Het bezette brein

door lievendebrouwere

  

Er is iets aan de hand met onze intellectuelen, schreef ik onlangs, ze lijden aan een kwaadaardige ziekte die hun brein aantast. En juist omdat het hun brein is dat ziek is, zijn ze er zich niet van bewust. Als ons lichaam ziek is dan weet ons hoofd dat, omdat het tegenover dat lichaam staat. Maar als ons hoofd ziek is, dan is er niets dat tegenover dat hoofd staat. En dus beseffen we niet dat we ziek zijn. Tenzij we een bewustzijn ontwikkelen dat niet gebonden is aan ons hoofd. Maar daar geloven we niet in, en dus zijn we gedoemd om alsmaar zieker te worden en dat steeds minder te beseffen. Hoever dat gaat, las ik onlangs in een artikel van ene Orhan Agirdag, een ‘onderwijswetenschapper’ die werkzaam is aan de universiteiten van Antwerpen en Amsterdam.
    
‘Er is, schrijft hij, iets vreemds aan de hand met ons onderwijs. Doorheen de leerplicht leren we lezen, rekenen en de wereld rondom ons kennen. Waarover we heel weinig leren, is hoe de school zelf functioneert. Minstens twaalf jaar zitten we samen op school met succesvolle en minder succesvolle leerlingen. Maar hoe ongelijkheid in het onderwijs tot stand komt, behoort zelden tot de leerstof.’ Doorheen de leerplicht? Er is inderdaad iets vreemds aan de hand met ons onderwijs als het wetenschappers oplevert die hun taal niet eens beheersen. Maar dat bedoelt Agirdag natuurlijk niet. Nee, wat hij vreemd vindt, is dat de kinderen op school niet leren dat ze gediscrimineerd worden. Hij vindt het vreemd dat leerkrachten de kinderen niet vertellen dat … ze de kinderen discrimineren. 

Om zijn punt duidelijk te maken, formuleert hij het ook nog eens op een andere manier: ‘Een startpunt voor emancipatorisch onderwijs is het (h)erkennen van deze sociale en etnische privileges. Inzicht terzake verdient een plaats binnen het curriculum: we moeten erover kunnen praten met onze leerlingen. Alleen als we ons bewust zijn van deze privileges, kunnen we ze op termijn ongedaan kunnen.’ Orhan Agirdag pleit hier dus voor een vak ‘dicriminatie’ dat de leerlingen leert dat blanke leerlingen allerlei privileges hebben en dat gekleurde leerlingen gediscrimineerd worden. Ik zie het al voor me. De leraar komt de klas binnen en zegt: ‘Beste kinderen, zoals jullie al gemerkt hebben, zitten er in onze klas blanke en gekleurde kinderen. Jullie vinden dat misschien niet belangrijk, maar dat is het nu juist wél. Want blanke kinderen worden bevoordeeld en gekleurde worden benadeeld. Dat zullen jullie nog wel ondervinden: de blanke kinderen onder jullie zullen meer punten krijgen, hogere diploma’s behalen en meer geld verdienen. De gekleurde kinderen daarentegen hebben pech, want hoe hard ze zich ook inspannen, ze zullen altijd achtergesteld worden, want ze zijn nu eenmaal niet blank.’

Dat vindt Orhan Agirdag blijkbaar pedagogisch verantwoord. Het is duidelijk: deze man is niet goed bij zijn hoofd, hij is ziek. Dat kan gebeuren, iedereen is wel eens ziek. Het probleem is echter dat hij niet als ziek beschouwd wordt, wel integendeel. Hij wordt juist als buitengewoon gezond en verstandig beschouwd, want hij heeft het geschopt tot professor aan de universiteit. De onzin die hij verkoopt, wordt als wetenschap beschouwd en onderwezen aan mensen die op hun beurt kinderen zullen onderwijzen. Is er dan niemand die dit aanklaagt en het opneemt voor de kinderen die dit gif al van jongs af in hun brein ingespoten (zullen) krijgen? Blijkbaar niet, want deze man kan ongestoord zijn nonsens verkopen in de krant. En dus luidt de conclusie dat niet alleen de wetenschappers van het departement onderwijs hun verstand verloren hebben, maar dat ook de journalisten het kwijt zijn. En datzelfde geldt voor de krantenlezers, want stijgt er een storm van verontwaardiging op over dit voorstel om in het onderwijs systematisch haat en wantrouwen te zaaien? Bijlange niet. Niemand geeft een kik. Want iedereen lijdt aan dezelfde ziekte. 

