Michaël 2015

door lievendebrouwere

  

Het was al langer duidelijk dat het niks zou worden op de markt in Brugge, maar toen Michaël er aankwam wilde ik nog een allerlaatste keer mijn kraam opstellen, bij wijze van afscheid zeg maar. Tenslotte heb ik de markt op de Dijver 12 jaar lang bijna ieder weekend bezocht (waarvan de laatste twee jaar zelfstandig) en dat schept een band. Omdat het allemaal begon op een stralende Paasdag, leek het me symbolisch om er op een mooie St.Michielsdag een punt achter te zetten. Maar dat was zonder m’n oudste dochter Helena gerekend. Ze bracht de auto veel te laat terug zodat er geen tijd meer was om in te laden. Mijn Laatste Marktdag ging dus niet door. Ik besloot hem dan maar te vervangen door een dagje aan zee. Zo zag ik ook mijn vrouw nog eens. Het beloofde trouwens prachtig weer te worden. 

Maar ook plan B ging niet door. Het begon nochtans goed. Na een voorspoedige reis bereikten we de kust. Zoals gewoonlijk parkeerden we voor het Zeepreventorium en beklommen daarna het weggetje dat leidt naar het hoogste punt van De Haan. En ja, ze was er nog altijd, de zee! Maar ze zag er vreemd uit. Niet alleen leek ze veel kleiner dan anders, maar met enige verbeelding kon je haar ook zien als een donkere, massieve muur die de wereld afsloot en op de bovenste rand waarvan windmolens stonden, als evenzovele kruisen. Nog vreemder was echter wat zich beneden op het strand afspeelde: zover het oog reikte zagen we mensen met … honden, duizenden mensen met duizenden honden. We konden onze ogen niet geloven. Onze oren trouwens ook niet. De lucht was vergeven van geblaf en gejank. Later zouden we in het dorp een affiche zien: ‘zondag 27 september: hondenwandeling’! We waren te verbijsterd om verontwaardigd te zijn over deze brutale bezetting van het strand. Het was alsof alle hondenliefhebbers van België verzamelen hadden geblazen in De Haan. Uitgerekend op deze dag.

Wandelen langs het water, luieren in het zand, genieten van de zon en luisteren naar ‘het lied van de golven’: het zat er allemaal niet in. We trokken dan maar de duinen en de bosjes in, over een paar uur zou het wel voorbij zijn. Maar het was niet voorbij. Om vier uur zag het strand nog altijd zwart van het hondenvolk. Ze bléven maar komen. Je kon zelfs niet op je gemak in de duinen zitten: voortdurend kwamen honden je lastig vallen. Het was gewoon niet te harden. We besloten naar huis terug te keren. Zo waren we misschien de file nog voor, dat was dan toch dat. Op de terugweg dacht ik: hoeveel van die hondenliefhebbers zouden geweten hebben dat de hond symbool staat voor Ahriman en dat Michaël dus de Grote Hondenbestrijder is? Waarschijnlijk niet één. En toch liepen ze in een eindeloze stoet over het strand, uitgerekend twee dagen voor zijn feest. Toeval?

Voor de tweede keer in twee dagen werden m’n plannen doorkruist. Eerst viel m’n Laatste Marktdag in het water, nu m’n Laatste Dag aan Zee (want het zal er dit jaar wel niet meer van komen). Michaël lijkt voor mij in het teken te staan van de Gedwarsboomde Plannen. Want verleden jaar gebeurde precies hetzelfde. Uitgerekend in de Michaëltijd werd het duidelijk dat mijn plan om te gaan schilderen in duigen zou vallen. Toen ik er – een jaar of zeven geleden – aan begon, wist ik: dit is mijn laatste kans! Ik had m’n bekomst van het schrijven – dat leverde toch niks op dan rugpijn – en dus keerde ik terug naar mijn oude liefde: de kunst, maar nu in kleur. Het werd een enorme worsteling en meer dan eens stond ik op het punt het op te geven. Maar dan gebeurde er telkens iets waardoor ik weer moed vatte en het gevoel kreeg dat ik geholpen werd. De Brugse folkloremarkt was de laatste van die ‘aanmoedigingen’: zij zou het financieel mogelijk maken mijn schilderdroom te realiseren.

