The Exorcist (1)

door lievendebrouwere

    

Omdat ik steeds meer tot de conclusie kom dat de mensheid ten prooi is gevallen aan een vorm van bezetenheid, dacht ik dat het geen slecht idee was om nog eens te kijken naar The Exorcist, the scariest movie of all times. Ik was toch alleen thuis, dus dat kwam goed uit, want An wil nooit meer naar deze film kijken. Ze had hem gezien toen hij uitkwam in 1973 en daar had ze nachtmerries aan overgehouden. Nochtans is ze geen doetje, ze kan best wat hebben. Maar The Exorcist? Nee, dát was erover. En ze was lang niet de enige die er zo over dacht. De film veroorzaakte destijds een golf van afgrijzen bij het publiek – maar werd tegelijk ook een groot kassucces. Niemand die er onberoerd bij bleef. In 2000 werd The Exorcist opnieuw uitgebracht, met enkele nooit geziene scènes. Jan was toen 17 en hij zou de film gaan zien met een paar vrienden. Ik waarschuwde hem: heavy stuff hoor! Daar moest hij eens goed om lachen. De eerste film die hem de stuipen op het lijf joeg, moest nog gemaakt worden. Toen ik hem de volgende dag vroeg hoe het geweest was, zei hij dat z’n vrienden van begin tot eind hadden zitten lachen. Jaja, dacht ik, lachen in het donker, het is eens wat anders dan fluiten. En jij? vroeg ik. Na enig aarzelen gaf hij toe dat hij liefst van al was weggelopen, maar dat kon hij natuurlijk niet maken tegenover zijn stoere maten …

Is het dan werkelijk zo erg? Ja, toch wel. The Exorcist draagt niet voor niets de titel van scariest movie of all times. Het is met voorsprong de meest benauwende film die ik ooit gezien heb. Toch is het geen horror-film in de klassieke betekenis van het woord, al komen er heel wat griezelige scènes in voor. We zien hoe een 12-jarig meisje bezeten raakt van de duivel: van een onschuldig en goedlachs kind verandert ze in een grommend roofdier dat groene viezigheid spuwt, obsceniteiten en verwensingen uitbraakt, bedden doet dansen, voorwerpen door de lucht doet vliegen, en … mensen vermoordt. Het is allemaal zo buitenissig dat geen mens kan geloven dat zoiets mogelijk is. Normaliter is dat de voorwaarde om eens lekker te kunnen griezelen. Maar ‘lekker’ is er in dit geval absoluut niet bij, want The Exorcist slaagt erin het ongeloofwaardige geloofwaardig te maken. 

Hoe doet hij dat? Hoe slaagt deze film erin de kijker te doen geloven dat het allemaal echt is wat hij ziet? The Exorcist is zowel dramatisch als visueel een meesterwerk. Geen enkel moment – enkele uitzonderingen niet te na gesproken – heb je het gevoel dat je naar fictie kijkt en dat er geprobeerd is je te doen griezelen. Ook na 42 jaar is het nog altijd een waar genot – artistiek gesproken dan – om naar deze film te kijken. De spanning wordt heel geleidelijk opgevoerd en mondt ten slotte uit in een bloedstollende ontknoping. The Exorcist is een schoolvoorbeeld van een thriller, maar dan wel een bijzonder rijke en complexe thriller. De thema’s die hij behandelt – de tegenstelling tussen geloof en wetenschap, tussen rijk en arm, tussen Oost en West, tussen fictie en werkelijkheid, alleenstaande moeders, ouderlingenzorg, moderne geneeskunde, sex en geweld – hebben nog niets aan actualiteit ingeboet, wel integendeel. 