Overdrijf ik nu niet? Is het werkelijk nodig om over een ziekte te spreken? Goed, ik geef nog een ander voorbeeld. Assistent-professor Agirdag schrijft: ‘Blanke en welgestelde groepen hebben immers heel wat privileges in het onderwijs. De structuur van het onderwijs, de inhouden van de curricula en zelfs de typische tijdsindeling op school reflecteren de privileges van de blanke en welgestelde groepen. Eenvoudig voorbeeld: oudercontacten gaan altijd ’s avond door. Perfect op maat van het middenklasgezin waar van 9 tot 5 gewerkt wordt, maar niet voor de alleenstaande moeder die avondwerk moet doen.’ Wat beweert deze man nu? Dat blanke en welgestelde kinderen worden voorgetrokken omdat ouderavonden niet overdag plaatsvinden? Seriously

En wat dacht u van het volgende: ‘Het is een wit privilege dat Engels en Duits officiële onderwijstalen zijn, terwijl het spreken van Turks bestraft wordt in vele scholen (nochtans is het aantal Turkstalige Belgen het drievoud van het aantal Duitstalige Belgen). Het is een wit privilege dat bijna alle volwassenen op school blank zijn, met uitzondering van Zwarte Piet dan. En voor welke soort leerlingen zijn de lessen geschiedenis ontworpen als we het hebben over de ‘val’ van Constantinopel en de ‘ontdekking’ van Amerika?’ Engels en Duits zijn officiële onderwijstalen en Turks niet. Dat is volgens Orhan Agirdag een wit privilege dat ongelijkheid in de hand werkt. Wat stelt hij dan voor? Dat er naast Engels en Duits, en Nederlands en Frans, ook Turks onderwezen wordt op school? Maar wat dan met het Marokkaans, het Syrisch, het Albanees, het Chinees, het Spaans, het Portugees, het Russisch, het Swahili enzovoort? Want deze volkeren en hun talen mogen toch evenmin gediscrimineerd worden? En moeten alle kinderen dan al deze talen leren spreken zodat ze allemaal met elkaar kunnen communiceren en dus allemaal ‘gelijk’ zijn?

En dat zou ik niet ziekelijk mogen noemen? Ik vraag me af: zou deze man eigenlijk ooit wel eens nadenken? Want er is toch echt niet veel hersenwerk nodig om in te zien dat zijn pennevruchten baarlijke, ja zelfs kwaadaardige nonsens zijn. Maar misschien is het verkeerd om van hersenwerk te spreken. Misschien is dat hersenwerk juist de kwaal. Als ik lees wat deze ‘professor’ schrijft, dan komt het me voor dat hij helemaal niet weet wat hij schrijft. Het is alsof zijn hersenen het van hem overnemen en hun eigen gang gaan. Ze schakelen lukraak allerlei begrippen en woorden aan elkaar tot iets wat lijkt op een academisch betoog. Orhan Agirdag zelf komt daar niet aan te pas. Hij staat bij wijze van spreken buiten een sigaretje te roken. 

Toch gaan die aan hun lot overgelaten hersenen niet zomaar lukraak te werk. There is a system in their madness. Dat systeem ontdek ik in een ander citaat: ‘In het Vlaamse Regeerakkoord komt het woordje ‘racisme’ slechts twee keer voor. Eén keer wordt het vermeld, zonder concrete acties. Een tweede keer gaat het om het afschaffen van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Vergelijk hiermee: het belang van het Nederlands wordt 58 keer (!) herhaald. Ook wanneer het over onderwijs gaat. Het mag dan ook duidelijk zijn wiens belangen vertegenwoordigd worden met dit regeerakkoord.’ Orhan Agirdag – of moet ik zeggen: zijn hersenen? – stoort zich dus heel erg aan het belang dat het Vlaamse onderwijs hecht aan het Nederlands. Maar dat haalt hij alleen aan als vergelijkingspunt voor zijn echte bezorgdheid: dat er zo weinig belang wordt gehecht aan racisme. Dat is wat hem ten diepste stoort, dat is ook wat hem drijft in zijn ‘wetenschappelijk’ werk: racisme.

