Politieke correctheid en autisme (3)

door lievendebrouwere

De grootste doodzonde die men in onze tijd kan begaan, is zeggen dat racisme relatief is.
Op geen enkele manier mag racisme gerelativeerd, genuanceerd of geminimaliseerd worden.
Racisme is het absolute kwaad: hier past alleen heilige verontwaardiging.
Als we echter alle opgefokte emoties aan de kant schuiven en nuchter gaan nadenken over deze verontwaardiging dan blijkt daarachter niets anders dan … racisme schuil te gaan: het ‘racisme’ van het hoofd tegenover het lichaam.
Het moderne antiracisme is met andere woorden een afleidingsmanoeuvre.
Het is een dief die luidkeels roept: ‘houd de dief!’

Dit zichzelf als antiracisme vermommende ‘racisme’ verdeelt de wereld in twee.
Het verdeelt de politieke wereld in links en rechts.
Het verdeelt de economische wereld in noord en zuid.
Het verdeelt de religieuze wereld in seculier en islamitisch.
Het verdeelt de artistieke wereld in hedendaags en klassiek.
Het verdeelt de fysieke wereld in man en vrouw.
Achter al deze tweedelingen verbergt zich de diep gewortelde afkeer van het hoofd voor het lichaam.
Het is dit ‘hoofd’ dat dwars door de werkelijkheid de scherpe grens trekt die de oorzaak is van alle ellende in de wereld.
Maar die grens is ook de oorzaak van de bewustwording van de mens.
En die bewustwording is een uitdrukking van het streven naar vrijheid.
Het gaat dus niet op dit intellectuele ‘racisme’ te veroordelen.
Wat echter wél veroordeeld moet worden, is de weigering van dit racisme om zichzelf onder ogen te zien.
Wat niet getolereerd mag worden, zijn de eindeloze racismebeschuldigingen waarmee dit geestelijke racisme zichzelf op de fysieke wereld projecteert en daarin een ‘absoluut kwaad’ aan het werk ziet.

Dat ‘absolute kwaad’ zit niet in het fysieke racisme, dat grotendeels overwonnen is maar nu weer aangewakkerd wordt door die eindeloze beschuldigingen.
Het zit ook niet in het intellectuele racisme, want dat is een noodzakelijk kwaad om de bewustwording en de vrijheid van de mens te bewerkstelligen.
Het kwaad zit in het feit dat het intellect er niet toe komt zich van zichzelf bewust te worden.
Het heeft zich ontwikkeld door zich bewust te worden van het ‘lichaam’, door afstand te nemen van dat lichaam.
Die afstand is vandaag echter zo groot geworden dat hoofd en lichaam dreigen gescheiden te worden.
In een soort overlevingsreflex wil het lichaam de verbinding herstellen, maar daar het verzet het hoofd zich uit alle macht tegen en doet beide in een uitzichtloze en zelfvernietigende strijd terechtkomen.
Die strijd kan maar ophouden wanneer het hoofd zich bewust wordt van zichzelf, dat wil zeggen wanneer de mens een ‘nieuw’ bewustzijn ontwikkelt, een bewustzijn van hoofd én lichaam, van hun eenheid én gescheidenheid.

Het toenemende aantal autisten dwingt de hedendaagse mens als het ware tot dat ‘hogere’ bewustzijn, want autisme is een stoornis die veroorzaakt wordt door een al te grote afstand tussen hoofd en lichaam, een afstand die geschapen wordt door de intense afkeer van dat hoofd voor het lichaam.
Die afkeer is bij (zware) autisten zo groot dat ze hun eigen lichaam (innerlijk) niet meer waarnemen.
Het bestaat voor hen eenvoudig niet, evenmin als de kachel bestaat voor een blinde.
Ze stoten zich wel aan dat lichaam, maar ze ervaren het niet als iets van henzelf.
Hun ontkenning gaat soms zelfs zover dat ze de pijn van dat lichaam niet meer voelen.
Ze trekken zich helemaal terug in een lichaamsvrije wereld.

Autisme wordt door velen beschouwd als een reactie op een zeer vroege traumatische beleving.
De autist werd als kind veel te vroeg bewust van de fysieke, materiële wereld.
Hij werd als het ware losgerukt uit zijn droomwereld, waaruit hij in normale omstandigheden slechts heel geleidelijk zou ontwaken.
Zijn nog ‘hemelse’ bewustzijn werd bruusk geconfronteerd met de ‘aardse’ materie en hield daaraan een levenslange allergie over.
De autist slaagt er niet in de (vroege) kloof tussen geest en materie te overbruggen en dus maakt hij die kloof zo groot dat ze uit zijn bewustzijn verdwijnt.
Eigenlijk wil hij helemaal geest worden, maar doordat hij gebonden blijft aan een lichaam sluit hij zichzelf op in zijn hoofd, in een abstracte geestelijke schijnwereld.
In die schijnwereld is hij echter helemaal alleen, als een astronaut die het contact met de aarde verloren is en hulpeloos rondzweeft in de eindeloze, donkere ruimte.

De autist is dus de gevangene van zijn eigen intense afkeer van de materiële wereld, een afkeer die een gevolg is van een vroegtijdige bewustwording.
Rudolf Steiner heeft ooit gezegd dat de mens leeft in beelden van de materiële werkelijkheid, niet in die materiële werkelijkheid zelf.
In die werkelijkheid ‘slaapt’ zijn bewustzijn en als het daarin wakker werd, zou dat een afgrijselijke pijn veroorzaken.
Voor de veel te wakkere autist is het leven één lange pijn-ervaring.
Iedere zintuiglijke prikkel treft hem als een zweepslag, en hij reageert daarop door zich zoveel mogelijk te onttrekken aan de buitenwereld.
Pijn is altijd bewustzijn op een gebied waar we geen bewustzijn horen te hebben.
De pijn van de autist wordt veroorzaakt door een voortijdig ontwikkeld bewustzijn, een bewustzijn zoals de mens dat maar in de verre toekomst zal kunnen verdragen.