Op één punt blijkt hij zelfs visionair te zijn: de eerste ontmoeting met de demon die het meisje Regan in zijn greep zal krijgen, vindt namelijk plaats in Irak, in het oude Niniveh dat vlakbij Mosul ligt, de stad die vandaag in handen is van de Islamitische Staat. De film begint met wijdse beelden van honderden mannen die met pikhouwelen aan het werk zijn tussen eindeloze ruïnes, en even weet je niet of ze die oude tempels aan het opgraven dan wel aan het vernielen zijn … De even mooie als dubbelzinnige beelden geven al een aanwijzing van de manier waarop The Exorcist erin slaagt kijkers aan hun stoel te nagelen met een onderwerp waarin ze niet geloven. Enerzijds doet de film dat door zijn buitengewoon rijke zintuiglijke vorm, maar anderzijds doet hij dat ook door zijn niet minder rijke bovenzinnelijke inhoud. En hier ligt het geheim van deze film, de oorzaak van de enorme impact die hij – ook vandaag nog – op de kijker heeft. The Exorcist is niet alleen een beeld van de uiterlijke werkelijkheid waarin we leven, hij is ook een beeld van ons innerlijk. Hij is een metafoor van de menselijke ziel die steeds meer in de greep van een kwaadaardige geest raakt. 

The Exorcist confronteert ons met iets wat we helemaal ontwend zijn: een kunstwerk met bovenzinnelijke dimensies. De afgelopen eeuwen is de kunst alsmaar realistischer geworden, en dat weerspiegelt onze kijk op de wereld: we geloven niet meer in geestelijke realiteiten. In de moderne cinema bereikt dit ‘realisme’ een hoogtepunt: nooit stond de kunst dichter bij de concrete, zintuiglijke werkelijkheid. En uitgerekend in die extreem naturalistische, zintuiglijke kunst verschijnt nu opeens een bovenzinnelijke dimensie. Zonder dat we erop bedacht zijn, zien we films die niet alleen de zichtbare werkelijkheid weerspiegelen, maar ook de onzichtbare wereld van onze eigen ziel. Zonder dat we het beseffen kijken we in een spiegel en dat is wat ons zo schokt. Hoewel ons verstand zegt dat het allemaal niet echt is wat we zien, voelt ons hart de diepe waarheid van deze film heel goed aan. De hevige strijd tussen goed en kwaad die zich op het scherm afspeelt, wordt ook in onze eigen ziel gestreden.

Die (onbewuste) beleving maakt het bekijken van The Exorcist tot een ontredderende ervaring, tenminste wanneer we ons hart niet helemaal het zwijgen opleggen. De film slaat een bres in onze vertrouwde opvatting die zegt dat de wereld om ons heen niets te maken heeft met de wereld in onszelf. De beschermende muur die ons bewustzijn in twee deelt wordt opeens doorbroken, en that scares the hell out of us. Deze uitdrukking zegt precies wat ons overkomt wanneer we naar The Exorcist kijken. De film jaagt onze demonen naar buiten, demonen die voordien veilig opgesloten zaten achter de geest-ontkennende ‘muur’ in ons bewustzijn. We kunnen de identiteit van de geest die daar verantwoordelijk voor is, afleiden uit de naam van de stad waar het exorcisme plaatsvindt: Georgetown. George is Engels voor Joris, de legendarische ridder die de draak bevecht. Michaël is inderdaad de geest die demonen uitdrijft, en dat maakt van het kijken naar deze duiveluitdrijving tegelijk het ondergaan van een duiveluitdrijving. 

Naast lichaam en ziel grijpt The Exorcist ook onze geest diep aan. Tenminste wanneer we dat willen, wanneer we onze demonen – die zich manifesteren in de emoties die de film losmaakt – onder ogen willen zien. Want Michaël laat ons vrij. Niemand is verplicht die emoties ernstig te nemen en op die manier het bovenzinnelijke of esoterische karakter van The Exorcist te ontdekken. We kunnen de film perfect zien als een klassieke nabootsing van de zintuiglijke werkelijkheid, vermengd met allerlei fictieve elementen. Alles is dan volkomen verklaarbaar, want ook de emoties die de film in ons opwekt zijn dan deels fictief. We kunnen ze afdoen als lichte storingen in onze hersenen of gevolgen van auto-suggestie. We moeten dan wel onze ogen sluiten voor het feit dat we net zo reageren als de dokters in de film. Maar net als moderne dokters en wetenschappers kost het ons weinig moeite om blind te blijven voor alles wat niet in ons (materialistische) kraam past.

