1003

door lievendebrouwere

   

 
De belangrijkste gebeurtenis van onze tijd is de wederkomst van Christus. De belangrijkste opgave van onze tijd is de bewustwording van die gebeurtenis. Want zonder bewustzijn brengt de wederkomst van Christus het grootst mogelijke onheil over de wereld. Dat zien we nu al honderd jaar gebeuren: nog nooit heeft de wereld zoveel dood, vernietiging en ellende gekend. Tragischer kan het niet: we beleven de wederkomst van Christus – het wezen van de liefde – en dat resulteert in een nooit geziene uitbarsting van haat en geweld. Toch is het volkomen logisch: als het goede verschijnt, moet ook het kwaad verschijnen, anders zou de mens geen vrije keuze hebben. De wederkomst van Christus zou dan het paradijs op aarde brengen en iedereen zou gelukkig zijn. Maar de vraag zou rijzen: kon Christus niet wat eerder gekomen? Waarom liet hij de mensheid zolang in de penarie zitten? Ja, waarom was al die penarie nodig? 

Het lijden van de mensheid heeft slechts zin in het licht van de vrijheid. Zonder het kwaad zouden we ons niet kunnen ontwikkelen tot vrije mensen. Als de wederkomst van Christus niet gepaard ging met de wederkomst van de Antichrist dan zou ze onze moeizaam veroverde vrijheid tenietdoen. De hele mensheidsgeschiedenis zou gereduceerd worden tot een kwalijke grap. Om dezelfde reden kunnen Christus en de Antichrist ook niet duidelijk herkenbaar en gescheiden verschijnen. Niemand kiest immers voor een wezen dat hem haat als hij ook kan kiezen voor een wezen dat hem liefheeft. Van een vrije keuze kan maar sprake zijn als beide geesten moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, als het een inspanning vergt om voor het goede te kiezen. En aangezien het gaat om een extreme tegenstelling – het absoluut goede tegenover het absoluut kwade – moet de keuze extreem moeilijk zijn.  

Dat is alleen mogelijk als Christus en de Antichrist als een eenheid verschijnen. Dat strookt ook met het wezen van Christus: hij is louter liefde, hij wijst het kwaad niet af maar omarmt het. Hij neemt het kwaad in zich op en wordt er één mee. Daarom valt hij zo moeilijk te onderscheiden van de Antichrist. Daarom ook werd hij tweeduizend jaar geleden terechtgesteld als een misdadiger: omdat men in hem de Antichrist zag, een Godslasteraar, iemand die zich uitgaf voor de Messias. En dat gebeurt ook vandaag weer. De wedergekomen Christus wordt opnieuw voor de Antichrist gehouden. Beiden worden verwisseld omdat ze niet onderscheiden worden. Daarom slaat de mensheid Christus opnieuw aan het kruis – dit keer niet op fysiek-materieel vlak, maar op etherisch-geestelijk vlak. 

Bewust worden van Christus’ wederkomst betekent in de eerste plaats: onderscheid maken tussen de echte Christus en de valse. Dat vergt een strijd met de draak, want die wil dat onderscheid juist uitwissen. Daarom moet de strijd met de draak een bewustzijnsstrijd zijn, anders wordt het een strijd tegen Christus in naam van Christus. Deze ‘omgekeerde’ strijd wordt vandaag overal gevoerd: overal laait de verontwaardiging over het kwaad in de wereld hoog op, overal wordt het verwoed bestreden. Het is een ‘heilige’ strijd die gestreden wordt in naam van de meest verheven mensheidsidealen. Daarom is hij ook zo fanatiek, zo vernietigend, zo onmenselijk. Want het is een blinde strijd: we zien niet waartegen we strijden, we strijden zonder onderscheid te maken. Op die manier keert de Antichrist onze blinde liefde voor Christus om tot blinde haat en brengt hij ons ertoe hem met inzet van al onze krachten te bestrijden. En omdat Christus ons eigen diepste wezen is, is deze ‘heilige’ strijd een strijd tegen onszelf, een zelfvernietigende strijd. 

Alleen door onderscheid te maken tussen Christus en de Antichrist kunnen we voorkomen dat de mensheid een strijd van allen-tegen-allen ontketent. Maar hoe is dat mogelijk als we geen geestelijke wezens kunnen waarnemen? Zeker, we hebben de antroposofie, waarin Rudolf Steiner een uitgebreid beeld schetst van de geestelijke wereld. Maar zolang we die wereld niet kunnen waarnemen, blijft de geesteswetenschap abstract en theoretisch. Ze helpt ons nauwelijks om onderscheid te maken tussen goed en kwaad in een wereld die steeds ingewikkelder en steeds chaotischer wordt. We mogen niet vergeten dat nogal wat antroposofen zich destijds hebben laten misleiden door het nazisme. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, ze zagen geen wezenlijk verschil tussen Steiner en Hitler. Hun enthousiasme voor de eerste plantten ze gewoon over op de tweede. Ook vandaag zijn er heel wat antroposofen die met veel sympathie spreken over de islam en hun ogen sluiten voor de antichristelijke geest die er werkzaam in is. Er zijn er zelfs die zich tot de islam bekeren …  

Nee, de geesteswetenschap is geen garantie voor een duidelijk onderscheid tussen Christus en de Antichrist. Dat wordt ze pas als we haar verbinden met de kunst, want de kunst is in onze tijd de enige manier waarop we nog tot een echte waarneming van de geestelijke wereld kunnen komen. De religie biedt die mogelijkheid niet meer. Haar plaats is ingenomen door de kunst. Zij is vandaag onze navelstreng met de geestelijke wereld. Zonder haar kunnen we geen mens meer blijven. We staan er zelden bij stil, maar we zouden niet meer kunnen leven zonder muziek, zonder beelden, zonder teksten, zonder kunst in al haar vormen. We zouden doodeenvoudig gek worden. De zielepijn om te moeten leven in een louter materiële wereld, zonder enig contact met de geest, zou zo ondraaglijk worden dat hij alleen nog met grof geweld verdoofd kon worden. Zonder kunst worden we regelrecht in de armen van de Antichrist gedreven, en de antroposofie kan ons daar niet van weerhouden. 

