Jeder Journalist ein Kunstler

door lievendebrouwere

  

Onlangs verscheen bovenstaande foto op de voorpagina van De Standaard met daarboven in vette letters: ‘Harde Aanpak’. Die kop was nogal wat lezers in het verkeerde keelgat geschoten. Ze vonden dat ze gemanupileerd werden. Een paar dagen later verscheen een reactie van ombudsman Tom Naegels. Hij had de zaak grondig onderzocht en ofschoon hij de misnoegdheid kon begrijpen, vond hij toch dat de krant niks verkeerds had gedaan. Tom Naegels komt meestal tot die conclusie, maar wat kun je anders verwachten van iemand die door de krant betaald wordt? Dat hij zijn werkgevers afkraakt? Maar daar wil ik het nu niet over hebben. Ik wil het hebben over het feit dat we opnieuw vergeten dat die foto een … foto is.

Wat is erop te zien? Een moslimgezin dat schreeuwend op de treinsporen ligt, met twee politieagenten ernaast. De titel ‘Harde Aanpak’ suggereert dat de agenten dat gezin op de grond hebben geworpen. Maar dat is een subjectieve interpretatie, zegt Tom Naegels. Zo heeft de krant het helemaal niet bedoeld. Ze verwees met die titel alleen naar de algemene harde aanpak van Hongarije. Krant kunnen natuurlijk beweren wat ze willen, hun interpretatie is niet minder subjectief dan die van de lezer. Aangezien ze al weken (maanden, jaren) lang met een beschuldigende vinger wijzen naar de Europeanen, ligt het voor de hand dat ook deze foto annex kop in die zin geïnterpreteerd wordt. Uiteindelijk blijft het allemaal bij subjectieve interpretaties en daarvan kan een ombudsman als Tom Naegels handig gebruik maken om de krant telkens weer uit de wind te zetten. 

Is er in die hele zee van subjectiviteit dan niks objectiefs te vinden? Toch wel, maar dan moeten we de foto zien als datgene wat hij is, namelijk een foto en geen werkelijkheid. Wat betekent dat? Als we in de foto alleen maar werkelijkheid zien, dan weten we niet hoe we die werkelijkheid moeten interpreteren. Hebben de agenten dat gezin op de sporen gegooid of heeft dat gezin zichzelf op de sporen gegooid? Beide interpretaties zijn mogelijk, maar ze zijn geen van beide overtuigend. Waarom zouden de agenten zoiets doen? Uit brutaliteit of woede? Maar ze zien er juist rustig en beheerst uit. En waarom zouden dat moslimgezin zoiets doen? Wat winnen ze erbij door schreeuwend op de sporen te gaan liggen? Het blijft allemaal troebel en ondoorzichtig, en uitsluitsel over wat er nu werkelijk aan de hand was, vinden we niet.

Dat verandert echter wanneer we ons realiseren dat dit een foto is en dat er dus ook een fotograaf was. Momenteel circuleert er in de media een filmpje dat ons helpt om de rol van die fotograaf te begrijpen. We zien op dat filmpje hoe een Hongaarse cameravrouw een vluchtende vluchteling (sic) beentje licht zodat hij met zijn kind in de armen op de grond valt. Het valt onmogelijk uit te maken waarom ze dat deed. Kwaadaardigheid? Burgerzin? Een ongelukkige reflex? Menstruatieproblemen? Wie zal het zeggen. Hoe dan ook, de vrouw werd onmiddellijk ontslagen door haar werkgever. We kunnen hieruit twee dingen opmaken. Eén: doordat er een filmer werd gefilmd kregen we een verrassende kijk op de rol die fotografen en filmers spelen. Twee: het onmiddellijke ontslag van de beenlichtster toonde aan dat men in Hongarije wel degelijk beducht is voor de kracht van sprekende beelden. 

Dit filmpje confronteert ons voor één keer niet (alleen) met de vluchtelingen maar (ook) met degenen die de vluchtelingen in beeld brengen. Het helpt ons realiseren dat zonder die cameramensen het vluchtelingenprobleem bijlange niet zo’n grote impact op ons bewustzijn zou hebben. Beelden maken namelijk een veel grotere indruk dan woorden. Als we daarop doordenken beseffen we dat het hele vluchtelingenprobleem waarschijnlijk niet eens zou bestaan zonder fotografen en cameramensen. Het vindt namelijk zijn oorsprong in 9/11 en wat zou 9/11 betekend hebben zonder de filmbeelden van de aanslag? We zouden er wellicht onze schouders voor hebben opgehaald omdat we ons de omvang van de ramp niet konden voorstellen. Nu konden we ze echter met eigen ogen zien en de schokgolf van verontwaardiging die de wereld rondging, maakte de War on Terror mogelijk die het Midden-Oosten in een chaos heeft herschapen en miljoenen mensen op de vlucht gedreven. 

