Een verlossende vraag

door lievendebrouwere

Zoals u intussen wellicht weet, ben ik sinds kort in het bezit van een gloednieuwe iPad, de Air2. Dat is intussen al de vijfde of zesde versie van dit toestel en dus wordt dit nieuwe model verondersteld véééél beter te zijn dan het allereerste model waar ik al jaren mee werk. Ik merk daar echter niet veel van. Ja, het scherm is scherper en helderder, en de camera is een stuk beter, maar dat zijn zaken waar je in een mum van tijd aan gewend bent. Waar ik echter heel, heel moeilijk aan wen, zijn de veranderingen, de zogenaamde verbeteringen. Eén van die veranderingen is bijvoorbeeld dat ik mijn teksten nu ‘in blok’ moet tikken. Als ik op de return-knop druk, kom ik niet één maar twee regels lager terecht. Ik heb al op alle mogelijke andere knoppen gedrukt maar: niks aan te doen.

Een andere ‘verbetering’ waar ik me blauw aan erger, is de spellingscontrole. Daar heb ik op m’n oude toestel nooit last van gehad. Het nieuwe corrigeert me echter voortdurend, als was ik een dyslectische eersteklasser. Van zodra ik een wat langer woord begin te tikken, verschijnt daaronder het woord dat hij (of zij?) denkt dat ik bedoel. Meestal zit hij er compleet naast. Ik moet dan dat verkeerde woord aantikken, zodat het verdwijnt en ik verder kan gaan. Ergerlijk. Maar nóg erger(lijker) is het feit dat hij achter m’n rug woorden verandert die ik reeds getikt heb. Ik moet iedere zin dus herlezen en verbeteren wat de digitale verbeteraar verbeterd heeft. En dat heet dan een verbetering …

Apple is een firma die er prat op gaat toestellen te maken die het kleinste kind kan bedienen. En inderdaad, Anna weet precies op welke knoppen ze moet drukken om een foto van zichzelf op het scherm te zien verschijnen. Maar ik ben natuurlijk geen klein kind, ik ben … nóg dommer. Niet alleen slaag ik erin verkeerd te doen wat volgens de digitale genieën van Silicon Valley niet verkeerd kán worden gedaan, maar ik slaag er ook in om niet te vinden hoe ik die ergerlijke spellingscorectie uit kan schakelen. Op ALLE knoppen heb ik al gedrukt – met de meest verwarrende resultaten tot gevolg – maar die arrogante verbeteraar krijg ik niet uit de weg geruimd. De oude methode – een paar ferme klappen – durf ik niet te gebruiken, want m’n iPad heeft teveel geld gekost, en me kwaad maken helpt ook al niet.

Gelukkig ben ik getrouwd en toen ik tegen mijn klaagmuur ging staan, kroop ze achter het toetsenbord en tikte in: hoe kan ik die vervelende spellingscontrole op mijn iPad uitschakelen? Meteen kreeg ze antwoord: ga naar Instellingen, ga naar Algemeen, ga naar Toetsenbord, schakel Spellingscontrole uit. Tien seconden had dat geduurd en de zaak was gepiept. Waarlijk, ik heb een geniale vrouw. Hoe zij de meest ingewikkelde problemen in een handomdraai oplost: het is niet te geloven! Sommigen zullen zeggen: je vrouw lijkt alleen maar geniaal omdat ze getrouwd is met een ongelooflijke stomkop zoals jij! Maar ik verkies te kijken naar the sunny side of the street. 

Dus zei ik tegen An: dit voorval is eigenlijk best diepzinnig, want als je een probleem hebt met zo’n gesofisticeerd toestel helpt het niet om je kwaad te maken, om te smeken, om er een mep op te geven of andere middeleeuwse methoden toe te passen. Het enige wat in dit tijdperk van de bewustzijnsziel helpt, is inzicht. Je moet zo’n toestel begrijpen, anders reageert het niet, tenzij door alles nog erger te maken. En is dat niet precies zoals het in het werkelijke leven ook is? Goede wil, inzet, strijdlust, oprechtheid, moed: het werkt allemaal niet meer zonder inzicht, zonder begrip. Moderne problemen kunnen alleen nog worden opgelost door ze te begrijpen. 

Ja, zei An, en de eerste stap is een vraag stellen. 

Het klinkt eenvoudig – en dat is het ook – maar je moet er toch maar op komen. Heb je een probleem? Stel de vraag. Tik ze gewoon in op Google. Onmiddellijk zal blijken dat je niet de enige bent met die vraag en dat ergens op het worldwide web ook het antwoord te vinden is. Tenminste als het gaat om technische problemen, want als het gaat om geestelijke problemen liggen de zaken heel anders: daar zul je op het internet geen antwoord op vinden, je zult in veel gevallen zelfs helemaal alleen blijken te staan met je vraag. 

Maar. 