Autisme treedt op als de bewustzijnsontwikkeling van de mens ahrimanisch versneld wordt.
De hele integratieproblematiek is daar een uitdrukking van.
De enorme toevloed (en invloed) van moslims in het Westen is een poging van de ‘wereldgeest’ om de moderne bewustzijnsontwikkeling weer in evenwicht te brengen door tegenover de versnelling van de ahrimanische wetenschap de luciferische vertraging van de islam te plaatsen.
Het is trouwens niet de eerste keer dat zo’n ‘correctie’ plaatsvindt.
De al te snelle bewustzijnsontwikkeling in het Irak van de 7de eeuw (de academie van Gondishapur) werd gecounterd door het ontstaan van de islam.
Die islam ging – en gaat ook vandaag weer – brutaal en gewelddadig tewerk, maar dat paardemiddel was nodig om de nog veel grotere ramp te vermijden die een te snelle bewustzijnsontwikkeling tot gevolg zou hebben gehad.
Zonder het optreden van Mohammed zou de mensheid 1300 jaar geleden autistisch zijn geworden.
Haar ontwikkeling zou tot stilstand zijn gekomen.

Vandaag herhaalt de geschiedenis zich.

Opnieuw dreigt het menselijke bewustzijn zich te vergalopperen, en opnieuw treedt de islam op als remmende factor.
Het grootste gevaar komt dus niet van de (luciferische) islam maar van het (ahrimanische) Westen.
Dat kunnen we aflezen aan de manier waarop het Westen reageert op de islam.
Tegenover de islamitische ‘vertraging’ plaatst het namelijk een ‘versnelling’.
De idealen die de politieke correctheid in stelling brengt zijn niet verkeerd, wel integendeel, ze dragen de toekomst in zich.
Maar ze willen (net als in het communisme) veel te snel gerealiseerd worden, en daardoor veranderen ze van een goed in een kwaad.
Ze worden voortijdig wakker gemaakt en overrompelen het bewustzijn dat zich niet normaal meer kan ontwikkelen en autistisch wordt.

Dit autisme is overigens geen gevolg van de ‘moslim-invasie’, het bestond voordien al en wordt nu alleen maar zichtbaar.
De moslims confronteren het Westen met zijn ‘geblokkeerde’ bewustzijn.
Met een normaal werkend bewustzijn zou het Westen geen probleem hebben met de islam.
Het zou duidelijke grenzen trekken en korte metten maken met pesterijen als de hoofddoek, halal-voedsel en homo-bashen.
Maar het is als verlamd door de (onbewuste) confrontatie met zijn spiegelbeeld.
Want ook de moslimwereld is een autistische wereld, zij het in omgekeerde zin, door (luciferische) vertraging in plaats van (ahrimanische) versnelling.
Zien we in het Westen vooral het overgeleverd zijn van de autist aan zintuiglijke indrukken, dan zien we in de moslimwereld vooral de reactie daarop: het zich opsluiten in een abstracte schijnwereld.
Beide elementen maken deel uit van het autisme: de oorzaak (voortijdig bewustzijn van de buitenwereld) is ahrimanisch, de reactie (zich afsluiten voor die buitenwereld) is luciferisch.
Of omgekeerd, want het is natuurlijk de vraag wat die voortijdige botsing tussen de autist en de materiële wereld veroorzaakte: het ahrimanische karakter van de materiële wereld of zijn eigen luciferische karakter.

Toen Bart De Wever zei dat racisme relatief was – en dus bij beide partijen voorkwam – raakte hij aan de spiegelrelatie tussen de Westen en de islam.
Daardoor ontketende hij de politiek-correcte furie, want noch Ahriman noch Lucifer willen tot zelfkennis komen, dat wil zeggen tot bewustwording van hun beider autisme.
Door de zondeval zijn ze in lege ruimte getuimeld, als een astronaut die het contact met het moederschip is kwijtgeraakt, en ze klampen zich vast aan de mens, hun enige houvast in de duisternis.
Allebei hebben ze zich zo diep genesteld in de ziel van de mens dat ze ‘onzichtbaar’ zijn geworden.
Door de clash of civilizations tussen het Westen en de islam proberen ze nog dieper in de mens door te dringen en hem voorgoed in hun greep te krijgen.
Maar tegelijk is door die tegenstelling een situatie ontstaan waarin de mens zich bewust dreigt te worden van hun aanwezigheid en werking.
Iedere aanzet tot die bewustwording doet wilde paniek in hen ontstaan en ze slaan – bij wijze van spreken – hun klauwen diep in de ziel van de mens.

Geen van beiden willen dat de mens zich bewust wordt van de relatie tussen materie en geest, die de grondslag vormt van het autisme.
Ze willen het Westen binden aan de materie en de islam aan de (abstracte) geest, en op die manier de (autistische) kloof intact houden.
Niets vrezen ze meer dan de bewustwording van de relatie tussen beide tegenpolen.
Niets vrezen ze meer dan de bewustwording van het autisme.
Daarom probeert Ahriman het autisme te herleiden tot een louter fysieke, genetische of neurologische afwijking.
Lucifer steekt hem een handje toe door autisme een ‘andere’ en in wezen gelijkwaardige vorm van bewustzijn te noemen.
Alles is goed om de aandacht af te leiden van het ‘racisme’ dat vandaag in ieder mens leeft: de intense (en in toenemende mate wederzijdse) afkeer van het hoofd voor het lichaam.

Advertenties