De blik achter de schermen

door lievendebrouwere

  

Ik zal wel een slecht mens zijn, zo een waarover goede mensen vol afkeer en verontwaardiging schrijven in de media, maar ik lees in de foto’s die overal verschijnen andere dingen dan ik verondersteld word te lezen. Zo dacht ik bij het zien van de inmiddels beroemde foto van de kleine Aylan Kurdi: o wat mooi! Ik heb namelijk de gewoonte om, als ik naar een foto kijk, naar een … foto te kijken. Ik keek dus niet naar een kind dat ergens op een verlaten strand was aangespoeld, maar naar een foto van een kind dat ergens op een verlaten strand was aangespoeld. Maakt dat nu enig verschil? Wel ja, dat maakt een héél groot verschil.

Toen het mij opviel hoe mooi die foto was, begon ik te denken. Dit is duidelijk geen amateurfoto, dat kun je heel goed zien. Het is dus wel heel toevallig dat een professionele fotograaf dat kindje gevonden heeft, want de kust van Turkije is lang, heel lang. Maar misschien was hij gewoon meegekomen met de kustwacht. Dan is het echter wél toevallig dat hij juist bij die kustwacht was. Of heeft die kustwacht misschien de fotograaf opgebeld? Of luisterde de fotograaf de radioberichten af? In dat geval krijgt de zaak al iets onfris, vind ik. Want het lijkt erop dat die fotograaf zat uit te kijken naar aanspoelende lijken. Hij reageerde zelfs zo snel dat hij als eerste bij dat kindje was, want hij heeft het gefotografeerd nog vóór de kustwacht het mee kon nemen. Of heeft hij tegen de agent gezegd: wacht even, ik wil eerst een foto nemen? Dat is begrijpelijk, het kind was toch dood, dus het maakte niet veel uit. Maar heb ik niet ergens gelezen dat de agent hoopte dat het kind nog leefde? Dan laat je zo’n kind niet liggen met zijn gezichtje in het water. Je keert het meteen om en luistert naar zijn hartje. Of je neemt het mee naar een droge plek om daar eventueel mond aan mond beademing te doen. Maar dat betekent dat men het kind nadien weer omgedraaid heeft, ten behoeve van de fotograaf. Er circuleert op het internet zelfs een foto waarop te zien is hoe een kustwacht bezig is een kinderlijkje te onderzoeken dat op zijn rug tussen de rotsen ligt. Is het dezelfde kustwacht? Is het hetzelfde jongetje? Zo te zien wel. Het bevestigt in ieder geval mijn – zeer aannemelijke – vermoeden dat het kind nadien terug in het water is gelegd – in een zeer aandoenlijke pose – om het te kunnen fotograferen. En vervolgens heeft de agent nog eens nagespeeld hoe hij het kindje op het droge bracht. 

Dat is natuurlijk allemaal niet zo erg – voor het dode kind maakte het alleszins niks uit. Maar het zegt wel iets over de manier waarop er wordt omgegaan met de hele vluchtelingenkwestie. Er zijn waarschijnlijk heel wat mensen die daar winst uit slaan. Waarschijnlijk? Ik zou zeggen: zeker. Er zijn de fotografen, de mensensmokkelaars, de kranten, en last but not least de politici. Zonder de minste schaamte gebruiken ze de vluchtelingenkwestie om onderlinge vetes uit te vechten, waarbij ze verontwaardigd verklaren dat dit niet het moment is om … onderlinge vetes uit te vechten. Kop van Jut van dienst is, zoals altijd, Bart De Wever. Hij heeft het gewaagd om (en waarschijnlijk heeft men hem daartoe gedwongen) een paar dingen te zeggen die volkomen redelijk waren, maar die zeer slecht vielen in de zee van emoties waarop iedereen tegenwoordig zo wellustig meedeint. En hop, de ‘verontwaardigde’ reacties waren niet te tellen. 

Nee, het kan geen kwaad om foto’s als foto’s te zien, en krantenartikels als krantenartikels. Zo las ik onlangs een opinieartikel van Abou Jahjah, de meester-stoker. Tot mijn verbazing was het een heel goed, heel rustig en evenwichtig artikel. Ik had dezelfde reactie als bij de foto van Aylan Kurdi: o wat mooi! Maar toen begon ik te denken. De artikels van Jahjah zijn nooit ‘mooi’. Ze lijken misschien wel mooi, in de zin van redelijk en evenwichtig, maar het is een schijn-mooiheid waar je makkelijk doorheen kijkt. Dit keer was zijn artikel evenwel echt mooi, en dat maakte me wantrouwig. Zou het leed van de vluchtelingen Abou Jahjah werkelijk tot een beter mens gemaakt hebben? Hum. En dus zocht ik naar het addertje in het gras. Toen ik het vond, dacht ik: o jij sluwe vos! En ik dacht ook: hoe onschuldiger dit soort geesten lijkt, des te gevaarlijker zijn ze! Waaruit bestond zijn lepe truc? Wel, hij sprak op een bijna ontroerend wijze manier over wat ons land kon doen. Het was alsof hij de wapens had neergelegd en zei: dit is niet het moment om onze vetes uit te vechten! Waar hij echter zedig over zweeg, was de communautaire kwestie. Met ‘ons land’ bedoelde hij in feite: Vlaanderen. De meeste vluchtelingen komen immers in Vlaanderen terecht. Zelfs als ze in Brussel terechtkomen, vallen ze in de eerste plaats ten laste van Vlaanderen. Door dat te verzwijgen, zwengelde hij de vete tussen Vlamingen en Franstaligen aan, waarschijnlijk in de hoop dat hij dan, als derde hond, met het been kon gaan lopen.

Ja, ik denk dat het goed is heel aandachtig te kijken naar de beelden en woorden die ons vandaag overspoelen, want op die manier kun je een blik achter de schermen werpen, waar het egoïsme zichtbaar wordt dat alles ten eigen bate aanwendt. De paradox is dat je pas achter de schermen kunt kijken door niet achter de schermen te kijken, maar door naar de schermen zelf te kijken. Als ik naar die foto van Aylan Kurdi kijk en ik vergeet dat ik naar een foto kijk, dan word ik meegetrokken in een fictieve werkelijkheid (ik stel mij voor dat ik aan dat Turkse strand sta en dat kind daar zie liggen) en in een stroom van fictieve emoties. En in heel die fictieve wereld van voorstellingen en emoties kan ik dan mateloos zwelgen, juist omdát het een fictieve wereld is. Wie in de werkelijke wereld zo’n kind ziet liggen, gaat niet op z’n hurken zitten, begint te huilen en roept dramatisch uit: ik kan dit niet langer verdragen! Hij schiet onmiddelijk in actie en gaat kijken of het kind nog leeft. Hij heeft geen tijd voor emoties of beschouwingen. Die komen pas als er een fotograaf aankomt die zegt: leg dat kind eens terug in het water zodat ik er een mooie foto kan van nemen! Dát is het moment waarop verontwaardiging op zijn plaats is. Maar juist die terechte verontwaarding moet wijken voor een tsunami van valse verontwaarding. En die valse verontwaardiging begint wanneer we achter de schermen kijken in plaats van naar de schermen. Want dan vergeten we onderscheid te maken tussen fictie en werkelijkheid, tussen de foto van een verdronken kind en het verdronken kind zelf. 

Advertenties