Het kwaadaardige hoofd

door lievendebrouwere

  

In De Morgen lees ik een artikel met als kop: ‘Vlaanderen zal mijn kinderen nooit accepteren.’ De woorden komen uit de mond van Ömer Baydur, een Turkse vader volgens wie zijn dochtertje niet dezelfde kansen krijgt als haar Vlaamse klasgenootjes. Het lijkt wel, zegt hij, of de Vlamingen niet willen dat we aan de universiteit of in een hogere klasse terechtkomen. Toe maar! De man is nog maar pas in ons land – zijn oudste kind zit in de kleuterklas en spreekt geen Nederlands – maar hij heeft al een grote samenzwering ontdekt: de Vlaamse leerkrachten proberen migrantenkinderen de toegang tot het hoger onderwijs te versperren en ze beginnen daarmee al in de kleuterklas. Wat een schaamteloze onzin! Is deze man eigenlijk wel goed bij zijn hoofd? Welke migrant zet nu voet aan wal in een vreemd land en begint meteen de plaatselijke bewoners te beschuldigen van racisme en discriminatie! Dat gaat tegen alle logica in. Tenzij men het deze man natuurlijk ingefluisterd heeft, tenzij hij gewoon nazegt wat men hem heeft voorgezegd. 

Maar wie doet zoiets? Wie maakt een migrant wijs dat hij meteen ‘racisme!’ moet beginnen roepen? Zijn landgenoten? Waarom zouden ze dat doen? Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Wie naar een vreemd land emigreert, moet daar zijn plaats zien te veroveren. Dat doe je door je aan te passen, door de plaatselijke verhoudingen te leren kennen, door gebruik te maken van de mogelijkheden die je nieuwe vaderland je biedt. En laat één van die mogelijkheden nu juist zijn dat de plaatselijke bewoners bevriezen als je ze van racisme beschuldigt. Dat is natuurlijk niet iets wat je wilt doen, je bent tenslotte geen barbaar, maar het is wel verleidelijk. Bovendien zijn er zoveel immigranten dat het vechten is om een plaats, en wat doe je dan? Je gebruikt de wapens die je hebt, en iemand beschuldigen van racisme blijkt algauw bijzonder effectief te zijn. Van het een komt het ander en na een tijdje wordt het een gewoonte om ‘racisme!’ te roepen als er een probleem is of als je iets wilt bekomen. Uiteindelijk ga je zelf geloven dat racisme je grootste vijand is, want er wordt overal met zoveel afschuw over gesproken dat je zijn bestaan niet meer durft te ontkennen. Heel wat collega’s-immigranten hebben het trouwens ver geschopt in de strijd tegen die vijand. Ze verwachten dat je solidair bent, en je wilt toch geen verrader zijn?

Zo stel ik mij voor dat het gegaan is met Ömer Baydur. Een andere verklaring zie ik niet, tenzij ik natuurlijk moet geloven dat het onderwijs in dit land zo discriminerend is dat zelfs de kleuterjuffen racisten zijn. Ik kan trouwens ook niet geloven dat alle immigranten dat geloven. Ze kunnen toch niet allemáál zo dom zijn? En toch komen er in de kranten alleen maar mensen als Ömer Baydur aan het woord, immigranten die de mond vol hebben over het racisme en de discriminatie waar ze in Vlaanderen mee te maken krijgen. Anderen hoor je niet. Het is alsof er in ons land geen enkele immigrant woont die dankbaar is voor de kansen die hij hier gekregen heeft en die blij is dat hij hier is komen wonen. Dat kan en dat wil ik niet geloven. Ik zou me trouwens bijzonder racistisch voelen als ik dat wel zou doen. 

