The Exorcist (2)

door lievendebrouwere

   

Gisteren vroeg ik mij af hoe The Exorcist aan zijn titel van ‘scariest movie of all times’ komt. Want geen mens gelooft nog in duiveluitdrijvingen en toch jaagt de film ons – ook na 40 jaar – nog altijd de stuipen op het lijf. Ik kwam tot de conclusie dat The Exorcist een metafoor is, een spiegelbeeld van wat zich afspeelt in de ziel van de moderne mens. Die conclusie heeft verregaande implicaties, maar eerst moet ze natuurlijk wel gestaafd worden. Hoe begin je daaraan? Hoe toon je aan dat een uiterst realistische film tegelijk een zinnebeeld is? Hoe breng je zijn verborgen betekenis aan het licht? De ervaring heeft mij geleerd dat de beste manier is om de film zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. De diepere inhoud komt dan langzaam vanzelf naar de oppervlakte. Dat is wat ik hieronder ga proberen: de esoterische dimensie van The Exorcist zichtbaar maken door de film te vertalen in woorden. Daarmee verklap ik natuurlijk ‘hoe het afloopt’ en doorgaans bederft dat de pret van degenen die de film nog niet gezien hebben. Maar in dit geval ligt dat anders. Het uiterlijke verhaal wordt gedragen door een innerlijk verhaal, en hoe meer dat naar boven komt des te meer wordt The Exorcist tot een mysteriespel dat nooit gaat vervelen. 

Het verhaal begint in Irak, waar father Merrin archeologische opgravingen doet. Zijn personage is duidelijk geïnspireerd op Teilhard de Chardin, de beroemde jezuïet die probeerde geloof en wetenschap met elkaar te verzoenen. Wanneer Merrin een afgodenbeeldje opgraaft is dat voor hem niet alleen een archeologische vondst, het is tevens een innerlijke boodschap: hij heeft nog iets te doen in Amerika. Wat precies, dat wordt niet gezegd, maar Merrin neemt wel afscheid van de oude wereld die hem zo nauw aan het hart ligt. Hij maakt nog een laatste wandeling door de middeleeuws aandoende stad waar de tijd is blijven stilstaan en komt uiteindelijk terecht tussen de ruïnes van wat ooit schitterende tempels moeten zijn geweest. Daar treft hij de levensgrote versie aan van het beeldje dat hij net gevonden heeft. Of de grote gevleugelde demon een reëel beeld is dan wel een visioen, wordt niet duidelijk. In de verzengende hitte van de woestijn is het waarschijnlijk niet gemakkelijk om beide van elkaar te onderscheiden.

De handeling verplaatst zich nu – zonder enige overgang – van Oost naar West. We belanden in Georgetown (Washington), in het huis dat actrice Chris McNeil tijdelijk betrekt samen met haar 12-jarige dochter Regan, een assistente en het huispersoneel. Ze draait een film op de campus van de plaatselijke universiteit en heeft het best naar haar zin. Alleen hoort ze af en toe vreemde geluiden in huis. Ook haar dochtertje doet soms vreemd, maar ze heeft niet veel tijd om daar aandacht aan te besteden want de filmopnames nemen haar in beslag. Tijdens één van haar zeldzame gesprekken met Regan, verneemt ze dat het kind wel eens de tijd doodt met een Ouija-bord en dan in contact komt met de onzichtbare ‘captain Howdy’. Maar echt ongerust maakt ze zich nog niet. Pas wanneer de klachten van Regan erger worden, besluit ze met haar naar de dokter te gaan. Die onderzoekt het meisje maar kan niks ontdekken, en schrijft dan maar Ritalin voor. Dat blijkt nogal eens te helpen bij moeilijke kinderen, zegt hij.

Het gaat echter van kwaad naar erger. Op een avond klinkt er gegil uit de slaapkamer van Regan. Als Chris komt binnengesneld, ziet ze tot haar ontzetting dat het bed op en neer danst terwijl haar dochtertje zich in paniek probeert vast te klampen. Dit keer wordt het kind aan een uitgebreid onderzoek onderworpen. Ze moet verschillende tests ondergaan waarbij de dokters zich ontpoppen tot even grote kwelgeesten als de demon die haar plaagt. Ze komen tot de slotsom dat Regan waarschijnlijk een kleine bloeding in de hersenen heeft gehad. Daardoor worden haar toevallen veroorzaakt. Maar hoe kunnen die haar bed op en neer doen springen? vraagt Chris. Mevrouw, antwoordt de dokter, het probleem van uw dochter is niet haar bed, het zijn haar hersenen! Er volgen meer tests, de ene nog kwellender dan de andere. The Exorcist krijgt nu echt de allures van een horror-film, paradoxaal genoeg niet doordat er kwade geesten, demonen of spoken ten tonele verschijnen, maar gewoon doordat de moderne geneeskunde in beeld wordt gebracht.  

