Klimaatrechtvaardigheid

door lievendebrouwere

  

Schrijver en dichter Kendel Hyppolite is één van de vele artiesten uit het Caraïbische gebied die hun sociale invloed willen aanwenden om hun medeburgers voor te lichten over de klimaatveranderingen. In de aanloop naar de VN-klimaattop in Parijs zoeken Caraïbische onderhandelaars de steun van regionale vedetten om de boodschap van klimaatrechtvaardigheid te helpen verspreiden. Volgens hen draagt de regio minimaal bij aan de klimaatverandering, maar worden de kleine eilandstaten wel maximaal getroffen door de impact ervan. Daarom zouden de grootste vervuilers financieel moeten bijdragen aan hun klimaatbeleid en bufferende maatregelen. ‘Veel informatie over wat we moeten doen, circuleert al,’ legt Hyppolite uit. ‘Maar het zit in het hoofd. Samen met andere artiesten wil ik helpen om ook het hart te bereiken. Dan pas zal het ons doen en laten bepalen’.

Tot zover het bericht op MO, mondiaal nieuws, een zeer verhelderend bericht overigens. Je kunt er namelijk goed aan aflezen hoe de klimaathysterie werkt. Het klimaat op aarde ondergaat veranderingen. Dat lijkt vast te staan. Men meent ook de oorzaak te kennen: de luchtvervuiling door de rijke landen. De slotsom is vlug gemaakt: die rijke landen moeten schadevergoeding betalen. Dat is de ‘klimaatrechtvaardigheid’ waar politici overal ter wereld voor ijveren, uiteraard volkomen belangeloos en met trillende stem om het onrecht dat hun bevolking wordt aangedaan. We kunnen het ook simpeler uitdrukken: ze horen de kassa al rinkelen. Maar de bevolking is natuurlijk niet zo gewetenloos en hebzuchtig als de politici, en dus schakelen deze laatsten de … kunstenaars in. Die moeten de te implementeren ideeën van het hoofd naar het hart leiden, want ‘pas dan zullen ze ons doen en laten bepalen’. 

Ziedaar de schone rol die vandaag is weggelegd voor de kunst: ze moet als glijmiddel dienen voor politieke ideeën die meestal voortkomen uit louter hebzucht en machtswellust. Op de Caraïben is het blijkbaar niet anders dan hier, hoe cool Hyppolite er ook uitziet. En het zou allemaal nog zo erg niet zijn als de kunstenaars zouden zeggen: hé jongens, wij moeten óók eten! Maar ze hangen de rebel uit, de tegendraadse tegen-de-schenen-schopper, de kritische en onafhankelijke geest die moedig zijn eigen weg volgt. Die schijnheiligheid stuit me nog het meest tegen de borst. Als je de kunst verraadt – en dat doe je altijd als je haar tot voertuig van ideeën maakt – geef het dan tenminste toe. Zeg: ik doe het voor het geld. Maar bespaar ons die praatjes over klimaatrechtvaardigheid en andere smart- en schaamlappen!

Advertenties