Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Alwadaggezegtzeddezelf

Op de blog van Jan Blommaert trof ik een zeer rake typering aan van de linkse, politiek-correcte intellectueel:

‘Hij lijkt zich vaak op lichtjaren afstand te bewegen van wat men “de realiteit” noemt.
Hij produceert aan de lopende band verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen over allerhande thema’s – doorgaans over wie “goed” en “slecht” is – terwijl hij die nonsens als grote wijsheden beweert te slijten.
Wie afwijkende visies en standpunten hanteert wordt snel als ongeïnformeerd, eenzijdig en bevooroordeeld, een slecht hoorder of een al te letterlijk citeerder afgeschilderd.
De wereld die zich tegenover zijn verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen onvouwt is er één van … verzinsels, kwakkels, leugens en stereotypen, zo beweert hij nogal vaak en graag.
Domheden worden dus gemotiveerd vanuit een standpunt waarbij kritiek erop als domheid wordt voorgesteld. Sta me toe dat ik dat als “idioot” bestempel.

Hij is een idioot.

Ik kan hem dus nog onmogelijk ernstig nemen als persoon, en als burger maak ik me grote zorgen over de kwaliteit van het bestuur dat hij voorzit.
We dichten hem al vele jaren een veel te grote dosis verstand toe, terwijl we zouden moeten weten dat “de slimste mens” gewoon een televisieformat is en geen ernstige indicator van intelligentie.
Hij is “slim” zoals een huisdier slim genoeg is om ons te bewegen tot een streling of een bordje melk; inhoudelijk stelt deze figuur evenwel niets – niéts – voor.
De lading bewijzen daarvoor wordt stilaan niet langer te overzien, die van het tegendeel schrompelt voortdurend verder ineen.
En steeds meer mensen beginnen dat te begrijpen, want steeds minder mensen laten zich door zijn overweldigende verstand intimideren.’

Ter informatie: Jan Blommaert heeft het hier over Bart De Wever, maar wie bekend is met het fenomeen ‘projectie’ zal zich daardoor niet in verwarring laten brengen.

Gij zult niet veralgemenen!

Ahriman, voorspelde Rudolf Steiner, zal zich ontpoppen tot een geniaal schrijver.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle geniale schrijvers ook spreekbuizen van Ahriman zijn.
Een voorbeeld daarvan is Maarten Boudry.
Deze nog zeer jonge intellectueel schrijft voortreffelijk en is een ware verademing tussen al die Ahriman-klonen.
Wat natuurlijk ook weer niet wil zeggen dat hij altijd aan de greep van Ahriman ontsnapt.
Zo simpel is het leven niet.

Vandaag schrijft Maarten in de krant onder meer het volgende:

‘Ze hebben een gesloten cultuur, meneer!
En dat niet alleen: ze zijn bovendien niet bijzonder gul en gastvrij, en ook nog eens knorrig.
Tiens, heeft de schaduwpremier op het Schoon Verdiep nog wat nagetrapt naar de Antwerpse Berbers, sedert zijn passage bij Terzake?
Nee hoor: aan het woord is de Leuvense rector Rik Torfs, in een opiniestuk over… de Vlamingen. Blijkbaar delen wij onze ‘gesloten cultuur’ met onze Berberse vrienden.
Dat moeten ze daar in het Riffgebergte hebben horen waaien – geen wonder dat ze naar hier uitweken.
Met die integratie kan het niet meer stuk!

Nu hoor ik u zeggen: Torfs is zelf een Vlaming, hij mag dat zeggen.
Als hij onder zijn eigen gordel wil meppen, dan moet hij maar op zijn tanden bijten.
Maar een rapport voor de Franse commissie Buitenlandse Zaken uit 2012 windt er nog minder doekjes om: Vlamingen zijn egoïstisch, ondankbaar, intolerant en fascistisch.
Soit, dat zijn nog steeds Europeanen onder elkaar.

Maar negatieve veralgemeningen over écht vreemde volkeren en culturen, dat kan toch niet?

Dat ligt eraan: er is nog minstens één cultuur die vogelvrij is onder opiniemakers (ik bedoel niet álle opiniemakers, want ik hoed me natuurlijk voor veralgemeningen): de Amerikanen.
In De Standaard las ik onlangs nog dat de Verenigde Staten voor de helft (= 50%) bestaat uit ‘bekrompen pummels die zweren bij God en geweer’.
Stel je voor dat daar had gestaan dat de helft van de Marokkanen ‘achterlijke kinkels zijn die zweren bij geit en couscous’.
Gesloten? Als een hermetisch verzegelde tajine, meneer.

