islam daar bedreigd wordt.
Nee, het ligt dichter bij de waarheid te zeggen dat het hier gaat om twee machtshaarden – een Oosterse en een Westerse – die om wereldsuprematie vechten en daarvoor de religie gebruiken.

En tussen die twee machtshaarden ligt Europa geklemd.
Tot nog toe speelde de strijd om de wereldmacht zich over haar hoofd af maar nu lijkt hij zich ook naar het ‘midden’ te verplaatsen.
Dat is natuurlijk een materialistische voorstelling van zaken, alsof de strijd tussen Oost en West zich alleen afspeelt door middel van fysieke terreur gesteund door religieuze overtuigingen.
In Europa kennen we al sinds jaar en dag een ander soort terreur, een terreur die het midden houdt tussen de uitersten en een soort mengvorm is van beide.
Enerzijds is er de Amerikaanse ‘terreur’ die economisch en cultureel van aard is.
Anderzijds is er ‘moslimterreur’ die bestaat uit fysieke en mentale pesterijen.
Beide vormen van terreur zijn veel minder uitgesproken dan wat we in Amerika en het Midden-Oosten zien, maar ze zijn wel grootschaliger en ze hebben een ‘sluipend’ karakter.

Wat schiet er als gevolg van die ‘gemengde’ terreur nog over van de Europese geest?
Na de oorlog werd Europa verdeeld in een Amerikaans en een Russisch gedeelte.
Dwars door Europa liep het Ijzeren Gordijn, en in het hart van Europa liep de Berlijnse muur.
Wie Stefan Zweigs ‘De Wereld van Gisteren’ leest, beseft dat er van het oude Europa nagenoeg niets meer overblijft.
Het is één groot museum geworden dat iedere zomer overspoeld wordt door toeristen.
Op cultureel vlak is Europa volkomen geamerikaniseerd: zingen gebeurt als vanzelfsprekend in het Engels en eigenlijk wordt de hele hedendaagse kunstpraktijk gedicteerd door Amerika.
Op geestelijk vlak is Europa volkomen ‘veroosterd’: de politiek is als vanzelfsprekend links, het christendom is grotendeels vervangen door allerlei Oosterse religies, en het ‘correcte’ denken rolt de rode loper uit voor de islam.

Europa is het terrein waar Oost en West in elkaar doordringen.
Om het op z’n Charlies uit te drukken: het is de plek waar ‘the fuck of the century’ plaatsvindt.
Zelf speelt Europa de rol van machteloze toeschouwer.
Het heeft geen stem meer in het kapittel.
Eigenlijk is Europa het slachtoffer van die mondiale machtsstrijd.
Maar tegelijk voelt het zich schuldig aan die strijd, want is die niet uitgebroken in Europa?
Het is van dat schuldgevoel dat Amerika gebruik heeft gemaakt om hier baas te komen spelen, en het is datzelfde schuldgevoel dat de islam nu bespeelt om Europa te ‘veroveren’.
De techniek die daarbij gebruikt wordt – het omkeren van de rol van dader en slachtoffer – zou geen schijn van kans maken zonder dat diepgewortelde schuldgevoel van de Europeaan.
Het is werkelijk onwaarschijnlijk hoe Europa zich vandaag laat ringeloren door de moslims.
Hoe meer klappen het krijgt, des te dieper buigt het het hoofd en zegt: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.

We worden dus geconfronteerd met twee ‘ziekten van de ziel’: het ziekelijke schuldgevoel van de Europeaan en het ziekelijke gebrek aan schuldgevoel van de moslim.
Wat er ook gebeurt het is altijd de schuld van de Europeaan.
Wat er ook gebeurt het is nooit de schuld van de moslim.
Die twee houdingen zijn zo extreem dat ze elkaar raken.
Ze zijn onmiskenbaar met elkaar verbonden.
De moslim zou nooit wegkomen met zijn ziekelijke egocentrisme als de Europeaan het niet mogelijk maakte door zijn al even ziekelijke schuldgevoel.
Beide ziekelijkheden trekken elkaar aan, maken elkaar groter en creëren een vicieuze cirkel.
Voor de islam is dat de gedroomde kans om te ontsnappen aan de armoede en de machteloosheid: het hoeft alleen maar op het Europese schuldgevoel te blijven hameren.
Men zegt vaak dat de islam geen monoliet is en dat moslims een eindeloze verscheidenheid vormen, maar op één punt gedragen ze zich wel degelijk als één blok, en dat is wanneer ze de schuld geven aan de Europeanen.
Van de geleerdste intellectueel tot het kleinste kind in het Bijzonder Onderwijs, ze zeggen allemaal hetzelfde: we hebben niks gedaan, het waren de anderen.

Deze vicieuze cirkel, die Europa alsmaar zwakker en weerlozer maakt, zal maar doorbroken kunnen worden als men zich ervan bewust wordt.
En die bewustwording zal van de Europeanen moeten komen, want de moslims hebben alleen maar voordeel bij die vicieuze cirkel. Zij zullen hem nooit uit eigen beweging doen stoppen, dat kunnen alleen de Europeanen.
Daarin ligt dan ook hun grote opgave.
Daarin ligt de uitweg uit hun machteloosheid.
Zij moeten hun ziekelijke schuldgevoel onder ogen zien, anders zal er nooit een eind komen aan de beschuldigingen van zowel moslims als Westerse intellectuelen.
Integendeel, het zal alsmaar erger worden, tot Europa uiteindelijk aan het kruis wordt gespijkerd door de moderne joden (de moslims) en de moderne Romeinen (de Amerikanen).
De enige manier om daaraan te ontkomen, is door dat kruis vrijwillig op zich te nemen.
Want er is een groot verschil tussen schuld en schuldgevoel.
Mensen zwelgen in schuldgevoel om hun schuld niet onder ogen te hoeven zien.
Europa zit op zijn knieën ‘mea culpa’ te roepen omdat het niet durft kijken naar zijn reële schuld.
Als het dat wél deed, zou dat het begin van verlossing en wederopstanding zijn.
De paradox is dat Europa pas weer overeind zal kunnen komen als het ophoudt zich schuldig te voelen en als het begint na te denken over zijn schuld.

Dat is trouwens ook waar de moslims zitten op te wachten.
Want hun grote opgave bestaat erin hun woede en gewelddadigheid onder ogen te zien.
Dat is ook wat Abdelkader Benali schrijft in een zeer interessant stuk in de New York Times.
Hij vertelt wat hem als 13-jarige jongen overkwam toen er in de klas gesproken werd over de fatwa tegen Salman Rushdie.
Voor hij wist wat hij deed, stond hij in de klas te schreeuwen van woede, terwijl iedereen hem verbluft aanstaarde.
Voor het eerst in zijn leven voelde hij wat het betekende een moslim te zijn.
En hij wilde dat niet voelen, hij wilde normaal zijn, zoals iedereen.
Wat hem bevrijdde van zijn woede was de vrijheid om te twijfelen, om geen partij te moeten kiezen, om zich in te leven in mensen waarmee hij het niet eens was.
Hij besluit dan ook met te zeggen dat moslims hun woede alleen maar kunnen overwinnen als ze begrijpen waar de wortels ervan liggen.
En die wortels liggen in de strijd die ze moeten voeren om hun gelovige achtergrond te verzoenen met de seculiere maatschappij waarin ze (moeten) leven, een strijd die er niet gemakkelijker wordt op gemaakt doordat hij in Europa als gestreden wordt beschouwd.

En daarmee raakt Abdelkader Benali de kern van de zaak.

De oorzaak van de woede van de moslims ligt in de strijd die ze moeten voeren om hun geloof te verzoenen met het Europese ongeloof, een strijd waarbij ze zich in de steek gelaten voelen door Europa dat deze strijd als gestreden beschouwt.
Daarin ligt inderdaad de schuld van Europa, de schuld die het niet onder ogen durft te zien en waardoor het zich wentelt in schuldgevoel en zich gedraagt als een oude kwezel.
Europa maakt zich schuldig doordat het de (verzoenende) strijd niet voert tussen het Westerse materialisme en de Oosterse religiositeit.
Europa maakt zich schuldig doordat het die strijd als gestreden beschouwt.
Want in werkelijk begint hij pas.
Europa heeft zich losgemaakt van haar religieuze verleden.
Het kind van de vrijheid is geboren, het heeft het religieuze moederlichaam verlaten en zich bevrijd van haar beklemmende dogma’s.
Maar nu komt de volgende stap: het kind moet zich weer verbinden met de moeder.
Het vrije denken moet weer een relatie aangaan met de geest.

En daarin faalt Europa.

Dat is de strijd die het niet wil voeren, de strijd die het als beslecht beschouwt.
Het denkt: ik ben geboren, ik ben eindelijk vrij, verlost van mijn verstikkende ‘moeder’!
Maar dat is natuurlijk een illusie: alsof een pasgeboren kind op eigen kracht zou kunnen overleven.
De kinderlijk-naïeve overmoed van de Europese ‘borelingen’ – de wetenschappelijke materialisten – wordt gevoed door de religieuze reserves waarover ze nog beschikken en waarvan ze zich niet bewust zijn.
Van zodra die opgebruikt zijn, zal duidelijk worden hoe hulpeloos ze zijn.
Die hulpeloosheid wordt trouwens overal reeds zichtbaar: de moderne Europeaan raakt opgebrand.
Het grootste probleem van jonge mensen is vandaag de dreiging van een burn-out.
Het moderne leven wordt steeds ingewikkelder, steeds hectischer en ze trekken het niet meer omdat de bezieling van de geest ontbreekt.
En omdat Europa niet meer kan geloven in het bestaan van de geest, ‘bekeert’ het zich zonder het te beseffen tot de islam, waar die zo noodzakelijke bezieling nog wel aanwezig is.
Het is die onbewuste nood aan de geest die Europa op de knieën dwingt voor de islam.

