De kunst is dood,leve de kunst!

door lievendebrouwere

Op de kentering der tijden geboren,

in onze ogen nog de ondergangen 

van de oude werelden die verbleken,

onze lippen geplooid ten nieuwe groet,

en in ons hart een tweedracht van verlangen

naar dromen van weleer, die wij verloren,

naar de nieuwe, wier bloesems openbreken –

zo moeten wij door bittre jaren zwerven,

het is altijd een strijd en een ontbreken:

alles in ons beweegt zich als een vloed

en somtijds zinkt het weg, alsof wij sterven.

(Henriette Holst van der Schalk)

De tragiek van onze tijd is dat de oude wereld ten onder gaat en dat de nieuwe nog niet bestaat. Het is ontzettend moeilijk om dit sterven onder ogen te zien en de blik niet af te wenden. Dat laatste is dan ook wat we massaal zien gebeuren in de wereld van de kunst. Daar wordt de aandacht gericht op een kunst die nieuw heet te zijn, maar die in feite niets anders is dan het stoffelijk overschot van de oude kunst dat tot ontbinding is overgegaan. Er stijgt een ondraaglijke stank op uit die rottende resten, maar die wordt gecamoufleerd door lijkkisten die je (figuurlijk) de adem afsnijden: de peperdure, buitenissige musea voor Hedendaagse Kunst die overal ter wereld als paddestoelen uit de grond rijzen. Daar wordt de kunst gemummificeerd en opgeborgen in praalgraven, als leefden we nog in het oude Egypte. Het is één grote, wereldwijde lijkdienst die voorgesteld wordt als een celebratie van het nieuwe leven. 

De levende kunst heeft zich uit haar oude lichaam teruggetrokken en ondergaat momenteel een ingrijpende metamorfose die zich aan onze blik onttrekt. Als een rups heeft ze zich verpopt en schept zich nu een nieuw vlinderlichaam. Wie zich daarvan een beeld wil vormen, moet dat in de geest doen, niet in de materie, anders gedraagt hij zich als iemand die de pop openbreekt om erachter te komen hoe de rups verandert in een vlinder. Hij krijgt dan enkel wat prut te zien – de rups is verdwenen en van de vlinder is nog geen spoor – maar wat erger is: hij breekt het metamorfoseproces af. Het kwalijkste van de Hedendaagse Kunst is dus niet dat zij die ‘prut’ voorstelt als de nieuwe kunst en vlinders ziet waar zelfs geen rupsen meer zijn, het kwalijkste is dat zij het ontstaan van een nieuwe kunst blokkeert omdat ze de moderne mens wijsmaakt dat die nieuwe kunst er al is en dat hij dus niet langer moet proberen zich beelden te vormen van de levende kunst. Zonder die beeldvorming kan de nieuwe kunst echter niet ontstaan. Het is juist uit het imaginatieve, scheppende bewustzijn dat de kunst van de toekomst moet geboren worden, niet uit het oude passief-zintuiglijke bewustzijn dat alleen maar steeds praleriger sarcofagen kan bouwen voor de steeds stinkender overblijfselen van de oude kunst. 

Zoals bekend, went een mens heel vlug aan stank. Na een tijdje ruik je niks meer. De moderne mens merkt de perversiteiten en weerzinwekkendheden van de Hedendaagse Kunst niet eens meer op. En dat is de tragiek van deze tijd: de ‘hogere’ zintuigen van de mens – zijn oog voor schoonheid, zijn oor voor waarheid – raken afgestompt. Zijn bewustzijn wordt steeds doffer en zwakker. In plaats van zich in te spannen en beelden te vormen van wat zich onder het oppervlak der dingen afspeelt, raakt het helemaal in de ban van dat oppervlak en went zich aan alles wat daar gebeurt. Het wordt blind voor het grote metamorfoseproces dat zich in onze tijd voltrekt en waarvan we heel af en toe een glimp kunnen opvangen in de kunst. Maar daar merkt niemand wat van, want alle aandacht is gericht op de lijkkisten waarmee de kunstwereld bezaaid is en waar een infernale stank en een infernaal lawaai uit opstijgt. Ja, de poorten van de onderwereld gaan open en the doors of perception sluiten zich.  

Advertenties