Racisme en kunst

door lievendebrouwere

‘Immigratie is, bij gebreke aan etnische overeenstemming, een factor van burgeroorlog zolang de burgers er niet toe zijn gekomen om met één adem te ademen. Zoals evenmin een stad door een toevallige verzameling mensen tot stand komt, of op een willekeurig moment: daarom ook dat bij hen die tot nog toe vreemdelingen hebben aanvaard om samen met hen een stad op te richten, of om ze in de bestaande stad te integreren, de meesten burgeroorlogen hebben gekend.’

(Aristoteles)

In de kranten wordt dezer dagen weer de alarmklok geluid over het alomtegenwoordige racisme.
Terecht, vind ik.
Racisme is het grootste probleem waarmee de mensheid vandaag af te rekenen heeft.
Maar we mogen natuurlijk niet veralgemenen.
We moeten nuanceren.
Dat spreekt.
Er bestaan verschillende vormen van racisme en we moeten er ons voor hoeden ze niet op één hoop te gooien.

Zo is er het natuurlijke racisme.
Dat is zo oud als de zondeval en wortelt in onze fysieke lichamelijkheid.
We stoten (onder meer door het immuunsysteem) alles af wat lichaamsvreemd is.
In de mate dat we ons bestaan laten bepalen door onze lichamelijkheid zijn we racistisch.
Dit natuurlijke racisme bestaat uiteraard nog altijd, maar juist in onze moderne samenleving is het duidelijk op de terugweg, want door de ontwikkeling van ons intellect hebben we in hoge afstand genomen van ons lichaam.

Een heel andere vorm van racisme is het moslimracisme.
Moslims gedragen zich in toenemende mate afwijzend en zelfs ronduit agressief tegenover iedereen die geen moslim is.
Strikt genomen is dat geen rassenkwestie, maar islamofobie is dat ook niet en toch wordt het als een vorm van racisme beschouwd.
Ik volg dus gewoon de mainstream-interpretatie van het begrip ‘racisme’ en daaronder valt zeker het virulente en wereldwijde moslimracisme.

Daaronder valt ook nog een derde vorm van racisme: de houding van de Westerse intellectuelen tegenover hun eigen bevolking.
Strikt genomen heeft ook dit niks met ras te maken, maar de weerzin van met name Vlaamse intellectuelen voor alles wat met Vlaamse volksgebondenheid te maken heeft, komt toch heel dicht in de buurt van racisme.
Het lijkt wel of Vlaming zijn iets is om je over te schamen.
Je zou hier kunnen spreken van intellectueel racisme, want bij natuurlijk racisme gaat het om de instinctieve afkeer van het ene lichaam voor het andere, terwijl het hier gaat om de instinctieve afkeer van het ene lichaamsdeel – het hoofd – voor de rest van het lichaam.
Deze viscerale afkeer voor het eigen volk heeft mijn inziens echter niet veel te maken met intelligentie of redelijkheid.
Zoals het hoofd afhankelijk is van het lichaam, zo is ook de intelligentsia afhankelijk van het volk. Deze afhankelijkheid ontkennen, is een uiting van gebrek aan bewustzijn, en dus een terugkeer naar een meer lichamelijke staat van zijn.

Ten slotte onderscheid ik nog een vierde vorm van racisme en dat is het ‘kunstmatige‘ racisme.
Veel, zo niet de meeste racisme-uitingen die momenteel worden verzameld onder de noemer ‘DailyRacism’ vallen onder deze categorie.
Het zijn uitingen van ergernis over de drie andere vormen van racisme.
Wanneer mensen continu van racisme worden beschuldigd door … racisten, dan krijgen ze na verloop van tijd zo’n hekel aan die racisten dat het op racisme gaat lijken.
Zo konden we de afgelopen dagen op allerlei websites artikels lezen van gesluierde moslima’s die hun verontwaardiging uitspraken over minister Reynders die deelgenomen had aan een folkloristische optocht en daarvoor zijn gezicht zwart had gemaakt.
Snapt die man werkelijk niet, vroegen ze zich af, hoe beledigend zijn gedrag is voor de zwarte inwoners van dit land?
Ze stonden er natuurlijk geen moment bij stil dat hun hoofddoek minstens zo beledigend is voor de niet-islamitische inwoners van dit land.
Hun beschuldigingen waren dus in hoge mate schijnheilig, en die schijnheiligheid wekt afkeer.
Zo ontstaat wat we pseudo-racisme zouden kunnen noemen: een op racisme lijkende afkeer voor racisten.