En het is die knieval die de moslims zo woedend maakt.
Zij zijn niet naar hier gekomen om te leven tussen oude kwezels die de mond vol hebben over vrede en verdraagzaamheid.
Ze zijn naar hier gekomen in de (onbewuste) overtuiging dat ze hier bondgenoten zouden vinden in de strijd die ze moeten/willen voeren: de strijd om de verzoening tussen geest en materie, de strijd om de verzoening van de tegenpolen.
En dàt is een Europese strijd, een strijd van en om het ‘midden’.
De paradox is dus dat de moslims onze grootste medestanders zijn in die strijd.
Maar omdat we die geestelijke strijd niet voeren, keert hij om tot een materiële strijd en worden de moslims onze grootste tegenstanders.
Hun ‘martiale’ gedrag is in wezen niets anders dan een poging om Europa wakker te schudden.
En dat is dan ook de enige echte remedie tegen het terrorisme van zowel Oost als West: wakker worden, wakker worden voor de realiteit van de geest.

Hitler en de islam

Toen ik gisteren door mijn ‘archief’ bladerde, trof ik daar een tekst aan die ik ooit ergens gevonden heb. Ik weet alleen niet meer waar. Ik ben zelfs de naam van de auteur vergeten. Ik weet alleen nog dat het NIET Bart De Wever was.
Dus, voor wat het waard is: HITLER EN DE ISLAM.

Stel eens dat Hitler gewonnen had, dan had hij zeker ook in het Midden-Oosten heel veel aanhang gehad, want dáár waren de nazi’s om de een of andere reden buitengewoon populair.
Een aantal felicitatietelegrammen dat Hitler ontving nadat hij in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, kwam van moslims uit het toenmalige Palestina.
Het had niet heel veel gescheeld of Hitler had in 1941/42 inderdaad grote en beslissende veldslagen gewonnen.
Onlangs werd bekend dat de Russische maarschalk Georgi Zjoekov in 1941/42 vreesde dat de nazi’s helemaal naar Moskou zouden doorstoten. Volgens Zjoekov had het niet veel gescheeld of het was hen nog gelukt ook.
Er waren bij Moskou namelijk onvoldoende Russische manschappen voorhanden om Hitlers legers echt tegen te houden. Maar Hitler maakte toen de kapitale fout zijn krachten over te veel fronten te verdelen door ook grote legermachten naar het zuiden van de Sovjet-Unie en Stalingrad door te laten marcheren.
Hij wilde de Russische oliegebieden in het zuiden in handen krijgen en daarna Perzië en Irak en vervolgens met hulp van de in Noord-Afrika snel opmarcherende legers van veldmaarschalk Erwin Rommel doorstoten naar Egypte en Palestina.
Hij rekende erop dat moslimwereld grotendeels zijn zijde zou kiezen en het juk van de zogenaamde ‘imperialistische kolonisators’ zou afschudden.

Nazi’s omarmden radicale moslims

Het waren de nazi’s die als eersten radicale moslims omarmden en hen inschakelden in de gemeenschappijke strijd tegen de Joden.
De nazipropaganda verspreidde een boekje getiteld Islam und Judentum (‘De islam en het Jodendom’).
En Heinrich Himmler, Hitlers architect van de Holocaust, en diens moorddadige SS schilderden Hitler af als ‘wrekende profeet’ die door Allah was gezonden om de kwaadaardige Joden te bestrijden.
Hitler, Himmler en de nazi’s hadden namelijk grote bewondering voor de islam.
Hitler zei in december 1942, een half jaar na de inval in de Sovjet-Unie, nadat grote groepen Russische moslims de zijde van Nazi-Duitsland hadden gekozen, dat hij meer vertrouwen had in de vorming van gewapende eenheden die uitsluitend uit moslims bestonden dan in de vorming van eenheden die uit Slaven en Georgiërs bestonden.
‘Ik acht alleen de moslims betrouwbaar’, merkte hij op.
Hij had een jaar eerder een alliantie gesloten met Haj Amin Al-Husseini, de grootmoefti van Jeruzalem die via Duitse propagandazenders opriep om alle Joden te vermoorden.

In november 2009 was ik in het Berlijnse Bundesarchiv waar ik stuitte op een lange toespraak van Himmler, een van de grootste massamoordenaars uit de geschiedenis en Reichsführer (leider) van de zogenaamde Schutzstaffel (SS).
Hij beweerde in januari 1944 dat de islam ‘een praktische en sympathieke religie’ is.
Moslims geloven namelijk dat wanneer zij in de strijd omkomen, ze dan rechtstreeks naar de ‘hemel’ gaan.
Dat maakt hen tot fanatieke strijders.
Himmler stelde zulke ‘martelaren’ tot voorbeeld voor zijn SS.
Let wel, dat was diezelfde SS die in het bezette Polen en Rusland ongeveer twee miljoen Joden doodschoot en die in de vernietigingskampen nog eens vier en tot vierenhalf miljoen Joden ombracht.
Himmler wilde dat de leden van zijn SS-elite, waarvan het symbool de doodskop was, het christelijk geloof afzwoeren.
Er waren in Nazi-Duitsland SS’ers die nog steeds katholiek of protestants waren.
Er werd sterk op aangedrongen dat die SS’ers – en ook hun kinderen – met de kerk braken.
Bovendien werden tot de SS geen dominees of priesters als ‘geestelijk verzorger’ toegelaten.
Maar dit alles gold niet voor het toenemend aantal moslims binnen de SS.
Himmler stond hen wel toe hun geloof te behouden en binnen SS hun eigen imams als geestelijke verzorgers te hebben.
Die imams moesten volgens Himmler niet gematigd zijn, nee, hoe fanatieker ze waren hoe beter. Ze moesten de moslimstrijders binnen de SS aanvuren tot de martelaarsdood.

Tegenwoordig doen radicale moslims precies hetzelfde.
Zij prijzen zogenaamde ‘zelfmoordterroristen’ en maken hun volgelingen wijs dat zij rechtstreeks naar het paradijs gaan als ze dit voorbeeld volgen.
Zij streven ook naar wereldheerschappij, een theocratische wereldregering door de islam.
Na het communisme en nationaalsocialisme is de radicale islam nu onze gevaarlijkste vijand.

Nazisme toen en nu

Na 75 jaar valt het nog altijd nauwelijks te begrijpen hoe een beschaafd en ontwikkeld land als Duitsland ten prooi kon vallen aan de waanzin van het nazisme.
Maar daar komt nu stilaan verandering in.
De vraag hoe een kleine groep fanatici op zo korte tijd zoveel mensen in zijn ban kon krijgen, wordt stap voor stap beantwoord, want we zien het (opnieuw) voor onze ogen gebeuren.
Tenminste wanneer we zelf niet reeds in de ban zijn van de fanatici …
We worden namelijk dag in dag uit gebombardeerd met propaganda: in de politiek, in de media, in het onderwijs, in de kerken en moskeeën, overal.
Na de aanslag in Parijs werd het even stil, maar onmiddellijk kwam de propagandamachine weer op gang: deze aanslag had niets te maken met de islam, de islam vormt geen bedreiging, de islam staat voor vrede, de islam is thuis in Europa, de islam is een verrijking, enzovoort.
Deutschland über Alles‘ riepen de Duitse fanatici.
Vandaag lijken de fanatici te roepen: ‘Islam boven Alles’.

In Duitsland werd met de propaganda één bepaalde bevolkingsgroep geviseerd: de joden.
Zij werden tot zondebok gemaakt en overladen met alle zonden Israëls.
Vandaag gebeurt precies hetzelfde, alleen is het dit keer niet het semitische maar het arische ras dat tot zondebok wordt gemaakt: de blanke man is de oorzaak van alle kwaad.
De zaken worden dus gewoon omgekeerd.
Die omkering is een duivelse zet, want iedereen voelt dat dezelfde praktijken, dezelfde mechanismen, dezelfde geest uit de jaren ’30 van de vorige eeuw terugkeren, maar in plaats dat het ons tot bezinning brengt en een eind maakt aan de propaganda en de demonisering, wordt het hele proces nog versneld.
Hoe luider we roepen dat de jaren ’30 terugkeren en dat de nazi’s weer onder ons zijn, des te meer raken we in de greep van het fanatisme, want we richten onze pijlen op de verkeerde vijand.
Het propaganda-apparaat wordt bediend door politici, journalisten, academici, schrijvers, kunstenaars, dat wil zeggen door de intelligentsia, het ‘hoofd’ van de bevolking.
Hun propaganda maakt de laagste driften en angsten wakker in de ‘buik’ van de bevolking.
Door de (autochtone) bevolking voortdurend te beschuldigen van racisme wordt die bevolking ook racistisch, en ontstaat er een vicieuze cirkel waarbij hoofd en buik elkaar in de extremen jagen en ten slotte niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Het grote slachtoffer van deze vicieuze cirkel is het ‘hart’, het menselijke ‘midden’ dat probeert beide tegenpolen in evenwicht te houden.
Hoe mooi dat evenwicht kan zijn, zagen we tijdens de grote betoging in Parijs, waar miljoenen mensen op straat kwamen, enerzijds om de vrijheid van meningsuiting (in het hoofd) te verdedigen, anderzijds om ‘neen’ te zeggen tegen het terroristisch geweld (vanuit de buik), maar vooral om simpelweg te zeggen: ik ben er.
Je suis Charlie.
Het was dat kinderlijk onschuldige hart – waar Alle Menschen Brüder zijn – dat getroffen werd door twee brutale aanslagen: één vanuit de buik (het terrorisme) en één vanuit het hoofd (het aan banden leggen van de vrijheid van meningsuiting).
En het hart reageerde rustig, zonder schuldigen aan te wijzen of straffen te eisen.
Dat kwam ook tot uiting in de nieuwe cover van Charlie Hebdo: enerzijds bleef het trouw aan zichzelf (het deed geen stap terug) en anderzijds vergaf het zijn vijanden.
Dat is het beeld dat we voor ogen moeten houden: het menselijk hart dat belaagd wordt door hoofd en buik, en dat in de war wordt gebracht door het (omkerings)spel dat ze spelen.

