Het vernietigende gebrek aan kunstzinnige geest

door lievendebrouwere

Hoe materialistischer de mens is, des te meer wordt alles wat hij over de buitenwereld zegt tot een holle frase.
De holle frase en het materialisme horen samen.
Maar hoe vreemd het ook klinkt: deze tijd van materialisme en holle frasen is tegelijk de tijd waarin de geest zich het sterkst aan de mens wil openbaren.
Want de wereld leeft in tegenstellingen.
Nooit was de mens de geestelijke wereld zo nabij als vandaag, hoewel hij uiterlijk gezien wegzinkt in materialisme.
Nooit waren de mensen zo dicht bij de geestelijke wereld, maar ze merken het niet.
Er wordt steeds weer gezegd dat antroposofie alleen maar geloofd kan worden, dat men alleen op gezag kan aannemen. Maar bij niets is minder gezag nodig, nergens is gezag minder op zijn plaats dan juist bij de antroposofie.
Ze spreekt over wat vandaag in ieder mensenwezen naar binnen wil, wat naar binnen wil door de zintuigen.
Maar de materialistische gezindheid van deze tijd verspert het de weg.
De antroposofie spreekt over wat vandaag wil opstijgen uit de innerlijke natuur van de mens.
Maar hart en hoofd laten het niet omhoog komen uit het onderlijf.
En natuurlijk merkt de mens daar niets van.

De zintuiglijke indrukken willen vandaag zo door de menselijke zintuigen naar binnen stromen dat ze tot imaginaties worden.
De mens heeft daar vandaag de innerlijke aanleg voor.
Hij is in staat om imaginaties, om aanschouwelijke voorstellingen over de wereld te ontwikkelen.
Maar hij haat dat, hij wil er niks van weten. Hij zegt: dat is allemaal fantasie.
Hij beseft niet dat de natuurwetenschap hem wel veel goeds kan brengen, maar niet de waarheid over de mens. Die kan hij alleen beleven wanneer hij tot imaginaties kan komen.

Wat in het innerlijk van de mens leeft, openbaart zich voortdurend als inspiraties.
Nooit werd de mens zo gekweld door inspiraties als vandaag.
Hij merkt wel dat er iets in zijn innerlijk omhoog wil stijgen, maar hij ondervindt het alleen als nervositeit. Want hij wil deze openbaringen van de geest niet laten doordringen tot zijn hart en hoofd. Hij verdooft er zich voor.

Wij hebben er hier vaak over gesproken dat de mens buiten zijn fysiek lichaam (dat hij met zijn ogen kan zien en met zijn handen kan grijpen) ook nog een etherisch lichaam heeft.
U weet ook dat het etherisch lichaam alleen waargenomen kan worden door wie zich overgeeft aan imaginaties.
Maar er bestaat vandaag een weg om het menselijke etherlichaam werkelijk te vatten.
Deze weg bestaat erin de kunst in Goetheaanse zin ernstig te nemen.
Goethe was er zijn hele leven lang van overtuigd dat de waarheid zich uitleeft in het kunstzinnige begrijpen van de werkelijkheid, dat de kunst ‘een manifestatie van geheime natuurwetten is die anders nooit tot uitdrukking kunnen komen’.

Ons schoolwezen laat echter een giftige dauw neerdalen op alles wat de wetenschap met productieve kunstzinnige geest wil ontwikkelen.
De wetenschap denkt de waarheid nader te komen door alles elke inhoud uit te bannen die van deze kunstzinnige geest doordrongen is. Ze komt de waarheid daardoor echter niet nader, ze verwijdert er zich van.
In de huidige wetenschap leven alleen voorstellingen van een spookachtige wereld, geen voorstellingen van de werkelijkheid.
De natuur zelf leeft met haar wezen niet in de voorstellingen van de huidige natuurwetenschap, en naar de natuurwetenschap hebben zich de andere wetenschappen gevormd.
Wat in deze voorstellingen leeft, is niet de natuur maar een spook van de natuur.
De wereldgeest heeft zich gewroken op de tegenwoordige mensen die niet meer aan een wereldgeest willen geloven, die het vreselijke bijgeloof koesteren het spook van de natuurwetenschap als echte wetenschap te beschouwen.

Hoe kunnen deze spoken weer tot werkelijkheid worden?

Dat kan gebeuren wanneer men in alle ernst het kunstzinnig gevoel ontwikkelt zoals Goethe het zijn land wilde bijbrengen, wanneer men kan opnemen wat oplicht in wat Goethe ‘anschauende Urteilskraft’ noemde, wanneer men het spookachtige van de natuurbeschouwing kan oplossen in de scheppende kracht van de geest.
Het etherlichaam van de mens is niet gebouwd volgens natuurwetten, maar volgens kunstzinnige wetten. Zonder kunstzinnige geest kan niemand het begrijpen, noch bij zichzelf noch bij anderen.
Het is het gebrek aan kunstzinnige geest dat tegenwoordig zo verwoestend, zo vernietigend werkt in de wereldbeschouwingen van onze tijd.

(Rudolf Steiner)

GA 192 – Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen – Stuttgart, 22 juni 1919 (bladzijde 212)

Advertenties