Het volstaat niet dat we dagelijks met racisme om de oren worden geslagen in de kranten en de media. Agirdag vindt dat dit ook in het onderwijs moet gebeuren: racisme en discriminatie moeten volgens hem deel gaan uitmaken van de leerstof. Niet alleen volwassenen maar ook kinderen moeten ervan doordrongen worden dat de Vlaamse samenleving lijdt aan een vreselijke ziekte: het racisme. Blanke kinderen moeten er van jongs af toe gebracht worden zich diep te schamen over zichzelf, terwijl gekleurde kinderen er van jongs af toe gebracht moeten worden blanke kinderen diep te wantrouwen. Deze schaamte en dit wantrouwen moeten zo vroeg en zo diep mogelijk verankerd worden in de ziel van de moderne mens. Alleen op die manier zal er een betere wereld kunnen ontstaan waarin mensen met elkaar in vrede leven. 

Dát is zo’n beetje the system in the madness van de hersenen, van het zieke brein. Het schakelt niet zomaar lukraak allerlei gedachten aan elkaar tot iets wat er heel erg verstandig uitziet. Nee, dat zieke brein gaat heel doelgericht te werk: het wil de moderne mens ervan overtuigen dat de wereld lijdt aan een kwaadaardige ziekte: het racisme. Dat is de boodschap die het aan één stuk door verkondigt in de media, waar het dag in dag uit op hamert: racisme, racisme, racisme. Al tientallen jaren slaat het op deze trom en het tempo wordt steeds verder opgedreven om de slaven steeds harder te doen roeien. En dat zou allemaal het resultaat zijn van hersenen die ‘lukraak’ tewerk gaan? Nee, die hersenen weten heel goed wat ze doen, ze zijn geen onpersoonlijke computer die op random staat. Ze worden gestuurd, ze worden geprogrammeerd. En dat gebeurt niet door de eigenaar, dat wil zeggen door de mens. Het gebeurt door een geest die bezit heeft genomen van de hersenen en die een voortreffelijk ‘programmator’ is. 

Het moderne brein is dus niet ziek, het is bezeten. Het is in bezit genomen door een kwalijke geest, door een ‘kraker’ die erin getrokken is omdat het pand leeg stond. Er wordt vaak gezegd dat we veel te veel denken, maar dat is nu net niet het geval. We denken veel te weinig. Het artikel van Orhan Agirdag is daar het mooiste voorbeeld van. De man wil onze kinderen eigenlijk oproepen tot een burgeroorlog, tot een rassenstrijd op school. Een paar simpele, logische denkbewegingen volstaan om dat in te zien. Maar we maken ze niet, we reageren niet eens op dit perfide voorstel. Ons denken staat stil. En daardoor blijven we blind voor de geest die iemand als Orhan Agirdag dergelijke stuitende dingen laat zeggen. Het gaat zelfs verder dan dat. Want onbewust reageren we wél: we juichen dit soort voorstellen steeds meer toe. Natúúrlijk moeten we iets doen aan het racisme! Natuurlijk moeten we onze kinderen wijzen op de stuitende discriminatie overal om ons heen! En wee degene die daar bezwaren tegen heeft! Die knopen we op aan de hoogste boom! 