Ondanks de medische lijdensweg die Regan moet ondergaan, wordt er niets ontdekt. Terug thuis krijgt ze zo’n hevige aanval dat de zaak nu wel heel erg op bezetenheid gaat lijken. Maar de dokters geven nog altijd geen krimp. Er volgen nieuwe tests, die echter evenmin iets opleveren. Pas nu werpen de dokters de handdoek in de ring. Het wordt tijd om een psychiater te raadplegen, zeggen ze. Als Chris na de bespreking thuiskomt, treft ze het raam van Regans slaapkamer wijdopen aan. Meteen daarna krijgt ze bericht dat Burke Dennings, de regisseur van de film waarin ze speelt, dood is. Hij is van de grote trap gevallen die vlak naast het huis ligt. Het psychiatrisch onderzoek dat Regan nu ondergaat, levert opnieuw niets op. Er worden allerlei dure namen op haar ziekte geplakt, maar een remedie is er niet bij. Ten einde raad geven de psychiaters toe dat er misschien nog een kleine kans op genezing bestaat: een exorcisme. Het is een soort suggestief ritueel, vertellen ze enigszins gegeneerd, maar omdat Regans kwaal door auto-suggestie is ontstaan, kan het misschien helpen. 

Regans moeder kan haar oren niet geloven. Ze heeft haar dochter door tientallen dokters laten onderzoeken en uiteindelijk wordt ze verwezen naar een … duivelbezweerder. Ze is de wanhoop nabij. Maar wanneer ze onder Regans hoofdkussen een kruisbeeldje vindt waarvan niemand weet waar het vandaan komt, en onmiddelijk daarna bezoek krijgt van inspecteur Kinderman, die de dood van Burke Dennings onderzoekt en de mogelijkheid oppert dat de regisseur uit het raam van Regans slaapkamer is geduwd, begint de afschuwelijke waarheid tot haar door te dringen. Ze krijgt meteen bevestiging tijdens een hevige toeval van Regan, die haar tegen de grond slaat en grijnzend vraagt of ze het nu eindelijk begrijpt. 

Via een goede kennis, father Dyer, neemt Chris contact op met Damien Karras, een priester-psychiater die zich wel eens met soortgelijke gevallen heeft beziggehouden. We hebben father Karras in de film reeds leren kennen als een gekweld man, die zich enerzijds schuldig voelt aan de dood van zijn moeder, die ergens in een New Yorkse achterbuurt gestorven is, en anderzijds worstelt met zijn geloof dat hem steeds meer ontvalt. Als hij te horen krijgt waarover het gaat, houdt hij de boot af. Als man van de wetenschap kan hij geen geloof hechten aan praktijken die uit de 16de eeuw dateren. Maar Chris dringt aan. Mijn dochter heeft geen psychiater nodig, zegt ze, ze heeft een priester nodig. Karras blijft echter weigeren. De kerk stelt strikte voorwaarden om tot een exorcisme over te gaan en Regan voldoet daar niet aan. Maar uiteindelijk zwicht hij. Hij gaat naar de bisschop en vraagt toelating voor een exorcisme.

Het gesprek met de bisschop vormt een keerpunt in de film. Tot nog toe was The Exorcist een gewone film die het verhaal vertelde van gewone mensen die geconfronteerd worden met gewone problemen: opvoedingsproblemen, geloofsproblemen, medische problemen. Ze beginnen met verveling en evolueren langzaam tot onrust, hyperactiviteit, onhandelbaarheid, depressie, hysterie, en ten slotte bezetenheid. Tot op het laatst wordt volgehouden dat er niks onverklaarbaars aan de hand is: de dokters gaan ervan uit dat Regans ziekte het gevolg is van hersenschade, de psychiaters denken dat het een geval is van auto-suggestie. Ook father Karras, zelf nochtans een geestelijke, ontkent dat er iets geestelijks in het spel is. Zelfs wanneer hij besluit tot een exorcisme is hij nog niet echt overtuigd. Hij gaat alleen tot actie over omdat moeder en dochter in nood zijn. Dat is ook de sfeer waarin de The Exorcist tot op dit moment baadt: die van een normale, moderne wereld die niet gelooft in demonen of andere geestelijke wezens, maar die wel steeds meer in nood raakt. 

