De Grote Scheiding

door lievendebrouwere

Op het voorplein van de Internationale Kunstmarkt in Keulen is een vrouw aan het schilderen.
Ze staat wijdbeens boven een doek en perst verf uit haar vagina.
Ofschoon ze jong, aantrekkelijk en spiernaakt is, oogst ze weinig belangstelling.
De bezoekers van de ‘messe’ zijn dan ook ervaren kunstliefhebbers, ze hebben dit soort kunst al ontelbare keren gezien en halen hun schouders op voor wat ze in Duitsland ‘kalter kaffee’ noemen.
Er is niets wat hen nog kan choqueren.
Wat bij de doorsnee cultuurbarbaar, met zijn onuitroeibare voorkeur voor tekeningen, schilderijen en andere kleinburgerlijke kunst, weerzin oproept, laat hen onberoerd of vervult hen juist met bewondering en enthousiasme.
Zo is de hedendaagse kunstminnaar: gestaald door zijn liefde voor de kunst.
Wat anderen braakneigingen bezorgt, brengt hem in vervoering.

Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier niet over sadomasochisten, pornografen, horrorfanaten, jihadi’s en andere terroristen.
Ik heb het over academici, hoogleraren, schrijvers, filosofen, over de intelligentsia dus, het kruim van onze beschaving.
Ze zullen wel niet allemaal even enthousiast zijn over de Hedendaagse Kunst, maar er is toch niemand die protesteert, hoe bont de Jan Fabres dezer wereld het ook maken.

Deze grenzeloze verdraagzaamheid staat in schril contrast met de bijna continue staat van verontwaardiging waarin dezelfde intelligentsia verkeert als het gaat om onbenulligheden als een banaan die op een voetbalveld gegooid wordt, een wieleraffiche met een opwaaiend rokje, een scheldwoord dat met krijt op een muur wordt geschreven, enzovoort.
Wie niet goed op zijn tellen let, heeft vandaag een klacht, een boete of erger aan zijn been.
De kunstwereld daarentegen krijgt carte blanche.
Zij wordt zelfs gesubsidieerd voor het plegen van wat elders misdaden zouden worden genoemd.
Ook de criminele wereld wordt door onze intelligentsia in de watten gelegd.
Steeds meer terroristen, moordenaars en andere zware criminelen gaan vrijuit.
Als ze het goed aan boord leggen kunnen ze ook nog eens rekenen op een fikse schadevergoeding van de overheid wegens schending van hun mensenrechten.
De grens tussen kunst en misdaad is smal geworden.
Beide gaan als het ware geruisloos in elkaar over.
Als Banksy een gebouw met graffiti bekladt – een strafbaar feit – dan wordt het meteen een beschermd monument.
Als IS eeuwenoude kunstwerken vernielt, dan doet het niet veel anders dan de Duitse kunstenaar die een halve eeuw geleden vleugelpiano’s te lijf ging met een drilboor.

En dat zijn geen willekeurige associaties.
Ik heb het vroeger al gehad over de opvallende overeenkomsten tussen de wereld van de Hedendaagse kunst en de wereld van de extremistische islam.
Artistiek gezien leven we in een kalifaat en wie zich niet bekent tot de Enige Ware Kunst wordt als een dhimmi behandeld.
Er zijn ook al opvallende overeenkomsten vastgesteld tussen IS en het nazisme.
Ze gebruiken precies dezelfde technieken en methoden.
En ze delen hun belangstelling voor het kunstzinnige.
In zijn boek ‘Lenteriten’ legt de historicus Modris Eksteins uit dat het nazisme de ‘Entartete kunst’ weliswaar veroordeelde, maar wel haar dynamiek en geest overnam.

Hedendaagse kunstenaars, moslimterroristen, zware criminelen en Westerse intellectuelen: ze vertonen een onmiskenbare verwantschap.
Très étonnés de se trouver ensemble vormen ze een soort gemeenschap van onaantastbaren, een exclusieve wereld die boven de wet staat, terwijl de gewone wereld met die wet rond de oren wordt geslagen.
Er tekent zich vandaag inderdaad een scheiding der geesten af, met aan de ene kant Ubermenschen die zowat alles mogen en aan de andere kant Untermenschen die steeds minder mogen.
De eersten vereenzelvigen zich met Het Goede en zien het als hun taak om Het Kwaad te bestrijden en uit te roeien.
Volgens Rudolf Steiner moeten deze ‘etiketten’ echter omgewisseld worden, want volgens hem wordt de wereld in toenemende mate geleid door de slechtsten en niet door de besten.
Eén van de opvallende eigenschappen van deze ‘slechtsten’ – die zichzelf de besten wanen – is dat ze zeer ‘sociaal’ zijn.
Ze opereren internationaal en vormen een wereldwijd web, een mondiale broederschap van mensen die door eenzelfde geest met elkaar verbonden zijn.
Zonder dat het hen verteld moet worden, denken, voelen en willen ze als één wezen.
Ze vormen in feite het lichaam van de incarnerende Ahriman.