Ook onze weigering om The Exorcist als een metafoor te zien, maakt deel uit van zijn metafoor. De film weerspiegelt op een griezelige (sic) manier onze houding tegenover de film, alsof hij reeds weet hoe we zullen reageren, alsof hij ons beter kent dan we onszelf kennen. En wat hij ons op die manier toont, is dat juist het ontkennen van de geestelijke dimensie ons steeds dieper in de greep van een kwaadaardige geest zal drijven. Hoe langer we wachten met het uitdrijven van onze demonen, des te afschuwelijker vormen zal onze bezetenheid aannemen en des te moeilijker zal het onvermijdelijke ‘exorcisme’ worden. De film toont ons heel nauwkeurig wat ons te wachten staat als we ons blijven vastklampen aan materialistische verklaringen-die-geen-verklaringen-zijn. Tegelijk toont hij ons ook hoe we die bovenzintuiglijke dimensie op het spoor kunnen komen: door Alles Vergängliche als ein Gleichnis te zien. 

The Exorcist biedt ons zijn bovenzinnelijke karakter op een dienblaadje aan. Het is namelijk moeilijk om niet getroffen te worden door de overeenkomsten tussen de eerste beelden en de hedendaagse actualiteit. De film begint met de inmiddels welbekende uitroep: Allahu Akbar! Vervolgens verschijnt een landschap dat vol brokstukken ligt en waarboven een grote, verzengende zon hangt. Langzaam kleurt de hemel bloedrood. Een kudde schapen wordt tussen de ruïnes voortgedreven. Overal heerst een intense activiteit waarvan, zoals gezegd, niet meteen duidelijk is of ze de oude tempels wil opgraven dan wel vernietigen. We zien hoe priester-archeoloog Lankester Merrin een beeld ontdekt van de demon die hij kort daarop aan de andere kant van de wereld in levende lijve zal ontmoeten. In het licht van de huidige gebeurtenissen, krijgen deze beelden een onmiskenbaar metaforisch karakter dat heel wat vragen oproept. 

 The Exorcist is meer dan 40 jaar oud. Toen de film werd opgenomen, was er nog geen sprake van het moderne moslimterrorisme, van de As van het Kwaad, de Islamitische Staat of het vernielen van oude tempels. In de film is geen enkele reden te vinden om de bezetenheid van Regan in verband te brengen met het Midden-Oosten. Het hele eerste hoofdstuk had net zo goed weggelaten kunnen worden, het draagt niets bij tot het eigenlijke drama. Dat doet de vraag rijzen: als deze overbodige inleiding nergens toe dient, waarom werd ze dan aan de film toegevoegd? Bovendien werd ze opgenomen nadat de rest van de film reeds was ingeblikt, en dat gebeurde ter plekke, wat betekent dat de hele filmploeg naar de andere kant van de wereld moest verhuizen. Niet alleen was die ploeg reeds behoorlijk uitgeput door de opnames – er was van alles gebeurd waardoor men was gaan denken dat de film behekst was – maar de hele verhuis moet ook een bom geld gekost hebben. Een beetje producer zegt dan: is dat echt nodig, kunnen we die scènes in Irak niet gewoon weglaten? Maar regisseur William Friedkin wilde ze er per se bij. Waarom? Hij kon toch onmogelijk weten wat er zich 40 jaar later in Irak zou afspelen! 