In Verviers zijn onlangs enkele terroristen doodgeschoten die van plan waren een Belangrijke Belg te onthoofden.
Men kan zich voorstellen wat een pandemonium dat veroorzaakt zou hebben: een live-onthoofding, dit keer niet ergens in de woestijn in Syrië, maar in het hartje van Europa.
Het is dus een goede zaak dat dit verijdeld is.
Maar we moeten ons afvragen hoe het zover is kunnen komen.
We moeten ons zelfs afvragen of de aanslag in België verijdeld zou zijn, als niet eerst de aanslag in Parijs iedereen wakker had geschud.
Want dat is wat we tot nog toe gedaan hebben: we hebben geslapen.
We hebben jarenlang toegezien hoe zich terroristische cellen ontwikkelden in ons land en we hebben er niets aan gedaan.
Waarom niet?
Omdat we in slaap werden gewiegd door de niet aflatende propaganda die ons vertelde dat het om arme jongens ging die het slachtoffer waren van racisme en discriminatie, en dat het racistisch en discriminerend zou zijn om ze (opnieuw) hard aan te pakken.

Moslimjongeren gaan in Syrië vechten en krijgen daar de smaak van het moorden te pakken.
Daarna komen ze terug en worden weer ‘geïntegreerd in de samenleving’.
Het is alsof lichaamscellen zich afzonderen, uitgroeien tot kankercellen en vervolgens weer in het lichaam opgenomen worden.
En dat gebeurt niet omdat we zo dom zijn, het gebeurt omdat de propaganda ons verdooft.
Die propaganda maakt ons wijs dat we racistisch zijn en dat we het niet nog erger moeten maken door de slachtoffers van ons racisme de schuld te geven.
Door geradicaliseerde moslimjongeren te arresteren, zo wordt ons voorgehouden, keren we de zaken om.
We zouden eigenlijk onszelf moeten arresteren, want wij zijn er de oorzaak van dat die jongeren radicaliseren.
En dus wordt er een Belgisch compromis gesloten: we arresteren onszelf niet, maar we arresteren ook de radicale jongeren niet.
Gevolg: de kankercellen kunnen zich ongestoord vermenigvuldigen en uitzaaien in het Belgische lichaam.

Het heeft geen zin deze symptomen – de terreurcellen – aan te pakken als we niet tegelijk ook de oorzaak van de ziekte wegnemen.
En die ligt in dat gigantische propaganda-apparaat dat ons nu al tientallen jaren iedere dag bestookt met die ene grote beschuldiging die in ontelbare variaties wordt herhaald: wij zijn racisten!
De blanke Europeaan of Westerling is een racist: ziedaar de bron van alle kwaad.
We horen die mantram nu al zolang dat we niet beter weten of hij is waar.
Zouden al die verstandige en geleerde mensen dat voortdurend blijven herhalen als het niet waar was?
Zo moet het ook gegaan zijn in Duitsland.
Hoelang hebben de Duitsers niet moeten horen dat de joden de schuld waren van de ellende waarin ze zich bevonden?
Ten slotte geloofden ze het, ze raakten er zo diep van overtuigd dat ze zich niet verzetten tegen de onmenselijke manier waarop de joden door de nazi’s werden behandeld.

Dat stadium hebben we nu reeds bereikt.
Zangers en kunstenaars, schrijvers en academici, politici en journalisten, leraars en leerlingen: ze kunnen ongestoord blijven beweren dat ‘we’ racistisch zijn, en we verzetten ons daar niet meer tegen.
We verzetten ons ook niet als we behandeld worden als halve misdadigers die er voortdurend op uit zijn om de moslims dom te houden, om ze in de armoede te drijven, om ze te broodroven, om ze uit de gemeenschap te stoten.
We laten ons dan ook gedwee opsluiten achter een ‘cordon sanitaire’ dat nog net niet met prikkeldraad wordt gemarkeerd, en dat nog net niet de Untermenschen scheidt van de Ubermenschen.
We zijn reeds zodanig gehersenspoeld dat we de gelijkenis met nazi-Duitsland niet meer zien.
En net als de Duitsers zullen we achteraf zeggen: wir haben es nicht gewusst!
Inderdaad, in ons hoofd weten we het niet.
Diep in ons hart daarentegen weten we het wel, maar dat hart heeft geen stem.
Van zodra het zijn mond opendoet, wordt het door het hoofd uitgescholden voor het vuil van de straat.
Het moet voor de Duitsers net hetzelfde zijn geweest: wie een opmerking durfde maken over de manier waarop de joden werden behandeld, werd uitgescholden voor jodenvriend of volksverrader.
Aanvankelijk alleen door de nazi’s, maar later ook door leraars, vrienden en familieleden.
Want die wilden geen last met de nazi’s: hou verdomme je mond, straks delen we in de klappen!
En nog later sloeg de angst voor het brutale optreden van de nazi’s om in agressie: de Duitsers gingen net hetzelfde doen als de nazi’s, ze werden nazi’s.

Hetzelfde mechanisme is ook vandaag weer werkzaam.
Wie het waagt om tegen de politiek correcte propaganda in te gaan en te zeggen dat niet de Europeanen maar de moslims racisten zijn (als er dan toch van racisme moet gesproken worden), wordt verontwaardigd terechtgewezen.
Hoe kun je nu zoiets beweren!
Hoe kun je de zaken zo omdraaien!
Schandalig!
Hoe meer de propaganda aanslaat, des te meer versmelt ze met de agressie van de moslims.
Hoe talrijker de ‘verontwaardigden’ worden des te meer gaan ze zich solidair voelen met de moslims.
Net zoals de Duitsers zich destijds solidair voelden met de nazi’s.
En zo kan het gebeuren dat woekerende terroristische cellen niet alleen ongemoeid worden gelaten maar zelfs gevoed worden als waren het koekoeksjongen.
We zien het verschil niet meer tussen goedaardige en kwaadaardige cellen.

Dat is uiteindelijk waar de propaganda van de intelligentsia toe leidt: tot onze onbewuste steun aan het moslimterrorisme.
En uiteraard heeft het geen zin dat terrorisme te bestrijden als we het tegelijk steunen.
Dat maakt ons alleen zwakker en zwakker, tot we uiteindelijk zelf onze toevlucht in terreur zullen gaan zoeken.
De cirkel zal dan rond zijn, want ook geradicaliseerde moslimjongeren zoeken hun toevlucht in geweld vanuit hun machteloosheid, vanuit hun gevoel steeds zwakker en zwakker te worden tot ze zichzelf uit schaamte niet meer in de spiegel durven bekijken.
Ook zij zijn het slachtoffer van propaganda, en merkwaardig genoeg is de inhoud van de moslimpropaganda precies dezelfde als die van de Westerse propaganda: het is de heilige overtuiging dat blanken racisten zijn en derhalve de oorzaak van alle ellende.
Als we dus de radicalisering van zowel moslims als blanken willen tegengaan, moeten we die overtuiging bestrijden, want ze is allesbehalve heilig, ze is duivels.

Als ik met mensen spreek die deze overtuiging delen en die beweren dat het allemaal de schuld is van ‘ons’ racisme, dan vraag ik hen: maar waarom stop je er dan niet mee?
Waarmee?
Wel, met je racisme.
Maar ik ben helemaal geen racist!
Hoezo? Je zei daarnet toch dat het de schuld was van ons racisme?
Ja, maar ik bedoelde natuurlijk …
Natuurlijk bedoelde hij de anderen, het zijn altijd de anderen.
Niemand zal van zichzelf zeggen dat hij een racist is, en toch is iedereen ervan overtuigd dat ons land vergeven is van de racisten, ja dat er geen racistischer land bestaat dan België.
Op die manier wordt een bevolking verdeeld in twee schijngroepen: racisten en antiracisten.
De geweldige emotionele lading van het woord ‘racisme’ maakt van dat onderscheid een onderscheid tussen goede en slechte mensen, waarbij het de morele plicht van de goede mensen is om de slechte met alle mogelijke middelen te bestrijden.
Zo worden in ons land – dat net als Duitsland destijds doorgaat voor beschaafd en ontwikkeld – de kiemen gezaaid van een burgeroorlog.
En dat allemaal op grond van de heilige overtuiging dat ‘we’ racisten zijn.