We kunnen de rol van de fotograaf of filmer dus moeilijk overschatten. En toch vergeten we die rol telkens weer. Dat is ook met bovenstaande foto het geval. Als we naast de agenten en de vluchtelingen ook de fotograaf voor ogen houden, wordt het opeens duidelijk hoe we deze foto moeten interpreteren. De politieagenten zouden het niet in hun hoofd hebben gehaald die vluchtelingen op de sporen te werpen in aanwezigheid van een fotograaf. Dat had hen hun job kunnen kosten. En dat weten de vluchtelingen ook. Ze zijn veel beter geïnformeerd dan we denken. Ze weten precies naar welk land ze willen. Ze weten precies welke mogelijkheden er bestaan en ze zijn bereid daarvoor hun leven (en dat van hun gezin) te wagen, zoals de vader van Aylan Kurdi. En vooral, ze weten precies welke rol de politieke correctheid in Europa speelt en daar maken ze volop gebruik van. Wie zal het hen kwalijk nemen?

Nu is het niet moeilijk meer om te begrijpen waarom de moslim op de foto zijn vrouw en kind tegen de grond sleurt. Zijn plan om naar Oostenrijk te gaan, was in duigen gevallen en hij zag nog maar één mogelijkheid om daar iets aan te veranderen: een dramatische foto die de wereld rondging en overal verontwaardiging wekte. Waarom zou hij zich anders op de treinsporen werpen? Om zich door een trein te laten overrijden? Met al die agenten in de buurt? Nee, hij probeerde een scène te schoppen in de hoop dat het erg genoeg leek om iets teweeg te brengen in de publieke opinie. En zonder fotograaf in de buurt zou dat volkomen zinloos zijn geweest. Niet alleen zou de foto niet hebben bestaan zonder de fotograaf, de hele scène zou niet hebben bestaan. Het is de fotograaf die het dramatische tafereel mede veroorzaakt heeft, hij heeft het – door zijn loutere aanwezigheid – eigenlijk in scène gezet. 

Wanneer we ons dat realiseren, is het afgelopen met de twijfel en de subjectieve interpretaties. De ware toedracht wordt duidelijk. En die toedracht omvat ook degenen die de foto gepubliceerd hebben en hem voorzien van de kop ‘Harde Aanpak’. Net als de fotografen zijn dat professionals: zij weten hoe ze beelden moeten laten spreken. Ze hebben deze foto en deze woorden niet zomaar gekozen. Het is duidelijk dat ze dit choquerende tafereel niet ‘uit schroom’ op de voorpagina hebben geplaatst. Ze hebben het gedaan om verontwaardiging op te wekken, zoals ze dat voortdurend doen. Ze willen de lezer namelijk manipuleren, lees: opwekken tot meer menselijkheid en solidariteit (hun eigen woorden). En daar neemt die lezer terecht aanstoot aan. Hij is geen klein kind meer dat door journalisten moet worden opgevoed. Hij had dus overschot van gelijk door te protesteren tegen bovenstaande foto en bijgaande tekst. En door dat niet te erkennen toonde Tom Naegels nog maar eens dat hij zijn ziel verkocht heeft. 

Hij is nochtans een intelligent en kunstzinnig iemand, zoals veel mensen die in de krant schrijven. En vooral dat laatste is belangrijk. De oude, gortdroge journalist behoort tot het verleden, de moderne journalist is een … kunstenaar geworden. Het gaat hem niet alleen om de inhoud, het gaat hem ook – en vooral – om de vorm. En zoals bij alle kunst ligt de waarheid niet in de inhoud, maar in de vorm. Een kunstenaar trekt zich niets aan van de inhoudelijke waarheid van zijn werk. Als een landschap er bijvoorbeeld mooier uitziet zonder kerktoren, dan laat hij die kerktoren gewoon weg, ook al hoort hij er in werkelijkheid bij en wordt het schilderij door die ingreep een (inhoudelijke) leugen. Op die manier ‘liegen’ kunstenaars voortdurend: ze stellen de wereld niet voor zoals hij is, ze beelden hem uit zoals hij (volgens hen) zou moeten zijn. 