Van deze ahrimanische broederschap gaat enerzijds een sterke aantrekkingskracht uit en anderzijds een sterke dreiging.
Heel veel mensen willen er deel van uitmaken (het ongeschreven lidmaatschap heeft tal van voordelen) en heel weinig mensen durven er zich tegen verzetten (de ‘broederschap’ kent geen genade voor critici en ketters).
Wie eenmaal in haar web gevangen zit, raakt er heel moeilijk nog uit.
Hij wordt in steeds meer draden ingesponnen, uiterlijke en innerlijke, tot hij niet meer kan bewegen en gevangen zit in een cocon.
Maar in plaats van zich te verpoppen tot een vlinder wordt hij tot voedsel voor de Grote Spin.
Tegen dan heeft hij het bewustzijn al verloren en waant hij zich in de zevende hemel.

In feite is deze ahrimanische broederschap het exacte spiegelbeeld van de christelijke broederschap.
De krachten waar zij gebruik van maakt zijn christelijke krachten, de scheppende krachten van de mens.
Ze worden alleen omgekeerd, in spiegelbeeld geplaatst.
Daarom spreekt de ahrimanische gemeenschap de menselijke wil ook zo sterk aan: de wil is namelijk blind en ziet geen verschil tussen het oorspronkelijke beeld en het spiegelbeeld.
Mensen die deel worden van deze gemeenschap doen dat in de (onbewuste) overtuiging dat ze deel uitmaken van ‘het lichaam van Christus’.
Het enige wat hen kan beletten zich met huid en haar over te geven aan de Antichrist, is het bewuste vermogen om die Antichrist te onderscheiden van Christus.
Het gaat hier niet om een intellectueel onderscheidingsvermogen, want dat ziet alleen verschil tussen de (dode) namen.
Het gaat om een reëel onderscheidingsvermogen dat ook in staat is de (levende) werkelijkheid te zien waarvoor die twee religieuze begrippen staan.

De moderne mens dankt zijn vrijheid aan zijn scherpe zintuiglijke onderscheidingsvermogen: hij kan heel goed afzonderlijke objecten onderscheiden.
Wat hij echter niet meer ziet, zijn de onzichtbare draden die deze objecten met elkaar verbinden.
Ook zichzelf ziet hij als een afzonderlijk object dat ‘ongebonden’ op zichzelf staat.
De keerzijde van deze vrijheid is echter de eenzaamheid, en de daaruit voortvloeiende intense behoefte aan gemeenschap.
Die twee grote verlangens – het verlangen naar vrijheid en het verlangen naar gemeenschap – vechten in de ziel van de moderne mens om voorrang.
Zij vormen de grondslag voor de clash of civilisations.
In het Westen overheerst het verlangen naar vrijheid.
In de moslimwereld overheerst het verlangen naar gemeenschap.
Maar in beide werelden heerst het verlangen om die twee met elkaar te verbinden, want in hun afzondering zijn ze ondraaglijk geworden.
De Westerse wereld verlangt intens naar gemeenschap, maar wil zijn vrijheid niet opgeven.
De moslimwereld verlangt intens naar vrijheid, maar wil zijn gemeenschap niet opgeven.

Deze tegenstelling blijft abstract zolang we haar alleen in de buitenwereld waarnemen.
Ze wordt pas concreet wanneer we haar ook in onszelf waarnemen.
Pas dan, wanneer de buitenwereld tot spiegel wordt van onze innerlijke wereld, dringen we door tot de levende werkelijkheid.
Zoals Goethe zei: we leren onszelf kennen door naar de wereld te kijken, en we leren de wereld maar kennen door naar onszelf te kijken.
Levende kennis ontstaat uit de wisselwerking tussen beide blikrichtingen.

De relatie tussen de Westerse wereld en de moslimwereld is een uitvergroting van de relatie tussen man en vrouw.
De moderne vrouw verlangt naar de vrijheid die de man (reeds) bezit, maar wil daar kinderen, familie en alles wat haar met de anderen verbindt niet aan opofferen.
De moderne man van zijn kant verlangt naar de sociale verbondenheid die de vrouw van nature (nog) bezit, maar wil daar zijn vrijheid niet voor opofferen.
Die tegenstelling leeft ook in ieder mens, in de relatie tussen zijn astrale en etherische lichaam.
In zijn astrale lichaam is de mens vrij en bewust, want verwant aan de geest.
In zijn etherische lichaam is de mens verbonden, want verwant aan de materie.
Als de mens vandaag ‘over de drempel’ gaat, dan wordt hij gedreven door het wederzijdse verlangen tussen de astrale en de etherische wereld, dat in wezen het verlangen is van de mens naar Christus en van Christus naar de mens.
Dat wederzijdse verlangen is niets anders dan liefde.
Het is liefde die man en vrouw naar elkaar doet verlangen.
Het is liefde die het Westen en de moslimwereld naar elkaar toe drijft.
En het is gebrek aan onderscheidingsvermogen die beide met elkaar doet botsen.
De liefde handelt in het duister, het ontbreekt haar aan licht.
Liefde zonder wijsheid en wijsheid zonder liefde: ziedaar de kern van de clash of civilisations.