Plaatsen we nu deze vier vormen van racisme naast elkaar, dan zien we dat vooral de laatste vorm, het pseudo-racisme, als racisme wordt gebrandmerkt.
In Afrika heersen al sinds mensenheugnis bloedige stammentwisten, maar niemand peinst erover om Afrikanen racisten te noemen.
Arabieren voelen dan weer een diepe verachting voor zwarten, en moslims voor joden, maar toch worden geen van beiden racisten genoemd.
Overal ter wereld worden christenen vervolgd door moslims, maar ook hier wordt het woord racisme niet gebruikt.
En in Engeland worden blanke kinderen aan de lopende band misbruikt en mishandeld door moslims, maar nog altijd valt het woord racisme niet.
Als daarentegen een Vlaming verrast opkijkt als een gesluierde moslima keurig Nederlands blijkt te spreken, dan is dat een uiting van racisme.
Als een Franstalige die al vijf jaar in Vlaanderen woont, niet in het Frans wordt bediend, dan is dat een uiting van racisme.
Als een zwarte om een sigaret bedelt en niet het hele pakje krijgt, dan is dat een uiting van racisme.
Enzovoort, enzovoort.

Hoe grover en brutaler het racisme, des te minder wordt erover gesproken.
Hoe ridiculer en denkbeeldiger, des te meer wordt het opgeblazen tot een misdaad tegen de mensheid.
Het is het oude verhaal van de splinter en de balk.
Men ziet wel de splinter in andermans oog, maar niet de balk in het eigen oog.
Er wordt veel misbaar gemaakt over de oude restanten van natuurlijk racisme en de nieuwe scheuten van pseudo-racisme bij de blanke bevolking, maar over het brutale moslimracisme en het Westerse intellectuele racisme wordt in alle talen gezwegen.
Zo staan de kranten dezer dagen vol van verontwaardigde berichten over de ‘racistische’ uitspraken van Bart De Wever.
Heel politiek correct Vlaanderen valt – nog maar eens – over hem heen.
En Abou Jahjah is er als de kippen bij om de zaak nog wat op te stoken.
Wat voor verschrikkelijks heeft De Wever dan wel gezegd?
Niets anders dan dat racisme relatief is en dat dus niet alleen blanken racistisch zijn.
Daarbij had hij de euvele moed naar de Marokkaanse Berbers te verwijzen en te zeggen dat ze ‘een gesloten gemeenschap’ vormen.
Het was het understatement van het jaar want iedereen (die niet in een politiek correcte roes verkeert) weet dat Marokkanen tot de grootste en meest agressieve racisten behoren.
De misdaad van Bart De Wever bestond er dus in dat hij (voorzichtig) protesteerde tegen racisme.
Maar hij protesteerde niet tegen het ‘kleine’ racisme, hij protesteerde tegen het ‘grote’ racisme.
En dat is natuurlijk not done.

Het grote racisme van de Westerse en moslimintellectuelen creëert een vicieuze cirkel, want door zijn agressiviteit en brutaliteit wordt ook het kleine (pseudo)racisme van de bevolking aangewakkerd.
Men kan geen tientallen jaren aan één stuk beschuldigd worden van racisme zonder uiteindelijk inderdaad racistisch te worden.
En dat is dan weer koren op de molen van het grote racisme, dat uitroept: zie je wel!
Deze vicieuze cirkel zal onvermijdelijk leiden tot de burgeroorlog waarvoor Aristoteles waarschuwt en die door Rudolf Steiner de ‘oorlog van allen tegen allen’ wordt genoemd.

De grote vraag is dus: hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden?
Dat is tegelijk de vraag: hoe is die vicieuze cirkel ontstaan?
We komen dan terecht bij de massale immigratie van vooral moslims enerzijds en bij de politiek correcte reactie daarop anderzijds.
Wat die immigratie op gang heeft gebracht is niet duidelijk.
Er zijn natuurlijk de erbarmelijke levensomstandigheden in de moslimlanden, maar die dateren niet van gisteren. Ze zijn wel voorwaarde maar geen oorzaak van die toch wel plotse migratiegolf.
En dan de politieke correctheid, die de vrije meningsuiting aan banden legt in naam van de vrije meningsuiting. Wanneer is die begonnen?
Ook zij heeft het karakter van een plots opgedoken vloedgolf.
Wie al wat ouder is en de 20ste eeuw nog bewust heeft meegemaakt, kijkt vol ongeloof naar de gedachtenpolitie die het hedendaagse geestesleven beheerst.
Hij vraagt zich af: waar zijn die zo opeens vandaan gekomen?