Is dat zo?
Zijn moderne blanken werkelijk onverbeterlijke racisten?
Want ondanks de niet aflatende inspanningen van een kleine elite van ‘goede’ blanken blijft de grote meerderheid van ‘slechte’ blanken hardnekkig moslims discrimineren.
Het blanke racisme lijkt dus inderdaad een raskenmerk te zijn, een onuitroeibare natuur.
De racisten dezer wereld zijn de blanken, daar zijn zowel de goede blanken als de moslims heilig van overtuigd.
Die overtuiging is de kern van hun beider propaganda.
Die overtuiging ligt ook aan de basis van het terrorisme.
En dat is niet slechts een redenering, het is iets waarvan we de waarheid rechtstreeks kunnen voelen: zonder racisme zou er geen terrorisme zijn.
We kunnen ons vandaag dus nauwelijks een belangrijker vraag stellen.

Is het blanke ras racistisch?
Is België het meest racistische land van Europa?
Zijn de Vlamingen het meest racistische volk ter wereld?
Zijn de rechtse Vlamingen de erfgenamen van de nazi’s?
Staat aan hun hoofd de reïncarnatie van Hitler?
Is Bart De Wever de slechtste mens ter wereld?
Hoe belachelijk en grotesk die vragen ook klinken, ze worden door heel veel mensen bevestigend beantwoord.
Bart De Wever is (net als Pim Fortuyn destijds) een beheerste, beschaafde man met veel gevoel voor humor, maar toch wordt hij keer op keer vergeleken met Hitler.
In Franstalige kranten verschijnen cartoons waarop hij wordt afgebeeld aan de rand van een massagraf uit de 2de wereldoorlog.
Deze demonisering van Bart De Wever en de ‘slechte’ Vlamingen is nu al jaren aan de gang en ze gaat onverminderd door.
Er wordt nauwelijks tegen geprotesteerd, integendeel.
Het is in ons land een teken van rechtzinnigheid (sic) om met die demonisering in te stemmen.
Ook hier weer: dezelfde toestanden als in nazi-Duitsland, met dat verschil dat de ‘joden’ van dienst dit keer nazi’s worden genoemd.

Als we willen verhinderen dat deze situatie – die trouwens exemplarisch is – escaleert en leidt tot een herhaling van wat 75 jaar geleden is gebeurd, dan moeten we een antwoord vinden op de cruciale vraag: is de blanke man een racist?
Als dat inderdaad zo is, dan moeten we dat eindelijk toegeven en er ons ook naar gedragen, anders zal het moslimterrorisme (dat een reactie is op dat racisme) alleen maar blijven toenemen.
Komen we daarentegen tot de conclusie dat we géén racisten zijn, dan moeten we ons verzetten tegen de propaganda en er een eind aan maken voor er oorlog van komt.
We moeten hoe dan ook iets doen.
En wat we moeten doen hangt af van het antwoord op die ene vraag.

We hebben dus geen keuze, we moeten voor de spiegel gaan staan en de vraag stellen: spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de grootste racist in het land?
Zijn wij Vlamingen – en bij uitbreiding: wij blanken – dat?
Zijn wij kwaadaardige racisten, die ervoor zorgen dat goedaardige moslims zodanig onderdrukt en gediscrimineerd worden dat ze geen ander verweer meer hebben dan te grijpen naar het wapen van de terreur?
Zijn wij de met andere woorden de nazi’s van onze tijd en zijn de moslims de moderne joden?

Of is het omgekeerd?

Zo’n vraagstelling wekt natuurlijk weerstand, zo niet verontwaardiging.
Kunnen we alsjeblieft een beetje ernstig blijven? Dit is geen spelletje!
Maar dat is het nu net: het is wél een spelletje.
Er wordt een duivels geraffineerd omkeringsspelletje gespeeld.

Als we de situatie nuchter en rationeel benaderen zoals ik het hierboven geprobeerd heb, dan komen we tot die inderdaad kinderachtige vraagstelling.
De wereld wordt verdeeld in nazi’s en joden – lees: blanken en moslims – en we moeten partij te kiezen.
Met de herinnering aan nazi-Duitsland nog in het geheugen, waagt niemand het natuurlijk om voor de (moderne) nazi’s te kiezen.
En dus kiezen we voor de moslims.
Maar daardoor voeden we een koekoeksjong dat één voor één onze eigen jongen – lees: onze eigen waarden – overboord werpt.
Met lede ogen zien we toe hoe onze (christelijke) beschaving stap voor stap geïslamiseerd wordt en we kunnen er niets aan doen, want we werken eraan mee.
Zonder dat we het beseffen, breken we zelf onze vrije samenleving af.
En we doen dat omdat we niet weten welk spelletje met ons gespeeld wordt.

Dat wordt duidelijk wanneer we kijken naar de Grote Vraag: zijn wij racisten?
Die vraag is namelijk … racistisch.
We mogen geen karaktereigenschappen verbinden met uiterlijke raskenmerken.
We mogen de eigenschap ‘racisme’ niet verbinden met het kenmerk ‘blank’.
Juist dàt maakt van ons racisten, en het creëert op zijn beurt terroristen.
Zo laten we ons wijsmaken.
We worden er dus van beschuldigd racistisch te zijn – en terrorisme te veroorzaken – door mensen die zelf racistisch zijn, want ze verbinden ‘racisme’ als vanzelfsprekend met ‘blank’.
Een blanke die een niet-blanke beschuldigt van racisme wordt weggehoond: kom zeg, iedereen weet toch dat de blanken de racisten zijn!

Maar hoe weten we dat dan?

Doordat we de propaganda geloven die voortdurend over ons wordt uitgestort.
Waarom wist iedere Duitser 75 jaar geleden dat de joden de schuld waren van alles?
Omdat hij de propaganda van de nazi’s geloofde.
En waarom geloofde hij die propaganda?
Om dezelfde reden waarom wij de politiek correcte propaganda vandaag geloven
Omdat we er niet bij nadenken.
Omdat we ons in slaap laten wiegen.
Onze blik wordt telkens weer gericht op het blanke racisme van nazi-Duitsland.
En telkens weer zijn we verbijsterd.
Ons verstand staat stil.
We kunnen niet meer denken.
Die stilstand moeten we doorbreken.
We moeten weer beginnen nadenken.

Fanatisme

Er is voor een wereldbeschouwing niets gevaarlijker en er is niets wat minder geschikte impulsen voor het leven kan geven dan alles wat men met het woord fanatisme aanduidt.
En hoezeer fanatisme zich niet alleen op de overige gebieden van het leven, maar vooral ook op het gebied van de wereldbeschouwingen laat gelden, dat weet iedereen.

Als de antroposofie in deze richting een impuls wil geven, dan moet ze in de eerste plaats leren totaal niet fanatiek te zijn als wereldbeschouwing, dat wil zeggen, in haar manier van leven moet ze volkomen begrip hebben voor haar tegenstanders en volkomen tegemoetkomen aan hun mogelijke bezwaren.
Hoe vaak horen we niet op het gebied van de levensbeschouwingen en op andere gebieden dat men de tegenstander eenvoudig verwerpt als een onlogisch, en misschien zelfs als een min of meer slecht mens.

Antroposofie moet zich er op toeleggen de tegenstander en vooral zijn redenen helemaal te begrijpen.
Zij heeft daar zelf alle reden toe, want hoezeer ze ook vele harten aanspreekt, hoezeer ze aan menig verlangen in het leven kan voldoen, men moet aan de andere kant toch zeggen: de weg in de diepte die men moet gaan om de bewijskracht van haar beweringen te ondervinden, is een zeer lange weg.
De moeilijkheden die mensen tegenkomen wanneer ze zich vanuit het hedendaagse leven op eerlijke, gewetensvolle wijze in de antroposofie willen vinden, zijn de grootst denkbare.

(Rudolf Steiner – GA 69a – Praag, 19 maart 1911)

Selattin Kocak

In een interview in De Zondag maakt Selahattin Koçak, auteur en oud-politicus, een analyse van wat er fout loopt in onze westerse samenleving.
‘Om te beginnen voelen wij, moslims, ons nog altijd niet gelijkwaardig behandeld’, zegt hij.
‘Dat kan leiden tot radicalisme.’
Koçak schreef twee bestsellers over migratie en de islam.
Hij weet dus waarover hij het heeft, wanneer hij zegt dat er nog veel schort bij de integratie van moslims.
‘We hebben niet het gevoel dat we aanvaard worden’, zegt hij daarover in De Zondag.
‘Partijen als Vlaams Belang maken ons telkens weer duidelijk dat we hier niet thuishoren. We voelen ons als een kreeft in een viswinkel: niet veilig, want ooit wordt die gepakt.’

Daarnaast vindt Koçak dat de multiculturele samenleving niet goed geleid wordt.
Zo moet het onderwijs volgens hem betere duiding geven over migratie.

Maar, zo zegt Koçak, moslims moeten ook de hand in eigen boezem durven steken.
‘Een moslim die verzoening predikt, wordt door anderen afgemaakt.
Ik word als een verrader gezien als ik niet-gelovigen als gewone medemensen beschouw.
Neem Sharia4Belgium. In een poging jonge mensen die worstelen met hun identiteit te verleiden, zeggen ze krak hetzelfde als Vlaams Belang.
De politiek, het middenveld, maar ook de media, moeten de moslims die in het midden staan, beter ondersteunen.’

Tot zover het bericht in de krant.

