De leugenachtige verontwaardiging

door lievendebrouwere

  

Rachida Aziz, modeontwerpster en activiste, heeft zich in een afgelegen stad in Marokko teruggetrokken om daar in alle rust een boek te kunnen schrijven. Maar iemand stuurt haar een e-mail met de cartoon waarop een kleuter moslimpje speelt en probeert zijn teddybeer te onthoofden. Even ter herinnering: het gaat om een blanke kleuter en de cartoon verwijst naar een waar gebeurd verhaal. En dan gebeurt er dit met Rachida: 

Mijn bloed begon te koken. Heel boos maar ook heel lucide gooide ik de cartoon op Facebook en contacteerde ik een advocaat. De prent zorgde voor een kortsluiting in mijn hersenen. Ik moest naar lucht happen. Mijn hersenen slaagden er niet meer in om de correcte opdracht door te geven aan mijn longen. Ik moest me heel hard concenteren om te blijven herhalen: adem in, adem uit. Ergens van heel diep kwamen er luide snikken die ik niet onder controle kreeg.

Het is niet dat op zo’n moment de herinneringen aan de eigen traumatische ervaringen in de lagere school naar boven komen. Maar het is wel zo dat ik door die ervaringen precies weet hoe die kinderen zich voelen. Mijn jongste zus had net nog iets gepost op Facebook over dat gevoel. “Morgen terug naar school. Het is niet het werk of de inspanning waar ik tegen opkijk. Waar ik neerslachtig van word is de terugkeer naar een voorgekauwd systeem dat je probeert te uniformiseren en te onderwerpen. Van zodra ik het gebouw binnenstap, volgen de onrechtvaardigheden elkaar op. De allereerste handeling die ik moet doen, is het uitdoen van mijn “hoofddeksel”. Zo onderwerp ik me aan een niet gerechtvaardigd reglement uitgevonden door enkele gefrustreerden die met dit pathetische middel ons proberen te duwen in hun pasvorm van middelmatigheid.”

Bij de ouders zie ik de bezorgheid. Bij de kinderen lees ik de angst in de ogen. Angst voor de pijn, omdat de school één van de eerste plaatsen is waar je met discriminatie, de stereotypes en het dagelijkse racisme geconfronteerd wordt. In de school word je definitief de ‘ander’. Een goede vriend verhuisde deze zomer met zijn gezin naar Marokko. “Daar zullen mijn kinderen dat tenminste nooit meer meemaken.” Het is het zoveelste gat dat racisme in mijn vriendenkring sloeg.

Dit gaat niet over de uiting van meningen. Dit gaat over de verantwoordelijkheid van mainstreamkranten in een maatschappij waarin een verstikkend islamofoob klimaat heerst. In een dergelijk klimaat volstaat het dan ook niet om haastig excuses aan te bieden voor een zoveelste islamofoob incident. Bij dergelijke incidenten zouden kranten en organisaties volgens mij vier stappen moeten nemen.

Eén: trek het boetekleed aan. Geen flauwe excuses, maar een welgemeende mea culpa. 

Twee: neem sancties tegen de mensen die voor deze fout verantwoordelijk zijn. 

Drie: onderzoek hoe dit kon gebeuren en stel een procedure op om dit in de toekomst te vermijden. 

Vier: denk na hoe je de golf van solidariteit kan versterken, die opstak als reactie op de hetze tegen vluchtelingen en moslims.

Er kwamen hartverwarmende signalen van mensen die de verharding en de verzuring niet meer pikken, die een hart tegenover hard zetten. Media hebben de verantwoordelijkheid om die tendenzen te versterken met correcte en verantwoordelijke berichtgeving. Het vertrouwen in de media is onder mensen van kleur om het zacht uit te drukken heel broos. Dergelijke incidenten slaan dat vertrouwen helemaal kapot. Het doorlopen van die procedure kan een klein beetje van de schade herstellen.

Tot daar de ‘kokende’ Rachida Aziz, die haast letterlijk stikt van verontwaardiging. En dat allemaal door een cartoon over een kleuter die een IS-militant naspeelt. Wat de bedoeling van de cartoonist was, is niet duidelijk. Maar wat er racistisch is aan zijn tekening, is het nog veel minder, want het gaat om een blanke kleuter in een blanke kleuterklas. Toch was de cartoon voldoende om bij Rachida de stoppen te doen doorslaan en te reageren alsof het Vlaamse onderwijs één groot concentratiekamp is waar gekleurde kinderen onnoemelijk moeten lijden.

Wat me opvalt in deze reactie is de combinatie van hysterie en koelbloedigheid. Aziz beweert haast buiten zinnen te zijn van pijn, woede en verontwaardiging, maar ze is wel zo bij de pinken om een advocaat te bellen en een vier-stappenplan op te stellen dat racistische Vlamingen moeten volgen. Tenminste als ze ‘een klein beetje van de schade willen herstellen’. Je vraagt je af welke stappen Vlamingen volgens Rachida zouden moeten zetten als ze de schade werkelijk wilden herstellen. Waarschijnlijk mogen ze dan op geen enkele manier nog spreken over of verwijzen naar moslims, zelfs niet in hun meest kwaadaardige gedaante. Rachida Aziz staat bekend – en ziet er ook uit – als een moderne, geïntegreerde en ruimdenkende moslima. Als zij al zo tekeer gaat, welke haat wordt er dan niet gecultiveerd onder fundamentalistische moslims? Een mens mag er niet aan denken …

Advertenties