Brugge zien en sterven (vervolg)

door lievendebrouwere

Aangezien ik op een splinternieuwe iPad werk – die veel meer kan en veel minder doet dan de oude – ben ik verplicht een aantal kunstgrepen toe te passen zoals het splitsen van blogberichten. Tja, als de vooruitgang achteruitgaat dan hou je hem niet tegen. Waar waren we gebleven? O ja, in Brugge die scone. Schoonheid is, zoals ieder ontwikkeld mens weet, een doorn in des kunstenaars oog. En dus probeert die kunstenaar, gesteund door de stad Brugge, daar wat aan te doen. Persoonlijk vind ik volgende poging best geslaagd, al maak ik me sterk dat ik het zelf nog een stuk lelijker had kunnen maken.

  

Deze vind ik trouwens ook wel een goeie. Vooral het rood komt heel goed uit tegen al dat groen, al ben ik niet geheel zeker of de mevrouw wel bij het kunstwerk hoorde. 

   
Een mens kan natuurlijk wel lachen met al die fratsen, maar van harte gaat dat natuurlijk niet, want het is allemaal van een peilloze treurigheid. Ik sloof mij uit om een centje te verdienen zodat ik materiaal kan kopen om schone dingen te maken (of dat althans te proberen) en intussen spendeert de stad Brugge miljoenen euro’s aan ‘kunstenaars’ die proberen de dingen zo lelijk mogelijk te maken. Ik had stiekem gehoopt dat het begijnhof zou ontsnappen aan deze furor artisticus, maar dat was zonder een of andere Japanse waard gerekend die er niets beters had op gevonden dan de beroemde populieren boomhutgewijs vol planken te spijkeren. Werkelijk niets is heilig voor deze internationale barbaren. 

   
Toen er even later nog een fietsende inboorlinge tegen me aanreed en me vervolgens verbluft aankeek omdat ik niet tijdig uit de weg was gesprongen (ze generen zich nergens voor, die fietsende Bruggelingen), brak bij me de veer. Ik had er opeens genoeg van. Het verbaasde me geeneens dat ik intussen niks meer verkocht had. Hoe kun je als kunstenaar – van het soort dat mooie dingen probeert te maken – optornen tegen de pletwals van de moderne Hunnen! Het is een verloren strijd. Voor het eerst begreep ik echt dat het voor me afgelopen is daar op de Dijver in Brugge. Het heeft zelfs geen zin meer om het voor m’n plezier te doen, want dat plezier bestond er juist in om ergens bij te horen, om deel uit te maken van iets concreets. Maar hoe leuk ik het daar ook vind op de Brugse folkloremarkt, hoe goed ik ook kan opschieten met m’n collega’s, als je niks verkoopt, dan hoor je er niet bij, dan is je plek daar niet. 

   

Advertenties