Afleidingsmanoeuvres

door lievendebrouwere

Als ik met mensen spreek, hoor ik ze soms woordelijk herhalen wat ik eerder in de krant heb gelezen.
Die indruk had ik ook toen ik op de Facebookpagina van mijn vrouw allerlei commentaren las op de berichtgeving over de zelfmoord van Steve Stevaert.
De algemene teneur was – kijk eens aan – verontwaardiging.
Men toonde zich verontwaardigd over het hyena-gedrag van de media.
Ik begreep er niks van.
Ik had die berichtgeving gevolgd terwijl ik zat te schrijven, en er was me niks buitensporigs opgevallen.
Het is nu eenmaal groot nieuws als een bekende figuur als Steve Stevaert vermist wordt.
En als men zijn fiets en jas naast het kanaal vindt, dan is het gewoon wachten tot het lijk ontdekt wordt.
Ik vond het normaal dat de pers de zoektocht op de voet volgde.
Veel opdringerigs viel er niet te zien: enkele beelden van het kanaal in Hasselt, en dat was het.
Ik heb géén beelden gezien van de fiets van Stevaert.
Ik heb géén beelden gezien van zijn jas.
Ik heb géén beelden gezien van het lijk dat werd opgehaald.
Ik heb géén beelden gezien van nieuwsgierige kijkers.
Ik heb ook geen foto’s gezien van de vrouw die Stevaert aangeklaagd had.
En er waren evenmin sappige verhalen over het sexleven van Stevaert.
Naar verluidt had de man nochtans een tamelijk hoog DSK-gehalte.
Daar viel dus heel wat te rapen, maar dat gebeurde niet.
Was Stevaert getrouwd?
Had hij vrouw en kinderen die handenwringend zaten te wachten?
Hoe was de relatie met zijn gezin?
Ook daarover las ik niets.
Het ging alleen over Stevaert zelf, over het feit dat hij voor de raadkamer moest verschijnen, en over zijn zelfmoord.
Zoals het hoort dus.
Ik zag – voor één keer – niks onwelvoeglijks.
Dat was met de recente vliegtuigramp wel anders.
Het was weliswaar niet zo erg als destijds met de busramp in Sierre – de verslaggeving was toen werkelijk zum kotzen – maar de sensatiezucht en het voyeurisme dropen er toch weer af.
Dat was met de dood van Steve Stevaert duidelijk NIET het geval.

Het verbaasde me dan ook dat Yves Desmet meteen mea culpa sloeg voor de gretigheid waarmee de media zich op Stevaert hadden gestort.
Ik vind het altijd behoorlijk schijnheilig als de media kritiek hebben op hun eigen manier van werken.
Hou er dan gewoon mee op en doe het anders! denk ik dan bij mezelf.
Maar dit keer vond ik het helemáál misplaatst.
Uitgerekend nu de kranten opvallend discreet bleven, meende hij ‘in eigen boezem’ te moeten kijken.
Die zogenaamde zelfkritiek bleek alleen maar een schaamlapje voor het zoveelste rondje ‘volk-bashen’.
‘Zelden bleek meer hoe hard en dom deze samenleving wel is’, aldus Desmet.
Hij kreeg meteen navolging van anderen, die eveneens wezen naar de ‘stinkende riolen van het internet’ en naar ‘Vlaanderens vuilbak’.
De boodschap was duidelijk: vergeleken bij de sociale media waren de kranten een toonbeeld van beschaving en menselijkheid.
De journalistieke zelfkritiek was in feite een vermomde kritiek op het volk.
Yves Desmet en co maakten onbeschaamd gebruik van Stevaerts dood om – voor de zoveelste keer – hun gal te spuwen op het onbeschaafde en onbeschofte volk.

Of was het omgekeerd?

Was die onverwachte aanval op de barbaarsheid van de sociale media wellicht een poging om Steve Stevaert uit de wind te houden?
Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik geneigd ben dat te geloven.
Ik herinner me nog altijd een televisie-uitzending – een verkiezingsshow – waarin Steve Stevaert werd geïnterviewd. Zoals steeds antwoordde hij op een olijke, jongensachtige manier, één en al glimlach.
Maar na afloop van het interview bleef de camera even hangen, hij zwaaide niet zoals gebruikelijk naar een volgende politicus.
En Stevaert, die in de mening verkeerde dat hij niet langer in beeld was, liet zijn masker vallen.
Het was een heel andere Stevaert die nu tevoorschijn kwam: een keiharde man, iemand die zich nergens liet door tegenhouden.
Het verschil was zo groot dat ik het nooit vergeten heb.
Stevaert was een man met twee gezichten.
Uit allerlei berichten kun je ook afleiden dat hij een man met twee levens was.
In zijn entourage was dat blijkbaar algemeen geweten, getuige de scherpe column van Hugo Camps.
Wilden ‘de vrienden’ voorkomen dat het tweede leven van Stevaert bekend werd?
Probeerden ze de lont uit dit kruitvat te halen door de aandacht te richten op de hyena’s van de sociale media?
Beschouwden ze deze aanval als de beste verdediging?

