De Grote Keuze

door lievendebrouwere

Achter de ‘clash of civilisations’ tussen het ahrimanische Westen en de luciferische islam verbergt zich een veel grotere confrontatie: die tussen Christus en de Antichrist.
Terwijl het in het eerste geval een misleiding is om partij te kiezen (Lucifer en Ahriman spelen onder één hoedje), is het in het tweede geval juist een misleiding om dat niet te doen.
Wie niet voor mij is, is tegen mij, zei Christus.
Op dit niveau moet er inderdaad radicaal gekozen worden.
Men kan zich voorstellen wat er gebeurt als beide niveaus met elkaar verward worden en een tegenstelling als die tussen het Westen en de islam (of die tussen politiek links en rechts) beleefd wordt als een tegenstelling tussen het absoluut goede en het absoluut kwade.
Dat resulteert in een strijd tussen twee partijen die er allebei van overtuigd zijn het absoluut goede aan hun kant te hebben en die in de ander het absoluut kwade zien.
In dit verwisselen of verwarren van beide niveaus is de Antichrist werkzaam.
Hij verleidt ons ertoe partij te kiezen wanneer we dat niet moeten doen, en neutraal te blijven wanneer we wel partij moeten kiezen.
Want neutraal blijven ten aanzien van Christus en de Antichrist is niets anders dan een combinatie van ahrimanische onverschilligheid en luciferische hoogmoed.
Het is gewoon een andere manier om in de greep van de Antichrist te raken.
Nee, tussen Christus en de Antichrist moet er gekozen worden.
Een compromis is hier niet mogelijk.
Niet kiezen is ook kiezen.
Het is kiezen zonder dat men het weet.
En kiezen zonder dat men het weet, is kiezen voor de Antichrist.

Kiezen voor Christus daarentegen is bewust kiezen.
Het is weten voor wie men kiest.
Het is onderscheid maken tussen Christus en de Antichrist, maar ook tussen Lucifer en Ahriman.
Het is onderscheid maken tussen de verschillende niveaus waarop de tegenstellingen zich afspelen.
Kiezen voor Christus veronderstelt dus helderheid van geest.
Alles wat troebel is, drijft de mens in de armen van de Antichrist.

Volgens Rudolf Steiner is het niet Christus die we nodig hebben, maar bewustzijn van Christus.
De (wedergekomen) Christus is er, we moeten hem alleen leren onderscheiden.
Als we ons blind aan hem overgeven, staat de Antichrist klaar om ons op te vangen.
Het ergste wat de mensheid kan overkomen, aldus Rudolf Steiner, is dat ze de wederkomst van Christus ‘verslaapt’.
Want dan zullen we in de armen van de Antichrist slapen.
We zullen ‘slapen’ als dieren: heel alert en met een feilloos instinct, maar zonder zelfbewustzijn, zonder iets of iemand te herkennen.
Het is de slaap van de Ik-loze mens, die zonder het te weten veranderd is in een intelligent beest.
Dat beest zal een nachtmerrie zijn voor wie nog wakker is, maar zelf zal het zich volkomen onschuldig voelen.

Onnodig te zeggen dat Christus en de Antichrist slechts namen zijn, abstracte begrippen, zeker voor de moderne mens, die geen geestelijke wezens meer kan waarnemen.
Als we willen dat die namen voor ons iets betekenen dan moeten we doordringen tot de werkelijkheid achter de begrippen, dan moeten we ze weer tot leven wekken.
Abstracte woorden en begrippen zijn eigenlijk het ‘stoffelijk overschot’ van wat ooit directe geestelijke waarnemingen waren.
Zoals we aan een lijk de levende mens nog kunnen herkennen, zo kunnen we aan een woord of begrip het geestelijke wezen herkennen dat er ooit in geleefd heeft.
Het grote voordeel van een lijk is dat we ermee kunnen doen wat we willen, het biedt geen weerstand meer, het laat ons volkomen vrij.
Het grote nadeel is dat het tot ontbinding overgaat.

En dat is wat vandaag aan het gebeuren is: ons denken begint te ontbinden, begrippen raken helemaal los van de geest en kunnen om het even wat betekenen.
We voelen de dreiging die daarvan uitgaat en zoeken instinctief contact met de geest.
We proberen ons denken tot leven te wekken door het te vermengen met emoties en driften.
Maar door dit schijnleven wordt het ontbindingsproces alleen maar versneld.
Het resultaat is het chaotische, verwarde, onsamenhangende denken zoals we dat vandaag kennen.

