Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: september, 2015

Noblesse oblige

  

Bovenstaande foto deed me denken aan kerstmis, u weet wel: Jozef en Maria moeten hun dorp verlaten en een lange en gevaarlijke reis ondernemen naar het verre Bethlehem, waar er voor hen geen plaats is in de herberg met als gevolg dat ze een onderkomen moeten zoeken in een stal, dat wil zeggen: in openlucht, zoals in een park. Gelukkig zijn er een paar herders, simpele lieden uit de buurt, die de sukkelaars wat eten komen brengen. Allemaal precies zoals op de foto hierboven. Of hoe de (bijbelse) geschiedenis zich herhaalt. Zoals het toen was, zo is het ook nu, de boze waard inbegrepen. Vreemd dat niemand daaraan denkt! 

Toch klopt het beeld niet helemaal. De moderne herders zijn namelijk … rijke Belgen. En de arme vluchtelingen gedragen zich als … koningen. Dat was het eerste wat me opviel aan deze foto: de ‘herders’ komen buigend en knielend hun giften brengen, maar de vluchtelingen staan er onaangedaan bij, alsof het hen niets kan schelen. Ze reageren niet eens. Een kind zit met zijn rug naar de milde schenkers, een vrouw is vrolijk aan het kletsen. Ze doen alsof de gulle gevers niet bestaan. De geschenken laten ze zich welgevallen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ze bediend worden. Ja, voor de Belgen is het zelfs een eer om koningen te mogen dienen! Zou Jezus ook zo gereageerd hebben? vraag ik me af.

Mijn lezing van deze foto is natuurlijk in hoge mate dubieus en tendentieus. Misschien kwamen de Belgen niets brengen, maar kwamen ze het juist weer ophalen. Misschien reageerden de vrouwen zo onverschillig omdat moslima’s nu eenmaal niet mogen spreken met vreemde mannen. Misschien was er nog een andere verklaring voor hun vreemde gedrag. Misschien. Maar wat me opvalt in deze foto komt merkwaardig goed overeen met wat me al jaren opvalt in de relatie tussen Belgen en moslim-immigranten: de eersten gedragen zich als nederige herders, de laatsten gedragen zich als trotse koningen. Nochtans worden juist de Belgen als rijke vorsten beschouwd en de moslims als arme sukkelaars. En dat is ook wat je verwacht als je de situatie kent. De moslims hebben hun vaderland verlaten en zijn naar een ver en vreemd land getrokken. Je verwacht dus dat ze zich onwennig voelen, ontheemd, angstig zelfs. Je verwacht ook dat ze niet willen opvallen, dat ze zichzelf proberen onzichtbaar te maken, dat ze zich zoveel mogelijk willen aanpassen. Omgekeerd ligt het voor de hand dat de rijke Belgen met een zekere ‘koninklijke’ hooghartigheid neerkijken op deze simpele lieden en dat hun zelfverzekerdheid schril afsteekt bij de angstige onzekerheid van de moslims. Maar het is net andersom: de koningen gedragen zich als herders en de herders gedragen zich als koningen. Zo was het ten tijde van Herodes zeker niet.

De foto brengt dus een vreemde waarheid aan het licht: koningen knielen voor herders en herders kijken neer op koningen. Het roept alweer een bijbels beeld in de herinnering: de voetwassing. Christus, de grote koning, knielt neer voor zijn leerlingen om hun voeten te wassen. Is dat niet precies wat de Belgen, en bij uitbreiding de Europeanen, vandaag doen? Ze staan op zowat alle gebieden mijlenver boven de vaak nog primitieve moslim-immigranten, en toch gedragen ze zich als nederige knechten. Ze zorgen ervoor dat deze reizigers onderdak krijgen, ze verschaffen hen werk en inkomen, ze geven hen gezondheidszorg en onderwijs, ze helpen hen opklimmen tot de hoogste ambten, ze betalen hun moskeeën, ze respecteren hun religieuze gebruiken, ze verlenen hen zelfs allerlei privileges en passen zich aan hun gebruiken aan. Ze doen er werkelijk alles aan opdat de moslims zich hier thuis zouden voelen. Het scheelt niet veel of ze zeggen: niet mijn wil maar uw wil geschiede! 

Hoe reageren de moslims op zoveel christelijke dienstvaardigheid? Als koningen. Maar niet als Westerse koningen, dat wil zeggen als autoritaire maar toch vaderlijke figuren. Nee, ze reageren als Oosterse despoten die van hun onderdanen volledige onderwerping eisen. De moslims in Europa gedragen zich arrogant en agressief. Overal waar ze komen, veroorzaken ze problemen. Ze moorden, ze verkrachten, ze schelden, ze pesten. Ze dringen overal hun religieuze symbolen en praktijken op. Ze eisen voorrechten en weigeren toegevingen te doen. Geen greintje dankbaarheid tonen ze voor de manier waarop Europa hun bedje gespreid heeft. Wel integendeel. Ze spuwen op de hand die hen helpt. Als ze hun mond opendoen of in de pen kruipen dan is het om te klagen, te schelden en te dreigen. Ze zijn niet blij omdat hun leven nu zoveel beter is, nee ze zijn woedend om de manier waarop ze behandeld worden, om het racisme, de dicriminatie, de haatdragendheid, de islamofobie, kortom de onmenselijkheid van de blanke Europeanen. Zouden de joden zich vroeger ook zo gedragen hebben tegenover de Romeinse bezetter?

Alsof deze omkering – koningen gedragen zich als herders, herders gedragen zich als koningen – nog niet verbijsterend genoeg is, zijn er steeds meer mensen die geloven dat het inderdaad zo moet zijn. Steeds meer Europeanen proberen de moslims nog méér terwille te zijn, nog beter te dienen. Ze gaan soms zover dat ze zich helemaal onderwerpen en zich tot de islam bekeren. Steeds meer moslims van hun kant gedragen zich nóg arroganter, nóg agressiever, ze proberen de Europeanen nog méér te onderwerpen. Opnieuw duikt een bijbels beeld op: als de moslims de Europeanen op de ene wang slaan, dan keren deze laatsten hen de andere wang toe. Hoe gewelddadiger de moslims worden, des te onderdaniger worden de Europeanen. De moslims maken het in de wereld bonter dan ooit, maar één verkeerd woord over de islam en de Europeaan riskeert zijn job, zijn reputatie, zijn vrijheid en zelfs zijn leven. Steeds meer moslim-immigranten trekken naar Irak en Syrië waar ze zich overgeven aan een orgie van geweld, en wanneer hun bloeddorst gelest is, keren ze terug naar Europa waar niemand een vinger naar hen uitsteekt. Alsof het allemaal goede moordenaars zijn …

Het blijft bijbelse beelden regenen, maar telkens klopt er iets niet. De Europeanen die zich zo buitengewoon christelijk gedragen, worden in toenemende mate geïnfecteerd door de antichristelijke moslimgeest. Een groeiend deel begint zich op exact dezelfde arrogante en agressieve manier te gedragen als de moslim-immigranten zich tegenover hén gedragen. Hun slachtoffers zijn de ‘simpele’ Europeanen, de gewone mensen die zich niet kunnen verdedigen, noch tegen het fysieke moslimgeweld, noch tegen het geestelijke geweld van de Europese intellectuelen. Terwijl deze laatsten zich slaafs onderwerpen aan de moslimgeest, onderwerpen ze op hun beurt andere Europeanen. Ze schelden hen uit, beschouwen hen als moreel inferieure mensen, beschuldigen hen van racisme, discriminatie en islamofobie, kortom van alles waar de moslims hén van beschuldigen. Hun ‘christelijke’ ingesteldheid maakt hen met andere woorden tot handlangers van de antichristelijke moslimgeest.