De film volgde tot nog toe twee parallelle sporen: enerzijds dat van Regan en haar moeder, anderzijds dat van father Karras. In het begin raken ze elkaar heel eventjes: Karras bevindt zich onder de toeschouwers bij de filmopnames, en Chris is getuige van een pijnlijk gesprek tussen Karras en andere priester. Maar daarna gaan hun wegen uit elkaar: de weg van de kunst (Chris is filmactrice en haar dochtertje tekent, schildert en boetseert) en de weg van de religie (father Karras is jezuïet). Beide wegen vormen een polariteit – de kunst (vertegenwoordigd door moeder en kind) is de vrouwelijke pool, de religie (vertegenwoordigd door de jezuïet met zijn scherpe intellect en krachtige wil) is de mannelijke pool – maar ze evolueren tot een dualiteit: het worden twee totaal verschillende werelden waartussen geen enkel contact meer is. Dat komt ook tot uitdrukking in het feit dat Chris gescheiden leeft van haar man, en dat father Karras gescheiden leeft van zijn moeder. Het zijn allemaal beelden van de diepe kloof die gaapt tussen de vrouwelijk-kunstzinnige pool en de mannelijk-religieuze pool. 

De metaforische inhoud van The Exorcist begint nu langzaam zichtbaar te worden. De film toont ons – in beelden – hoe kunst en religie in onze beschaving eerst een eenheid vormden, maar daarna uit elkaar gingen tot er tussen beide geen enkel verband meer was. Datzelfde gebeurde ook nog eens in kunst en religie afzonderlijk. De kunst vormde aanvankelijk een eenheid maar viel toen uit elkaar in de populaire filmkunst enerzijds, die dicht aanleunt bij de werkelijkheid (Chris speelt mee in een film over het studentenprotest van de jaren ’60) en de elitaire ‘hedendaagse’ kunst anderzijds, die weer contact zoekt met de wereld van de geest (Regan speelt met het Ouija-bord en maakt allerlei dierlijk-mythische figuurtjes). De dualiteit kunst-religie wordt dus enerzijds weerspiegeld in een ‘artistieke’ filmkunst (die alle kunsten samenvat) en een ‘religieuze’ hedendaagse kunst (met een kunstkerk en kunstpausen), en anderzijds in een ‘religieuze’ religie (de traditionele godsdienst) en een ‘wetenschappelijke’ religie (het materialisme).

Het is een ietwat verrassende kijk op onze cultuur – film wordt doorgaans niet als een kunst beschouwd en materialisme niet als een religie – maar hoe meer we er gaan over nadenken des te plausibeler wordt het dat de zogenaamde ‘hedendaagse’ kunst (vertegenwoordigd door Regan) inderdaad in de greep zit van een kwaadaardige geest die haar onherkenbaar maakt. De filmkunst (vertegenwoordigd door Regans moeder) staat dan weer voor de ‘klassieke’ kunst die niet weet wat ze moet denken van het aanstootgevende gedrag van haar jongste telg. Net als Chris gaat ze te rade bij een heel leger van kunstwetenschappers die echter precies hetzelfde doen als de dokters in de film: het drakenkarakter van de patiënt weerspiegelen met hun intellectualistische instrumentarium. Daardoor slagen ze er niet in om de ware, geestelijke aard van de ziekte van de ‘hedendaagse’ kunst bloot te leggen. Door hun materialistische benadering maken ze die ziekte zelfs nog erger tot ze uiteindelijk echte bezetenheid wordt.
  
Hetzelfde kan gezegd worden over de hedendaagse religie van het materialisme: het is een vorm van bezetenheid die niet onderkend wordt omdat ze benaderd wordt met materialistische middelen. Waar het zowel de bezeten religie als de bezeten kunst aan ontbreekt is zelfbewustzijn, zelfbewustzijn in de vorm van een wetenschap die niet enkel de materiële buitenkant weerspiegelt, maar ook doordringt tot de geestelijke kern. Precies dit soort zelfbewustzijn vinden we in The Exorcist. Deze film gaat niet alleen over de situatie in de wereld, maar ook over de rol die hijzelf daarin speelt. Dat komt onder meer tot uitdrukking in het feit dat in The Exorcist een film wordt gedraaid, een film-in-de-film dus, maar ook in het feit dat degenen die de ware toedracht van de zaak ontdekken – father Karras, father Dyer en politieman Kinderman – stuk voor stuk filmliefhebbers zijn. Het gaat echter veel verder dan dat. The Exorcist blijkt over een zelfbewustzijn te beschikken dat veel groter is dan het huidige gevoelsmatige zelfbewustzijn. Het is een geestelijk zelfbewustzijn, een zelfbewustzijn dat tegelijk een ‘geesteswetenschap’ en een ‘geesteskunst’ is. Maar dat laatste is natuurlijk een pleonasme, want iedere echte kunst is geestelijk van aard. Wat The Exorcist onderscheidt van zowel de oude kunst als de nieuwe (bezeten) kunst, is haar ‘antroposofische’ karakter. 

