Michaël en de vluchtelingen

door lievendebrouwere

‘Burgers van Europa, houdt ramen en deuren gesloten! Vloedgolven wanhopigen breken op uw stranden. Hongerige zombies staan jammerend te krabben aan uw poorten. Klaar om uw brein en uw sociale zekerheid leeg te zuigen zodra het fort het begeeft. Het is een sterk beeld. Alleen is het niet eerlijk. Tegenover de zombies. Vluchtelingen zijn ook maar mensen. En Europa is geen fort. Europa is een halflege reddingsboot van de zinkende Titanic, met een handvol passagiers uit eerste klas aan boord. Ze kan niet iedereen redden zonder zelf te zinken. (Of toch tenminste zonder wat aan comfort in te boeten.) Dus laat Europa het maar zo.’

Aldus begint een column van Michaël Van Peel in De Morgen. Het is één van de vele emotionele reacties op de verdrinkingsdood van bootvluchtelingen in de Middellandse zee. De teneur van (bijna) al die reacties is verontwaardiging over de houding van Europa, alsof het de schuld van Europa is dat al die vluchtelingen hun land ontvluchten. Alsof Europa de morele plicht heeft om die massale vlucht te organiseren en overal ter wereld reisbureaus te openen waar mensen een veilige vlucht kunnen boeken naar Europa.  De achterliggende idee is dat de hele wereld het recht heeft om te genieten van de zegeningen van de Europese beschaving. Het is voorwaar een Michaëlische idee: de Europese beschaving moet de beschaving van de hele wereld worden. Dat was ook wat Alexander de Grote tijdens het vorige Michaëltijdperk dreef bij zijn veroveringstochten: de Griekse cultuur over de hele (toen bekende) wereld verspreiden, iets wat hij deed in samenspraak met zijn leermeester, de filosoof Aristoteles.

Die Griekse cultuur is de grondslag geworden van de huidige Europese en Westerse beschaving, net zoals Aristoteles de grondslag legde voor het moderne, rationele denken. Wat we vandaag zien is dus een herhaling – maar tegelijk een omkering – van wat er in het vorige Michaëltijdperk, meer dan 2000 jaar geleden, gebeurde. Want Europa verspreidt zijn beschaving niet over de hele wereld zoals Alexander dat destijds deed, de hele wereld komt die beschaving bij wijze van spreken halen.

Alles wijst erop dat die omkering geen goed idee is. Niet alleen is Europa al behoorlijk overbevolkt en zal het die enorme vluchtelingenstroom op den duur niet kunnen verteren, maar samen met die vluchtelingen komen ook culturen naar hier die vloeken met de Europese cultuur en er een reële bedreiging voor vormen. Met name de moslims lijken alleen geïnteresseerd in de materiële rijkdom van Europa. Ze komen duidelijk niet naar hier om de Europese cultuur te leren kennen, ze komen naar Europa om er de moslimcultuur te verspreiden, zo lijkt het wel. Hun massale immigratie (en vooral hun zelfbewuste en agressieve houding) heeft inderdaad veel weg van een herhaling van de middeleeuwse veroveringstochten die Europa slechts met de grootste moeite kon afslaan. De michaëlische veroveringstocht van Alexander de Grote lijkt een ahrimanische veroveringstocht van de islam te zijn geworden. 
Michaël is de aartsengel van de zon. Onder zijn leiding wordt het werk van de andere aartsengelen (van de verschillende planeten) samengevat, een beetje zoals een plant in zaad schiet dat vervolgens naar alle windstreken wordt verspreid. De kracht van Michaël ligt dus in het samenvatten, in het grote overzicht, de grote samenhang. Hij is degene die ziet wat een kunstwerk tot kunstwerk maakt, die oog heeft voor de quintessens van het geheel en niet alleen voor de verschillende onderdelen die men kan onderscheiden.
De verontwaardiging die spreekt uit een column als die van Michaël Van Peel (en uit tal van andere reacties op de dood van de bootvluchtelingen) is volkomen terecht. Ze maakt zeker deel uit van het ‘schilderij’. Maar wat die verontwaardiging tot een leugen maakt, is het feit dat ze niet in het geheel wordt gepast. Want tot dat geheel zou bijvoorbeeld ook de verontwaardiging horen voor het islamitische geweld waarvoor al die asielzoekers op de vlucht zijn. Een ware Michaëlshouding zou beide verontwaardigingen naast elkaar plaatsen en vervolgens verder denken in een poging om het grote geheel te vatten. Maar dat gebeurt dus niet. Telkens weer wordt een deel als geheel beschouwd, telkens weer worden de (terechte) gevoelens en wilsimpulsen die met het geheel verbonden zijn, gericht op een onderdeel en daardoor misbruikt. 

Michaëlisch denken is rationeel denken, maar het is meer dan dat. Want het moderne intellect is wel in staat onderdelen scherp waar te nemen, maar het is niet in staat het levende geheel in één oogopslag te zien. Dat kan alleen een kunstzinnig waarnemen en oordelen. Michaëlisch denken omvat dus zowel de mannelijke ratio als de vrouwelijke kunstzinnigheid, ze verbindt het aristotelische denken met het platonische ‘schouwen’. 