Het is een very inconvenient truth die nu zichtbaar wordt: de christelijke houding van Europa verandert het avondland stap voor stap in een moslimland. We leven in toenemende mate in een wereld die beheerst wordt door een agressieve, haatdragende geest. We veranderen met andere woorden langzaam maar zeker in fanatieke moslims. En we beseffen het niet, want we leven in de overtuiging dat we ons als voorbeeldige christenen gedragen. Wat Michel Houellebecq beschrijft in Soumission is vandaag nog fictie, maar het zal dat niet lang blijven. Want de hele evolutie die nu door de (overwegend moslim)vluchtelingen in een stroomversnelling raakt, is onomkeerbaar. De paradox is namelijk: hoe christelijker Europa zich gedraagt, des te islamitischer wordt het. Gedraagt het zich daarentegen niet langer christelijk, dan wordt het … eveneens islamitisch. Er is dus geen ontkomen aan. Eigenlijk hebben we maar één keuze meer: een vreedzame islamisering (zoals Houellebecq in zijn boek beschrijft) of een gewelddadige islamisering. De eerste zal er vanzelf komen, het is gewoon een kwestie van tijd. Van zodra de moslims talrijk genoeg zijn, zullen ze op democratische wijze de sharia invoeren en is het afgelopen met het christelijke Europa. De gewelddadige islamisering zal er komen als Europa zich verzet en zich niet zomaar naar de slachtbank laat leiden. Er zal dan een burgeroorlog uitbreken die eveneens een eind zal maken aan de christelijke waarden van vrede en naastenliefde. Ze zullen moeten wijken voor de op geweld gebaseerde waarden van de islam. 

Dat is de akelige conclusie waartoe de omkering van herders en koningen onvermijdelijk leidt: wat Europa ook doet, de islamisering valt niet meer af te wenden. De foto waarop we moslimvrouwen onverschillig zien neerkijken op gulle, bereidwillige Belgen heeft een visionair karakter: het is afgelopen met het oude christelijke Europa. Het recente bericht dat zoveel vluchtelingen onderdak weigeren en buiten in hun schamele tenten willen blijven slapen, accentueert dat alleen maar. Het roept een beeld op van een toekomstig Europa dat herschapen is in een woestijn waar alleen nog primitieve nomadenstammen leven die zich laten dienen door wat er nog overblijft van de oorspronkelijke bewoners. Het roept alweer een bijbels beeld op: dat van de verwoesting van de tempel en de diaspora van de joden. De tempel is in dit geval het Europese christendom en de diaspora is wat vandaag reeds overal ter wereld gebeurt: christenen worden door moslims weggejaagd en achtervolgd. Zelfs wanneer ze naar Europa vluchten, ontsnappen ze niet aan hun belagers: ze worden uit de boten gekieperd, ze worden onderweg vermoord, en zelfs in de asielcentra zijn ze niet veilig voor de moslims. 

Wie de bijbelse beelden kent, kan er niet meer naast kijken dat de geschiedenis zich herhaalt en een ronduit apocalyptisch karakter krijgt. Na 2000 jaar christelijke beschaving, die uitgemond is in de vrije samenleving waar alle mogelijke religies en overtuigingen vreedzaam naast elkaar leven, komt er een eind aan deze bloeitijd. Ook dat is een herhaling van de geschiedenis: beschavingen ontstaan en vergaan. Geen enkele heeft ooit de tand des tijds weerstaan, en ook de christelijke beschaving van Europa is nu aan haar eind gekomen. Wie zijn (bijbelse) geschiedenis kent, kan niet blind blijven voor deze herhaling. Maar hij kan ook niet blind blijven voor het feit dat er in de reeks ‘gelijkenissen’ die ik hierboven heb opgesomd telkens iets niet klopt, net als in die fameuze krantenfoto waar de herders en koningen van plaats hebben gewisseld. En dus rijst de vraag: wat klopt er niet in die laatste apocalyptische vergelijking? Wat klopt er niet in de paradox dat Europa islamitischer wordt naarmate het zich christelijker gedraagt?

Die vraag is makkelijk te beantwoorden: Europa beseft niet dat het zich christelijk gedraagt. De Europeanen die zich zo christelijk gedragen dat ze voor moslims neerknielen, hen de voeten wassen en zich door hen op beide wangen laten slaan, die voorbeeldige christenen zijn helemaal geen christenen. Het zijn overwegend ongelovige materialisten die de diepste minachting voelen voor het christelijke geloof (behalve wanneer het beleden wordt door een paus die zich onderwerpt aan de politiek correcte canon). Het zijn onbewuste, instinctieve, automatisch handelende christenen die niet weten dat de politiek correcte dogma’s die ze aanhangen stuk voor stuk christelijke idealen zijn, idealen waar de moslims geen boodschap aan hebben en die ze reeds vanaf het ontstaan van de islam fanatiek bevechten. Deze politiek correcte christen-automaten beseffen niet dat de islam de aloude vijand is van het christelijke Europa en dat zij zelf een levende contradictie zijn. 

Hun hart (dat uitermate christelijk is) doet dus precies het tegenovergestelde van hun hoofd (dat uitermate antichristelijk is), met als gevolg dat hun wil tegenstrijdig en zelfvernietigend wordt. En daarin verschillen ze niet van de moslims, die net zo gespleten zijn. Met miljoenen ontvluchten deze laatsten hun land, opgejaagd door de fanatieke, gewelddadige mohammedaanse geest die rooft en moordt en verkracht. Ze willen allemaal naar het vrije, christelijke Europa waar ze eindelijk veilig zijn. En het eerste wat ze daar doen is: proberen de islam te implementeren. Ze wachten daarmee zelfs niet tot ze aangekomen zijn, ze doen het reeds onderweg, ze doen het in de asielcentra, het is sterker dan henzelf. Wat hen drijft is met andere woorden een blind instinct, een automatisme waar ze zich evenmin van bewust zijn als de Europese ‘christenen’, want anders zouden ze weten dat hun gedrag zelfvernietigend is. 

Wat die miljoenen moslims ontvluchten, dragen ze met zich mee: de fanatieke moslimgeest, de instinctieve veroveringsdrang. ‘Islam is vrede’ roepen ze, maar ze doen precies het tegenovergestelde. En daarin verschillen ze niet van de miljoenen Europeanen die het christendom dat ze willen ontvluchten met zich meedragen als een fanatieke geest, als een instinctieve onderwerpingsdrang. Wat Europeanen en de moslimvluchtelingen met elkaar gemeen hebben, is deze onbewuste, instinctieve geest die hun ziel in twee splijt en haar ertoe verleidt zichzelf te vernietigen. Europa lijkt het toneel te zullen worden van deze gezamenlijke zelfvernietiging van christenen en moslims, terwijl Amerika en China instemmend toekijken. En het enige wat deze vernietiging van het ‘midden’ van de wereld – Europa én het Midden-Oosten – kan verhinderen, is zelfbewustzijn. Europeanen en moslims moeten naar zichzelf leren kijken en zich bewust worden van de gespletenheid van hun eigen ziel, van het zelfvernietigende instinct dat in hen leeft.