Het probleem is niet de liefde.
Die IS er, bij beide partijen, anders zouden ze niet met elkaar in botsing komen.
Het probleem is de wijsheid.
We zijn ons niet bewust van de drijvende kracht achter deze botsing.
We zijn ons niet bewust van (de wederkomst van) Christus.

Het gewone, zintuiglijke onderscheidingsvermogen volstaat natuurlijk niet om de clash of civilisations te vermijden.
Het leidt wel tot kennis, maar niet tot wijsheid.
We moeten ook op bovenzintuiglijk vlak leren onderscheiden.
We moeten het wezen van de liefde, Christus, leren onderscheiden.
Dat is onze grootste en belangrijkste opgave.
Maar we kunnen Christus niet onderscheiden zonder ook de Antichrist te leren kennen.
Onderscheiden veronderstelt altijd een tweedeling.
Dat zien we duidelijk in de wereld van de kunst.
Wie zich inlaat met kunst doet dat uit liefde.
Hij voelt zich onweerstaanbaar aangetrokken door de wereld waarin hij leeft en die hij onbewust beleeft als een spiegel van zijn eigen ziel.
Ook Hedendaagse kunstenaars en kunstliefhebbers handelen uit liefde.
Ook zij herkennen zichzelf in de buitenwereld.
Maar ze zijn zich daar niet van bewust, en daarom zijn ze zich ook van geen kwaad bewust.
Ze herkennen het kwaad niet in zichzelf, en ze herkennen het kwaad niet in de buitenwereld.
Ze zijn het product van een kunstwereld die niet ‘over de drempel’ is geraakt, die er niet in geslaagd is zich bewust te worden van de liefde die haar drijft.
Daardoor zijn ze in handen gevallen van de Antichrist, die hun (scheppende) liefde omkeert tot (vernietigende) haat.
Omdat het hen ontbreekt aan wijsheid.
Omdat hun kennis en inzicht dood en abstract is.

Pas als we de tweespalt in de kunst – die teruggaat op de tweespalt tussen Christus en de Antichrist – onder ogen zien, kunnen we ons bewust worden van haar wezen.
En die bewustwording houdt een keuze in.
Naarmate we het wezen van beide tegengestelde kunsten duidelijker onderscheiden, wordt het ook duidelijk dat er geen vergelijk mogelijk is.
Er is geen gulden middenweg tussen Christus en de Antichrist.
Men is vóór of men is tegen.
En van dat ‘voor’ wordt men zich pas bewust als men ook het ‘tegen’ leert kennen.

De twee ‘kunsten’ waarin de kunst uiteen is gevallen, zijn een beeld van de twee gemeenschappen waarin de moderne samenleving momenteel wordt opgesplitst, van de scheiding der geesten die is ingezet.
Die scheiding is iets ontzettends, het is een apocalyptisch mensheidsdrama.
De mensheid begint uiteen te vallen in twee delen: een deel dat voor Christus kiest en een deel dat voor de Antichrist kiest.
En die keuze betekent tegelijk het ontstaan van twee samenlevingen: een christelijke en een antichristelijke.
De kloof tussen die twee samenlevingen zal steeds groter worden.
Ze zal zo groot worden als de kloof tussen de twee kunsten: er zal geen enkel contact tussen hen zijn, ze zullen elkaars bestaan volkomen negeren.
In die gescheiden samenlevingen zullen zich twee verschillende mensenrassen ontwikkelen die elkaar niet meer als mens zullen (h)erkennen.

De kiemen voor die (geestelijke) rassenscheiding worden vandaag reeds zichtbaar in de werkelijkheid.
In de kunstwereld zijn ze al veel langer zichtbaar, ze zijn daar al uitgegroeid tot echte planten.
De manier waarop de moderne intellectuelen reageren op deze artistieke flora is een graadmeter van het moderne bewustzijn.
Ze reageren namelijk NIET.
Ze zien een kunstenaar die in zijn atelier met veel zorg een schilderij maakt van een naakte vrouw.
Vervolgens zien ze die naakte vrouw buiten op straat een schilderij maken door verf uit haar vagina te persen.
En ze halen de schouders op.
Ze sluiten de ogen voor deze groteske tegenstelling.
En ze beseffen niet dat ze kiezen.
Ze beseffen niet dat ze kiezen voor de Antichrist.
Ze beseffen niet dat ze ervoor kiezen deel uit te maken van de ahrimanische gemeenschap, waar iedereen slaapt en in de waan verkeert bij het betere deel van de mensheid te horen.
Ze beseffen het niet omdat ze kiezen met hun onderbuik.
Ze kiezen zoals ‘hedendaagse’ kunstenaars schilderen.
Het resultaat is dan ook navenant.

Advertenties