Dat is dus iets waar we rekening moeten mee houden wanneer we de krant lezen: de moderne krant is een kunstwerk en dient dan ook als een kunstwerk te worden benaderd. Wie denkt de waarheid in de inhoud van de krant te vinden, komt voortdurend bedrogen uit. Kranten staan vol leugens, niet omdat journalisten gepatenteerde leugenaars zijn, maar omdat het kunstenaars zijn. En het probleem is dat wij dat niet beseffen. We houden er geen rekening mee en daardoor worden we gemanipuleerd dat het een aard heeft. Want het grondmotief van de kunstenaar is wat Coleridge suspension of disbelief noemt: opschorting van ongeloof. Zijn kunst bestaat erin om de kijker of de lezer tijdelijk te doen geloven dat het waar is wat hij vanuit zijn verbeelding heeft gecreëerd. De kunstenaar-journalist toont ons dus de wereld zoals hij die in zijn verbeelding schept en spant zich tot het uiterste in om ons te doen geloven dat die wereld werkelijk is. 

Als wij dat geloven, dan worden we misleid. We leven dan in een fictieve wereld zoals wanneer we een roman lezen of een film zien. Daar is niks mis mee, zolang we het tenminste weten en opnieuw de knop omdraaien wanneer het boek uit is of de film gedaan. Dat wil zeggen: zolang we onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Maar dat is juist het grote probleem van onze tijd: de moderne mens leest zoveel kranten en tijdschriften, kijkt zoveel naar film en televisie, luistert zoveel naar muziek, en staart zolang naar allerhande beeldschermen, dat zijn werkelijkheidsbesef sterk is afgenomen. Hij leeft een groot deel van de dag in een fictieve wereld en beseft dat niet meer. Integendeel, hij denkt een veel realistischer kijk op de wereld te hebben dan zijn voorouders. Hij is ervan overtuigd de wereld – eindelijk – te zien zoals hij werkelijk is. In plaats daarvan is hij constant aan het dromen, terwijl hij zichzelf de wakkerste mens uit de geschiedenis vindt. 

Dat heeft onder meer tot gevolg dat hij het vluchtelingenprobleem totaal onrealistisch aanpakt. Terwijl hij zich vermeit in zoete dromen over de vluchteling die zijn vriend is, of in kwade dromen over de racist die zijn vijand is, zijn er in de werkelijkheid dingen aan de gang waar hij niks van afweet en waar hij ook niks van af wil weten. Want ze zouden zijn dromen kunnen verstoren. Ze zouden hem wakker kunnen maken. Ze zouden hem kunnen vertellen dat hij – terwijl hij ligt te dromen – bijzonder hard wordt aangepakt en dat er alles wordt aan gedaan om hem monddood te maken en van zijn vrijheid te beroven. Er is dus niks wat de moderne mens zozeer bedreigt dan de droomsfeer waarin hij zich bijna constant bevindt en die hij voor de echte werkelijkheid houdt. Dat onbewuste dromen dreigt hem te beroven van alles waar zijn voorvaderen zo hard voor gevochten hebben. 

Maar wie zijn dan degenen die hem willen muilkorven en gevangen zetten? Zijn dat de moslims die met miljoenen Europa binnenstromen en allesbehalve van dankbaarheid vervuld zijn? Want zij leven nog veel meer in de werkelijkheid en beseffen heel goed dat het het Westen is dat het vuur aan de lont heeft gestoken en het Midden-Oosten heeft doen ontploffen. Ze zullen er waarschijnlijk geen traan om laten dat de Europese cultuur verdwijnt en vervangen wordt door de islam en de sharia. Toch zullen zij op termijn zelf het slachtoffer worden van hun (onbewuste) wraakzucht. En zij beseffen dat niet, want wat de (beeld)kunst is voor het Westen dat is de (beeldloze) islam voor hen: iets wat hen belet om de werkelijkheid te zien, iets wat hen in een droomtoestand houdt. In feite weten zij niet waarom ze zo massaal naar Europa komen, evenmin als Europa weet waarom het de moslims met open armen ontvangt. Ze denken het allebei te weten, maar ze dromen het alleen maar. Ze zijn allebei diep in slaap.