De column van Michaël (!) Van Peel heeft een sterk platonische inslag. Alleen al de aanhef ‘burgers van Europa’ lijkt recht uit de Apologie van Socrates te komen, alsof Plato himself een aanklacht formuleert tegen de rechters van het hedendaagse Europa. Hij gebruikt daarvoor geen heldere redenering maar – op typisch platonische wijze – een beeld: hij vergelijkt Europa met een halflege reddingsboot van de Titanic. Voorwaar een sprekend beeld, want iedereen kent het verhaal: de reddingsboten waren halfleeg terwijl overal mensen in het water lagen te verdrinken. De boodschap is duidelijk: de rijkelui van Europa laten de sukkelaars uit Afrika gewoon verzuipen. Maar … als de reddingsboot Europa is, dan is de Titanic de hele wereld. Als de hele wereld ten onder gaat, waar moet die Europese reddingsboot dan heen? Is hij dan niet gedoemd op de wereldzee te blijven ronddobberen tot één of andere storm hem met man en muis doet vergaan, of tot de overlevenden van honger omkomen nadat de moslims eerst de christenen overboord hebben gegooid? 

 Het beeld dat Michaël Van Peel gebruikt, klopt dus wel: de Titanic van onze beschaving is inderdaad aan het zinken. En het beeld van de Europese reddingsboot klopt ook. Maar beide beelden spreken elkaar tegen, het geheel klopt niet. Europa blijft vooralsnog boven water (sic) maar haar reddingsboot is tot zinken gedoemd want er is geen ‘vasteland’ meer. Zoveel mogelijk drenkelingen uit het water vissen, is dus gewoon uitstel van executie. Het zal alleen tot gevolg hebben dat de Europese reddingsboot des te sneller in de golven verdwijnt. De helpende hand die Europa de vluchtelingen wil reiken, is een bedrieglijke hand: ze belooft iets dat de redders niet kunnen waarmaken. En als de geredden dat eenmaal doorkrijgen, zullen ze zich tegen hun redders keren. Dat doen ze trouwens nu reeds: de moslims keren zich in steeds grotere getale tegen het Europa dat hen ‘gered’ heeft. 

Michaël Van Peel gebruikt in zijn column de uitdrukking ‘de god van de hypocrisie’ tot wie de Europeanen bidden om de hulpkreten van de drenkelingen niet te moeten horen. Het is opnieuw een waar beeld. Maar het wordt tot een leugen omdat hij er zichzelf niet in herkent. Want Van Peel is zelf iemand die tot de god van de hypocrisie bidt. Zoals de meesten van zijn collega’s intellectuelen en kunstenaars gedraagt hij zich als een ‘fort Europa’ (een ander geliefd beeld) dat zich niks aantrekt van het gewone plebs en het met ongekende hardvochtigheid en minachting bejegent. Hij maakt zich met andere woorden zelf schuldig aan datgene waar hij de ‘burgers van Europa’ van beschuldigt. Hij is net als zij en spreekt dus eigenlijk tegen een spiegel. Dat is de ultieme samenhang waarvan de ware Michaëlische geest zich bewust moet worden: de samenhang tussen de spiegel en hemzelf, tussen datgene wat hij buiten zichzelf ziet en datgene wat in hemzelf leeft. Dat is het geheel waarvoor hij een zintuig moet ontwikkelen: de eenheid van de buitenwereld (die hij met scherpe aristotelische blik ziet) en de binnenwereld (die in platonische beelden in hem oprijst). 

Michaël is de aartsengel die de draak bevecht en die draak drijft zijn wig tussen mens en wereld. Hij belet de mens de wereld als een spiegel te zien. Of beter: hij belet de mens zich bewust te worden van het feit dat hij de wereld inderdaad als een spiegel ziet. Want waarom zijn met name kunstenaars en intellectuelen (het verschil is relatief) zo verontwaardigd over die drenkelingen in de Middellandse zee? Omdat ze er zich onbewust in herkennen. Want ook zijzelf zijn vluchtelingen die diep in hun ziel de oversteek wagen van het dorre intellectualisme van de moderne wereld naar een nieuwe spiritualiteit. Maar onderweg verdrinken ze. Ze kunnen geen brug slaan tussen hun scherpe intellect en de platonische beelden die in hun innerlijk opkomen. In plaats dat die twee elkaar doordringen en bevruchten, brengen ze elkaar in verwarring en scheppen chaos. En van die chaos maakt Ahriman gebruik om hun ziel binnen te dringen, zoals IS-strijders zich mengen onder de bootvluchtelingen om Europa binnen te komen. 

De strijd van Michaël met de draak is een strijd om bewustwording. Ahriman plaatst zich tussen de mens en de werkelijkheid. Door zijn intellectualisme maakt hij de mens los van de werkelijkheid. Maar tegelijk maakt hij de mens vrij. Het gaat er dus niet om dat we hem uit de weg ruimen (alsof we dat zouden kunnen). Het gaat erom dat we hem doorzien, letterlijk en figuurlijk. We moeten Ahriman transparant maken, we moeten door de zintuiglijke schijn waarop hij onze blik gericht houdt heen leren kijken. We moeten met andere woorden de zintuiglijke wereld als een kunstwerk leren zien, een kunstwerk dat we zelf geschapen hebben en waarin we dus onszelf kunnen herkennen. De bootvluchtelingen maken deel uit van dat kunstwerk, en we weten dat, anders zouden we er niet zo emotioneel op reageren. Maar dat – in wezen kunstzinnige, intuïtieve – weten dringt niet tot ons heldere, intellectuele bewustzijn door. We zijn namelijk bang om in de wereld onszelf tegen te komen. Daarvoor houden we ramen en deuren gesloten terwijl de vloedgolven op onze stranden beuken…

  

Advertenties