Het dronken hart

door lievendebrouwere

What shall we do with a drunken sailor? zong Ferre Grignard vijftig jaar geleden.
Vandaag is dat nog altijd de grote vraag.
Want die dronken zeeman is ons hart dat stuurloos over de golven zwalpt.
Wat zullen we doen met dat hart?
Zullen we het ontnuchteren tot het weer helder uit zijn ogen kijkt?
Of zullen we het gewoon in de golven laten verdwijnen?
Zullen we het weer tot bewustzijn brengen zodat het een oog wordt waarmee we de geest kunnen zien?
Of zullen we het in bewusteloosheid laten wegzinken tot het alleen nog blind kan rondtasten?

That is the question.

Enerzijds moeten we voldoende ontnuchteren om te beseffen dat we ‘dronken’ zijn en dat onze ziel in gevaar is.
Anderzijds mag de ontnuchtering niet te bruusk gebeuren, want dan dreigen we in paniek te raken en zijn we nog verder van huis.
Juist om die reden is de kunst een geschikt middengebied om deze vraag te stellen.
We hebben allemaal in meer of mindere mate met kunst te maken – art is everywhere – maar tegelijk maken we er ons niet al te druk over, want het is ‘toch maar’ kunst.
Eigenlijk zijn we altijd een beetje ‘dronken’ als het over kunst gaat, want in volkomen nuchtere toestand kunnen we er niet van genieten.
We kunnen hier dus wakker worden, en toch blijven dromen.
Want human kind cannot bear much reality.

Toch is het geen sinecure om te ontnuchteren op het gebied van de kunst.
Dat ondervinden we meteen als we een simpele vraag stellen als: is een pispot nu werkelijk kunst?
Voor een nuchter mens is dat een voor de hand liggende vraag, maar in de luciferische (en dus altijd wat dronken) kunstwereld klinkt het als vloeken in de kerk.
Toch is men in de hedendaagse kunstwereld niet langer verontwaardigd over dit soort nuchtere vragen.
De tijd dat men er heftig op reageerde is allang voorbij.
Men haalt hoogstens nog verveeld de schouders op en zegt: ach, weer zo’n kneusje dat de laatste 100 jaar geslapen heeft!
Men heeft in feite medelijden met naïeve zielen die dergelijke domme vragen stellen.
Het zijn kinderen, ze weten niet beter.

De vraag of een pispot kunst is, komt uit het hart.
Het is een naïeve, onbevangen vraag.
Maar ook de reactie erop komt uit het hart.
Het is geen scherpe terechtwijzing maar een goedmoedige reactie.
Vraag én antwoord komen dus uit het gebied van het hart.
En zo hoort het ook, want kunst is een hartsaangelegenheid.

Op het eerste gezicht gaat het dus om de reactie van een oude, wijze ziel op de vraag van een jonge, onervaren ziel.
Maar dat beeld klopt toch niet helemaal.
Kinderen en bejaarden voelen zich namelijk van nature tot elkaar aangetrokken.
Ze verkeren graag in elkaars gezelschap.
Daar is in de kunst echter geen sprake van.
Oud en jong leven hier in twee verschillende werelden waartussen geen enkel contact bestaat.
Zelfs na 100 jaar Hedendaagse kunst is er nog altijd niet de minste toenadering.
Het grote publiek blijf jong en naïef terwijl slechts een kleine minderheid oud en wijs is (of zich althans zo voordoet).
Het gaat hier dus niet om één hart dat zich op natuurlijke wijze ontwikkelt van kinderlijke naïviteit tot wijze ouderdom.
Het gaat om twee verschillende harten die zich helemaal NIET ontwikkelen.
De hartelijkheid die tussen beide leek te bestaan, is dus schijn.
Het is een schaapsvacht waaronder zich een wolf verbergt.

Met deze wolf krijgen we te maken als ons hart wil ontwaken.
Hij heeft twee verschillende gezichten.
Uiterlijk is hij een onschuldig lam dat alleen maar het beste wil.
Innerlijk is hij een roofdier dat het slechtste wil.
Door met deze twee gezichten te ‘spelen’ verlamt deze wolf onze ziel.
Toont hij ons alleen zijn schaapsvacht dan gaan we aan onszelf twijfelen: we voelen ons verdorven zielen dat we aan zoveel wijsheid en welwillendheid durven twijfelen.
En dus leggen we ons hart het zwijgen op.
Hebben we een onstuimig hart dat zich niet de mond laat snoeren en ongepaste vragen stelt, dan maken we kennis met het roofdier dat ons de stuipen op het lijf jaagt.
De combinatie van beide is doorgaans genoeg om ons in onze schulp te doen kruipen.
We slikken onze vragen in en slapen verder.
Maar het is niet meer dezelfde slaap als voorheen.
Wie wakker wil worden en zich toch weer omdraait in zijn bed, valt in een heel ander soort slaap, een ongezonde slaap die veel wegheeft van een verdoving.

