Gij zult niet veralgemenen!

door lievendebrouwere

Ahriman, voorspelde Rudolf Steiner, zal zich ontpoppen tot een geniaal schrijver.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle geniale schrijvers ook spreekbuizen van Ahriman zijn.
Een voorbeeld daarvan is Maarten Boudry.
Deze nog zeer jonge intellectueel schrijft voortreffelijk en is een ware verademing tussen al die Ahriman-klonen.
Wat natuurlijk ook weer niet wil zeggen dat hij altijd aan de greep van Ahriman ontsnapt.
Zo simpel is het leven niet.

Vandaag schrijft Maarten in de krant onder meer het volgende:

‘Ze hebben een gesloten cultuur, meneer!
En dat niet alleen: ze zijn bovendien niet bijzonder gul en gastvrij, en ook nog eens knorrig.
Tiens, heeft de schaduwpremier op het Schoon Verdiep nog wat nagetrapt naar de Antwerpse Berbers, sedert zijn passage bij Terzake?
Nee hoor: aan het woord is de Leuvense rector Rik Torfs, in een opiniestuk over… de Vlamingen. Blijkbaar delen wij onze ‘gesloten cultuur’ met onze Berberse vrienden.
Dat moeten ze daar in het Riffgebergte hebben horen waaien – geen wonder dat ze naar hier uitweken.
Met die integratie kan het niet meer stuk!

Nu hoor ik u zeggen: Torfs is zelf een Vlaming, hij mag dat zeggen.
Als hij onder zijn eigen gordel wil meppen, dan moet hij maar op zijn tanden bijten.
Maar een rapport voor de Franse commissie Buitenlandse Zaken uit 2012 windt er nog minder doekjes om: Vlamingen zijn egoïstisch, ondankbaar, intolerant en fascistisch.
Soit, dat zijn nog steeds Europeanen onder elkaar.

Maar negatieve veralgemeningen over écht vreemde volkeren en culturen, dat kan toch niet?

Dat ligt eraan: er is nog minstens één cultuur die vogelvrij is onder opiniemakers (ik bedoel niet álle opiniemakers, want ik hoed me natuurlijk voor veralgemeningen): de Amerikanen.
In De Standaard las ik onlangs nog dat de Verenigde Staten voor de helft (= 50%) bestaat uit ‘bekrompen pummels die zweren bij God en geweer’.
Stel je voor dat daar had gestaan dat de helft van de Marokkanen ‘achterlijke kinkels zijn die zweren bij geit en couscous’.
Gesloten? Als een hermetisch verzegelde tajine, meneer.

Mogen we dan toch generaliseren over andere culturen?

Natuurlijk mag dat.
Indien veralgemeningen uit den boze zijn, dan mogen we meteen alle faculteiten sociologie en politieke wetenschappen sluiten.
Elke wetenschap is gestoeld op generalisatie.
Van het particuliere naar het algemene, van de gevalsstudie naar de wetmatigheid.
De meeste wetenschappers spreken echter over tendensen, neigingen, statistische gemiddelden.
Een generalisatie is geen universalisering.
Wie dat verschil niet snapt, kan niet langer inzien dat roken kanker veroorzaakt (Maar mijn nonkel paft twee pakjes per dag en is 93!) of dat de overweldigende meerderheid van moordenaars mannen zijn (Hoe seksistisch! Rosemary West was toch een vrouw?).

Ook in de politiek zijn veralgemeningen onontbeerlijk voor elk zinnig debat: over bruggepensioneerden, tweeverdieners en hoogopgeleide allochtonen, over CD&V-kiezers, onepercenters en de Vlaamse onderstroom.

Wie evenwel met opgeheven vinger gaat uitleggen dat je uit één slechte ervaring met een Berber niet mag afleiden dat “alle Berbers kwaaieriken zijn”, zoals Gwendolyn Rutten met de beste bedoelingen deed in Reyers Laat, maakt een triviaal punt en tevens een karikatuur van de discussie.
Natuurlijk zegt De Wever niet dat alle Berbers een gesloten geest hebben.
Zelfs een racist als Filip De Winter zou het zo ver niet drijven.

Als we veralgemenen over culturen, moeten we natuurlijk wel empirische evidentie aandragen.
Is er een bijzonder probleem met de integratie van de Berbergemeenschap?
Zijn ze oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers, of vatbaarder voor de lokroep van het kalifaat dan andere culturele minderheden?
Of: als we alle “bekrompen pummels” in de VS bij elkaar optellen, komen we dan aan 160 miljoen stuks? Nadat we ons van die feiten vergewist hebben, kunnen we vervolgens oorzaak en gevolg uiteenrafelen.
Is autochtoon racisme de oorzaak van die geslotenheid, of wordt ze er net door uitgelokt?
Waarom zijn er zo’n opvallende verschillen in de integratie van etnisch-culturele minderheden?’

Tot zover Maarten Boudry.
Zoals ik al zei: een verademing na een verstikkend ahrimanische week.

Advertenties