Toen ik meer dan 40 jaar geleden in Leuven ging studeren, werd ik daar geconfronteerd met een fenomeen dat me totaal onbekend was: de linkse intellectueel.
Hij zag er niet uit als een intellectueel, hij was veeleer een wildeman.
Slordig gekleed, met lange haren en een grote baard stond hij aan de ingang van de alma te roepen dat we alle macht aan de arbeiders moesten geven.
Alle macht aan de arbeiders?
Ik had wel eens in een fabriek gewerkt en ook op voetbalwedstrijden had ik de arbeidersklasse leren kennen, maar de idee dat deze mensen alle macht moesten krijgen, was nooit in me opgekomen.
Ze leken me in heel andere zaken geïnteresseerd te zijn dan in macht.
Ik verdacht de marxisten, leninisten en maoïsten er dan ook van dat ze de arbeiders gewoon gebruikten om zelf ‘alle macht’ te grijpen.
Ze riepen een diep wantrouwen in me op.

Als ik daar nu op terugkijk, begrijp ik dat mijn wantrouwen gerechtvaardigd was.
Het zijn inderdaad deze linkse intellectuelen, deze roepende Johannes de Dopers, die vandaag de macht in handen hebben: ze bevolken de politiek, de media, het onderwijs, de hele culturele wereld.
En ze hebben de macht niet aan de arbeiders gegeven, wel integendeel.
Ze schelden hen juist uit voor rotte vis en betichten hen ervan racistisch, onverdraagzaam, verzuurd, islamofoob, haatdragend, sexistisch enzovoort te zijn.
Ze trekken een zeer scherpe grens tussen hun superieure intellectuele zelf en het inferieure onbeschaafde volk.
Maar ze hebben hun oude streken nog niet afgeleerd, want in plaats van de arbeiders spannen ze nu de moslims voor hun kar.
‘Alle macht aan de moslims!’
Ze roepen het wel niet met zoveel woorden, maar daar komt het toch op neer.
Hoe grof en brutaal en onbeschaafd de moslims zich ook gedragen, ze nemen hen in bescherming tegen de infame ‘arbeiders’, tegen het verachtelijke en racistische volk.
En opnieuw is deze solidariteit zo leugenachtig als ze groot is.
De linkse intellectuelen (die allemaal zuivere materialisten en atheïsten zijn) voelen geen enkele sympathie voor de diep gelovige moslims.
Ze gebruiken hen alleen, zoals ze 40 jaar geleden de arbeiders gebruikten.
Het is hen enkel en alleen te doen om de macht, en om die te grijpen zijn alle middelen goed.

Waar de linkse intellectuelen vandaag op aansturen, is niets minder dan een Europese burgeroorlog.
Door de inwijkende moslims carte blanche te geven en de oorspronkelijke bevolking de mond te snoeren, creëren ze een kruitvat.
Als dat ontploft, is het afgelopen met (wat er nog overblijft van) de Europese beschaving, en volgens Rudolf Steiner zelfs met de beschaving tout court.
Of denken de linkse intellectuelen werkelijk dat ze de zaak in de hand zullen kunnen houden?
Als ik lees wat ze schrijven dan komt het me voor dat ze helemaal NIET meer denken.
Ze doen niets anders dan steeds weer dezelfde holle frasen herhalen in eindeloze variaties.

Denken is het verbinden van begrippen met waarnemingen.
Wat hedendaagse intellectuelen doen, is vooral begrippen onderling verbinden zonder acht te slaan op waarnemingen.
Denken is vandaag vooral abstract denken, denken dat losstaat van de werkelijkheid.
Hadden de marxistische studenten destijds werkelijk de concrete arbeiders op het oog?
Of ging het hen alleen om het begrip ‘arbeider’ en alles wat het opriep in de mens?
Door begrippen te verbinden met de werkelijkheid stel je ze in dienst van de waarheid.
Door ze los te maken van de werkelijkheid stel je ze in dienst van de macht.
Machtsdenken is geen vrij en zelfstandig denken.
Het is denken dat zich laat sturen door het egoïsme van de onderbuik, door het racisme van het lichaam.
Het is daarom ook geen bewust denken, het is automatisch denken, het is denken dat geleid wordt door onbewuste, dierlijke impulsen.
Dat is wat ik instinctief al voelde toen ik die harige wereldverbeteraars hoorde roepen aan de ingang van de alma: dit waren geen intellectuelen, dit waren barbaren, en zo zagen ze er ook uit.
Vandaag zien ze er een stuk beschaafder uit, maar onder hun intellectualistische vernislaag gaat nog altijd een barbaar schuil.