In die toestand van verdoving houdt deze wolf-in-een-schaapsvacht de kunstwereld nu al 100 jaar gevangen.
In die tijd is onze ziel alsmaar dieper in de golven weggezonken.
We leven in een (artistieke) onderwereld en we beseffen het niet.
Want aan de buitenkant zijn we onschuldig en naïef gebleven.
Net als vroeger bezoeken we tentoonstellingen en musea omdat we van kunst houden.
Tenminste, dat denken we.
In werkelijkheid maakt het ons niets uit of we nu schilderijen, tekeningen en beelden te zien krijgen dan wel pispotten, kakmachines en bananenschillen.
We zijn stiekem zelfs trots op die ‘ruimdenkendheid’.
Maar eigenlijk laat de kunst van onze tijd ons onverschillig.
Het enige waar we nog van houden, is de oude entourage: de musea, de tentoonstellingen, de vernissages, de catalogi, de beschouwingen, kortom de hele artistieke schaapsvacht.
Wat er onder die vacht zit, daar trekken we ons niks van aan.
Tenminste, zo lijkt het.
Want als iemand onze onverschilligheid of ruimdenkendheid niet deelt, wordt de wolf in ons wakker.
Want hij vormt de echte inhoud van de Hedendaagse kunst, een inhoud die eigenlijk niets anders dan een verbod is: ‘Gij zult geen onderscheid maken tussen goed en kwaad’.
En voor die inhoud zijn we allesbehalve onverschillig.
We identificeren er ons zelfs zo sterk mee dat we ons persoonlijk aangevallen voelen als iemand dat verbod overtreedt.
Dan wordt de wolf-in-ons wakker.
Dan werpen we onze schapenvacht af.

Onze dronken ziel, die steeds dieper wegzinkt in een toestand van verdoving, wordt ongemerkt steeds kwaadaardiger.
We lezen bijna dagelijks in de kranten dat het slechts een zeer kleine minderheid van moslims is die zich inlaat met terrorisme.
De grote meerderheid is vredelievend en doet geen mens kwaad.
Dezelfde situatie vinden we ook in de kunstwereld.
Slechts een zeer kleine avant-garde laat zich in met kunst die bestaat uit pispotten, kakmachines en bananenschillen.
Het grote publiek heeft aan die extremen geen boodschap.
Dat neemt echter niet weg dat er bij dat grote publiek niet geprotesteerd wordt, noch tegen de uitspattingen van de Hedendaagse kunst, noch tegen die van de moslimterroristen.
En dat gebeurt niet uit onverschilligheid maar uit angst.
Niemand durft zich openlijk te verzetten tegen de ‘wolf’ die zich op beide gebieden manifesteert.
Maar daarmee is de kous niet af.
Onder die angst schuilt nog een diepere laag.
We protesteren niet tegen de excessen van reële of artistieke terroristen omdat we diep van binnen van hen houden.
Zoals de meeste moslims niet beseffen dat ze de moslimterroristen als martelaren vereren, zo beseffen de meeste mensen ook niet dat ze zich identificeren met de geest van de Hedendaagse kunst.
In de bewustere lagen van hun ziel wijzen ze die geest in meer of minder krachtige bewoordingen af, maar in de onbewuste diepten koesteren ze er een even intense als blinde liefde voor.
En als die geest dreigt ontmaskerd te worden reageren ze als een moeder wier kind in gevaar.
Ze werpen dan hun schaapsvacht af en veranderen in een wolf.

De ‘wolf’ (of de Antichrist) leeft in dezelfde zielediepten als het ‘lam’ (of de Christus).
Het is onze liefde voor Christus die ons naar beneden trekt en ons ertoe brengt ons in de armen te werpen van de Antichrist en helemaal één met hem te worden.
Want onze liefde is blind, ze maakt geen onderscheid tussen goed en kwaad.
Hoe dieper onze ziel wegzinkt in dronkenschap, des te meer raakt ze vervuld van liefde en des te meer raakt ze in de greep van de Antichrist die al die (Christus)liefde omkeert tot haat.
Het akelige van die haat is dat ze zichzelf beschouwt als liefde.
Daarom is er ook geen kruid tegen gewassen, tenzij liefde die NIET blind is en duidelijk onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
Maar dat onderscheid kunnen we alleen nog op het gebied van de kunst ontwikkelen.
Alleen daar zijn we nog echt vrij, hoe moeilijk het ook is om die vrijheid te grijpen.

Maar daarover volgende keer meer.

Advertenties