De herders en koningen moeten leren zien wat ze gemeenschappelijk hebben, ze moeten elkaar als een spiegel leren zien. De christelijke Europeanen moeten de fanatieke moslim in zichzelf herkennen, de moslimvluchtelingen moeten de onbewuste christen in zichzelf ontdekken. Zolang ze dan niet doen, zolang de koningen niet inzien dat ze zich als herders gedragen en de herders niet begrijpen dat ze zich als koningen gedragen – net als op de foto hierboven – zolang zullen ze elkaar bevechten op leven en dood. En de moslimherders (die zich als koningen gedragen) zullen dat gevecht winnen. Zij zullen, zonder het te beseffen, vernietigen wat zij onbewust zoeken: de christelijke geest, de geest van de vrijheid. De christelijke koningen (die zich als herders gedragen) zullen de strijd verliezen, tenzij … ze hem op geestelijk vlak uitvechten, tenzij ze er strijd van maken om de bewustwording van de christelijke geest. En dat is een strijd die ze reeds in de middeleeuwen uitgevochten hebben. Ook dát is weer een herhaling van de geschiedenis, maar dit keer alleen als we dat willen. Dit keer moeten we de geschiedenis uit vrije wil herhalen, anders zullen we gedwongen worden ze onbewust en ongewild te herhalen. En die vrijwillige herhaling begint met de bewustwording van de onvrijwillige herhaling. Ze begint bijvoorbeeld met het kijken naar een krantenfoto en het herkennen van het oerbeeld dat erin tot uitdrukking komt. 

Koolzwartje en de 7 mijnwerkers

  

In Engeland – het meest politiek correcte land van Europa – heeft een of ander theater ‘Sneeuwwitje en de 7 dwergen’ omgedoopt tot ‘Sneeuwwitje en de 7 vrienden’. Ja, die ‘zeven vrienden’ klinken beslist een stuk onschuldiger dan de ‘zeven dwergen’. Zeker met al die Britse pedofilie-schandalen van de laatste jaren in je achterhoofd. ’t Is nu wachten tot iemand het al te blanke Sneeuwwitje aanstootgevend vindt … 

De blik achter de schermen

  

Ik zal wel een slecht mens zijn, zo een waarover goede mensen vol afkeer en verontwaardiging schrijven in de media, maar ik lees in de foto’s die overal verschijnen andere dingen dan ik verondersteld word te lezen. Zo dacht ik bij het zien van de inmiddels beroemde foto van de kleine Aylan Kurdi: o wat mooi! Ik heb namelijk de gewoonte om, als ik naar een foto kijk, naar een … foto te kijken. Ik keek dus niet naar een kind dat ergens op een verlaten strand was aangespoeld, maar naar een foto van een kind dat ergens op een verlaten strand was aangespoeld. Maakt dat nu enig verschil? Wel ja, dat maakt een héél groot verschil.

Toen het mij opviel hoe mooi die foto was, begon ik te denken. Dit is duidelijk geen amateurfoto, dat kun je heel goed zien. Het is dus wel heel toevallig dat een professionele fotograaf dat kindje gevonden heeft, want de kust van Turkije is lang, heel lang. Maar misschien was hij gewoon meegekomen met de kustwacht. Dan is het echter wél toevallig dat hij juist bij die kustwacht was. Of heeft die kustwacht misschien de fotograaf opgebeld? Of luisterde de fotograaf de radioberichten af? In dat geval krijgt de zaak al iets onfris, vind ik. Want het lijkt erop dat die fotograaf zat uit te kijken naar aanspoelende lijken. Hij reageerde zelfs zo snel dat hij als eerste bij dat kindje was, want hij heeft het gefotografeerd nog vóór de kustwacht het mee kon nemen. Of heeft hij tegen de agent gezegd: wacht even, ik wil eerst een foto nemen? Dat is begrijpelijk, het kind was toch dood, dus het maakte niet veel uit. Maar heb ik niet ergens gelezen dat de agent hoopte dat het kind nog leefde? Dan laat je zo’n kind niet liggen met zijn gezichtje in het water. Je keert het meteen om en luistert naar zijn hartje. Of je neemt het mee naar een droge plek om daar eventueel mond aan mond beademing te doen. Maar dat betekent dat men het kind nadien weer omgedraaid heeft, ten behoeve van de fotograaf. Er circuleert op het internet zelfs een foto waarop te zien is hoe een kustwacht bezig is een kinderlijkje te onderzoeken dat op zijn rug tussen de rotsen ligt. Is het dezelfde kustwacht? Is het hetzelfde jongetje? Zo te zien wel. Het bevestigt in ieder geval mijn – zeer aannemelijke – vermoeden dat het kind nadien terug in het water is gelegd – in een zeer aandoenlijke pose – om het te kunnen fotograferen. En vervolgens heeft de agent nog eens nagespeeld hoe hij het kindje op het droge bracht. 

Dat is natuurlijk allemaal niet zo erg – voor het dode kind maakte het alleszins niks uit. Maar het zegt wel iets over de manier waarop er wordt omgegaan met de hele vluchtelingenkwestie. Er zijn waarschijnlijk heel wat mensen die daar winst uit slaan. Waarschijnlijk? Ik zou zeggen: zeker. Er zijn de fotografen, de mensensmokkelaars, de kranten, en last but not least de politici. Zonder de minste schaamte gebruiken ze de vluchtelingenkwestie om onderlinge vetes uit te vechten, waarbij ze verontwaardigd verklaren dat dit niet het moment is om … onderlinge vetes uit te vechten. Kop van Jut van dienst is, zoals altijd, Bart De Wever. Hij heeft het gewaagd om (en waarschijnlijk heeft men hem daartoe gedwongen) een paar dingen te zeggen die volkomen redelijk waren, maar die zeer slecht vielen in de zee van emoties waarop iedereen tegenwoordig zo wellustig meedeint. En hop, de ‘verontwaardigde’ reacties waren niet te tellen. 

Nee, het kan geen kwaad om foto’s als foto’s te zien, en krantenartikels als krantenartikels. Zo las ik onlangs een opinieartikel van Abou Jahjah, de meester-stoker. Tot mijn verbazing was het een heel goed, heel rustig en evenwichtig artikel. Ik had dezelfde reactie als bij de foto van Aylan Kurdi: o wat mooi! Maar toen begon ik te denken. De artikels van Jahjah zijn nooit ‘mooi’. Ze lijken misschien wel mooi, in de zin van redelijk en evenwichtig, maar het is een schijn-mooiheid waar je makkelijk doorheen kijkt. Dit keer was zijn artikel evenwel echt mooi, en dat maakte me wantrouwig. Zou het leed van de vluchtelingen Abou Jahjah werkelijk tot een beter mens gemaakt hebben? Hum. En dus zocht ik naar het addertje in het gras. Toen ik het vond, dacht ik: o jij sluwe vos! En ik dacht ook: hoe onschuldiger dit soort geesten lijkt, des te gevaarlijker zijn ze! Waaruit bestond zijn lepe truc? Wel, hij sprak op een bijna ontroerend wijze manier over wat ons land kon doen. Het was alsof hij de wapens had neergelegd en zei: dit is niet het moment om onze vetes uit te vechten! Waar hij echter zedig over zweeg, was de communautaire kwestie. Met ‘ons land’ bedoelde hij in feite: Vlaanderen. De meeste vluchtelingen komen immers in Vlaanderen terecht. Zelfs als ze in Brussel terechtkomen, vallen ze in de eerste plaats ten laste van Vlaanderen. Door dat te verzwijgen, zwengelde hij de vete tussen Vlamingen en Franstaligen aan, waarschijnlijk in de hoop dat hij dan, als derde hond, met het been kon gaan lopen.