Doordat de moderne intellectueel de begrippen losmaakt van de werkelijkheid, maakt hij ook de met die begrippen verbonden gevoelens los van de werkelijkheid.
En die gevoelens verwilderen, zoals kinderen die niet opgevoed worden.
Het begrip racisme bijvoorbeeld roept bepaalde emoties op, maar doordat het zo vaag en zo abstract is, gaan die emoties alle kanten uit en worden hysterisch.
Ze worden niet langer begrensd door de werkelijkheid.
Mensen die nooit blijk hebben gegeven van enig racisme kunnen door één enkel verkeerd begrepen woord het stempel van racist krijgen, want het hele racisme-discours speelt zich hoofdzakelijk af in de op zich al zeer abstracte wereld van het geschreven woord.
In die schijnwereld steken bijna iedere dag stormen van verontwaardiging op die eigenlijk geen enkele grond hebben, maar die er wel voor zorgen dat mensen gedemoniseerd worden.
En het zijn, zoals gezegd, niet de racisten die gedemoniseerd worden.
Het zijn juist de mensen die zich verzetten tegen het brutale racisme van onze tijd, mensen die de euvele moed hebben de waarheid te spreken.

Dag in dag uit worden in de media deze wilde emoties en dierlijke driften aangewakkerd.
Het minste wat men tegen deze ahrimanische praktijken kan doen, is er zich niet te laten door meeslepen.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Dagelijks de kranten lezen en de media volgen is zeer slecht voor de gemoedsrust.
Het is veel gezonder om de media gewoon het huis uit te gooien.
Het gevaar bestaat dan natuurlijk wel dat men zich uit de wereld terug gaat trekken en in luciferisch vaarwater terechtkomt.
De enige echte remedie is in beide gevallen: opnieuw leren denken, opnieuw de begrippen verbinden met de concrete werkelijkheid.
Dat is in wezen een kunstzinnige opgave, en de sleutel daarvoor ligt in het gevoel.
Ahriman maakt onze gevoelens los van de werkelijkheid en bindt ze aan (dode) begrippen.
Gevoelens zijn in wezen waarnemingen van de geest die in de werkelijkheid leeft.
Door ze van de werkelijkheid los te maken, maakt Ahriman ze los van de geest en bindt ze aan zichzelf.
De wilde emoties waardoor we vandaag telkens weer meegesleept worden, zijn ahrimanische emoties, emoties die losgemaakt worden van onze (zintuiglijke) waarneming en opgesloten in de ‘onderbuik’ waar ze tekeer gaan als racisten.

Als we de burgeroorlog willen vermijden waar Ahriman op aanstuurt, dan moeten we onze gevoelens bevrijden uit de greep van zijn dode begrippen en ze weer verbinden met de levende geest die in onze waarneming leeft.
We moeten met andere woorden de wereld weer kunstzinnig benaderen.
Ik zeg wel degelijk ‘weer’ want dat is wat we in normale omstandigheden doen: de wereld kunstzinnig benaderen, ons gevoelsmatig verbinden met de geest die erin leeft.
We voelen vreugde wanneer we iets moois zien, zoals een kind of een zonsondergang.
En we voelen weerzin wanneer we iets lelijks zien, zoals afval of uitwerpselen.
Dat ligt in onze menselijke aard.
Ahriman is erin geslaagd die aard zodanig te perverteren dat we een zonsondergang kitsch vinden en een pispot of een blikje stront grote kunst.
Die pervertering van onze gevoelens blijft weliswaar beperkt tot de intellectuele klasse, maar het is juist die klasse die vandaag zo’n enorme invloed uitoefent en die ons gevoelsleven dagelijks opstookt tot het vroeg of laat uitbarst in geweld.

Alleen kunst kan de wereld nog redden.
Daar komt het op neer.
Maar dan moeten wij wel eerst de kunst redden.
Want ze is in handen van Ahriman gevallen.
Ze zit gevangen in zijn web van dode begrippen.
Daaruit moeten we haar bevrijden, als we ons tenminste niet willen laten meesleuren in de broederstrijd die Ahriman met man en macht voorbereidt.
De kunst bevrijden, betekent onszelf bevrijden.
En daar is moed voor nodig, want we nemen het dan op tegen de gehele (linkse) intellectuele klasse, de klasse die het moderne geestesleven veroverd heeft en de kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw geschreven.
Tegen deze fable convenue moeten we ons verzetten, want ik mag er niet aan denken welke geschiedenis er anders over de 21ste eeuw zal worden geschreven.

Advertenties