Dat was tenminste het plan. Maar na een veelbelovende start zakte de verkoop steeds dieper weg tot ik ten slotte niks meer verkocht. In de weken vóór Michaël vatte ik dan – noodgedwongen – het plan op om weer portretten en karikaturen te gaan tekenen. Daar had ik vroeger altijd succes mee gehad en uiteindelijk was het ook het enige dat ik echt met hart en ziel deed. Maar ook dát plan viel in duigen. En alsof het allemaal nog niet genoeg was, kwam vlak daarna de genadeslag: de monsterboete van de RVA. Dat was de derde uppercut en ik ging tegen de vlakte. Uit alle macht probeerde ik te begrijpen wat me overkwam, maar ik slaagde er niet in het raadsel op te lossen. Want het wás een raadsel. Of moest ik  geloven dat deze drievoudige ‘aanslag’ louter toeval was?

En moet ik ook geloven dat het toeval is dat ik dit jaar opnieuw drie uppercuts krijg met Michaël? Toegegeven, het dwarsbomen van mijn Laatste Marktdag en mijn Laatste Dag-aan-Zee kun je bezwaarlijk uppercuts noemen, maar toch, ze hadden allebei een vreemd karakter. Helena wist dat ik de auto nodig had, dat was afgesproken en tot nog toe is dat altijd goed gegaan, maar uitgerekend nu, op die voor mij toch wel speciale dag laat ze het, zonder aanwijsbare reden, afweten. De reden waarom ook plan B in duigen viel, was nog een stuk vreemder: een hondenwandeling! Wie bedenkt zoiets? En dan nog op Michaël? Maar helemáál vreemd werd het toen de derde uppercut viel. 

Daarvoor moet ik enkele maanden terug in de tijd. In het zomernummer van Antroposofie Vandaag verscheen dit jaar een column van Werner Govaerts waarin hij het ontwikkelen van nieuwe gevoelens bepleitte naar het voorbeeld van de moderne kunst. Eerst keek ik alleen maar vreemd op: nieuwe gevoelens, wat moest ik mij daarbij voorstellen? Maar al vlug drong de onverkwikkelijke waarheid tot me door: die ‘nieuwe’ gevoelens waren … omgekeerde gevoelens! Want de moderne kunst vraagt van de kijker dat hij leert bewonderen wat hij verafschuwt, en verafschuwen wat hij bewondert. Zoniet wordt hij beschouwd als een cultuurbarbaar. En dát stelde Werner Govaerts voor als de antroposofie van de toekomst! 

Ik kon m’n ogen niet geloven, maar tegelijk verbaasde het me niet. Ik zie al langer dan vandaag hoe onder het mom van ‘moderne kunst’ allerlei perversiteiten de antroposofie binnendringen. Doorgaans bijt ik dan m’n tong af want het is vechten tegen de bierkaai als je het opneemt tegen ‘de kunst van onze tijd’. Maar soms wordt het me teveel, en dan zeg ik wat ik ervan denk, wat me doorgaans zeer kwalijk wordt genomen. Ik aarzelde dus om te reageren. Wat voor zin had het trouwens? Ik kende de ‘hedendaagse’ geest goed genoeg om te weten dat je het van hem niet kunt winnen. Maar was dat een reden om me erbij neer te leggen? Moet je echt kunnen winnen om te vechten? Of moet ook de verloren strijd gestreden worden?

Na veel wikken en wegen besloot ik het toch te doen. Mijn reactie zou verschijnen met Michaël, en dat leek me wel een geschikt moment om een heikel thema aan te snijden. Ik deed mijn uiterste best om al het persoonlijke en emotionele uit mijn kritiek te weren, en ik hield het zo kort en bondig mogelijk want ik wilde ruimte openlaten voor een gesprek. Wat me namelijk het meest stoort aan de ‘hedendaagse’ kunst is dat ze ieder gesprek onmogelijk maakt, dat ze geen tegenspraak duldt, dat ze zich uitgeeft voor de enige, echte waarheid – en dat ze tegelijk beweert dat het net andersom is. Het enige wat ik wilde was het blinde geloof in deze ‘kunst’ in vraag stellen en mensen ertoe bewegen om ook eens naar haar daden te kijken in plaats van alleen maar naar haar woorden te luisteren. Tenslotte gaat het in de kunst om wat een kunstenaar doet, niet om wat hij zegt. Is dat trouwens ook niet Michaëls ingesteldheid?