Wat in ons denken gebeurt, is een spiegel van wat overal gebeurt: uit angst voor de kille doodsheid van Ahriman zoeken we onze toevlucht in de hete driften van Lucifer.
Maar we doen dat niet bewust, het is een reflex, een instinctieve reactie.
Daardoor vermengen Lucifer en Ahriman zich tot een troebel mengsel.
Dat ‘gemengde’ denken is hard als ijs, maar tegelijk brandend als vuur.
Het is een ‘dierlijk’ denken waarvan we ons niet bewust zijn en dat met ons aan de haal gaat als een (grote) hond aan de lijn.
Pas wanneer we er in een gesprek of discussie mee geconfronteerd worden, voelen we zijn roofdieraard die ons hart ineen doet krimpen.

Het moderne denken is een denken zonder hart, een harteloos denken.
Het is een denken dat slechts in schijn nog leeft, maar waarin bijna enkel nog de ontbindende krachten van de dood werkzaam zijn.
Daarin ligt dan ook onze grote opgave.
We moeten weer leren denken met ons hart, niet zonder.
Ons hart moet weer in het centrum van ons denken komen te staan, midden tussen de kille Ahriman en de opgewonden Lucifer.
Op die manier ontrukken we ons denken aan de doodskrachten en brengen het langzaam weer tot leven.
Op die manier verbinden we het weer met de geest zonder onze vrijheid te verliezen.

Dit denken-met-het-hart is in essentie een kunstzinnig denken dat bemiddelt tussen het wetenschappelijke denken (dat momenteel in handen van Ahriman is) en het religieuze denken (dat in handen van Lucifer) is.
Het is de bewustwording van onze kunstzinnige beleving, die in onze tijd de enige echte geestelijke waarneming is die we nog kennen (enkele uitzonderingen niet te na gesproken).
De kunst heeft in onze moderne wereld de rol van de religie overgenomen.
In het wetenschappelijke denken hebben we ons helemaal los gemaakt van de geest en onze vrijheid veroverd, maar in de kunstzinnige beleving hebben we nog een laatste rest van echte geestelijke waarneming bewaard.
En nu staan we voor de keuze: wakkeren we deze ‘waakvlam’ weer aan door er ons bewust van te worden, of laten we ze uitdoven zodat we alle contact met de geest verliezen en in handen vallen van de Antichrist?

Dat laatste is wat in de Hedendaagse kunst gebeurt: we zien hier mensen aan het werk die weigeren (of niet in staat zijn) zich om te keren en weer contact te maken met de geestelijke wereld waaruit ze zijn voortgekomen.
Ze gaan blind vooruit en maken een karikatuur van hun vrijheid.
Dat ze op die manier het laatste (bewuste) contact met de geest verliezen, merken ze niet want ze worden nu geïnspireerd door een andere geest, een anti-geest die de kunst verstaat om zich voor te doen als de oorspronkelijke (christelijke) geest.
Degenen die niet blind vooruit stormen maar bij de klassieke kunstzinnige beleving blijven – een beleving die in onze tijd ‘gedemocratiseerd’ is doordat kunst voor iedereen toegankelijk is geworden – deinzen vol afschuw terug voor de anti-kunst die zichzelf ‘hedendaags’ gedoopt heeft.
Maar ze hebben geen verhaal tegen het intellectuele en sociale geweld van de Antichrist.
Hun hart is als verlamd en het durft zijn mond niet opendoen.
Wie probeert om dit hart een stem te geven, zodat het zich kan verdedigen tegen dit roofdier, moet de strijd met de draak aangaan, het beest met de twee koppen.
Hij moet bewust tussen Lucifer en Ahriman gaan staan.

In deze Michaëlische strijd schemert al iets door van de cruciale keuze die we moeten maken tussen Christus en de Antichrist.
Want we moeten kiezen voor de strijd tegen Lucifer, tegen Ahriman zijn we namelijk niet opgewassen.
Het is dezelfde keuze die Odysseus al maakte toen hij midden tussen Scylla en Charybdis heen moest varen.
Charybdis is het intellectuele vernuft waarmee de Hedendaagse kunst verdedigd en gepropageerd wordt.
Daartegen maken we geen schijn van kans: we worden er met huid en haar door verzwolgen.
Scylla daarentegen zijn de emoties die ons hart in lichterlaaie zetten wanneer we geconfronteerd worden met kunst.
Deze emoties zijn luciferisch van aard, dat wil zeggen: egoïstisch, subjectief, uiterst persoonlijk.
In de strijd met Lucifer lopen we, net als Odysseus, averij op: ons ego krijgt het zwaar te verduren en gaat als het ware door het vuur.
Maar we overleven het en uit de assen van dat vuur verrijst ons hart als een feniks: gezuiverd en vervuld van geest.
Deze feniks, deze in zijn eigen vuur gelouterde Lucifer is, zoals Rudolf Steiner zei, niemand anders dan de Heilige Geest.
De verloste Lucifer is het bewustzijn van Christus, het bewustzijn dat we méér dan wat ook nodig hebben.

Hoe dit bewustzijn in concreto ontstaat: daarover volgende keer meer.

Advertenties