‘Wel, zou paus Franciscus zeggen, geef die gast een klap voor zijn kop.’
Want zo doen ze dat blijkbaar in Argentinië.
Soms – nogal vaak eigenlijk – zou ik willen dat Vlamingen wat meer hadden van Argentijnen.
Die Kocak verdient een goede, ouderwetse aframmeling.

Stel, zijn moeder sterft, de hele familie Kocak is in rouw, en ik kom doodleuk zeggen dat ik me nog altijd geaffronteerd voel door moslimvrouwen die hoofddoeken dragen.
Wat zou Selattin dáárvan vinden?
Hij zou het waarschijnlijk kwetsend, grof en ongemanierd vinden.
Hij zou me beschouwen als een boerenpummel zonder enige beschaving.
En hij zou overschot van gelijk hebben, want als je ook maar een greintje inlevingsvermogen in je lijf (of waar dan ook hebt) dan doe je zoiets niet.
En toch is het precies wat Kocak doet.
Moslims hebben op een brutale manier 12 kunstenaars vermoord in hartje Parijs.
Heel Europa is in shock.
Ieder weldenkend mens is vervuld van afschuw.
En wat komt Kocak zeggen?
Wij voelen diep met u mee?
Wij delen uw afschuw voor dit geweld?
Wij distantiëren ons als moslim nadrukkelijk van deze wandaad?
Wij vinden de cartoons van Charlie Hebdo niet leuk maar wij verdedigen hun recht op vrije meningsuiting?
Nee, dat zegt Kocak allemaal niet.
Er komt geen woord van medeleven of begrip over zijn lippen.
In plaats daarvan zegt hij:
‘Wij moslims voelen ons nog altijd niet gelijkwaardig behandeld.’
‘Wij moslims voelen ons als kreeften in een viswinkel.’
‘Wij moslims voelen ons niet aanvaard.’
‘Wij moslims voelen ons niet veilig.’

Maar hij heeft het niet alleen over de moslims.
Hij heeft het ook over ons:
‘Jullie leiden de multiculturele samenleving niet goed.’
‘Jullie onderwijs moet beter.’
‘Jullie moeten de moslims beter ondersteunen.’

Moslims hebben net 12 Fransen vermoord en wat doet Kocak?
Hij zegt dat moslims slachtoffers zijn.
Hij vertelt ons wat we allemaal verkeerd doen.

Nu zou je kunnen zeggen: ach, in iedere mand zit wel een rotte appel!
Tenslotte hebben wij ook onze punkers, neo-nazi’s, en skinheads: figuren die je niet op een begrafenis wilt zien opduiken.
Maar Selattin Kocak is geen rotte appel, hij is precies het tegenovergestelde.
Hij is een schrijver van twee bestsellers.
Hij is een oud-politicus.
Hij is een Bekende Vlaming.
Hij is met andere woorden een model-moslim, een uitzondering op de regel.
Die regel ziet er heel anders uit.
Daar heeft hij het trouwens ook over.
‘Moslims die verzoening prediken, worden afgemaakt.’
‘Moslims die niet-moslims als medemensen zien, worden als verraders behandeld.’
Moslims zoals Kocak worden met andere woorden niet als moslims beschouwd.

Een mens begint na te denken als hij zoiets leest.
Als Kocak al een ongemanierde, van alle empathie gespeende narcist is, hoe moet het dan niet met de doorsnee moslim gesteld zijn?

Op één punt heeft hij alleszins gelijk: moslims worden nog altijd niet gelijkwaardig behandeld.
Ze worden behandeld als meesters, als Ubermenschen.
Ze komen ons land binnenvallen, ze vermoorden mensen die tekeningen maken, ze hebben geen goed woord over voor ons of onze cultuur, en wat doen wij?
We verontschuldigen ze. Ach, terrorisme heeft niets met de islam te maken!
We verontschuldigen ons. Ja, we zijn racisten!
We proberen hen zo weinig mogelijk te ergeren.
We geven hen alles wat ze eisen.
We gedragen ons kortom als slaven.

En dat leidt tot radicalisme.
Daarin heeft Kocak ook gelijk, vrees ik.

Benjamin Franklin

Those who would give up essential Liberty to purchase a little temporary Safety, deserve neither Liberty nor Safety.

Freedom of speech is a principal pillar of a free government. When this support is taken away, the constitution of a free society is dissolved and tyranny is erected on its ruins.

Heeft terrorisme niks te maken met de islam?

In hartje Parijs worden 12 mensen op klaarlichte dag geëxecuteerd door 2 moslimterroristen, en de Franse president haast zich om te zeggen dat terrorisme niets te maken heeft met de islam.
Hoeveel keer zouden we dat intussen al niet gehoord hebben?
Er gaat geen week voorbij of we krijgen in de media beelden te zien van het meest brutale terrorisme: mensen worden opgeblazen, onthoofd, gekruisigd, gemarteld, verkracht, opgehangen, noem maar op.
En dat gebeurt allemaal door moslims die ‘Allahu Akbar‘ schreeuwen.
Maar, roepen politici, journalisten, intellectuelen en moslims in koor: dat heeft allemaal niks te maken met de islam!

We begrijpen wel waarom dat gezegd wordt.
Het is slechts een kleine minderheid van moslims die zich schuldig maakt aan terreur, en door naar de islam te wijzen, maak je alle moslims verdacht.
Maar de grote meerderheid van de moslims is helemaal niet gewelddadig, evenmin als de grote meerderheid van de christenen, de joden, de boeddhisten, de hindoeïsten, enzovoort.
Je kan mensen die tot een bepaald geloof behoren niet verantwoordelijk stellen voor de misdaden die (door enkelingen) in naam van dat geloof worden gepleegd.
Het heeft dan ook geen zin om van moslims te vragen dat ze zich distantiëren van deze misdaden.
Dat zou trouwens wel eens averechts kunnen uitdraaien.
Als moslimjongeren, die het in het Westen sowieso al moeilijk hebben, ook nog eens in verband worden gebracht met terrorisme, zouden ze best wel eens kunnen gaan denken: als ze ons toch als terroristen beschouwen, kunnen we net zo goed terroristen worden!

Bovendien zijn er niet alleen moslimterroristen.
Er zijn ook christelijke terroristen, er zijn communistische terroristen, er zijn extreem-rechtse terroristen, er zijn ETA-terroristen, er zijn IRA-terroristen, er zijn kortom alle soorten terroristen.
Het gaat dus niet op om telkens weer naar de islam te wijzen als het over terreur gaat, alsof die twee synoniemen zijn.
We zouden nog verder kunnen gaan, en ons afvragen in hoeverre het Westen niet verantwoordelijk is voor de afschuwelijke situatie in het Midden-Oosten.
Door bijvoorbeeld Irak terug te bombarderen naar de middeleeuwen heeft Amerika er een broedplaats voor terroristen van gemaakt, en dan zwijgen we nog van de andere landen die het grondig gedestabiliseerd heeft, allemaal om de macht (en de olie) in die regio te behouden.

Nee, het is echt niet moeilijk om te begrijpen waarom gezegd wordt dat de islam niets met terrorisme te maken heeft.
De mensen die ons daar telkens weer op wijzen, doen dat wellicht met de beste bedoelingen.
Ze willen voorkomen dat hele bevolkingsgroepen gestigmatiseerd worden, dat gewone moslims het leven lastig wordt gemaakt, dat jongeren radicaliseren.

Maar.

Goede bedoelingen zijn één zaak, de waarheid is een andere.

De waarheid kunnen we nagaan, goede bedoelingen niet.
Kunnen we zeggen dat Hitler slechte bedoelingen had?
Kunnen we zeggen dat de uitvinders van de atoombom slechte bedoelingen hadden?
Er is in de wereld onvoorstelbaar veel kwaad aangericht met de beste bedoelingen.
Als we alleen naar die bedoelingen kijken, weten we eigenlijk niks.
Hoe kunnen we bijvoorbeeld weten waarom mensen zeggen dat de islam niks met terrorisme te maken heeft?
Misschien doen ze dat met de beste bedoelingen.
Misschien ook niet.
Misschien hebben ze een verborgen agenda.
Misschien willen ze de terroristen wel een hand boven het hoofd houden zodat ze er zelf kunnen van profiteren.
De Franse president heeft van de aanslagen alvast geprofiteerd om een beetje Louis XIV uit te hangen.
Nee, wanneer mensen zeggen dat de islam niks te maken heeft met terrorisme dan heeft geen zin om te kijken naar hun bedoelingen.
De enige vraag die telt is: klopt het wat ze zeggen?
Is het waar dat de islam niks te maken heeft met terrorisme?

Ik hou meer van de Profeet dan van mijn hele familie, zei een eenvoudige taxi-chauffeur onlangs in de krant. Hij vond het verschrikkelijk dat er mensen vermoord waren, maar hij vond het ook verschrikkelijk dat ze de Profeet afgebeeld hadden, en dan nog zo oneerbiedig.
Voor moslims is Mohamed de ideale mens, wiens voorbeeld ze proberen na te volgen, net zoals christenen dat doen met Jezus.
Maar juist die vergelijking maakt duidelijk waarom de islam wel degelijk met terrorisme te maken heeft.
Mohamed was namelijk een terrorist avant la lettre.
Hij was een gewelddadig man die ook anderen aanzette tot geweld.
Alles in naam van Allah.
Dat staat allemaal te lezen in de heilige geschriften van de islam, de geschriften die volgens moslims de enige echte waarheid bevatten.
Het is dan ook tamelijk verbijsterend om te lezen dat men islam-studie wil propageren ter voorkoming van de radicalisering van jongeren.
Zouden er werkelijk veel islam-leraars zijn die hun leerlingen voorhouden dat ze vooral NIET mogen worden zoals de Profeet?
En zo ja, hoeveel effect zou dat hebben op gefrustreerde jongeren die in de heilige teksten opeens ontdekken dat de terroristen niets anders doen dan de Profeet navolgen en dus voorbeeldige moslims zijn?

