The noble art

door lievendebrouwere

  

Ik zie toevallig een filmpje op de Facebookpagina van An. Op de Deense televisie wordt een man geïnterviewd die betoogt dat de media een misvormd beeld ophangen van de toestand in de wereld. Ze focussen allemaal op wat er verkeerd gaat, maar besteden geen aandacht aan het feit dat de algemene toestand overal verbetert, zij het langzaam en geleidelijk. Neem nu Nigeria, zegt hij, dat land is erop vooruitgegaan, er zijn democratische verkiezingen, het onderwijs is geregeld, de gezondheidszorg is verbeterd, de … Dan onderbreekt de interviewer hem: maar dat land wordt toch geteisterd door Boko Haram? Ja, antwoordt de ander, in een bepaald gebied is dat inderdaad het geval. Maar dat is slechts een klein gedeelte van Nigeria. Als ik jou mijn schoen toon – en hij legt daadwerkelijk zijn voet op tafel – wat zegt dat dan over mij? Ga je mij beoordelen aan de hand van mijn schoenzool? En dat is precies wat jullie doen: jullie concentreren je op de schoenzool van de wereld, op het smerigste deel, en dat noemen jullie dan ‘de werkelijkheid’. Hij somt nog een aantal zaken op die nooit de media halen, tot de interviewer protesteert en zegt: ja maar, hoe weet u dat allemaal? Waarop de geïnterviewde antwoordt: ik baseer mij op cijfers van de UN en (hij noemt) nog een paar grote instellingen. Die cijfers, zegt hij, worden algemeen aanvaard, ze zijn niet controversieel, ze staan niet ter discussie. En dan maakt hij een kleine maar fatale fout. In het vuur van zijn betoog zegt hij: ik heb gelijk en jij bent verkeerd. Waarop de camera meteen naar de interviewer zwenkt, die zich ostentatief naar de kijkers wendt, de handen omhoog heft en glimlachend met zijn hoofd schudt als om te zeggen: wat begin je met zo’n man! Daar kun je eenvoudig niet mee praten! 

Wat er tijdens dit interview gebeurt, is het volgende. Er wordt een man geïnterviewd. Ik weet niet wie hij is, maar hij heeft een punt en hij verdedigt het op rationele en overtuigende wijze. Waarschijnlijk beseft hij heel goed dat zijn betoog hem niet in dank zal afgenomen worden, want het is een fundamentele en terechte kritiek op de algemene stemmingmakerij in de media. Daarom praat hij snel en met grote nadruk, wat niet meteen een goede indruk maakt. Toch drijft hij de ander in het nauw. Hij is duidelijk aan de winnende hand in dit gesprek, dat wil zeggen: zijn argumenten wegen het zwaarst en de televisieman kan ze niet weerleggen. De laatste doet nog een laatste poging, maar juist daardoor geeft hij de ander de kans om de genadeslag te geven. De geïnterviewde zegt namelijk: ik baseer me op cijfers die niet ter discussie staan. Daarmee bedoelt hij: ik baseer me op feiten die algemeen erkend worden, ook door jullie dus. Maar jullie verzwijgen die feiten, jullie verdraaien ze: terwijl ze duidelijk aangeven dat de wereld er op vooruitgaat, keren jullie dat gewoon om. 

Dat is wat je noemt een knock out. De man slaat de nagel op de kop en de ander kan daar niks zinnigs meer tegen in brengen. Maar dan maakt de ‘overwinnaar’ een fatale fout: hij triomfeert. In plaats van terug naar het midden van de ring te stappen, zoals dat in the noble art of boxing gebruikelijk is, beukt hij nog één keer op de gevallen tegenstander in. Hij zegt: ik heb gelijk en jij bent verkeerd. Anders gezegd: ik heb gewonnen, jij hebt verloren. Hij heeft natuurlijk gelijk, hij heeft dit gevecht-met-woorden inderdaad gewonnen. Maar juist doordat hij die laatste slag uitdeelt, verandert zijn overwinning opeens in een nederlaag. In de kunst van het boksen (met vuisten of met woorden) wordt een overwinning niet erkend als de overwinnaar zich niet aan de regels houdt, als hij bijvoorbeeld een weerloze tegenstander aanvalt. Hij wordt dan beschouwd als iemand die de sport naar beneden haalt, als een straatvechter, iemand die niet thuishoort in de ring. De televisieman weet dat heel goed, want het is (helaas) zijn vak om het publiek te bespelen en hij reageert dan ook bliksemsnel. Met een simpel gebaar geeft hij te kennen: zie je wat deze man doet? Hij valt een weerloze aan! Hij speculeert op de morele verontwaardiging van de kijker om op die manier zijn smadelijke nederlaag (hij speelde een thuismatch) om te buigen tot een triomfantelijke overwinning en de media-criticus te kijk te stellen als een moreel inferieure figuur, iemand die weerzin opwekt. 

De fout die de geïnterviewde maakt, is ogenschijnlijk heel klein. Eigenlijk is het niet meer dan een verspreking. In plaats van te zeggen ‘ik heb gelijk en jij bent verkeerd’ had hij moeten zwijgen en de waarheid voor zichzelf laten spreken. Maar hij eiste de overwinning voor zichzelf op. Hij zei: ik heb gewonnen. En dat was een fatale fout die ingaat tegen het wezen van een gesprek. Want in een goed gesprek wint de waarheid, niet één van beide sprekers. In een goed gesprek wint iederéén, ook degene die zogezegd verliest. Er zijn geen verliezers in een goed gesprek, en als ze er toch zijn dan is het geen goed gesprek. Door zijn overwinning te claimen maakte de geïnterviewde van een goed gesprek een slecht gesprek. Door te triomferen sloeg hij zijn eigen ruiten in. En ook die van de ander, want die werd erdoor verleid om precies hetzelfde te doen: te triomferen en de overwinning alsnog in de wacht te slepen. Dat is dan ook het uiteindelijke beeld dat achterblijft na dit slecht aflopende gesprek: twee triomfators die allebei verliezen. 

Advertenties