Het oorverdovende zwijgen

door lievendebrouwere

  

Ik heb net het boekje gelezen dat u Gaston Durnez hierboven ziet vasthouden. Het is een biografische schets hij geschreven heeft over Oscar Van Rompay, de schilder waarvan ik me (in het verslag van mijn bezoek aan Lier) afvroeg of zijn werk niet ‘de schrammen en het bloeden’ mist dat toch altijd de compost is die een kunstenaarsleven vruchtbaar maakt. Ik lees dat Van Rompay altijd met grote stelligheid zijn mening verkondigde over kunst, maar in het hele boekje figureert niet één opmerking over Hedendaagse Kunst, een verschijnsel dat Oscar Van Rompay toch heel goed moet gekend hebben, want hij stierf in 1997 (op 98-jarige leeftijd). Volgens Gaston Durnez kon hij zich opwinden over ‘het gebrek aan stiel’ bij kunstenaars. Hij was het duidelijk eens met zijn grote vriend Felix Timmermans volgens wie ‘de stijl uit de stiel volgt’. Maar de Hedendaagse Kunst vertoont geen gebrek aan stiel, zij vertoont een absolute minachting voor stiel. Ze vindt stielkennis en ambacht een bespottelijke zaak die niks met kunst te maken heeft. Wat zou Oscar Van Rompay daarvan gezegd hebben, vraag ik me af. Hoe zou hij het – met al zijn stellige uitspraken, en met zijn oude vriendschappen met beroemde kunstenaars (Utrillo, Maurice Denis, de fauvisten …) – gevonden hebben om niet eens meer als een kunstenaar beschouwd te worden? Gaston Durnez stelt zich die vraag niet eens. Hij beschrijft een wereld waarin de Hedendaagse Kunst gewoonweg niet bestaat.

Ik begrijp dat niet. Ik begrijp niet hoe mensen zich zo hermetisch kunnen afsluiten van de wereld waarin ze leven, hoe ze zich kunnen beperken tot hun eigen wereld, waaruit ze alles weren wat hen niet aanstaat. En dat is een houding die je net zo goed aantreft bij mensen als Gaston Durnez en Oscar Van Rompay (die de Oude Wereld vertegenwoordigen) als bij de ‘hedendaagsen’ (die de Nieuwe Wereld heten te vertegenwoordigen). Alleen al om die reden geloof ik niet dat de ‘hedendaagsen’ de Nieuwe Wereld vertegenwoordigen. Ze vormen gewoon de keerzijde van de Oude Wereld, en het is niet door iets ouds op z’n kop te zetten dat je iets nieuws krijgt. 

Wat me stoort aan de Oude Kunst – waarvoor ik nochtans een grenzeloze liefde en bewondering heb – is haar gebrek aan bewustzijn. Wat er in die wereld over kunst verteld wordt, is (de uitzonderingen niet te na gesproken) van een grenzeloze naïeviteit en onbeholpenheid. Of zoals mijn leraar ooit zei tegen zijn goeie vriendin, de schilderes Maria Segers: ‘je hebt geweldig veel talent, maar totaal geen verstand van kunst’. Wat me dan weer stoort aan de Nieuwe Kunst – en dat is zacht uitgedrukt – is haar gebrek aan werkelijkheid. In deze wereld is er heel veel bewustzijn voorhanden, maar het heeft geen werkelijkheidskarakter. Scheppingskracht en bewustzijn: dat zijn de twee werelden die vandaag als vreemden naast elkaar staan en ieder hun eigen gang gaan alsof de ander niet bestond. Daardoor is de kunst als het ware tot stilstand gekomen, en iets nieuws is volgens mij niet mogelijk zolang die patstelling niet doorbroken wordt. Maar daarover wordt – aan beide kanten – in alle talen gezwegen. 

Advertenties