De verontwaardiging over het racisme laait steeds hoger op. In de sociale media steken bij het minste hele stormen op, ja zelfs het weer lijkt mee te doen. Wie in het oog van zo’n storm komt te staan, wordt (nog) niet fysiek maar geestelijke en sociaal gelyncht. Hij verliest zijn reputatie, hij verliest zijn job, hij verliest zijn eigenwaarde. En dat gebeurt zonder dat we het willen. We worden meegesleurd door zo’n verontwaardigingsstorm, we voeden hem zonder te beseffen wat er gaande is. Even worden we ‘bezeten’ door de kwaadaardige geest die zijn intrek heeft genomen in ons brein en zich nu ook een weg baant naar ons hart. Telkens er zo’n storm van verontwaardiging opsteekt, telkens er iemand gelyncht wordt, dringt hij wat dieper in ons door en neemt bezit van ons. Als een koekoeksjong dat we zelf voeden, werkt hij ons langzaam maar zeker ons eigen nest uit. En wanneer hij eenmaal dat rijk voor zich alleen heeft, kan hij met ons doen wat hij wil, want we beseffen het toch niet. 

Dat is de reden waarom de zogenaamde Syriëstrijders, de jongens die voor de Islamitische Staat de gruwelijkste misdaden plegen, er op foto’s altijd zo kinderlijk onschuldig uitzien: zij zijn zich van geen kwaad bewust. Al die misdaden plegen ze immers niet zelf, het is iemand anders die dat doet. Zelf staan ze … een sigaretje te roken op de gang. Ze hebben geen zorgen meer, ze zijn bevrijd van alle verantwoordelijkheid, ze zijn … in de hemel. En wat er in de hel gebeurt, dat wil zeggen op aarde, door hun eigen toedoen, daar weten zij niks van. We kunnen ons dat niet voorstellen omdat we … niet denken, omdat de geest die hén (helemaal) in bezit heeft genomen reeds meester is in ons brein. Anders zouden we duidelijk zien wat voor perverse gedachten iemand als Orhan Agirdag rondstrooit. We zouden zien dat hij op geestelijk vlak doet wat de Syriëstrijders op fysiek vlak doen. En we zouden ook begrijpen dat de man zich eveneens van geen kwaad bewust is. 

Hij leeft – zoals zijn ontelbare schrijvende collega’s – in de overtuiging dat hij een vrijheidsstrijder is die vecht tegen racisme, discriminatie, ongelijkheid, kortom tegen alles wat deel uitmaakt van de condition humaine, van het leven op aarde, van het leven in een lichaam. Zijn strijd is dezelfde als die van de Syriëstrijders van de Islamitische Staat, alleen wordt hij hier via het denken gevoerd en in het Midden-Oosten via het lichaam. Maar beide strijdperken weerspiegelen elkaar. Wat ginder gebeurt, gebeurt ook hier. Dat is het slechte, maar tegelijk ook het goede nieuws. Want we hoeven geen zware wapens naar het Oosten te sturen om de Islamitische Staat te bevechten, we kunnen dat ook hier doen, door de geestelijke wapens op te nemen, door na te denken. Hier gaat het niet om het heroveren van bezet land, maar om het heroveren van ons bezet brein. Met iedere denkinspanning die we leveren, ook de kleinste, veroveren we weer een beetje terrein op de geest waarvan we ‘bezeten’ zijn. 

De kranten en de media zijn daarvoor een uitstekend ‘slagveld’ want hier laat de vijand zich zien, hier gaat hij in de aanval. Het is niet eens zo moeilijk om hem te ontwapenen, want hij wordt steeds driester en roekelozer. Een artikel als dat van Orhan Agirdag is werkelijk van de pot gerukt. Ik denk dat ze dat bij de krant hebben ingezien, want ze hebben het vlug van de website verwijderd. Oei, zullen ze gedacht hebben – lees: zal de bezettende geest gedacht hebben – hier hebben we ons bloot gegeven! Even gas terugnemen! Maar ze zullen het opnieuw doen, en daarvan kunnen we profiteren: door na te denken, door nuchter en rationeel na te denken. Daarvan gaat letterlijk én figuurlijk een bevrijdende werking uit. Zo gaat het toch ook bij de dokter? Van zodra we weten waaraan we lijden, van zodra de ziekte gediagnosticeerd is, voelen we ons al een stuk beter. Onze levensgeesten keren terug, de genezing is begonnen. 

Advertenties