De oude, klassieke kunst was helemaal naar buiten gericht, op de zintuiglijke wereld. Zij was zich niet van zichzelf bewust en daarin lag haar schoonheid maar ook haar zwakheid. Hoeveel bewondering de kunstwerken ook genoten, de kunstenaars hadden er geen deel aan: zij werden geminacht en verbannen naar de laagste trap van de sociale ladder. Met de moderne kunst verandert dat allemaal. In de tweede helft van de 19de eeuw werd een nieuwe kunst geboren die haar oude, verstarde moeder nieuw leven in blies. Deze kunst was een ‘impressie’ van het nieuwe zelfbewustzijn dat in de mens gloorde. Maar algauw werd haar plaats ingenomen door een heel ander soort kunst, een kunst die even grauw en afstotelijk bleek te zijn als het oorspronkelijke kind kleurrijk en aantrekkelijk was. Deze drakenkunst was uitdrukking van een zelfbewustzijn dat uitmuntte door arrogantie en haatdragendheid, maar beweerde uit louter liefde en vrede te bestaan. Dit blinde en leugenachtige zelfbewustzijn wordt in The Exorcist belichaamd door de dokters en de wetenschappers die ondanks het monsterlijke gedrag van Regan de ware aard van haar ziekte niet kunnen ontdekken. Zij staan in scherpe tegenstelling tot degenen die dat wél kunnen: de moeder van Regan, father Karras, (waarschijnlijk ook) father Dyer, en rechercheur William – what’s in a name – Kinderman, niet toevallig allemaal filmliefhebbers.

De situatie van de kunst doet onwillekeurig denken aan het apocalyptische beeld (Openbaring,12,4) van de draak die voor de barende vrouw staat om haar kind te verslinden. De oude kunst (Chris) is een beeld van de menselijke ziel waaruit een ‘kind’ (Regan) geboren wordt. Dit kind is de drager van het nieuwe zelfbewustzijn. Tevoren kon de menselijke ziel zichzelf alleen waarnemen in de spiegel van de uiterlijke werkelijkheid (Paulus, 1 Korinthiërs, 13,12). Maar die spiegel was duister, en het zelfbewustzijn vaag. Vandaag kan de ziel zichzelf echter waarnemen in een spiegel die ze zelf heeft voortgebracht. Als moeder herkent ze zichzelf in haar kind, en als kind herkent ze zichzelf in haar moeder. Dit ‘dubbele’ zelfbewustzijn heeft het karakter van een gesprek en is veel helderder en zuiverder dan het oude. Bovendien neemt het in kracht toe naarmate het kind opgroeit en de relatie met de moeder steeds volwassener – lees: bewuster en vrijer – wordt. Tenminste, zo had het kunnen zijn als de draak niet de plaats van het kind had ingenomen. 

Dat laatste gebeurde in het begin van de 20ste eeuw en aan alles kunnen we aflezen dat de moderne mens deze plaatsverwisseling niet heeft opgemerkt. Integendeel, hij begroette de draak als was hij het lang verwachte ‘kind’ en sloot het monster vol moederliefde in zijn armen. Als een koekoeksjong nestelde de draak zich in het hart van de mens en werkte één voor één diens eigen jongen uit het nest. Met name in de kunst kunnen we zien hoe machtig dat drakenjong intussen geworden is en hoe het geen enkele rivaal meer heeft. Niemand denkt nog aan het oorspronkelijke kind, niemand vraagt zich af waar het gebleven is. Hoe verschrikkelijk de draak ook huishoudt in de kunst – en daarbuiten – de blinde moederliefde blijft dit wisselkind voeden en beschermen. Toen aan het eind van de 20ste eeuw een beeld van het echte kind in de bioscopen verscheen, werd het door niemand opgemerkt, althans niet bewust. Het hart van het (overwegend jonge) publiek ging wel sneller slaan, maar daar werd geen enkele betekenis aan gehecht. Wie maalt vandaag nog om wat zich in het hart van de mens afspeelt! De hersenen: dat is waar de lamp brandt!