Dus blijft er maar één mogelijkheid over: de kranten selecteren de migranten. Alleen degenen die bereid zijn de Vlamingen uit te schelden voor racisten krijgen het woord. De anderen komen er niet in. Het is geen aangename conclusie. Maar wat is het alternatief? Dat er in het onderwijs een grote samenzwering bestaat die migrantenkinderen wil beletten om hogerop te komen en aan de armoede te ontnappen? Dat Vlamingen rabiate racisten zijn die iedere migrant het leven zuur maken en zo achterlijk zijn dat ze dat het niet eens beseffen? Dat er goede en slechte Vlamingen zijn, verdorven racisten en idealistische antiracisten? Dat de goede Vlamingen goed zijn omdat ze de slechte Vlamingen slecht noemen?

Ik weiger niet alleen die onzin te geloven, ik ben er ook van overtuigd dat het niet waar is. Het zijn groteske leugens en bijgevolg kan ik niet anders dan concluderen dat de kranten, de media en de leidende intellectuelen in dit land verdeeldheid willen zaaien. Door alleen maar migranten aan het woord te laten die de Vlamingen uitschelden, willen ze autochtonen en allochtonen tegen elkaar opzetten. Want het is bijzonder moeilijk om als Vlaming dag in dag uit beschuldigd te worden door allochtonen zonder een hekel te krijgen aan die allochtonen. En omgekeerd is het als allochtoon waarschijnlijk ook moeilijk om geen hekel te krijgen aan Vlamingen als je dag in dag uit leest en hoort op wat voor schandalige manier ze je discrimineren. Ik kan ook niet geloven dat de media dat niet inzien. Het kleinste kind begrijpt dat het zo werkt. En toch doen ze het, dag in dag uit, al tientallen jaren lang. Ze stoken ruzie, ze zetten mensen tegen elkaar op, ze maken mensen bang voor elkaar. Kortom, ze zaaien haat, om het eens met hun eigen woorden te zeggen. 

Ze doen dat trouwens niet alleen door middel van artikels over racisme. Het gestook is een tweede natuur geworden, het is doorgedrongen tot hun taalgebruik. De meest onnozele nieuwsfeiten worden op zo’n manier gebracht dat ze emoties doen oplaaien. Is iemand het niet eens met een ander, dan ‘haalt hij snoeihard uit’. Rijdt iemand tegen een boom, dan ‘knalt’ hij ertegenaan. Krijgt iemand kritiek, dan ‘haalt hij zich de woede op de hals’. Het is altijd hetzelfde mechanisme: overdrijven, opblazen, dramatiseren en ten slotte demoniseren. Natúúrlijk zijn er wrijvingen en problemen tussen autochtonen en allochtonen, dat spreekt. Maar om daarvan te maken dat Vlamingen vuige racisten zijn en dat immigranten in dit land op schandalige manier gediscrimineerd worden: dat is een misdadige overdrijving en dramatisering. 

De media stoken ruzie, ze zaaien haat, ze creëren chaos. Het is niet alleen een akelige conclusie, het is ook een ongeloofwaardige conclusie. Want waarom zouden ze dat doen? Wat hebben ze daarbij te winnen? Doen ze niet juist hun uiterste best om onrecht aan te klagen, om haatzaaierij te bestrijden, om op te roepen tot vrede en solidariteit? En getuigt het dus niet van een verknipte en kwaadaardige geest om hen uitgerekend van die zaken te betichten? Maar opnieuw: wat is het alternatief? Moet ik dan echt geloven dat Vlamingen een kwaadaardig volk zijn dat ondanks alle bewijzen en waarschuwingen de immigranten als honden blijft behandelen? En moet ik geloven dat die immigranten al even kwaadaardig zijn, want ze blijven maar blaffen en bijten in de hand die hen voedt? Moet ik met andere woorden geloven dat alle mensen kwaadaardige wezens zijn, behalve dan degenen die dat geloven?    

