Grote Leugens

door lievendebrouwere

Op de website van MO (mondiaal magazine) lees ik een artikel van Stefan Anrys, zo te zien nog een jonge kerel. De titel luidt: ‘Ik ben een racist! And I say it loud! Uiteraard gaat het hier niet om de hartekreet van een rabiaat racist die trots is op zijn racisme. Het gaat om precies het tegenovergestelde: de hartekreet van een overtuigd antiracist die net ontdekt heeft dat hij toch nog racistische trekjes vertoont. Zo maakt hij zwarte vrouwen wel eens een compliment over hun haartooi, iets wat hij nooit doet met blanke blondines. Of hij heeft ooit eens een zwarte serveuse gevraagd of ze geen tent kende waar hiphop-muziek gedraaid werd. En dat zijn natuurlijk uitingen van raciale micro-agressie, een nieuw sociologisch begrip blijkbaar. Omdat ze tot voor kort aan zijn aandacht ontsnapten, kon Anrys de illusie koesteren géén racist te zijn. Maar nu weet hij beter: hij is een racist, net als iedereen.  

Dat laatste klinkt als een gezonde conclusie (ondanks de manier waarop ze tot stand kwam), want als iedereen racist is, dan hoeven we niet meer zo zwaar te tillen aan die raciale micro-agressie. Ze is dan gewoon een eigenschap van het menselijk ras waar we kunnen leren mee omgaan zonder schuldigen aan te wijzen. Maar dat is niet wat Stefan Anrys bedoelt. Met ‘iedereen’ bedoelt hij: de blanken. Hij gaat ervan uit dat racisme een eigenschap is van het blanke ras, een soort genetische afwijking, waarvan het geen zin heeft ze te ontkennen. Want, zegt hij, racisme neemt pas af wanneer we erkennen dat het er is, overal en bij iedereen. Een echt gesprek met people of color is niet mogelijk zolang we volhouden dat er met ons dear white people niets aan de hand is, lees: zolang we volhouden dat we niet racistisch zijn. 

Stefan Anrys gaat dus uit van drie premissen die hij als vanzelfsprekend en algemeen bekend beschouwt: één, alle blanken zijn racistisch, twee, alleen blanken zijn racistisch, en drie, alle blanken ontkennen dat. Wat blijft er echter over van deze vanzelfsprekendheden wanneer we ze aan een kritisch onderzoek onderwerpen? Niets, drie keer niets. Alleen al het feit dat uitgerekend de blanke landen smeltkroezen zijn van alle mogelijke rassen, culturen en volkeren bewijst dat niet alle blanken racistisch zijn. Alleen al het uitmoorden van blanke boeren in Zuid-Afrika bewijst dat ook kleurlingen racistisch kunnen zijn. En het derde axioma – alle blanken ontkennen dat ze racistisch zijn – wordt door Stefan Anrys zelf ontkracht. Er zijn trouwens ontelbare blanken zoals hij, die luid van de daken schreeuwen dat alle blanken racistisch zijn. En dus kan geen enkele blanke nog beweren dat alle blanken ontkennen dat ze racistisch zijn.

Niettemin stelt Stefan Anrys deze pertinente onwaarheden voor als waarheden waaraan geen enkel weldenkend mens nog kan twijfelen. Hij doet niet eens de moeite om ze te expliciteren, zo vanzelfsprekend vindt hij ze. Zijn artikel is een zoveelste bevestiging van de grote waarheid (sic) dat grote leugens het best werken. Want zou er nog iemand zijn die opkijkt van beweringen als die van Anrys? Zou er nog iemand zijn die zich afvraagt hoe je nu eigenlijk racistisch én antiracistisch tegelijk kunt zijn? Want beweren dat alle blanken (en de blanken alleen) racistisch zijn, is natuurlijk een grove vorm van racisme. Toch beschouwt Anrys zichzelf als een fervent strijder tegen racisme, een eenzame strijder bovendien, want volgens hem gedragen de white people zich alsof er niks aan de hand is, alsof er helemaal geen racisme bestaat. Dat hijzelf als blanke zo meticuleus de minste sporen van racisme bij zichzelf detecteert en probeert uit te roeien, mag dus welhaast heroïsch genoemd worden. En al die schaamteloze onzin verschijnt in een blad als MO, dat toch bepaald geen kolder wil verkopen. Hij verschijnt tegenwoordig zelfs in ieder blad dat zichzelf ernstig neemt. De grootste leugens gelden vandaag als de grootste waarheden. En wee degene die ze zou durven tegenspreken! 

De snelheid waarmee Grote Leugens zich verspreiden en diep in het moderne bewustzijn doordringen hebben, blijft me verbijsteren. Wat is hier in godsnaam aan de hand? Hoe komt het dat niemand deze leugens doorziet! Ze zijn nochtans kinderlijk doorzichtig: blanke man is stout, zwarte man is braaf, blanke man gebaart van krommenaas, enzovoort. Kunnen wij dan niet meer denken? Is iedereen zijn verstand verloren? Nee, dat is een te simpele verklaring. We kunnen wel degelijk nog denken, we kunnen zelfs beter denken dan ooit. Alleen, we doen het niet. Stephan Anrys doet het niet, MO doet het niet, hun lezers doen het niet. Niemand lijkt nog te willen denken als het over racisme gaat. Er wordt over dat onderwerp een onvoorstelbare stroom van gedachten geproduceerd en geconsumeerd, maar denken komt daar niet meer aan te pas. Het is een écriture en lecture automatique geworden. Hoe komt dat? Waarom willen we over bepaalde onderwerpen niet meer nadenken? 