Ja, ik denk dat het goed is heel aandachtig te kijken naar de beelden en woorden die ons vandaag overspoelen, want op die manier kun je een blik achter de schermen werpen, waar het egoïsme zichtbaar wordt dat alles ten eigen bate aanwendt. De paradox is dat je pas achter de schermen kunt kijken door niet achter de schermen te kijken, maar door naar de schermen zelf te kijken. Als ik naar die foto van Aylan Kurdi kijk en ik vergeet dat ik naar een foto kijk, dan word ik meegetrokken in een fictieve werkelijkheid (ik stel mij voor dat ik aan dat Turkse strand sta en dat kind daar zie liggen) en in een stroom van fictieve emoties. En in heel die fictieve wereld van voorstellingen en emoties kan ik dan mateloos zwelgen, juist omdát het een fictieve wereld is. Wie in de werkelijke wereld zo’n kind ziet liggen, gaat niet op z’n hurken zitten, begint te huilen en roept dramatisch uit: ik kan dit niet langer verdragen! Hij schiet onmiddelijk in actie en gaat kijken of het kind nog leeft. Hij heeft geen tijd voor emoties of beschouwingen. Die komen pas als er een fotograaf aankomt die zegt: leg dat kind eens terug in het water zodat ik er een mooie foto kan van nemen! Dát is het moment waarop verontwaardiging op zijn plaats is. Maar juist die terechte verontwaarding moet wijken voor een tsunami van valse verontwaarding. En die valse verontwaardiging begint wanneer we achter de schermen kijken in plaats van naar de schermen. Want dan vergeten we onderscheid te maken tussen fictie en werkelijkheid, tussen de foto van een verdronken kind en het verdronken kind zelf. 

Idioten durven alles 


  

Tineke Beekman, wellicht onze mooiste filosofe, schrijft vandaag onder meer het volgende in de krant (er vállen druppels op de hete plaat): ‘Verblind door de grote emoties van het moment, zien we niet meer welke diepere drijfveren de politiek bepalen. Dagenlang beheerste de foto van een aangespoeld kinderlijkje het nieuws. (…) Journalisten schreven gretig emotionele stukken. Eentje begon zelfs over zijn eigen peuter. Hopelijk wordt die jongen niet zo’n huilebalk als zijn vader, maar iemand die na een legitieme emotionele reactie het hoofd koel houdt en zijn werk doet.

De Franse filosoof Bernard-Henri Lévy illustreert perfect het hele mediacircus. Niet gehinderd door enige kennis van de gevolgen bejubelde hij de ‘Arabische Lente’ en spoorde hij toenmalig Frans president Nicolas Sarkozy aan om de Libische dictator Kadhafi van de macht te verdrijven. Die ingreep vernietigde de Libische staatsstructuur. Wat overbleef was een opgedeeld land, een haard van jihadistisch terrorisme, van mensenhandel, wreedheden en fanatiek geweld. Gevraagd naar zijn reactie bij het dode aangespoelde jongetje, antwoordde Lévy dat hij hoopt dat het Westen nu een geweten krijgt … Gelukkig had filosoof Michel Onfray de panache om Lévy op zijn plaats te zetten: ‘Idioten durven alles, het is zelfs daaraan dat je hen herkent.’

Eindelijk!

  

Een paar dagen geleden werd ‘Dirty Corner’, het reusachtige kunstwerk van Anish Kapoor dat in de tuinen van Versailles is geïnstalleerd en dat door de volksmond werd omgedoopt tot ‘De Vagina van de Koningin’ beklad met allerlei leuzen, sommige zelfs antisemitisch. Vlaamse kwaliteitskranten zouden ongetwijfeld schrijven dat ‘Frankrijk in shock’ is. Want de grote bobo’s zijn vreselijk verontwaardigd. Directrice Catherine Pégard was ‘geschandaliseerd door deze aanslag op een kunstwerk en zelfs op de cultuur in het algemeen’. Minister Fleur Pellerin herinnerde eraan dat de vandalen 7 jaar cel en 100.000 euro boete riskeren, waarna ze verklaarde ‘en colère’ en ‘choquée’ te zijn door deze ‘aanslag op de vrije expressie en meningsuiting waarvoor Frankrijk gedurende eeuwen gevochten heeft’. De Franse president Hollande deed ook zijn duit in het zakje. Vanuit het Elysée liet hij weten deze daad van vandalisme krachtig te veroordelen en zich solidair te voelen met Anish Kapoor. 

Tot zover niks bijzonders aan de hand, al is het wel leerzaam om te zien met hoeveel verontwaardiging de machtigen der aarde reageren op … de verontwaardiging van de gewone man. Want daarvan is deze ‘daad van vandalisme’ toch de uitdrukking. Het kunstwerk van Kapoor had bij veel mensen verontwaardiging gewekt omdat ze het beschouwden als een … daad van vandalisme. Wat het inderdaad ook is. Het is een soort obscene rituele ontwijding van een voor Frankrijk bijna heilige plek. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat men zoiets laat gebeuren. Maar het gebeurt overal. Bijvoorbeeld in Gent, waar de nieuwe Stadshal als een onophoudelijke knetterende vloek is in het historische centrum van Gent. Het hele Europese culturele verleden wordt op die manier – in naam van de cultuur – systematisch gevandaliseerd en bespot. En er zal geen eind aan komen want deze vandalisering van de cultuur wordt als een … kunst beschouwd. En kunst is heilig. 

Daarvan getuigen de – in wezen huiveringwekkende – woorden van Hollande: ‘la liberté de création, qui a sa place dans les lieux les plus prestigieux de notre patrimoine.’ Mijn Frans is niet te best meer, maar volgens mij betekenen deze woorden: ‘de vrije schepping, die thuishoort op de meest prestigieuze plaatsen van ons patrimonium.’ En ik interpreteer ze als volgt: ‘Hedendaagse kunstenaars moeten de vrije hand krijgen op de kostbaarste plekken van ons culturele verleden.’ Of nog: ‘Wie zich verzet tegen de ontheiliging van onze cultuurtempels riskeert zware gevangenisstraffen en dito boetes.’ Het is dus, vrees ik, wachten tot Jan Fabre zijn obscene geest mag loslaten in de kathedraal van Chartres …

Architect!