Mogen we dan toch generaliseren over andere culturen?

Natuurlijk mag dat.
Indien veralgemeningen uit den boze zijn, dan mogen we meteen alle faculteiten sociologie en politieke wetenschappen sluiten.
Elke wetenschap is gestoeld op generalisatie.
Van het particuliere naar het algemene, van de gevalsstudie naar de wetmatigheid.
De meeste wetenschappers spreken echter over tendensen, neigingen, statistische gemiddelden.
Een generalisatie is geen universalisering.
Wie dat verschil niet snapt, kan niet langer inzien dat roken kanker veroorzaakt (Maar mijn nonkel paft twee pakjes per dag en is 93!) of dat de overweldigende meerderheid van moordenaars mannen zijn (Hoe seksistisch! Rosemary West was toch een vrouw?).

Ook in de politiek zijn veralgemeningen onontbeerlijk voor elk zinnig debat: over bruggepensioneerden, tweeverdieners en hoogopgeleide allochtonen, over CD&V-kiezers, onepercenters en de Vlaamse onderstroom.

Wie evenwel met opgeheven vinger gaat uitleggen dat je uit één slechte ervaring met een Berber niet mag afleiden dat “alle Berbers kwaaieriken zijn”, zoals Gwendolyn Rutten met de beste bedoelingen deed in Reyers Laat, maakt een triviaal punt en tevens een karikatuur van de discussie.
Natuurlijk zegt De Wever niet dat alle Berbers een gesloten geest hebben.
Zelfs een racist als Filip De Winter zou het zo ver niet drijven.

Als we veralgemenen over culturen, moeten we natuurlijk wel empirische evidentie aandragen.
Is er een bijzonder probleem met de integratie van de Berbergemeenschap?
Zijn ze oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers, of vatbaarder voor de lokroep van het kalifaat dan andere culturele minderheden?
Of: als we alle “bekrompen pummels” in de VS bij elkaar optellen, komen we dan aan 160 miljoen stuks? Nadat we ons van die feiten vergewist hebben, kunnen we vervolgens oorzaak en gevolg uiteenrafelen.
Is autochtoon racisme de oorzaak van die geslotenheid, of wordt ze er net door uitgelokt?
Waarom zijn er zo’n opvallende verschillen in de integratie van etnisch-culturele minderheden?’

Tot zover Maarten Boudry.
Zoals ik al zei: een verademing na een verstikkend ahrimanische week.

Denken en stigmatiseren

We mogen niet veralgemenen, we moeten nuanceren.
Zo schreef ik vorige keer in verband met racisme.
Dat was natuurlijk sarcastisch bedoeld.
Er bestaat vandaag geen grotere dooddoener dan de eis om te nuanceren.
Hoe letterlijk dat opgevat mag worden, blijkt uit een opiniestuk van Yves Desmet.
Naar aanleiding van het vliegtuigongeluk in Frankrijk schrijft hij het volgende:

‘Ook al blijkt inmiddels de hypothese dat Lubitz opzettelijk de cockpit heeft afgesloten en dus meer dan waarschijnlijk het vliegtuig opzettelijk te pletter heeft doen storten, het meest aannemelijk, dan nog moet men voorzichtig blijven in het ‘jumping to conclusions‘.

Zo is het opvallend hoeveel nadruk er wordt gelegd op de depressieve ziektegeschiedenis van de man. Alsof daarmee meteen alles verklaard is.

Nee dus. Lang niet alle depressieve mensen hebben suïcidale gedachten, nog minder ondernemen een poging, haast nooit neemt iemand die depressief is en tot zelfdoding overgaat, anderen in de dood mee.

Vorig jaar nam het aantal mensen dat langdurig werkonbekwaam is door een psychische aandoening en daarvoor een vergoeding van de ziekteverzekering krijgt in dit land toe tot bijna 100.000 personen. De aandoening treft toppolitici, sporters, artsen, loodgieters, bakkers en werklozen, kortom haast zonder onderscheid iedereen.