Die vraag doet me onwillekeurig denken aan de ‘nieuwe gevoelens’ waar Werner Govaerts het in zijn column over had. Want is de situatie in de kunstwereld (waar die nieuwe gevoelens aan de orde van de dag zijn) niet vergelijkbaar? Pispotten, kakmachines, bananenschillen en ander afval worden daar als kunst beschouwd, en deze Grote Leugen wordt algemeen aanzien als een Grote Waarheid. Maar hier is de Grote Verdwazing niet het gevolg van een publiek dat niet meer wil denken, want met gedachten kun je niks aanvangen in de wereld van de kunst. Kunst kan op geen enkele manier uitgelegd, bewezen of beredeneerd worden, het is iets wat je moet voelen, wat je moet beleven, wat je moet waarnemen. De leugens van de Hedendaagse kunst worden dus voor waarheid aanzien omdat het publiek niet meer wil voelen

Is dat ook niet wat er aan de hand is als het over racisme gaat? Het probleem ligt niet bij het denken, het probleem ligt bij het voelen. We durven de wereld van de gevoelens niet meer betreden en trekken ons daarom terug in de wereld van de gedachten. Daar is het zo ontzettend druk dat het lijkt alsof er intens gedacht wordt, maar in werkelijkheid doen we niets anders dan ons afschermen voor de gevoelens. Hoe ridicuul is de ontzetting van Stefan Anrys niet wanneer hij bij zichzelf uitingen van raciale micro-agressie ontdekt! Hoe belachelijk is dat woord zelf trouwens niet! Het klinkt als een wetenschappelijk begrip, maar in werkelijkheid is het een vermomd gevoel, een gevoel van afkeer voor … een ander gevoel. Er is met andere woorden een strijd gaande in onze gevoelswereld, een strijd die we buiten onszelf projecteren, in de objectieve wereld, niet alleen van de gedachten maar ook van de feiten.

Als we mensen als Stefan Anrys mogen geloven, vindt er vandaag een hevige strijd plaats tussen de rassen, een strijd die grotendeels gelijkloopt met de strijd tussen politiek links en rechts, want links verdedigt de kleurlingen en rechts verdedigt de blanken. Wie nog over een beetje gezond verstand beschikt, merkt dat die strijd fel opgeklopt wordt, dat het in feite een gecreëerde strijd is. De echte strijd vindt dan ook niet tussen de rassen of tussen links en rechts plaats, hij vindt in de mens plaats, met name in zijn gevoelswereld. Daar is een strijd gaande tussen ‘blanke’ gevoelens en ‘zwarte’ (of bruine) gevoelens. Onbekend klinkt dat niet, want de gevoelswereld is een wereld waar het zelden rustig is en waar de meest tegenstrijdige gevoelens heersen. Maar blijkbaar is daar nu zo’n commotie ontstaan dat het niet langer te verdragen is en dat we het emotionele tumult instinctief buiten onszelf projecteren. Of omgekeerd: dat we er onszelf uit terugtrekken.

Dat brengt me bij de volgende vraag: wat is er aan de hand in onze gevoelswereld? Wat wekt daar zo’n beroering dat onze gevoelens tegen elkaar opbotsen als de golven van een stormachtige zee? Welke ‘wind’ is hier gaan waaien? We kunnen die vraag ook nog op een andere manier stellen: waarom durven we niet meer kijken naar onze gevoelens? Het is bekend dat iemand die geweldig geëmotioneerd is weer tot rust kan worden gebracht door hem te dwingen in iemands ogen te kijken. In die ogen ziet hij zichzelf weerspiegeld en dat is een beeld van het feit dat hij op die manier weer contact maakt met zijn eigen Ik. Heftige emoties kunnen iemand zijn tegenwoordigheid van geest (of Ik) doen verliezen. En omgekeerd: als iemand het contact met zijn Ik verliest, raakt hij ten prooi aan ongecontroleerde emoties en wilde gedachten. Zijn denken en zijn voelen gaan dan hun eigen gang. 

De reden waarom we – in verband met bepaalde onderwerpen – niet meer kunnen of willen denken en voelen is dat we onszelf kwijtraken. Om de een of andere reden is er in deze onderwerpen iets wat ons doet terugdeinzen en ons denken en voelen aan hun lot overlaat. Ze gaan dan cavalier seul spelen en maken zichzelf belachelijk. Dat is toch wat iemand als Stefan Anrys doet wanneer hij over raciale micro-agressie spreekt en andere baarlijke nonsens verkoopt? Dat is toch ook wat al die liefhebbers van Hedendaagse kunst doen wanneer ze in zichzelf ‘nieuwe gevoelens creëren’ en vol bewondering staan kijken naar pispotten, bananenschillen en ander afval: ze maken zichzelf belachelijk, ze zijn zichzelf niet meer. De vraag is dan ook wie of wat die ‘nieuwe gevoelens’ in henzelf creëert, en wie of wat hun innerlijke wereld op zijn kop zet. Want het is maar al te duidelijk dat zij dat zelf niet doen. 

(wordt vervolgd)

Advertenties