  

Mons ofte Bergen is dit jaar culturele hoofdstad van Europa. Wie dat beslist heeft – en waarom – mag joost weten, want Bergen is niet meteen een naam die je met cultuur associeert, evenmin als het vlakbij gelegen Charleroi trouwens. Maar soit, visies op cultuur verschillen. Dat kwam onlangs nog eens tot uiting. Er was in de stad een modern gebouw neergezet dat er volgens een ambtenaar nogal somber en grauw uitzag (begrippen die ik wél met Mons associeer) en dus probeerde hij het wat op te fleuren door een gedeelte ervan wit te laten schilderen. Groot misbaar van het architectenbureau dat vond dat hun kunstwerk gevandaliseerd was! 

Het was trouwens niet de eerste keer dat in Mons een kunstwerk gevandaliseerd werd. Begin dit jaar stortte een installatie van Arne Quinze (kostprijs 400.000 euro) in elkaar. Geruchten gaan dat iemand er met zijn auto tegenaan gereden is, per ongeluk of opzettelijk. De vraag rijst dan ook of het nieuwe gebouw opzettelijk of per ongeluk gevandaliseerd werd door de ambtenarij van de stad. Er bestaat namelijk nogal wat onvrede over de bedragen die aan al die cultuurprojecten worden besteed. Hoeveel vluchtelingen zou je bijvoorbeeld kunnen opvangen met 400.000 euro? Nu wordt al dat geld gespendeerd aan ‘kunst’ die niet alleen instort, maar die door sommigen ook als geestelijke terreur wordt ervaren. Er rijst nu een andere vraag: is het een misdaad om je te verzetten tegen een misdaad? Ben je een vandaal als je een mallotige constructie van Arne Quinze doet instorten of ben je vrijheidsstrijder? We schreeuwen moord en brand als IS in Palmyra kostbare kunstwerken vernielt. Maar is dat werkelijk hetzelfde als iemand die een Quinze-kunstwerk vernielt? 

Wat er ook van zij, Koen Meulenaere schreef er vandaag het volgende over:

‘In het centrum van Bergen is op de plaats van een oude kazerne een nieuw complex neergepoot, met flats, bureaus, restaurants, well- en fitness, een hamam, een bioscoop, een binnenspeeltuin, kortom: een belevenisgebouw. Geheel in het zwart, om de bezoekers al een depressie te bezorgen nog voor ze binnen stappen. In de meeste beleveniscentra gebeurt dat pas erna. Bij het Waals gewest moet toch één ambtenaar met een minimum aan smaak door de selectieprocedure zijn geglipt, want hij heeft opdracht gegeven een deel van de gevel wit te schilderen. Beide foto’s – voor en na – stonden in de krant en er is geen twijfel mogelijk: de witte gevel is minder erg. 

Het bureau dat de bouwopdracht kreeg – na een eerlijke procedure – kwam uit Bergen zelf. Het had reeds Les Abattoirs gerenoveerd, omen est zelfs in Mons omen. De architect is woedend omdat zijn gebouw toonbaarder is gemaakt en roept uit: ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk dat één gefrustreerde ambtelijke despoot kan beslissen: dit is mooi en dit is lelijk?’ Nee, dat laatste zullen we in het vervolg aan de architecten overlaten. U moet er een bezoeken maar bent zijn huisnummer vergeten? Geen probleem, kijk in de straat waar er tussen allemaal fatsoenlijke woningen één afzichtelijk gedrocht staat: daar is het.’

Heeft Koen gelijk of heeft hij gelijk? Lang geleden, toen ik academie volgde, stelde ik vast dat het zwaarste scheldwoord dat onder kunstenaars ciculeerde ‘architect!’ was. Dieper kon je iemand niet beledigen. Ik begreep dat niet. Wat was er zo weerzinwekkend aan architecten? Toen zag ik wat ze maakten. En alles werd duidelijk … 

  

Onverdoofd slachten

  

De Antwerpse schepen van jeugd, kinderopvang, leefmilieu en dierenwelzijn Nabilla Ait Daoud (N-VA) heeft zich op haar blog nogmaals uitgesproken tegen het onverdoofd slachten van schapen op het Offerfeest. Ze heeft daarbij een foto geplaatst van het verdronken Syrische jongetje Aylan Kurdi en eronder geschreven: Kijk naar deze foto, en je weet wat je moet doen.’

Ik heb deze raadselachtige woorden niet gelezen omdat ik haar blog volg – ik had nog nooit gehoord over Nabilla Ait Daoud – maar omdat de krant ze gepubliceerd heeft. Een mens kan zich afvragen waarom. Het voor de hand liggende antwoord luidt: om te stoken, om verontwaardiging te wekken. Want welke nieuwswaarde heeft dit blogbericht? Mijns inziens: geen. Er zijn vandaag tienduizenden bloggers die de foto van Aylan gepost hebben met een of ander commentaar erbij. Maar Nabilla is lid van de N-VA, ze spreekt zich uit over een heikel thema, en ze gebruikt als voorbeeld een ander heikel thema. Samen geeft dat een cocktail waar misschien wel een brandje mee te stoken valt. En die kans laat een ‘kwaliteitskrant’ natuurlijk niet liggen. Beetje jammer wel dat Nabilla moslima is, anders was de zaak nog een stuk ontvlambaarder geweest. 

Het is een zoveelste voorbeeld van het onophoudelijke gestook van de kranten. Het lijkt mij goed om daarop te wijzen want hoe duidelijker je dat dwangmatige gestook onderkent, des te minder laat je je opstoken, des te minder laat je je meesleuren door de algemene sfeer van verontwaardiging die – laten we het niet vergeten – ook aan de basis ligt van de hele vluchtelingenellende. Want wat heeft het vuur aan de lont gestoken van de wereldbrand die al die mensen nu op de vlucht jaagt? Dat is de verontwaardiging over de aanslag op de twin towers, een aanslag waarvan ik nog altijd overtuigd ben dat hij een inside job was, dat wil zeggen: een gecreëerde of uitgelokte aanleiding om the war on terror te kunnen starten die het Midden-Oosten heeft doen ontploffen, het islam-monster heeft wakker gemaakt en Europa in nauwe schoenen heeft gebracht. Als Amerika zijn verontwaardiging had ingeslikt, en als de media niet meteen oorlog waren beginnen stoken – ik herinner mij nog altijd hysterische, opruiende titels als ‘Amerika in oorlog!’ – dan leefden we nu in een andere, vreedzamer wereld. Met 9/11 begon het tijdperk van de Grote Verontwaardiging en steeds meer Europeanen verdrinken in een (Middellandse?) zee van verontwaardiging, die steeds feller wordt opgezweept. 