Dat zijn allemaal vragen die zich opdringen wanneer we even blijven stilstaan bij het begin van The Exorcist. We stellen ze echter niet omdat we niet de gewoonte hebben om na te denken over een film. En dat roept opnieuw andere vragen op. Want er wordt vandaag ontzettend veel nagedacht over kunst, behalve over filmkunst, en al helemaal niet over Hollywoodfilms. Waarom niet? Waarom wordt er zo’n scherpe grens getrokken? Waarom worden er dikke boeken geschreven over pispotten en kakmachines, maar niet over een beroemde film als The Exorcist? Als we deze vragen eenmaal beginnen te stellen, worden we geconfronteerd met gewoonten en gedragingen waarvoor we geen enkele verklaring hebben. En de vraag wordt steeds meer: waarom stellen we die vragen niet? 

Er is nog een andere vraag die zich opdringt. We zien een film die ons de stuipen op het lijf jaagt met een verhaal dat we als moderne, rationele mensen onmogelijk kunnen geloven. Maar niemand komt op het idee om de verklaring voor dat merkwaardige verschijnsel in de film zelf te zoeken. We hebben de gewoonte om verklaringen te zoeken achter de verschijnselen en niet erin. Zo zoeken we de verklaring voor de zichtbare werkelijkheid in atomen en elementaire deeltjes, dat wil zeggen in een wereld die we niet kunnen zien, maar waarvan we stellig geloven dat hij bestaat. Waarom doen we dat? Hetzelfde voor de kunst: we zoeken haar betekenis in de bedoelingen van de kunstenaar, hoewel we die op geen enkele manier kunnen waarnemen. Liever dan de betekenis te zoeken in het kunstwerk zelf, geloven we alles wat de kunstenaar ons erover vertelt. Als hij, zoals regisseur William Friedkin, niets zegt over enige metaforische betekenis die hij aan zijn werk zou meegegeven hebben, dan gaan we er als vanzelfsprekend van uit dat die betekenis er helemaal niet is. 

Een film als The Exorcist confronteert ons met de zinloosheid van dat blinde geloof. Zoals de meeste kunstenaars heeft ook William Friedkin weinig zinnigs te vertellen over zijn werk. Kunstwerken worden nu eenmaal niet vanuit het gewone dagbewustzijn geschapen, hun oorsprong ligt veel dieper, in een duistere wereld waar we met ons bewustzijn geen toegang tot hebben. Maar liever dan naar de kunstwerken zelf te kijken, zoeken we verklaringen in een wereld die we niet kunnen zien. Onze rotsvaste overtuiging dat de zichtbare werkelijkheid de enige echte werkelijkheid is, berust paradoxaal genoeg op ons rotsvaste geloof in een werkelijkheid die we niet kunnen zien en waar we niets van afweten, zelfs niet of ze bestaat. En niemand kan ons dat uit het hoofd praten. We verdedigen dat materialistische geloof met religieuze verbetenheid.

Waarom? Dat is de vraag waar The Exorcist ons uiteindelijk mee confronteert. Waarom gedragen we ons als blinde gelovigen? Deze film daagt ons uit om als nuchtere, rationele mensen te werk te gaan. Hij vraagt ons geenszins om ons geloof te laten vallen, hij daagt ons alleen uit om consequent te zijn en ieder geloof in vraag te stellen, ook het materialistische. Van zodra we dat doen, beginnen we te beseffen dat we bezeten zijn door een geest die ons alles in vraag doet stellen behalve zichzelf. De michaëlische geest die The Exorcist bezielt, vraagt ons enkel maar om ons denken weer zelf ter hand te nemen en de ban te breken van der geist der stets verneint. Maar hij vraagt ons dat niet rechtstreeks, want hij wil ons vrij laten, hij wil de ene ban niet vervangen door een andere. En dus vraagt hij het onrechtstreeks, door middel van beelden, buitengewoon aangrijpende, kunstzinnige beelden. En hij wacht tot we zijn vraag horen. Desnoods 40 jaar lang…

(Wordt vervolgd) 

 

Advertenties