Daarin ligt dan ook het grote verschil met het christendom.
Als christelijke jongeren in hun heilige teksten ontdekken hoe Jezus was, dan begrijpen ze meteen dat er geen groter verschil bestaat dan tussen een terrorist en Jezus.
Jezus zei: hebt uw vijanden lief.
Mohamed zei: hak ze hun hoofd af.
En beiden voegden de daad bij het woord.
Hun voorbeeld werd heel goed begrepen door hun volgelingen.
De Mohamedanen verspreidden de islam met het zwaard.
De christenen verspreidden hun geloof op volkomen geweldloze wijze.
Het was een verschil van dag en nacht.
Er valt dan ook veel voor te zeggen dat de islam een soort anti-christendom is.

Als terroristen ‘Alahu Akbar’ roepen en een ongelovige het hoofd afsnijden, dan gedragen ze zich als voorbeeldige moslims.
Ze doen precies wat de Profeet hen voorhield en voordeed.
Hoe men het ook draait of keert, een NIET-gewelddadige moslim is iemand die NIET doet wat de Profeet hem opdraagt en die NIET zijn voorbeeld navolgt.
De gewone moslim, die geen vlieg kwaad doet en iedereen met rust laat, is eigenlijk een lauwe moslim, om niet te zeggen een slechte moslim, want hij beperkt zich tot het volgen van een aantal regels en voorschriften terwijl hij de levende kern – het voorbeeld van de Profeet – naast zich neerlegt.
Dat laatste doen christenen ook wanneer ze in het Midden-Oosten hun bommen gaan gooien om het Kwaad te vernietigen: ze schuiven het voorbeeld van Christus aan de kant en vervangen hem door Jahweh, de God van het Oude Testament, want die keurde net als Mohamed geweld wél goed.

De gemiddelde christen verschilt in de praktijk niet veel van de gemiddelde moslim.
Allebei schuiven de kern van hun geloof aan de kant: de moslim is lang niet zo gewelddadig als Mohamed, de christen lang niet zo liefdevol als Christus.
Kijken we echter naar de overtuigde gelovigen die hun religieuze voorbeeld werkelijk navolgen, dan kan er geen groter verschil zijn dan tussen de moslim en de christen.
Die moslim is dan immers een terrorist.
En de christen is … zijn slachtoffer.
Is dat trouwens niet altijd zo geweest?
Heeft het christelijke Europa zich niet altijd moeten verweren tegen de agressie van de islam?
Twee keer hebben de moslims geprobeerd Europa onder de voet te lopen.
Het omgekeerde is nooit gebeurd.
Men haalt er graag de kruistochten bij om het tegendeel te beweren, maar vergeet er dan altijd bij te zeggen dat die kruistochten een soort uitbarsting waren van opgekropte woede over bijna 100 jaar van moslimagressie.
Ook vandaag nog worden (de zeldzame) christelijke represailles veel meer in de verf gezet dan de oorspronkelijke moslimagressie.
Niemand spreekt over de talloze christenen die momenteel ongenadig vervolgd worden in de moslimlanden.
Zelfs de (huidige) paus rept daar met geen woord over.
Zijn voorganger was een stuk moediger.
Die stelde (in Regensburg) de vraag wat de islam ons al gebracht heeft buiten moord en doodslag.
Het kostte hem waarschijnlijk zijn paustroon.

Wie beweert dat de islam niks te maken heeft met terrorisme spreekt over een islam zonder Profeet.
Want zolang Mohamed centraal staat in de islam en door moslims gezien wordt als hun grote voorbeeld kan de islam nooit geweldloos zijn.
Bestaat dat echter, een islam zonder Profeet?
Bestaan er werkelijk moslims die de Profeet afwijzen?
Is dat überhaupt denkbaar?
Is het – zeker in de gegeven omstandigheden – geen groteske leugen om te beweren dat de islam niets met terrorisme te maken heeft en dat terroristen geen (echte) moslims kunnen zijn?

Waarom zeggen mensen dat dan?
Doen ze dat werkelijk omdat ze geloven dat het de waarheid is?
Dat is een tamelijk verontrustende gedachte, want de meerderheid van onze intellectuelen houdt ondanks het alsmaar toenemende moslimgeweld niet op te beweren dat terrorisme niks met de islam te maken heeft. Als ze dat werkelijk geloven, dan zitten we opgescheept met een intelligentsia die allesbehalve intelligent is.
Nee, een stuk waarschijnlijker is dat ze het uit angst doen, angst dat de modale moslim ofwel bloot zou komen te staan aan represailles ofwel zelf zou radicaliseren.
Die angst is niet geheel onterecht want de Europeanen staan nu al tientallen jaren bloot, enerzijds aan de pesterijen van moslimjongeren anderzijds aan de politiek correcte propaganda die hen ervan beschuldigt die pesterijen zelf uit te lokken.
De moslims van hun kant staan door hun liefde voor de Profeet bloot aan de invloed van fundamentalisten die hen erop wijzen dat ze geen echte moslims zijn als ze die liefde niet ook in de praktijk brengen.

Uit die angst spreekt een groot wantrouwen, niet alleen jegens de moslimbevolking maar ook – en vooral – jegens de eigen bevolking.
Ofschoon die bevolking al tientallen jaren verbazingwekkend rustig blijft onder het arrogante en agressieve gedrag van moslims (én eigen intellectuelen), en ook na de aanslag in Parijs weer eens getoond heeft hoe verdraagzaam en vergevingsgezind ze is, blijven moslims en intellectuelen verwoed inhakken op die bevolking en haar beschuldigen van racisme, islamofobie, onverdraagzaamheid, haat, en alles wat de duivel maar in de aanbieding heeft.
Wat is het toch dat al dat wantrouwen en al die angst veroorzaakt?
Wat leeft er in de Europese bevolking dat de Europese leiders en intellectuelen meer angst aanjaagt dan al het moslimgeweld?
Wat was er zo angstaanjagend voor hen in die miljoenen mensen die in Parijs vreedzaam opstapten met hun papiertje ‘Je suis Charlie‘ in de hand?
Hoe kan een onschuldig kind – miljoenen keren vermenigvuldigd – machtige, intelligente, volwassen mensen zo de stuipen op het lijf jagen dat ze liever kiezen voor een brutale, gewelddadige misdadiger?
Dat is de vraag die schuilgaat achter de onzinnige bewering dat het terrorisme niks met de islam te maken heeft.

Anti-Charlie

Op 7 januari – één dag na Driekoningen – kwamen er drie terroristen uit het Oosten en pleegden een kindermoord. Want wat waren die cartoonisten van Charlie Hebdo anders dan (grote) kinderen die met potlood en papier speelden?
De Herodiaanse slachtpartij schokte het volk en het kwam op straat om te protesteren.
Het deed dat niet luid schreeuwend en overtuigd van het eigen gelijk.
Nee, het deed dat rustig en zelfs een beetje speels.
Ofschoon het om een ernstige zaak ging, mocht er best gelachen worden.
Spel en ernst gaan immers samen bij een kind.
Zo kwamen al die miljoenen op straat: als mensenkinderen.
Ze noemden zich voor de gelegenheid allemaal Charlie.
En Charlie is een kind.
De getroffen hebdomaire is immers genoemd naar Charlie Brown, het aandoenlijke hoofdfiguurtje van Peanuts, een strip bevolkt met louter kinderen (en een hond).
Zonder het zelf goed te beseffen, zeiden al die miljoenen mensen: wij zijn allemaal kinderen en wij zijn solidair met de vermoorde kinderen van Charlie Hebdo.
Ze waren niet kwaad, die ‘kinderen’, alleen verdrietig en bezorgd.
Ze riepen geen slogans over wie de schuld had of wie gestraft moest worden.
Ze wilden alleen maar tonen dat ze er waren, dat ze bestonden.
Je suis Charlie, meer niet.
Het was indrukwekkend, het was aangrijpend, het was hartverwarmend.
Zelfs de linkse intellectuelen (zijn er nog andere?) hielden even hun mond.
Maar dat duurde helaas niet lang.
Algauw begonnen ze weer te roepen en te schreeuwen en werkten ze zichzelf weer op tot heilige verontwaardiging: niemand mocht denken dat die aanslagen iets te maken hadden met de islam!
Niemand mocht de moslims met de vinger wijzen, want ze hadden het al moeilijk genoeg!

Had iemand dat dan gedaan?

Was er een wilde menigte op straat gekomen die om wraak schreeuwde, die poppen verbrandde die Mohamed voorstelden, die onderweg de moslims vermoordde, die moskeeën in brand stak?
Niets van dat alles.
Europa had op niet-islamitische wijze gereageerd op een islamitische aanslag.
Meer zelfs, het had op uitgesproken christelijke wijze gereageerd.
Had Charlie Hebdo op de cover van zijn nieuwe nummer niet in grote letters gezet: tout est pardonné?
Het had met andere woorden zijn vijanden vergeven.

Kan een mens verdraagzamer zijn?