Maar dat is niet de eigenlijke reden waarom ik over dat blogbericht van Nabilla begin. Nee, wat me treft in dat bericht is de raadselachtigheid ervan. Kijk naar de foto, schrijft de blogster, en je weet wat je moet doen. Wel, ik kijk naar die foto, maar ik heb geen idee wat ik moet doen. Wat heeft dat verdronken kind nu te maken met het onverdoofd slachten van schapen? Op hetzelfde moment dat ik me die vraag stel, begint me iets te dagen. Dat kind is een ‘arm schaap’, het is het onschuldige slachtoffer geworden van geweld. Het is bijna letterlijk een offerlam dat op het altaar van de oorlog werd geslacht. Hou daarmee op, lijkt Nabilla te zeggen. Hou op met het slachtofferen van onschuldige kinderen en … schapen. 
Op het moment dat ik deze – eigenlijk voor de hand liggende – interpretatie neerschrijf, begin ik te beseffen wat deze moslima hier eigenlijk zegt. Zelf geeft ze als interpretatie dat we dieren niet onnodig moeten laten lijden – net zoals we kinderen niet onnodig moeten laten lijden. Maar wat bedoelt ze daar eigenlijk mee? Dat Aylan verdoofd had moeten worden vóór hij verdronk? Want Nabilla spreekt zich niet uit tegen het slachten van schapen (voor het Offerfeest), ze spreekt zich uit tegen het onverdoofd slachten van schapen. Door dat te vergelijken met de dode Aylan, lijkt ze dus te zeggen: ik heb geen bezwaren tegen het slachtofferen van kinderen, ik vind alleen dat Aylan eerst verdoofd had moeten worden. 

Zou ze dat nu echt bedoeld hebben? Nee, natuurlijk niet. En toch is het de enige rationele verklaring van haar combinatie van beeld en tekst. Het probleem is dat ze die relatie niet doorgedacht heeft, haar interpretatie van het beeld is lukraak, emotioneel, automatisch. Ik kan me bijna voorstellen welke reeks bliksemsnelle verbindingen in haar hersenen de brug hebben geslagen tussen de foto van Aylan Kurdi en het onverdoofd slachten van schapen. Véél te snelle verbindingen, zo snel dat haar bewuste Ik het niet kon volgen en dus ook niet controleren. Het gevolg is dat zij iets zegt wat zij (hoogstwaarschijnlijk) helemaal niet wil zeggen en ook nooit zou zeggen als ze het wel wist. 

Wat veroorzaakt nu die veel te snelle verbindingen? Dat ligt voor de hand, lijkt me: emoties, verontwaardiging. Zij beletten een mens om langzaam en nauwkeurig te denken, zij verleiden de mens ertoe om zich over te geven aan de roes van de snelheid waarmee zaken in de hersenen verbonden worden. Om het antroposofisch te zeggen: het zijn de wilde luciferische emoties en driften die de mens ertoe brengen zich over te geven aan de ahrimanische snelheid van het automatische hersendenken. Verhitte emoties en kille verstandelijkheid gaan hier dus hand in hand. En dát is een opvallend kenmerk van de ‘Arabische ziel’: enerzijds grote zinnelijkheid en hartstocht, anderzijds kille berekening en intellectualiteit. Ik moet onwillekeurig denken aan dat – onwaarschijnlijke – artikel van Rachida Aziz waarover ik het al een paar keer gehad heb. Ze beschrijft hoe haar ziel, die in volkomen rust verkeert, door een heel kleine vonk opeens explodeert zodat haar bloed begint te koken, ze nauwelijks nog kan ademen en er ‘van ergens heel diep’ (!) luide snikken naar boven komen die ze niet onder controle krijgt. Het lijkt wel een epileptische aanval die haar innerlijk  onbedaarlijk doet schokken, snikken en huilen. Alsof ze plots overvallen wordt door een roofdier dat uit haar eigen diepten tevoorschijn springt en haar volledig in shock brengt. Maar toch blijft ze koel redeneren: ze belt onmiddellijk haar advocaat (die waarschijnlijk een zoveelste aanklacht moet indienen) en meteen daarna stelt ze een vier-stappenplan op dat het Vlaamse racisme moet indijken. 

Hoe doe je dat, vraag ik me af, overspoeld worden door heftige emoties en tegelijk koel berekend te werk gaan? Daar moet je toch een enorme tegenwoordigheid van geest voor hebben! Als ik geëmotioneerd ben, dan kan ik helemaal niet denken, dan moet ik spartelen om het hoofd boven water te houden. Om nuchter en rationeel te kunnen denken, moet het zowel binnen als buiten me rustig en kalm zijn. Maar beide samen? Nee, dat kan ik me niet voorstellen. Tenzij een andere geest dan de mijne het van mij overneemt, en doet wat ik zelf niet kan: de uitersten met elkaar verbinden, emotionele hitte en intellectuele kilte. Dat is volgens mij wat Rachida Aziz overkomen is: door de schok – die nochtans héél klein was – nam een andere geest het van haar over, een onwaarschijnlijk haatdragende geest die eigenlijk liefst van al alle niet-moslims een kopje kleiner zou maken. Ik kan me niet goed voorstellen dat Rachida Aziz zo denkt of voelt, laat staan dat zou willen. Maar als ze begint te schrijven neemt een kwaadaardige geest van haar bezit en laat haar onvoorstelbare dingen zeggen. Als antroposoof denk je dan natuurlijk aan Steiners voorspelling dat Ahriman zou schrijven, op alle mogelijke manieren zou schrijven. 

Je denkt dan ook aan Steiners aanmaning dat Ahriman onderkend moet worden. We moeten hem ontmaskeren. En dat doe je volgens mij wanneer je probeert het mechanisme te doorgronden waardoor die onwaarschijnlijk haatdragende, sluwe, geraffineerde, intellectualistische teksten van Ahriman ontstaan. Ik meen daarbij te zien hoe Lucifer eerst de vonk levert die een explosie van verontwaardiging doet ontstaan, waarna Ahriman van de consternatie gebruik maakt om het denken over te nemen. En omdat vooral de Arabische ziel of aard daar – door zijn sterke dualisme (dat we herkennen in het woestijnklimaat: overdag verzengend heet, ’s nachts vrieskoud) – zeer vatbaar voor is, manifesteert Ahriman zich het duidelijkst in de islamwereld. Maar juist omdat hij zo innig samenwerkt met Lucifer speelt op de achtergrond een andere, nog veel machtiger geest mee: de Antichrist, het beest uit de Apocalyps. En dat beest manifesteert zich natuurlijk niet alleen in de wereld van de islam, het is ook – en vooral – in het Westen werkzaam. Vooral, omdat het mij voorkomt dat hij in de moslimwereld – en hier wordt het verwarrend – vooral zijn (extraverte) luciferische kant laat zien, terwijl in het Westen vooral zijn (introverte, verborgen) ahrimanische kant werkzaam is.  

Ik denk dat we onderscheid moeten maken tussen de klassieke Lucifer en Ahriman en de hedendaagse Lucifer en Ahriman. Het eerste (duivels)koppel vormt een duidelijke dualiteit, een scherpe tegenstelling. Het tweede (beestige) koppel is als een Januskop die snel ronddraait zodat beide tegenpolen in elkaar overvloeien tot een schijnbare eenheid. En juist die schijnbare eenheid is zo gevaarlijk omdat ze – zonder een scherp onderscheidend bewustzijn, dat wil zeggen zonder een nauwkeurig, zorgvuldig en traag denken – gemakkelijk verwisseld kan worden met de tegenovergestelde christelijke eenheid. Want allebei vormen ze een triniteit: zowel Christus als de Antichrist verbinden Lucifer en Ahriman met elkaar. Ze verbinden beide echter op een heel andere manier, en het is aan die manier dat ze te herkennen vallen.