Toen volgde de derde uppercut. Het herfstnummer van Antroposofie Vandaag verscheen, met daarin een lang artikel van Werner Govaerts over kunst, maar … geen spoor van mijn reactie. Men had ze gewoon niet gepubliceerd, zomaar, zonder enige uitleg of verwittiging. Ik had er het raden naar waarom. Of hadden ze mijn reactie misschien niet ontvangen? Plaatsgebrek kon het alleszins niet zijn, want mijn reactie besloeg nauwelijks één bladzijde. En dan nog. Een woordje uitleg was toch het minste wat ik mocht verwachten? Ik mailde naar Werner: geen antwoord. We zijn intussen twee dagen verder: nog altijd niets. Ik doe mijn best om geen overhaaste conclusies te trekken, maar het vermoeden groeit dat ik ben ‘kalltgestellt‘. Ik hoop van harte dat het niet zo is, want als de praktijken van de ‘hedendaagse’ kunst ook doordringen in de antroposofische beweging dan moet er niet alleen gesproken worden van omgekeerde gevoelens, maar ook van omgekeerde antroposofie. 

Wat er ook van zij, het niet-verschijnen van mijn reactie – om welke reden ook – is mijn derde opeenvolgende plan dat dit jaar met Michaël gedwarsboomd wordt. Het treft me extra hard want dit keer gaat het niet om tekenen en schilderen, maar om schrijven en denken. Toen mij verleden jaar zo bruusk de (artistieke) weg van het tekenen en schilderen versperd werd, kon ik dat nog opvatten als een teken dat ik de andere (wetenschappelijke) weg moest volgen, die van het schrijven. Maar nu ook die tweede weg versperd wordt, weet ik niet meer wat ik ervan moet denken. Als ik in de antroposofische wereld niet meer over kunst kan spreken of schrijven, dan kan ik dat nergens meer, want buiten die wereld moet ik echt niet afkomen met mijn antroposofische visie op kunst. Anders gezegd: ik heb het gevoel dat allebei mijn armen worden afgesneden. 

Verleden jaar met Michaël: drie uppercuts, dit jaar met Michaël: drie uppercuts. Verleden jaar m’n ene (artistieke) arm afgesneden, dit jaar m’n tweede (wetenschappelijke) arm afgesneden. Allemaal toeval? Ik ben echt niet iemand die overal verborgen betekenissen in ziet. Dat doe ik zelfs niet met kunstwerken of films. Maar deze twee opeenvolgende Michaëls kan ik toch echt niet meer negeren. Het is alsof ik ergens met mijn neus word op gedrukt, alsof Michaël mij iets wil zeggen. Of is het gewoon de draak die een spelletje met me speelt, en die me duidelijk wil maken: IK ben het die hier de baas is, 29 september is MIJN feest en niet langer dat van Michaël? Maar spreekt de draak werkelijk in termen van drie? En zou hij mij eerst een film zoals The Exorcist laten zien, een film waarin hij verslagen wordt? 

Eén ding lijkt wel zeker: wat me overkomt heeft met Michaël en de draak te maken. Alles speelt zich af rond 29 september, de grote honden-processie spreekt voor zich, en ook over The Exorcist kan geen twijfel bestaan: dit gaat over de strijd met de draak. Het was trouwens echt geen opzet dat ik uitgerekend nu deze film opnieuw bekeek. Ik was ook danig verrast dat ik pas nu zijn esoterische dimensie ontdekte. Nee, hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik geneigd ben te denken dat Michaël me iets wil zeggen. Maar wat? Verleden jaar heb ik mijn tanden stukgebeten op het raadsel dat hij me opgaf en dit jaar lijkt het niet minder moeilijk te worden. Maar opnieuw: is dat een reden om het niet te proberen? De strijd met de draak wordt nooit gewonnen, en toch moet hij gestreden worden.   

(Wordt vervolgd)

Advertenties