En toch was het in kranten en tijdschriften – vooral linkse uiteraard – een waar artillerievuur van artikels en beschouwingen die het islamitische karakter van de aanslag probeerden te relativeren, te minimaliseren, te ontkennen en zelfs om te keren: had het Westen niet méér schuld aan de aanslagen dan die arme, gediscrimineerde en gedemoniseerde moslims?
De Europese leiders deden ook hun duit in het zakje: ze besloten meteen de vrijheid van meningsuiting (nog meer) aan banden te leggen, als om te zeggen: die moslims hadden gelijk, er moet paal en perk gesteld worden aan al die hate speech!
Zelfs paus Franciscus gaf de moslims gelijk. De vrijheid van meningsuiting, verklaarde hij, betekent niet dat je mensen mag beledigen, het is immers normaal dat je iemand een klap geeft als hij je beledigt.

Al die reacties kwamen er nadat de Europese vrije geest getroffen was door een brutale moslimaanslag en daar op uiterst verdraagzame, vergevingsgezinde, kortom christelijke wijze had op gereageerd.
Eén ding is zeker: de reacties van de linkse intellectuelen, van de Europese leiders en – godbetert – van de paus waren allesbehalve christelijk.
Eigenlijk waren ze ronduit anti-christelijk.
Wat maar weer eens aantoont dat de echte vijand niet van buiten komt.
Hij komt van binnen.
Hij zetelt zelfs in het hart van de ‘christelijke’ wereld als Zijne Schijnheiligheid de paus van Rome, niet toevallig zeer populair bij de linkse intellectuelen.

Ja, ze verstaan elkaar heel goed de antichristenen, of ze nu katholiek, moslim, atheïst of wat dan ook zijn.
Ze hebben het allemaal gemunt op dezelfde vijand, dat wil zeggen op degene die ze als hun vijand zien.
Want wat is er nu zo verschrikkelijk aan de kinderlijke Charlie die niemand kwaad doet?
Waarom vormt hij zo’n bedreiging voor al die intellectuelen, leiders, terroristen, pausen, imams, enzovoort?
Ja, welk kind werd er op 6 januari geboren dat het de Herodessen dezer aarde in alle staten bracht?
Dat zou wel eens the question kunnen zijn.
Als Charlie Hebdo dáár nu eens een tekeningetje van maakte!

On est tous Charlie

In Duitsland wordt er door Pegida betoogd tegen de islamisering van Europa.
Maar er wordt ook betoogd tegen Pegida zelf.
In Frankrijk kwamen miljoenen mensen op straat voor de vrijheid van meningsuiting.
Meteen besloten de Europese leiders om de vrijheid van meningsuiting wat meer aan banden te leggen.
Het minste wat men kan zeggen, is dat Europa verdeeld is.
Een deel is tegen de islamisering, een deel is ervoor.
Een deel is tegen de vrijheid van meningsuiting, een deel is ervoor.
Vanwaar die verdeeldheid?
Het is de oude tegenstelling tussen links en rechts.
Rechts is voor de vrijheid van meningsuiting, links is ertegen.
Rechts is tegen de islamisering, links is ervoor.
Sommigen zullen dat een veralgemenende, polariserende, rechtse voorstelling van zaken vinden.
Ze zullen pleiten voor een genuanceerde, verzoenende, linkse voorstelling.
Die zou dan luiden:
Links is voor een vreedzaam samenleven tussen Europa en de islam, rechts stuurt aan op polarisatie.
Links is voor een vrijheid van meningsuiting met beperkingen, rechts wil absolute vrijheid zonder enige beperking.

Deze linkse voorstelling doet echter twee vragen rijzen.
Ten eerste: kunnen Europeanen en moslims wel vreedzaam samenleven?
De realiteit lijkt dat tegen te spreken.
Hoe langer ze samenleven, des te groter worden de spanningen.
Hoezeer ook de lof wordt gezongen van de multiculturele samenleving, ze mislukt zienderogen.
De tweede vraag luidt: kan de vrijheid van meningsuiting beperkt worden?
De realiteit lijkt dat alweer tegen te spreken: in Engeland is het op bepaalde plaatsen al verboden om een zwarte koffie te bestellen, dat geldt namelijk als kwetsend voor bepaalde minderheden.
Het inperken van de vrijheid van meningsuiting leidt tot ergerlijke absurditeiten.

De linkse voorstelling van zaken is dus bedrieglijk.
Ze pleit voor vrede en verzoening maar veroorzaakt onvrede en geweld.
De rechtse voorstelling is een stuk oprechter.
Ze pleit ondubbelzinnig voor de confrontatie tussen Europa en de islam, en voor le choc des idées.
Zo’n botsing veroorzaakt natuurlijk ook onvrede en geweld, en dus maakt het eigenlijk geen verschil of we de zaken links of rechts aanpakken: het leidt in beide gevallen tot hetzelfde.
De strijd tussen links en rechts is met andere woorden een schijn-strijd.
Hij is als de strijd tussen de terroristen en de anti-terroristen die we in de straten van Parijs aan het werk hebben gezien: een strijd tussen gemaskerde mannen die als twee druppels water op elkaar leken.
Die (opvallende) gelijkenis drukte een diepe waarheid uit: dit was geen strijd van het goede tegen het kwade, dit was een strijd van het kwade tegen het kwade.
De strijd tussen links en rechts is een strijd tussen Lucifer en Ahriman.
Of tussen Ahriman en Lucifer, want beide lijken tegenwoordig zo sterk op elkaar dat ze inwisselbaar worden. Ze vormen een onontwarbaar kluwen waarachter een geest schuilgaat die het rechtstreeks op de mens gemunt heeft.
Terroristen en anti-terroristen lijken tegen elkaar te vechten, maar in werkelijkheid vechten ze samen tegen de mens en de menselijkheid.

Dat is the inconvenient truth van onze tijd: links en rechts vechten een verbitterde strijd uit met elkaar, een strijd die door beide wordt voorgesteld als een strijd tussen goed en kwaad, maar die in werkelijkheid een zelfvernietigende strijd is, een strijd van de mens tegen de mens.
De strijd tussen links en rechts is exemplarisch voor alle hedendaagse conflicten.
De grote uitdaging van onze tijd is dan ook: hoe kunnen links en rechts met elkaar verzoend worden?
Want dat is de enige manier om de zelfvernietiging tegen te gaan.
Maar eerst moet een andere vraag gesteld worden: kunnen beide tegenpolen wel met elkaar verzoend worden?
Die vraag zou ons tot bezinning moeten brengen, want als we ze negatief beantwoorden, vellen we ons eigen doodvonnis.
Als links en rechts niet met elkaar verzoend kunnen worden, dan is het afgelopen met de mensheid, dan zal ze zichzelf vernietigen.

We hoeven niet eens naar het Midden-Oosten te kijken om dat te begrijpen.
In ons eigen land zien we hoe een democratisch verkozen regering bestreden wordt alsof ze de incarnatie van het kwaad is, enkel en alleen omdat ze rechts is.
De ‘boze geest’ achter die regering, het kwaadaardige brein Bart De Wever, wordt door links afgeschilderd als de nieuwe Hitler, en geen moment komt het bij links op dat het met deze onafgebroken demonisering zelf nazi-praktijken toepast.
Het is verbijsterend om te zien hoeveel mensen daarin meegaan, hoe het demoniseren van een mens een vanzelfsprekende zaak is geworden, een morele plicht bijna.
In Nederland heeft dat destijds geleid tot de moord op Pim Fortuyn. En dat is dan ook de onvermijdelijke uitkomst van de polarisatie tussen links en rechts: moord en doodslag.
In de afgelopen eeuw heeft die polarisatie zowat 100 miljoen doden geëist, en nog altijd heeft de mensheid niet bijgeleerd. Nog altijd trapt ze in dezelfde val en dreigt er opnieuw een apocalyptische vernietigingsgolf.
Er bestaat dus geen dringender vraag dan hoe we links en rechts met elkaar kunnen verzoenen.

Laten we die vraag eens toespitsen op de vrijheid van meningsuiting.
Rechts is voor absolute vrijheid: alles moet kunnen gezegd worden, hoe kwetsend het voor anderen ook is.
Links is het daar niet mee eens, het vindt dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting en dat je niet zomaar iedereen mag kwetsen.
Om een lang verhaal kort te maken: rechts heeft gelijk.
De vrijheid van meningsuiting is absoluut of ze is niet.
Een beperking, hoe klein ook, is als een gaatje in een dijk: vroeg of laat breekt de dijk door.
Voor wie in een vrije samenleving wil leven, kan er over dit principe geen discussie bestaan: de vrijheid van meningsuiting moet absoluut zijn.

Daarmee is de zaak natuurlijk niet opgelost, want principes zijn één zaak, de realiteit is een andere.
Er leven in Europa momenteel miljoenen moslims die wel de voordelen van een vrije samenleving willen, maar niet bereid zijn daarvoor de prijs te betalen, want ze willen niet gekwetst worden in hun religieuze gevoelens.
Worden ze toch gekwetst, dan reageren ze met agressie en geweld.
We kunnen daarvan denken wat we willen, maar de realiteit is dat er geweld van komt als we vasthouden aan de vrijheid van meningsuiting zoals rechts die voorstaat.
Links wil dat geweld vermijden door de moslims niet meer kwetsen.
Dat klinkt redelijk want star vasthouden aan de vrijheid van meningsuiting zal die vrijheid uiteindelijk fataal worden.
Toch is de linkse toegeeflijkheid al evenmin realistisch als de principiële houding van rechts, want hoe meer we toegeven aan de moslims, des te meer voelen ze zich tekortgedaan en des te minder moeten ze weten van onze vrije samenleving.
Beide houdingen – de linkse én de rechtse – leiden dus onvermijdelijk tot een botsing tussen de vrije samenleving en de islamitische samenleving.
En daarbij zal de vrije samenleving het onderspit delven, om de eenvoudige reden dat ze verdeeld is.
Als twee honden vechten om één been, dan loopt de derde ermee weg.