Eigenlijk was het dát wat me het meest trof in die blog van Nabilla Ait Daoud: haar eigenaardige manier om woord en beeld met elkaar te verbinden. Woorden zijn ahrimanischer, beelden zijn luciferischer. Ik wil daarmee niet zeggen dat Nabilla geïnspireerd werd door de Antichrist, want op de achtergrond meen ik ook Christus te ontwaren. Want er is nog een andere interpretatie mogelijk van haar vreemde blogbericht. In plaats van er een (cynisch en antichristelijk) pleidooi in te zien om kinderen te verdoven vóór ze verdronken, onthoofd, verkracht of op een andere manier ‘geofferd’ worden, zou je er ook een (gedurfd en christelijk) pleidooi in kunnen zien om gewoon op te houden met slachten, of het nu kinderen of schapen zijn. We mogen niet vergeten dat in de voor-christelijke culturen (zoals bijvoorbeeld het jodendom) het slachtofferen van dieren heel gewoon was. De tempel van Jeruzalem, de heiligste plaats voor de joden, werd met Pesach (het christelijke Pasen) herschapen in een slachthuis. Men waadde er werkelijk door het bloed. Het moet (in onze ogen) iets verschrikkelijks zijn geweest, maar in voorchristelijke ogen was het een heilig ritueel dat de mens nader bracht tot God.

Ik denk dat we te weinig beseffen hoe groot de afstand is tussen onze christelijke cultuur en bijvoorbeeld de moslimcultuur, waar de voorchristelijke praktijk van het offeren van schapen nog altijd (en misschien zelfs meer dan ooit) in ere wordt gehouden. Wij gruwelen van dat jaarlijkse bloedbad en we komen er ook in verzet tegen (ook al snijden we daarmee, als vleeseters, in ons eigen vlees (sic)), maar moslims kijken daar heel anders tegen aan. Dat blijkt ook uit het gemak waarmee moslims – vroeger en nu – bloedbaden aanricht(t)en. Ik denk zelfs dat ze daarbij in een soort religieuze extase raken die hen het gevoel geeft dat ze dichter bij God komen. In ons land hebben moslims inmiddels klacht ingediend tegen minister Weyts. Ze willen hem dwingen om de wet op het onverdoofd slachten te herzien. Ik denk dat dit een heel belangrijke krachtmeting is. Als – God verhoede het – Weyts gedwongen zou worden de wet weer in te trekken, dan zal dat voor de moslimfundamentalisten een grote morele overwinning zijn, een erkenning van hun recht op het aanrichten van bloedbaden. Als ze daarentegen in het zand bijten dan kan dat een eerste stap zijn in het overwinnen van die pre-christelijke woestijncultuur. En dat laatste zal maar stap voor stap kunnen gebeuren, want we hebben het al veel te ver laten komen, die verwisseling van Christus en de Antichrist … 

The noble art

  

Ik zie toevallig een filmpje op de Facebookpagina van An. Op de Deense televisie wordt een man geïnterviewd die betoogt dat de media een misvormd beeld ophangen van de toestand in de wereld. Ze focussen allemaal op wat er verkeerd gaat, maar besteden geen aandacht aan het feit dat de algemene toestand overal verbetert, zij het langzaam en geleidelijk. Neem nu Nigeria, zegt hij, dat land is erop vooruitgegaan, er zijn democratische verkiezingen, het onderwijs is geregeld, de gezondheidszorg is verbeterd, de … Dan onderbreekt de interviewer hem: maar dat land wordt toch geteisterd door Boko Haram? Ja, antwoordt de ander, in een bepaald gebied is dat inderdaad het geval. Maar dat is slechts een klein gedeelte van Nigeria. Als ik jou mijn schoen toon – en hij legt daadwerkelijk zijn voet op tafel – wat zegt dat dan over mij? Ga je mij beoordelen aan de hand van mijn schoenzool? En dat is precies wat jullie doen: jullie concentreren je op de schoenzool van de wereld, op het smerigste deel, en dat noemen jullie dan ‘de werkelijkheid’. Hij somt nog een aantal zaken op die nooit de media halen, tot de interviewer protesteert en zegt: ja maar, hoe weet u dat allemaal? Waarop de geïnterviewde antwoordt: ik baseer mij op cijfers van de UN en (hij noemt) nog een paar grote instellingen. Die cijfers, zegt hij, worden algemeen aanvaard, ze zijn niet controversieel, ze staan niet ter discussie. En dan maakt hij een kleine maar fatale fout. In het vuur van zijn betoog zegt hij: ik heb gelijk en jij bent verkeerd. Waarop de camera meteen naar de interviewer zwenkt, die zich ostentatief naar de kijkers wendt, de handen omhoog heft en glimlachend met zijn hoofd schudt als om te zeggen: wat begin je met zo’n man! Daar kun je eenvoudig niet mee praten! 

Wat er tijdens dit interview gebeurt, is het volgende. Er wordt een man geïnterviewd. Ik weet niet wie hij is, maar hij heeft een punt en hij verdedigt het op rationele en overtuigende wijze. Waarschijnlijk beseft hij heel goed dat zijn betoog hem niet in dank zal afgenomen worden, want het is een fundamentele en terechte kritiek op de algemene stemmingmakerij in de media. Daarom praat hij snel en met grote nadruk, wat niet meteen een goede indruk maakt. Toch drijft hij de ander in het nauw. Hij is duidelijk aan de winnende hand in dit gesprek, dat wil zeggen: zijn argumenten wegen het zwaarst en de televisieman kan ze niet weerleggen. De laatste doet nog een laatste poging, maar juist daardoor geeft hij de ander de kans om de genadeslag te geven. De geïnterviewde zegt namelijk: ik baseer me op cijfers die niet ter discussie staan. Daarmee bedoelt hij: ik baseer me op feiten die algemeen erkend worden, ook door jullie dus. Maar jullie verzwijgen die feiten, jullie verdraaien ze: terwijl ze duidelijk aangeven dat de wereld er op vooruitgaat, keren jullie dat gewoon om. 

Dat is wat je noemt een knock out. De man slaat de nagel op de kop en de ander kan daar niks zinnigs meer tegen in brengen. Maar dan maakt de ‘overwinnaar’ een fatale fout: hij triomfeert. In plaats van terug naar het midden van de ring te stappen, zoals dat in the noble art of boxing gebruikelijk is, beukt hij nog één keer op de gevallen tegenstander in. Hij zegt: ik heb gelijk en jij bent verkeerd. Anders gezegd: ik heb gewonnen, jij hebt verloren. Hij heeft natuurlijk gelijk, hij heeft dit gevecht-met-woorden inderdaad gewonnen. Maar juist doordat hij die laatste slag uitdeelt, verandert zijn overwinning opeens in een nederlaag. In de kunst van het boksen (met vuisten of met woorden) wordt een overwinning niet erkend als de overwinnaar zich niet aan de regels houdt, als hij bijvoorbeeld een weerloze tegenstander aanvalt. Hij wordt dan beschouwd als iemand die de sport naar beneden haalt, als een straatvechter, iemand die niet thuishoort in de ring. De televisieman weet dat heel goed, want het is (helaas) zijn vak om het publiek te bespelen en hij reageert dan ook bliksemsnel. Met een simpel gebaar geeft hij te kennen: zie je wat deze man doet? Hij valt een weerloze aan! Hij speculeert op de morele verontwaardiging van de kijker om op die manier zijn smadelijke nederlaag (hij speelde een thuismatch) om te buigen tot een triomfantelijke overwinning en de media-criticus te kijk te stellen als een moreel inferieure figuur, iemand die weerzin opwekt. 

