Kerstmis zonder cadeautjes

door lievendebrouwere

  

De moslims vieren vandaag hun Offerfeest en dat leidt tot heel wat verdriet, ontgoocheling en woede, want minister Ben Weyts heeft een verbod op onverdoofd slachten ingevoerd. Eén van de gevolgen is dat de feestvierders niet meer aanwezig kunnen zijn bij het slachten en dat doet pijn (sic). Het is niet meer hetzelfde, de sfeer is weg, het gevoel van offeren is er niet meer bij, het feest verliest zijn betekenis. Moslims willen ‘hun’ schaap zien en voelen. Nu is het net als kerstmis zonder cadeautjes, aldus Saban Gök.  

Zou ik de enige zijn die hier een akelig gevoel bij krijg? Voor alle duidelijkheid: waar de moslims over klagen is dus niet het onverdoofd slachten, maar het feit dat ze het slachten niet meer kunnen zien en voelen. Dat is voor hen blijkbaar de kern van het feest. Niet het schaap of het vlees, maar het slachten zelf. Feestvieren is … bloed zien vloeien. Ik moet onwillekeurig denken aan de jihadisten van IS, voor wie bloedvergieten een feest is. Ik moet ook denken aan de geschiedenis van de islam, die van bloed doordrenkt is. Zou het één werkelijk niets met het ander te maken hebben? 

Gentenaar Bahri Mene vindt dat het verbod van minister Weyts tegen de islam gericht is. Dat vindt de Coördinatieraad van Islamitische Instellingen ook en ze is bijgevolg niet van plan het hierbij te laten. Ze hebben natuurlijk overschot van gelijk. Het argument van Weyts dat het hem alleen om het welzijn van de dieren te doen was, is ronduit lachwekkend. Het jaarlijkse lijden van schapen die onverdoofd geslacht worden, stelt niks voor vergeleken bij het dagelijks lijden van miljoenen dieren in de bio-industrie. Het doet me denken aan die cartoon van Zak waarop een cafébaas één gratis pint belooft aan iedere vluchteling die zijn zaak bezoekt. Daarmee kun je het besluit van Weyts vergelijken. 

Dat wil echter niet zeggen dat geen goed besluit is, wel integendeel. Juist omdat het duidelijk moslims viseert, is het zo belangrijk. Deze mensen moet duidelijk gemaakt worden dat ze in naam van hun godsdienst niks te eisen hebben. In dezelfde lijn ligt het zogenaamde boerkini-verbod in Antwerpen. De boerkini is een zwempak dat moslima’s van top tot teen bedekt. In principe is daar niks op tegen. Er zijn mensen die komen zwemmen in kleine bikini’s en anderen die een veel ‘bedekkender’ zwemkostuum dragen. Dat schept geen enkel probleem. Je kunt mensen geen bepaalde mate van naaktheid opleggen. Maar dat is ook niet de bedoeling van dat verbod. De bedoeling is om paal en perk te stellen aan de arrogantie waarmee moslims en moslima’s ons hun levensstijl willen opdringen. 

Zo las ik onlangs in mijn gratis krant een reportage over modieuze hoofddoeken: modebewuste moslima’s dragen exlusieve hoofddoeken. De nieuwe cool quoi. Het opvallende was dat bijna al die coole jonge moslima’s uit de reportage vrijwillig die hoofddoek waren gaan dragen. Ze werden er niet toe gedwongen en waren vaak de enige in de familie die het deden. Wat ik daaruit leer, is dat het dragen van die hoofddoek geen kwestie is van godsdienst of traditie. Het is gewoon een middel om je (collectieve) anders-zijn te affirmeren, om je als islamiet af te zetten tegen het Westen. En het verontrustende is dat dit gedrag niet afneemt naarmate moslims hier langer wonen, wel integendeel, het wordt erger. 

Daarom juich ik alle maatregelen toe die dit in wezen aggressieve gedrag tegengaan. Het is pijnlijk en beschamend dat daarvoor pseudo-argumenten moeten aangevoerd worden, maar het is dan ook een strijd die op twee fronten moet gestreden worden: tegen de moslim-agressie én tegen de politiek correcte agressie. 

Advertenties