Het contrast tussen wat er NIET gebeurde (het buiten hangen van Stevaerts vuile was) en wat er WEL gebeurde (het vol afschuw wijzen naar de ‘stinkende riolen’ van het internet) was alleszins zo groot en onverwacht dat een mens moeilijk anders kon dan wantrouwig worden.
Het interesseert me niet wat Stevaert in zijn privé-leven uitspookte.
Het interesseert me ook niet wat er allemaal in de sociale media over hem wordt gezegd.
Maar het interesseert me wel hoe de ‘professionele’ media tewerk gaan.
Het interesseert me hoe de bevolking gemanipuleerd en geïntimideerd wordt door de intellectuele elite.
Want dat gebeurt vandaag op grote schaal en met groot succes.
Ik sta er telkens weer van te kijken hoe slaafs mensen de media napraten.
Zelfs iemand als Etienne Vermeersch ontsnapt daar niet aan.
Hij is nochtans de man die zich altijd consequent (en terecht) uitgesproken heeft tegen de hoofddoek in openbare diensten.
Het ontbreekt hem dus niet aan moed en principes.
Maar in gesprek met Bart De Wever (in ‘Reyers Laat’) noemt hij diens uitspraken over de Berbers misplaatst en krenkend.
Ik zou het met hem eens zijn als hij erbij zou voegen dat de niet aflatende racismebeschuldigingen aan het adres van autochtone Vlamingen op zijn minst even misplaatst en krenkend zijn.
Maar dat doet Vermeersch dus niet.
Hij lijkt toe te geven aan de politiek-correcte druk.

Ik heb Etienne Vermeersch ooit getekend in zijn (immense) kantoor op de Gentse universiteit en het is me toen opgevallen hoe ijdel deze man is.
Zijn secretaresse kwam hem de kranten- en tijdschriftenknipsels brengen waarin hij de afgelopen week ter sprake was gekomen en die zat hij tijdens het poseren glunderend te lezen.
Ook uit andere dingen kon ik opmaken dat hij ‘er graag bijhoorde’ en dus allesbehalve ongevoelig was voor wat de mensen (lees: de media) over hem dachten.
Ik acht het dus heel goed mogelijk dat hij zich tijdens het gesprek met Bart De Wever liet beïnvloeden door de stemmingmakerij in de media.
Hoe kun je daar trouwens ongevoelig voor blijven?
De media zijn vandaag overal.
Iedereen kan ze op ieder moment van de dag raadplegen via computer of smartfoon.
Zelfs als je je ertegen verzet – naar vorm of inhoud – word je erdoor beïnvloed.
Kijk maar naar Bart De Wever: zijn jolige ik is helemaal verdwenen.
Daar zal zijn drastische vermageringskuur natuurlijk niet vreemd aan zijn, maar de onafgebroken aanvallen in de media hebben hem ook gedwongen zich te pantseren.

Eigenlijk loopt iederéén vandaag rond met zo’n pantser.
Want niemand ontsnapt aan de intimidatie van de politieke correctheid, ook de politiek-correcten zelf niet.
Wie tot de politiek-correcte elite wil behoren en niet bij het ‘groot vuil’ gezet worden (een andere keuze is er vandaag niet meer) moet zich voortdurend bewijzen.
Want deze elite streeft de absoluutheid van het geestelijke na.
Aangezien die op aarde niet te bereiken valt (alles is hier relatief), is er voortdurend competitie: wie benadert het ideaal het dichtst?
In de praktijk wordt dat: wie kan bij anderen het meest onzuiverheden of fouten ontdekken?
Het volstaat dus niet om zelf zuiver in de leer te zijn.
Je moet ook kunnen aantonen dat anderen het NIET zijn (de relativiteit weetuwel)
Vandaar de eeuwige jacht op fouten, overtredingen, verkeerde uitspraken, enzovoort.

Het ideaal van de politieke correctheid is natuurlijk Ahriman.
Hij is de geest die de mensheid in toenemende mate terroriseert.
En zoals Rudolf Steiner al voorspelde: Ahriman schrijft.
Hij vult de media met zijn intimiderende, benauwende en uiterst geraffineerde gedachten.
Hij is de geest die mensen als Yves Desmet en co inspireert, een geest die aanvalt om de aandacht van zichzelf af te leiden (want Ahriman wil onzichtbaar blijven).
Dat is natuurlijk een mes dat aan twee kanten snijdt.
Ahriman wordt steeds agressiever, steeds intimiderender.
Maar tegelijk wordt het ook steeds moeilijker om zijn invloed te ontkennen.
Zijn aanval op Bart De Wever was zo buitensporig dat ik me niet kan voorstellen dat het niet minstens enkele mensen tot nadenken heeft gestemd.
En zijn aanval op de sociale media bij de dood van Steve Stevaert was zo doorzichtig dat het eveneens vragen doet rijzen.
Ahriman speelt hoog spel: hij wil letterlijk iederéén de mond snoeren.
De meerderheid volstaat niet voor hem, hij wil alles, hij wil de totale heerschappij over (het denken van) de mens.
En ofschoon ik er telkens weer versteld van sta hoe diep hij in de moderne geesten is doorgedrongen, ik kan toch niet geloven dat hij iederéén eronder zal krijgen.
Niet op deze Stille Zaterdag.

P.S. Ik lees net in de Nederlandse Telegraaf dat Steve Stevaert antidepressiva slikte. Het verbaasde me al dat een man als Stevaert op zo’n extreme manier reageerde op het nieuws dat hij voor de rechtbank moest verschijnen. En het verbaast me nu ook weer dat daar zo weinig aandacht wordt aan geschonken. Blijkbaar slaagt Ahriman er ook in om de aandacht van zijn ‘chemische zelf’ af te leiden.
Maar het begint toch op te vallen …

Advertenties