De Grote Schaamte

door lievendebrouwere

  

De grote vakantie loopt op z’n eind en straks begint de school weer. De Grote Machine trekt zich weer op gang. Of schakelt een versnelling hoger, dat zal al dichter bij de waarheid liggen. Ik moet nog denken aan het Timmermans-Opsomermuseum dat we verleden week bezochten: een aangenaam museum op een aangename plek, maar ze gaan het sluiten, het gebouw wordt verkocht. Misschien maken ze er wel een restaurant van, of een fitnesscenter, of – godbetert – een Museum voor Hedendaagse Kunst, want dat hebben ze nog niet in Lier. Geredeneerd volgens moderne maatstaven is dat allemaal heel begrijpelijk. Zo’n museum kost alleen maar geld en het brengt niks op. Bovendien trekt het nauwelijks bezoekers. Toen wij tweetjes er rondliepen (van 1 tot 3) waren we de enigen. Best mogelijk dat ze die dag niemand meer gezien hebben. En nu de vakantie gedaan is, zal het er wel niet op beteren. 

De stad Lier zou best wat meer kunnen doen om dit museum aantrekkelijk te maken, want zoals het nu is, lijkt ze zich te schamen voor haar beroemdste inwoner. Ook dát is weer heel begrijpelijk. Lier wil een moderne, coole stad zijn en wordt daarom niet graag herinnerd aan Felix Timmermans, een levend anachronisme, een Lamme Goedzak, een kinderlijke man die nog in God geloofde en boeken schreef over pastoors en begijntjes. Timmermans vertegenwoordigt het oude Vlaanderen waar het nieuwe Vlaanderen zich dood voor schaamt. En dat is dan weer zo Vlaams als maar kan zijn. De teloorgang van het Timmermans-Opsomermuseum is een symptoom van ‘de Vlaamse ziekte’: de schaamte voor je eigen afkomst, je eigen verleden. En dat is een héél besmettelijke ziekte, want niets is zo beschamend als … een Vlaming die zich schaamt voor zichzelf. 

Maar is dat alleen een Vlaamse ziekte? Is het echt alleen maar de Vlaming die zich schaamt voor zijn Vlaming-zijn? Of is dit juist de ziekte van de hele moderne beschaving? Onlangs las ik een anekdote over iemand die in Amerika het woord mailman – postbode dus – in de mond nam en zich daardoor de woede van de feministen op de hals haalde. Hij had mailperson moeten zeggen. Even overwoog hij om te vragen of hij dan ook woperson in plaats van woman moest zeggen, maar dat heeft hij wijselijk zo gelaten. Hoe beschamend is zo’n voorval niet! En toch is het regel geworden in onze Westerse beschaving. Die is momenteel verdeeld in twee groepen van mensen die zich allebei diep schamen voor de ander. Wat ze niet beseffen, is dat ze allebei in een spiegel kijken, en zich dus in feite schamen voor zichzelf. De moderne mens is een mens die zich schaamt voor zichzelf, en die schaamte splijt onze hele beschaving in twee. Ze levert haar over aan zelfvernietigende krachten. 

Maar waarvoor schaamt de moderne mens zich dan zo diep? Als ik denk aan Lier en Timmermans dan kom ik uit bij het kind-in-de-mens. Felix Timmermans was een groot, naïef kind. Die kinderlijke naïeviteit is hem na de oorlog trouwens fataal geworden en achtervolgt hem – en heel Vlaanderen eigenlijk – tot op de huidige dag. Denken we maar aan de affaire Drabbe. De moderne mens (waarvoor de Vlaming merkwaardig genoeg model lijkt te staan) schaamt zich dus voor het kind-in-zichzelf, een kind dat alleen maar wil spelen en zich niks aantrekt van de Grote Machine. Het kijkt naar de wereld alsof die pas geschapen is en valt van de ene verbazing in de andere. Het kijkt zoals iemand kijkt in een … museum: vol verrukking over de wonderlijke dingen die daar te zien zijn. 

Tenminste, zo heb ik het museum altijd ervaren: als een plek om te spelen (nog niet met mijn handen, maar met mijn geest), een plek waar ik als volwassene kan doen wat ik als kind reeds deed: vol verwondering kijken naar de wereld. Ik word daarbij geholpen door kunstenaars die hun kinderlijke kijk hebben weten te bewaren door hem te verbinden met een volwassen kunnen. Wat we op schilderijen zien, is hoe het kind-in-de-mens naar de wereld kijkt. En door naar die schilderijen te kijken, gaan we zelf weer als een kind kijken. Daarvoor moeten we ons wél bevrijden uit de Grote Machine van het moderne leven. En dat is precies waar musea voor zijn: om de moderne mens de kans te geven zich los te maken uit de wereld van de volwassenen en weer in contact te komen met het kind-in-zichzelf. Daarom horen musea ook meditatie-ruimten te zijn, afgesloten plekken waar het leven van alledag niet kan doordringen. Ze zijn de baarmoeders van onze beschaving: lege ruimten waar de mens zichzelf kan vernieuwen.

De sluiting van het Timmermans-Opsomermuseum is – hoewel volkomen begrijpelijk en rationeel te rechtvaardigen – een omineus gebeuren: de moderne wereld sluit één voor één de plekken waar de mens nog in contact kan komen met het-kind-in-zichzelf. Het vult deze lege ruimten met zichzelf en levert de mens daardoor over aan de Grote Machine en de dodelijke schaamte. De enige manier om die schaamte te overleven, is een ‘nieuw verbond’ tussen het Kind en de Volwassene, een verbond zoals dat in de kunst gesloten wordt. En daarmee bedoel ik uiteraard niet de Hedendaagse kunst, want daar wordt het ‘oude verbond’ terug in leven geroepen, daar wordt het kind misbruikt en vermalen tot brandstof voor de Grote Machine. 
 
   

 (Felix Timmermans op zijn doodsbed) 

Advertenties