De fout die de geïnterviewde maakt, is ogenschijnlijk heel klein. Eigenlijk is het niet meer dan een verspreking. In plaats van te zeggen ‘ik heb gelijk en jij bent verkeerd’ had hij moeten zwijgen en de waarheid voor zichzelf laten spreken. Maar hij eiste de overwinning voor zichzelf op. Hij zei: ik heb gewonnen. En dat was een fatale fout die ingaat tegen het wezen van een gesprek. Want in een goed gesprek wint de waarheid, niet één van beide sprekers. In een goed gesprek wint iederéén, ook degene die zogezegd verliest. Er zijn geen verliezers in een goed gesprek, en als ze er toch zijn dan is het geen goed gesprek. Door zijn overwinning te claimen maakte de geïnterviewde van een goed gesprek een slecht gesprek. Door te triomferen sloeg hij zijn eigen ruiten in. En ook die van de ander, want die werd erdoor verleid om precies hetzelfde te doen: te triomferen en de overwinning alsnog in de wacht te slepen. Dat is dan ook het uiteindelijke beeld dat achterblijft na dit slecht aflopende gesprek: twee triomfators die allebei verliezen. 

Open brief aan de vluchtelingen

  

Onderstaande ‘open brief’ vond ik op de-bron.org en hij is geschreven door Rob Lemeire in naam van de redactie. Hij lijkt mij een evenwichtige en realistische visie te vertolken, maar helaas zijn de zogenaamde mainstreammedia daar niet in geïnteresseerd. 

Geachte vluchtelingen,

U komt naar ons land wegens dwingende politieke, economische en/of sociale redenen, en omdat u weet dat u bij ons, Europeanen, reële kansen krijgt om een nieuw leven te beginnen. Zo’n kans krijgt u niet in veel andere landen, zeker niet in rijke moslimlanden met een ‘gesloten’ samenleving zoals Saoedi-Arabië: die staan enkel open voor arbeiders die uit wanhoop met verkapte slavernij genoegen nemen, voor hooggeschoolde specialisten die er slechts tijdelijk leven, of voor moslims op bedevaart die nadien het land snel weer moeten verlaten. Bij ons vindt u heel wat meer respect, maar dat wist u al, anders zou u niet naar hier komen.
Europa is een open samenleving met verschillende godsdiensten die op voet van gelijkheid leven. De steun aan dat humane en democratische ideaal blijft hier groot, maar door de grote stroom van vluchtelingen komt het onder zware druk te staan. Daarom richt ik mij tot u om uw hulp te vragen. Het is namelijk zo dat de opvang en de integratie van recente groepen immigranten nu reeds grote problemen veroorzaakt, zelfs in die mate dat velen hier geen betere toekomst vinden. Daarnaast stelt zich een probleem van wederzijds respect. U komt bij ons, en velen onder u vragen dat ook nog veel andere vluchtelingen naar hier zouden mogen komen. Maar we merken bij bepaalde vluchtelingen een openlijke vijandigheid tegenover onze wetten en onze cultuur. Zo werden hier niet-islamitische religieuze symbolen vernietigd. Dat wekt veel onbehagen en ongerustheid op.
U komt bij ons met de hoop op een betere toekomst, maar sommigen – met name diegenen die de sharia overal willen zien heersen – steken onze democratische instellingen, wetten en cultuur een mes in de rug. Teveel van die moslims luisteren liever naar de propaganda vanuit antidemocratische staten zoals Saoedi-Arabië, staten waar u niet eens naar wilt vertrekken. Daarin schuilt een gevaar: die mensen willen van Europa een streng volgens de sharia geregeerd land maken.
U hebt het waarschijnlijk wel begrepen: we zullen nooit religieuze en maatschappelijke regels aanvaarden die onverzoenbaar zijn met onze wetten en onze manier van leven. Integratie, en uw succesvol verblijf hier, betekent dus ook dat uw gedrag en maatschappelijke eisen verzoenbaar moeten zijn met onze wetten. De rode lijn is dus duidelijk: hier gelden de universele mensenrechten. Weet daarbij dat onze hoogste rechters oordeelden dat de sharia daarmee onverzoenbaar is.
Sommige vluchtelingen menen verder dat Europa niet het recht zou hebben om zelf te beoordelen hoe het de verschillende soorten vluchtelingen – oorlogsvluchtelingen, echte politieke activisten of economische vluchtelingen die gewoon een betere toekomst zoeken – het best kan helpen. Laten we het even serieus houden: zo’n visie is agressief en uiterst schadelijk voor alle echte en eerlijke vluchtelingen.
Daarom wil ik u vragen te begrijpen dat wij Europeanen niet zomaar met open armen kunnen klaarstaan om hulpbehoevenden te helpen. We moeten kieskeurig zijn en een beleid voeren waarbij Europa haar cultuur en wetten kan behouden om het land van belofte te kunnen blijven voor de verschoppelingen van deze wereld. Dit kan enkel indien u, als u onze landen binnenkomt, loyale nieuwe Europeanen wordt. Dat wil niet zeggen dat u uw wortels thuis moet laten, maar wel dat uw takken zich horen te verstrengelen met de onze, en uw stammen in dezelfde richting moeten groeien als die van ons. Dat laatste is inderdaad niet altijd zo gemakkelijk, temeer omdat veel Europeanen niet meer weten in welke richting hún stam moet groeien.
Bedankt alvast om deze brief te willen lezen en mijn voorstel tot wederkerige vriendschap en samenwerking te overwegen.

Rob Lemeire

Gott mit uns!

  

In de krant lees ik vandaag de volgende titel:

BLIKOPENER: Hoe Aylan in beeld kwam, waarom het uitkijken is met de ‘voor wat hoort wat’-retoriek en hoe de nazi’s voor geruchten blijven zorgen.

Drie berichten in één titel en ze doen alledrie hetzelfde: stemming maken, de gemoederen ophitsen.


Hoe Aylan in beeld kwam refeert naar de morele superioriteit van De Standaard die, anders dan de anderen, de beelden van Aylan ‘met schroom’ behandelde.

Waarom het uitkijken is met de ‘voor wat hoort wat’-retoriek refereert naar het rechtse gedachtengoed in Vlaanderen dat door de vluchtelingenproblematiek dreigt op te leven. 

Hoe de nazi’s voor geruchten blijven zorgen suggereert dat het nazisme op de loer ligt en dat de concentratiekampen niet veraf meer zijn.

Uiteraard gebeurt dit refereren en suggereren op subtiele, geraffineerde wijze. Tenslotte zijn het allemaal beschaafde mensen daar op de krantenredactie, geen barbaren zoals in de sociale media die botweg roepen: wij zijn de goeden en de anderen moeten zich aanpassen of ze kunnen oprotten! Maar in de grond komt het op hetzelfde neer. De vorm is anders maar de boodschap is dezelfde: Gott mit uns! Het goede is met ons en wij trekken ten strijde tegen het kwade! Met andere woorden: oorlogsretoriek verpakt als een boodschap van vrede.