Zegt Steiner niet dat alles wat we op aarde zien, eerst in de geestelijke wereld bestond, en dat alles wat materieel aan ons verschijnt dus een geestelijke ‘achterkant’ heeft? Die ergerlijke spellingsverbeteraar is – tenmiste antroposofisch gezien – dus niet enkel een technisch probleem, het is ook een geestelijke realiteit. Het is met andere woorden een geestelijk wezen dat onze woorden telkens verdraait zonder dat we het willen en zelfs zonder dat we het weten. Eigenlijk zouden we alles wat we zeggen, nog eens moeten controleren om te zien of we wel gezegd hebben wat we wilden zeggen. En is het ook niet zo dat we voortdurend vanalles zeggen dat we eigenlijk niet willen zeggen, alsof er iemand is die ons voortdurend woorden in de mond legt die we enkel uitspreken omdat-het-veel-vlugger-en-gemakkelijker gaat? Die spellingscontroleur, die woordverbeteraar zit dus niet alleen in m’n iPad, hij zit ook in mezelf. Ik kijk verdorie als in een spiegel!

En dan dat vragen stellen! Hoe is het in godsnaam mogelijk dat dat niet eens in me opgekomen was: tik de vraag gewoon in! Nee, liever zitten klagen in plaats van een vraag te stellen! Was het niet Rilke die (in zijn onvolprezen ‘Brieven aan een Jonge Dichter’) schrijft: ‘leef met de vragen, ze bevatten reeds het antwoord!’ Anders gezegd: zoek niet naar het antwoord, maar stel de vraag en stel ze telkens weer opnieuw tot ze het antwoord wordt. Wie kent niet het verschijnsel dat je vergeefs zoekt naar een woord en dat je het vindt op het moment dat je het aan een ander vraagt. De oplossing van het probleem ligt in het stellen van de vraag. En deel van het probleem is dat we de vraag niet stellen. Hoe komt dat? Waarom kwam ik niet op het idee om mijn spellingscontroleprobleem voor te leggen aan het internet? Kijk, dát is nog eens een vraag: waarom is het zo moeilijk om een vraag te stellen?

Voor Parsifal – die er niet toe kwam om tegenover de lijdende Visserkoning de verlossende vraag te stellen – was de reden zijn ridderopvoeding. Het was hem zo geleerd: aan een koning stel je geen vragen, je zwijgt eerbiedig. Maar niemand heeft mij geleerd om geen vragen te stellen aan het internet. Niemand heeft mij de eerbied voor het internet ingeprent, wel integendeel. Het internet … dat is niks voor ontwikkelde, beschaafde mensen. Hoe vaak lees je in de kranten niet de uitdrukking ‘de riolen van het internet’, alsof het om het laagste van het laagste gaat. Nee, aan die rotzooi stel je geen vragen! Dát is de hedendaagse etiquette, de gedragsregel voor ridders en edelen. Wie de zaken echter nuchter bekijkt, merkt dat die moderne penneridders zich allesbehalve ridderlijk gedragen en dat er in de ‘riolen van het internet’ vaak meer adel te vinden is dan aan het ‘hof’.

Het Parsifalbeeld geldt dus nog altijd. Degenen die zich ridders wanen staan tegenover een lijdende koning, want wat is het internet anders dan het aan de materie gekluisterde bewustzijn van de mensheid? Wat is het anders dan het in apparaten en toestellen opgesloten sociale lichaam van de mensheid? Wat is het anders dan de … lijdende Christus? Is dat een te groteske gedachte? Of is dat weer zo’n vraag die we ons niet durven stellen? Mij helpt het alleszins om de bevangenheid van Parsifal te begrijpen in wie die verheven opvatting over het koningschap leefde maar die geconfronteerd werd met een meelijwekkende, aan de materie gekluisterde en onherkenbaar geworden koning. Hij slaagde er niet in om die twee uitersten met elkaar te verbinden en verzuimde dus de verlossende vraag te stellen. 

Is dat ook niet wat mij belette om die simpele, voor de hand liggende vraag te stellen? Ik kan dat gigantische worldwide web met zijn onafzienbare hoeveelheid kennis en informatie niet rijmen met mijn ‘ridderlijke’, ‘spirituele’ opvatting over de geestelijke wereld, over de kosmische intelligentie, over Christus. Die twee liggen veel te ver uit elkaar. En toch, als het werkelijk om ‘christelijke’ geest gaat, dan moet ik hem zoeken in de concrete, zintuiglijke werkelijkheid, in de hedendaagse realiteit en niet in een of andere verre en hoog verheven sfeer. Is dat niet het – choquerende – wezen van het christendom? God is mens geworden. Het hoogste geestelijke wezen heeft zich op een ongelooflijke manier ‘verlaagd’. De afgelopen 2000 jaar hebben we dat onbewust opgenomen en verteerd, maar nu moeten we dat – als een koe – opnieuw herkauwen en verwerken, dit keer op een bewuster niveau. En dat gebeurt door vragen te stellen, telkens weer opnieuw, het soort vragen dat we (door onze ahrimanische opvoeding) niet verondersteld worden te stellen …


  


Advertenties