Nee, als we alles eens op een rijtje zetten, dan zijn de moslims hier omdat we dat willen. Als we het niet zouden willen, dan kwamen ze er niet in, want we zijn nu eenmaal veel sterker dan zij. We zouden ook geen bommen gooien in het Midden-Oosten. We zouden ze niet de hand boven het hoofd houden zoals we nu doen, we zouden ze geen privileges geven, we zouden ze hun uitdagende hoofddoeken niet laten dragen, we zouden niet in koor roepen hoe racistisch, onverdraagzaam, discriminerend, haatdragend, islamofoob, kortom hoe door en door slecht we wel zijn. Dat zouden we allemaal niet doen als we echt niet wilden dat ze naar hier kwamen en hier bleven. Maar om de een of andere onbewuste reden willen we dat wel. We hebben de moslims zelf naar hier gehaald en dus hoeven we de schuld niet bij hen te leggen. 

Maar waarom hebben we dat gedaan? Dat weten we niet, evenmin als een kunstenaar weet waarom hij doet wat hij doet. Waarom doen de kunstenaars-journalisten er alles aan om ons een schuldgevoel aan te praten, waarom willen zij ons op de knieën krijgen terwijl we ons uitputten in verontschuldigingen en schadevergoedingen? Dat weten ze niet en ze willen het ook niet weten. Want een kunstenaar wil niet weten wat hij doet, om de eenvoudige reden dat hij dan geen kunstenaar meer kan zijn: weten verlamt de scheppingskrachten. Daarom sluit een kunstenaar zijn oren voor kritiek: ze belet hem om te scheppen. En dat is het enige wat hij wil. Hij wil de scheppende kracht van de geest in zich voelen, hij wil geïnspireerd worden, hij wil gedreven worden. Dat is alles wat voor hem telt. Het vreselijkste wat een kunstenaar kan overkomen, is dat hij niet meer kan scheppen, dat de geest van hem wijkt. Hij heeft er alles voor over om dat te vermijden. 

Dat is ook de reden waarom Tom Naegels en co doen wat ze doen: omdat ze kunstenaars zijn en omdat de geest van de oude kunst dood is. Daardoor zijn ze in een verschrikkelijke leegte terechtgekomen, een wereld zonder inspiratie, een wereld zonder geest, een wereld zonder scheppingskracht. In die leegte tasten ze wanhopig rond naar een nieuwe geest, een nieuwe inspiratie, een nieuwe bezieling. En ze vinden die ook. Ze verwelkomen de nieuwe geest met open armen, ze geven zich er zich blindelings aan over, ze dienen hem met hart en ziel als was hij hun Verlosser. Maar ze hebben geen idee wie deze ‘nieuwe geest’ is, want ze hebben hem al tastend in het donker gevonden. Ze willen het ook niet weten, uit angst dat ze opnieuw in die wurgende leegte zullen terechtkomen. Voeg daar nog eens bij dat deze geest financeel en maatschappelijk heel goed voor hen zorgt, en het wordt bijna onmogelijk voor hen om zich bewust te worden van de geest die hen inspireert. 

Dat is uiteindelijk de reden waarom intelligente lieden zoals Tom Naegels zich niet realiseren wat ze doen: omdat ze kunstenaars zijn en het bijgevolg niet willen weten. En dus blijft alleen nog de kijker over, de lezer. Alleen hij kan erachter komen welke geest de kunstenaars dezer wereld, de scheppers van de nieuwe wereld, inspireert. Maar daarvoor moet hij wel eerst beseffen dat hij met kunstenaars te doen heeft, en niet met gewone journalisten, politici of academici. Hij moet zich realiseren dat de krant die iedere dag in zijn bus zit, een kunstwerk is vol prachtige beelden en spannende verhalen, en niet een saai en kleurloos verslag van de belangrijkste gebeurtenissen van de dag. Doet hij dat niet, en houdt hij vast aan zijn oude beeld van de krant, dan wordt hij misleid en meegesleurd in dromenland. Doet hij het echter wel en dringt het tot hem door dat er een nieuwe tijd is aangebroken, een tijd waarin Jeder Mensch ein Kunstler is, dan kan hij een veel diepere waarheid ontdekken, een levende waarheid, namelijk die van de kunst. Maar daarvoor moet hij eerst wel ontwaken voor het kunstzinnige karakter van de werkelijkheid. En daarmee kan hij beginnen door bijvoorbeeld door een foto als een foto te zien …

Advertenties