Ik sta dus voor de keuze: als ik niet racistisch wil zijn, als ik immigranten niet wil beschouwen als ondankbare honden die alleen maar kunnen blaffen en bijten, dan moet ik de media beschouwen als … ondankbare honden die alleen maar kunnen blaffen en bijten. Als ik een beschaafd mens wil blijven die zijn medemensen er niet van verdenkt kwaadaardig te zijn, dan moet ik de journalisten en intellectuelen die de media bevolken ervan verdenken kwaadaardig te zijn. Want is het niet bijzonder doortrapt om in naam van de vrede oorlog te zaaien, om in naam van de menselijkheid haat te zaaien, om je als beschaafd voor te doen door mensen af te schilderen als honden? Is dat niet van een wraakroepende schijnheiligheid waartegenover je alleen maar verontwaardiging kunt voelen? Maar juist door die vanzelfsprekende reactie doe ik net hetzelfde als degenen waar ik zo verontwaardigd over ben. 

Ik kan natuurlijk ook niet kiezen. Ik kan besluiten om géén kranten meer te lezen. Ik kan mijn gevoelens van afkeer en verontwaardiging over hun geraffineerde oorlogspropaganda (want daar komt het tenslotte op neer) onderdrukken en op die manier voorkomen dat ik in een cul de sac terechtkom waar het niet uitmaakt wat ik kies omdat het toch op hetzelfde neerkomt: andere mensen kwaadaardig vinden. Maar wat blijft er nog van me over als ik niet eens meer verontwaardigd kan worden over de kwaadaardige geest die dagelijks via de media zijn smerige leugens verspreidt? Wie ben ik nog als het kwaad mij onverschillig laat en ik voor de grootste smeerlapperijen alleen maar de schouders ophaal en denk: après moi le déluge?

Nee, dat kan ik niet zomaar laten passeren. Ik moet iets doen als ik ’s morgens nog in de spiegel wil kunnen kijken. Maar wat? Als ik me laat meesleuren door mijn verontwaardiging over de media, dan doe ik precies hetzelfde als zij: ik ga mijn medemensen – in dit geval de journalisten – ervan verdenken kwaadaardige wezens te zijn. Want ik kan me echt niet voorstellen dat ze niet weten wat ze doen. Daarvoor zijn ze te intelligent, te onderlegd, te ontwikkeld. Maar ik kan me evenmin voorstellen dat ze het wél weten, en dat ze doelbewust afsturen op een burgeroorlog tussen Vlamingen en immigranten, op een totale destabilisering van de maatschappij. Want waarom zouden ze dat doen? Ze zouden er zelf het slachtoffer van worden! En dus rijst de vraag wat er met deze mensen aan de hand is. Wat scheelt er met de media, met de journalisten, met de intellectuelen? Aan welke kwaadaardige ziekte lijden zij? 

Ik kan die vraag ook nog anders stellen: aan welke kwaadaardige ziekte lijden wij? Want we worden allemaal door die ziekte geïnfecteerd, of het het nu willen of niet. We kunnen er ons eenvoudigweg niet aan onttrekken. Ze splijt de wereld in twee en zet beide delen ertoe aan elkaar te haten, te bevechten en te vernietigen. Dat is de ziekte die wij onder de leden hebben en die zich als een kanker steeds verder in ons uitzaait, zonder dat we het beseffen. Nochtans is er niks mis met onze instincten, er is zelfs niks mis met onze gevoelens, wat dat betreft zijn we zelfs menselijker dan ooit. Maar er is iets heel erg mis met ons hoofd en dat zien we gespiegeld in onze kwaadaardig geworden intellectuelen. Zelf kunnen ze dat niet zien, juist omdat het werktuig waarmee ze het zouden kunnen zien – hun brein – ziek is. En dus moeten we het zelf doen: we moeten op een klinische, zakelijke manier naar onze intellectuelen kijken, naar ons eigen denken, ons eigen hoofd. En dat kunnen we niet met dat hoofd doen, we moeten het met ons hart doen, een hart dat zich niet laat meeslepen door zijn verontwaardiging over dat hoofd, maar dat zelf leert denken. 

Advertenties