Er is dus geen andere mogelijkheid: als we de vrije samenleving willen redden, moeten we rechts en links met elkaar verzoenen.
En dat betekent dat de vrijheid van meningsuiting verzoend moet worden met een niet-kwetsende houding.
Dat klinkt als een contradictio in terminis, want de essentie van de vrije meningsuiting is juist dat men andere mensen mag kwetsen.
Als ik bijvoorbeeld van de kunstwerken van Berlinde De Bruyckere zeg dat ze me braakneigingen bezorgen, dan kwets ik haar daar ongetwijfeld mee.
Maar door die kunstwerken te maken, kwetst ze mij ook.
Wat nu gedaan?
Moet ik mijn mond houden of moet zij ophouden kunst te maken?
Moet zij zich aanpassen aan mij of ik aan haar?
Dat leidt onvermijdelijk tot een machtsstrijd en de kunstwereld toont ons hoe die eindigt: niemand durft zijn mond nog opendoen, niemand durft er nog een eigen mening op nahouden.
Ook de kunstenaar mag niet meer doen wat hij wil, hij moet zich strikt aan de ongeschreven regels houden.
Hij heeft al even weinig vrijheid als de kijker, dat wil zeggen: geen.
Toch voelen beiden zich volkomen vrij: ze denken dat ze mogen doen wat ze willen en ze denken dat ze mogen zeggen wat ze willen.
Dat is waar de ondergang van de vrije samenleving toe leidt: tot slaven die denken dat ze vrij zijn.
Het is de natte droom van elke machthebber.
Mensen die weerzinwekkende dingen doen en daar vreugde aan beleven.
Mensen die naar weerzinwekkende dingen kijken en nog nooit zoiets moois gezien hebben.
Mensen die in de hel zitten en zich in de hemel wanen: wat kan een duivel nog meer wensen?

We moeten de kunst dankbaar zijn dat zij in beeld brengt wat de uiteindelijke gevolgen zullen zijn als we er niet in slagen de vrije samenleving te redden.
Het zal leiden tot de ontmenselijking van de mens.
Het zal van hem een duivel maken die denkt dat hij een engel is.
Het is niet moeilijk om dat mensentype nu reeds waar te nemen.
Maar de kunst zou geen kunst zijn als zij ons niet ook nog iets anders toonde.
Hedendaagse kunst is eigenlijk niets anders dan een karikatuur van de vrije meningsuiting zonder enige beperking: alles is hier toegelaten, hoe kwetsend en choquerend het ook is.
De paradox is dat deze absolute vrijheid omslaat in zijn tegendeel: ze wordt tot de absolute plicht om te kwetsen en te choqueren.
Hedendaagse kunst is per definitie kwetsende en choquerende kunst.
Luc Tuymans vertolkte de geest van deze kunst toen hij zei: ik haat schoonheid!
De klassieke kunst – die schoonheid nastreeft en aangenaam wil zijn – is absoluut taboe in hedendaagse kringen.
Het merkwaardige is nu dat deze Hedendaagse kunst, die met haar bandeloze vrijheid en kwetsende natuur alles belichaamt wat de moslim verafschuwt, in de islamitische wereld niet op verzet stuit (in tegenstelling tot de klassieke kunst).

Hoe valt dat te verklaren?

Ik denk dat het op dezelfde manier verklaard kan worden als de massale solidariteit met Charlie Hebdo.
De grote meerderheid van al die Je suis Charlie-sympathisanten kende Charlie Hebdo niet eens.
Velen onder hen zouden waarschijnlijk zelfs afkeer gevoeld hebben voor het blad als ze het gekend hadden.
Maar ze reageerden niet rationeel, ze reageerden zelfs niet emotioneel, ze reageerden vanuit een dieper aanvoelen van waar het werkelijk om ging: de vrije meningsuiting, de vrije samenleving, de vrije menselijkheid.
Op een gelijkaardige manier reageren moslims, vermoed ik, op de Hedendaagse Kunst.
De meeste moslims kennen deze kunst niet eens, en ze zouden er waarschijnlijk weerzin voor voelen als dat wel het geval was.
Maar net als de Parijzenaars reageren ze er vanuit een diepere bewustzijnslaag op en voelen onbewust aan hoe belangrijk het is om mensen te mogen kwetsen en choqueren.

De Hedendaagse kunst toont met andere woorden aan dat Westerlingen en moslims ten aanzien van de wezenlijkste zaken niet verschillen: allebei vinden ze de vrije samenleving een kostbaar goed, allebei accepteren ze het kwetsende karakter van de Hedendaagse Kunst.
En dat is natuurlijk goed nieuws, want het toont aan dat de Westerse wereld en de moslimwereld wel degelijk met elkaar te verzoenen zijn: in de grond willen ze immers precies hetzelfde.
Dat is trouwens de reden waarom de moslims zo massaal naar Europa emigreren: ze willen deel uitmaken van de vrije samenleving. Daarvoor verlaten ze hun vaderland, daarvoor riskeren ze hun leven, daarvoor hebben ze alles over.
Maar waar ligt dan het probleem?
Waarom raken mensen die hetzelfde willen zodanig slaags dat ze elkaar naar het leven staan en zelfs dreigen te vernietigen?
Hoe kan een gemeenschappelijke impuls de wereld zo verdelen?
Om het antroposofisch uit te drukken: hoe kan de Wederkomst van Christus zo’n uitbarsting van haat veroorzaken?
Het antwoord is eenvoudig: omdat de mensheid zich niet bewust is van die wederkomst.
Zowel Westerlingen als moslims zijn zich niet bewust van de gemeenschappelijke impuls die hen bezielt: Christus, het wezen van de vrije samenleving.

Wat betekent dit nu concreet, in verband met de vrije meningsuiting?
Hoe kunnen twee zo tegengestelde idealen als anderen-mogen-kwetsen en niet-gekwetst-willen-worden met elkaar verzoend worden?
De oplossing ligt in het woordje ‘mogen’.
Vrijheid van meningsuiting betekent: anderen mogen kwetsen.
Het betekent niet: anderen moeten kwetsen, of anderen willen kwetsen.
Wie de vrije samenleving toegedaan is, mag anderen kwetsen, maar hij is daar niet toe verplicht.
Hij is namelijk vrij.
Dat is de kern van de zaak.
We zijn vrij om de ander al dan niet te kwetsen.
We mogen kwetsen, maar we moeten niet.
We kunnen kiezen.
En wie zich werkelijk bewust is van die keuze, zal niet gauw kiezen voor geweld, want hij weet dat het geen oplossing is.
Het is dus niet de keuze die moeilijk is, het is de bewustwording ervan.
Het is niet moeilijk om voor Christus te kiezen, het is zelfs het meest vanzelfsprekende dat er is.
Maar het is ontzettend moeilijk om ons van Hem bewust te worden.
En dat bewustzijn moet zo diep en zo levend zijn dat het tot een tweede natuur wordt, een nieuwe geweldloze natuur die onze oude gewelddadige natuur overwint en vervangt.

Dat bewustzijn sluimert reeds in ons.
Door de aanslag tegen Charlie Hebdo kwam het even naar boven, niet alleen bij Westerlingen maar ook bij moslims.
Opeens besefte iedereen: dit is niet de weg!
Maar dat besef was nog zeer zwak en kwetsbaar.
Het had geen verhaal tegen het intellectuele geweld dat meteen losbarstte en opriep tot oorlog: oorlog tegen het terrorisme, oorlog tegen de fundamentalistische islam, oorlog tegen de vrije meningsuiting, oorlog tegen Pegida, oorlog tegen alles en iedereen.
Deze oorlogsreactie is begrijpelijk, maar het is een onbewuste reactie, hoe geleerd en intellectueel ze ook klinkt.
De echte oorlog die moet uitgevochten worden is een bewustzijnsoorlog.
Er moet gevochten worden om die gemeenschappelijke impuls, die mondiale wil om te leven in een vrije samenleving, tot bewustzijn te brengen.
Daarbij moeten we elkaar mogen kwetsen, want anders kan er niet gevochten worden.
Maar tegelijk moeten we proberen gebruik te maken van onze vrijheid om niet te kwetsen.
We moeten met andere woorden leren vechten zonder te kwetsen.
En dat kan maar op één manier: door er een kunst te maken, door van de ideeënstrijd een spel te maken.
Dat is dus het goede nieuws: we staan niet machteloos tegenover het geweld dat vandaag de wereld teistert.
We kunnen er allemaal iets aan doen.
Iedere keer dat we met andere mensen spreken, kunnen we ons oefenen in de kunst om vrij onze mening te zeggen en toch anderen niet te kwetsen.
Niemand kan ons daartoe verplichten, we kunnen het alleen uit vrije wil doen, en die wil zal des te sterker worden naarmate we inzien dat deze verzoening van de tegenpolen de enige weg naar de toekomst is.