Het heeft ons jaren gekost om deze aandoening bespreekbaar te maken, de schaamte ervoor te overwinnen, te durven nadenken over de relatie tussen een stress- en prestatiesamenleving en de kwalijke gevolgen ervan.

Wanneer we nu in een verklaringsmodel meestappen waarin een depressie als enige oorzaak voor deze daad wordt gegeven, doen we dan niet weinig meer dan iedereen die met een burn-out en een depressie thuis zit te stigmatiseren tot een potentiële massamoordenaar? Het kan toch ook niet de bedoeling zijn om iedereen die een ziektebriefje verscheurt, meteen te laten colloqueren? Om iedereen die er even onderdoor gaat, levenslang te veroordelen om nooit nog verantwoordelijkheid voor een job op te mogen nemen? Zowat 20 procent van de bevolking gaat ooit in zijn leven tegen een depressie aanbotsen. Gaan we die dan allemaal stigmatiseren?

Nee, depressie als allesomvattend en allesverklarend antwoord over deze crash is veel te simpel.’

Tot zover Yves Desmet.

Zoals altijd klinkt hij rustig, bedaagd, wijs en … politiek correct.
De ideale schrijvende schoonzoon dus.
Toch heeft zijn redenering iets ‘dodelijks’.
Met het nuanceringsargument kun je namelijk iedere discussie plat slaan.
Je kunt blijven nuanceren tot je in de deeltjesversneller van het CERN terechtkomt.
Maar in dit geval is de redenering nog op een andere manier dodelijk.
Het spreekt vanzelf dat we niet te vlug mogen jump to conclusions en dat de zaak grondig moet onderzocht worden.
Maar heel wat minder vanzelfsprekend is de reden die Yves Desmet aandraagt.
Hij vindt namelijk niet dat we grondig te werk moeten gaan om rampen te vermijden, hij vindt dat we het moeten doen om … stigmatisering te vermijden.
Huh?
Is de veiligheid van vliegtuigpassagiers dan minder belangrijk dan de gevoeligheden van depressieve mensen?
Nee, dat kan hij niet bedoelen!
Maar wat bedoelt hij dan wel?

Zijn vrees voor de stigmatisering van depressieve mensen doet natuurlijk denken aan de vrees voor de stigmatisering van Marokkanen.
Toen Bart De Wever onlangs zei dat Marokkanen voor problemen zorgen, deed dat een storm van verontwaardiging losbarsten: hij stigmatiseerde een hele bevolkingsgroep en dat werd als veel erger beschouwd dan de problemen die deze groep veroorzaakt.
Vanwaar die grote bezorgdheid voor stigmatisering, een bezorgdheid waarvoor blijkbaar alles moet wijken?
Op zich is het natuurlijk mooi dat men bevolkingsgroepen – Marokkaanse of depressieve – niet in een kwaad daglicht wil stellen. Dat heeft in het verleden – ik spreek nu natuurlijk over de joden – tot kwalijke gevolgen geleid.
Maar het is heel wat minder mooi als deze bezorgdheid als alibi wordt gebruikt.
Niemand kan er blind voor zijn dat de unanieme bezorgdheid voor de Marokkanen waarvan de hele politieke en intellectuele wereld deze week blijk gaf, meer te maken had met Bart De Wever dan met de Marokkanen.
Anders gezegd, die haast verstikkende bezorgdheid voor stigmatisering werd gebruikt als een politiek wapen.
Want de bezorgdheid is natuurlijk zeer selectief.
Mogen onder geen beding gestigmatiseerd worden: Marokkanen, depressieven, vrouwen, homo’s.
Mogen à volonté gestigmatiseerd worden: Bart De Wever, Vlamingen, blanken, mannen.

De bezorgdheid voor stigmatisatie – nauw verbonden met de eis tot nuancering – is dus niet wat ze lijkt.
Ze is zelfs het tegenovergestelde van wat ze lijkt te zijn.
Het is een middel om ongestraft mensen te kunnen stigmatiseren.
Welke mensen?
Na de storm van verontwaardiging over de uitspraken van Bart De Wever ben ik geneigd te denken: mensen die de waarheid spreken.
Want dat was wat Bart De Wever deed: hij sprak – en dan nog zeer voorzichtig – de waarheid.
Gebeurde dat ook bij de berichtgeving over het vliegtuigongeluk?
Er zijn inmiddels genoeg gevallen bekend van onverklaarbaar misdadig gedrag dat (waarschijnlijk) te wijten is aan depressiviteit in combinatie met medicatie – denk aan de man die onlangs in de Delhaize een vrouw verminkte met zuur – om ook in het geval van de vliegtuigramp in die richting te denken.
En inderdaad, al vlug ontdekte men dat de dader in behandeling was geweest voor depressie.
Dat is natuurlijk een buitengewoon inconvenient truth voor heel wat mensen en het ligt voor de hand dat men die niet zomaar onder ogen wil zien.