Op een fijnzinnige en humoristische manier toont The Exorcist ons hoe we de weg van de hersenen naar het hart kunnen vinden. De film doet dat door middel van de figuur van politie-inspecteur William Kinderman. Deze merkwaardige man zorgt voor de running gag in de film door telkens zijn liefde voor films ter sprake te brengen. Na het gesprek met Regans moeder vraagt hij haar, verlegen als een schooljongen, om een handtekening. En na het gesprek met father Karras vraagt hij deze mee naar de film, want hij houdt er zo van om films te bespreken, te kritiseren en te interpreteren. Aan het eind van de film doet hij hetzelfde nog eens met father Dyer. Hij doet het klinken als een grap, maar je kunt zien dat hij het meent. Voor Kinderman is er geen diepe kloof tussen werk en ontspanning, tussen fictie en werkelijkheid, tussen bewondering en kritiek: hij schakelt probleemloos van hoofd naar hart en omgekeerd. Maar hij doet dat wel met humor, waardoor hij aangeeft zich heel goed bewust te zijn van de grens tussen beide. Want er valt niet aan te twijfelen: Kinderman is een ernstig man. Daarvan getuigt het feit dat hij op eigen kracht tot het inzicht komt dat niet Regan de moordenaar was maar de geest die haar gevangen hield. 

De even scherpzinnige als gemoedelijke William Kinderman vertegenwoordigt een bijzonder aspect van het zelfbewustzijn van The Exorcist: hij is degene die de kijker uitnodigt om de film te bekijken, te bespreken en te interpreteren. Door dat te vragen aan zowel Karras als Dyer geeft hij zelfs aan hoe dat moet gebeuren. Beide mannen zijn namelijk priester en als zodanig hebben ze aandacht voor de geestelijke dimensie van de werkelijkheid, met name de christelijke. Maar terwijl Karras de priester-wetenschapper is, is Dyer de priester-kunstenaar (die zich de hemel voorstelt als één groot publiek dat hem bewondert terwijl hij aan de piano zit te zingen). Op deze terughoudende Kinderman-manier – die ‘het kind’ en ‘de man’ in zich verenigt – geeft de film te kennen dat hij wil bekeken worden met een tegelijk speels-artistieke én ernstig-wetenschappelijke blik die, naar het beroemde woord van Goethe, tevens een religieuze blik is. 

De kinderlijk-ernstige William Kinderman is een beeld van de geest die de kijker moet bezielen als hij het raadsel van deze film wil oplossen. En dat is een michaëlische geest. The Exorcist is een door en door michaëlisch-christelijke film die enerzijds een verbluffend accuraat beeld schetst van de penibele toestand waarin de wereld zich vandaag bevindt, en ons anderzijds toont hoe we ons daaruit kunnen bevrijden. Maar niet minder verbluffend is de manier waarop hij dat doet. Hij doet dat namelijk door middel van een geniaal kunstwerk dat rechtstreeks tot ons hart spreekt maar ons hoofd volkomen vrijlaat. Het hangt volledig van onszelf af of we de gevoelens die deze film in ons oproept ernstig nemen dan wel ze als een onmondig kind behandelen. Michaël respecteert met andere woorden scrupuleus onze vrije wil. Daarvan getuigt het feit dat deze beroemde film, die zoveel mensen zo diep heeft geraakt, na meer dan 40 jaar nog altijd een ongeslepen diamant is die niet wordt opgemerkt tussen de andere ‘stenen’. 

The Exorcist geeft ons op meer dan één manier een idee van het aangrijpende drama dat de menselijke vrijheid is. Want we mogen ervan uitgaan dat de film ook op dit punt een waarheidsgetrouwe weerspiegeling van de moderne werkelijkheid is, een werkelijkheid waarin Michaël al te weinig exorcisten vindt. Want het zien van deze film mag dan al een onbewuste duiveluitdrijving zijn, het is maar het halve werk. Met de bewustwording van deze duiveluitdrijving – met het bespreken, bestuderen en interpreteren van deze film, zoals Kinderman het voorstelt – begint ons eigen aandeel in de strijd met de draak. Michaël is degene die vandaag allerwegen de demonen uitdrijft, maar wij zijn degenen die de strijd ermee moeten aanbinden. Het lot van The Exorcist is een beeld van waar het in onze tijd vooral aan ontbreekt. Het ontbreekt ons niet aan kunstenaars die de duivel uitdrijven in ontelbare drakenbeelden, het ontbreekt ons aan wetenschappers die in staat zijn deze beelden onder ogen te zien en te ontraadselen.

(Wordt vervolgd)

Advertenties