Toch is het bijzonder vergezocht om Yves Desmet ervan te verdenken dat hij betaald wordt door de farmaceutische industrie en dat zijn opiniestuk een poging is om de aandacht van (de behandeling van) depressiviteit af te leiden.
Ofschoon die mogelijkheid niet uitgesloten kan worden, denk ik toch dat de reden dieper moet gezocht worden.
Laten we nog eens kijken naar wat hij schrijft.
Hij vindt dat we er bij het onderzoeken van de vliegtuigramp moeten voor oppassen mensen niet te stigmatiseren. We moeten met andere woorden rekening houden met de gevoeligheden van bepaalde mensen.
Maar laat het nu juist de essentie van rationeel, wetenschappelijk onderzoek zijn dat persoonlijke gevoeligheden ondergeschikt worden gemaakt aan de (objectieve) waarheid.
Dat er überhaupt vliegtuigen door de lucht kunnen vliegen, is te danken aan het feit dat ontelbare wetenschappers zich niks aangetrokken hebben van subjectieve gevoeligheden.
Als we die zaak weer gaan omdraaien en gevoeligheden BOVEN de waarheid plaatsen, dan zullen er binnenkort géén vliegtuigen meer kunnen vliegen, want het is natuurlijk bijzonder kwetsend om piloten te screenen op drugs en medicatie en passagiers op bommen of slechte intenties.

Wat Yves Desmet hier betoogt, betekent in wezen de doodsteek voor het wetenschappelijke onderzoek, de doodsteek voor het rationele denken, de doodsteek voor de hele vrije samenleving.
Het is weinig waarschijnlijk dat hij daar bewust op aanstuurt.
En toch doet hij het, zoals ontelbare intellectuelen dat vandaag doen.
Om een lang verhaal kort te maken: in de hedendaagse intelligentsia leeft een instinctieve afkeer voor de waarheid, een afkeer waar ze zich niet bewust van is maar die wel haar denken stuurt.
En die sturing gebeurt door het equivalent van zelfmoordterroristen: door zelfvernietigende ideeën.
In het geval van Yves Desmet is dat de idee dat we bij het onderzoeken van de vliegtuigramp niet overhaast te werk mogen gaan en ervoor moeten opletten bevolkingsgroepen niet te stigmatiseren.
Dat is niets anders dan een contradictio in terminis.
Je kunt niet én objectief tewerk gaan én rekening houden met subjectieve gevoeligheden.
Toch presenteert Yves Desmet deze idee als een voorbeeld van zorgvuldig, weloverwogen denken, het soort denken dat past bij humane, gevoelige mensen die zich niet laten meeslepen door … instinctieve, irrationele overwegingen.

Rudolf Steiner zei het al: Ahriman zal zich ontpoppen als een geniaal schrijver.
Yves Desmet schrijft goed, dat kan niet ontkend worden.
Veel hedendaagse intellectuelen schrijven goed, zeer goed zelfs.
Maar hun kunstzinnige talenten worden gebruikt om de terroristische zelfmoordideeën in hun teksten te verbergen.
Het is onbegonnen werk om over iedere tekst die we lezen zo grondig na te denken dat we de zelfmoordideeën kunnen ontmaskeren. We zouden onze krant niet meer kunnen lezen, we zouden niet verder raken dan de eerste bladzijde, lezen zou een enorm corvee worden.
We moeten dus ons kunstzinnig gevoel – onze anschauende Urteilskraft – zodanig ontwikkelen dat we die terroristische ideeën en redeneringen in één oogopslag herkennen.
Anders zullen we niks meer kunnen lezen zonder dat ze ongemerkt ons bewustzijn binnensluipen en zich daar nestelen zonder dat we het beseffen.
Ten aanzien van Ahriman moeten we zeer, zeer wakker zijn.
Zonder kunstzinnige (zelf)scholing wordt dat zeer, zeer moeilijk.