Daarom richt de Antichrist zijn meest vernietigende pijlen niet op de antroposofie maar op de kunst. Nergens ontbindt hij zo zijn duivels, nergens oefent hij zoveel macht uit. Het is beslist geen toeval dat in de moderne islam kunst verboden wordt. Zelfs vrouwen mogen zich niet meer mooi maken. Deze vrouwelijke behoefte is dan ook een oervorm van kunst, ze is een herinnering aan hoe de mens als ziel ‘gekleed’ was in de geestelijke wereld. Door vrouwen te dwingen zich te hullen in zwarte sluiers en gewaden, verraadt de islam zijn materialistische karakter. Het feit dat het Westen zich daar nauwelijks aan stoort en dit soort praktijken zelfs verdedigt, geeft aan dat ook hier de Antichrist zijn anti-kunstzinnige werk grondig gedaan heeft. Hij heeft de moderne mens zo ongevoelig gemaakt voor het kunstzinnige dat hij geen verschil meer ziet tussen kunst en anti-kunst. 

De Antichrist weet heel goed dat hij alleen ontmaskerd kan worden door een kunstzinnig onderscheidingsvermogen. Met zijn gewone verstand heeft de mens immers geen toegang meer tot de wereld van de geest, hij is er volkomen blind voor geworden. Hij merkt dus niet dat de geest steeds meer doordringt in de materiële wereld en deze kunstzinniger maakt. Hij beseft ook niet dat wie blind is voor de kunst ook blind voor de moderne werkelijkheid. En dat is precies wat de Antichrist wil: een blinde mensheid die hulpeloos rondtast in een duistere wereld waar ze geen verschil meer ziet tussen goed en kwaad. Zo’n mensheid heeft hij reeds gecreëerd in de wereld van de kunst en zo’n mensheid creëert hij nu ook daarbuiten. Hij hoeft daar zelfs niks voor te doen, want hoe verder de impuls van de wedergekomen Christus zich uitbreidt, des te meer wordt de wereld een kunstwerk en des te blinder wordt de mens. Hij hoeft er alleen voor te zorgen dat de mens geen onderscheid maakt op kunstzinnig vlak en dat hij gewoon doorgaat om alles als kunst te zien.

Onder impuls van Christus gaat de mens de wereld steeds meer als een kunstwerk zien. Daardoor wordt hij zelf ook meer en meer kunstenaar. Dat ligt in de lijn van de evolutie, daar kan zelfs de Antichrist niks aan veranderen. Maar hij kan er wel voor zorgen dat deze evolutie niet doordringt tot het bewustzijn van de mens. Daardoor wordt die mens tot een blinde kunstenaar die niet beseft dat zijn scheppen een vernietigen is geworden. Het is alsof je een schilder zou blinddoeken en zeggen: ga nu maar je gang! Het resultaat zou beslist heel ‘modern’ zijn. De moderne kunst is een kunst gemaakt door blinde kunstenaars, door mensen die werken met nieuwe (door Christus geïnspireerde) scheppingskrachten maar met een oud (door Ahriman geïnspireerd) bewustzijn. Het resultaat is een onoverzienbare chaos, een chaos die zich nu ook buiten de kunstwereld verspreidt. Want de kunst bootst niet langer de werkelijkheid na, de werkelijkheid bootst de kunst na. In de hedendaagse kunstwereld zien we dus wat ons te wachten staat als we niet wakker worden, als we geen nieuw, kunstzinnig bewustzijn ontwikkelen. 

Het is dat michaëlisch bewustzijn dat Rudolf Steiner ontwikkeld heeft. Hij was de eerste die met zijn heldere, rationele bewustzijn doordrong tot de bron van de scheppende krachten in de mens, tot het Christuswezen dat hij onbewust begint waar te nemen. Daardoor werd hij de Johannes de Doper van onze tijd, de verkondiger van de wederkomst van Christus. Maar hij deed dat niet op de oude, religieuze manier, hij deed dat op een eigentijdse wetenschappelijke manier. Daarom noemde hij zijn antroposofie ook een geesteswetenschap. Zij verschilt niet wezenlijk van de moderne wetenschap, want zij heeft dezelfde inhoud: de waarheid. Maar zij heeft wel een andere vorm omdat zij de waarheid niet enkel in de materie ziet. Zij ziet de waarheid als een levend wezen dat de afgelopen 2000 jaar werkzaam is geweest in de materie, maar nu haar werkterrein verruimd heeft tot de etherische sfeer. Om de waarheid ook in haar etherische gedaante te kunnen bestuderen, moet de wetenschap een kunstzinnige vorm aannemen: zij moet tot een kunst worden. 

Daarom heeft Rudolf Steiner zijn antroposofie ontwikkeld in nauwe relatie tot de kunst. Hij baseerde haar op een kunstenaar die tevens wetenschapper was: Goethe. Zelf was hij een zuivere wetenschapper, maar hij hing wel voortdurend rond in kunstenaarsmilieus. Toen hij in 1907 het theosofische congres in München moest organiseren, deed hij dat uitdrukkelijk in het teken van de kunst. Van meet af aan associeerde hij wetenschap met kunst en de antroposofie is dan ook ondenkbaar zonder de kunst. Neem de kunst weg uit een steinerschool en je hebt geen steinerschool meer. Dat geldt ook voor de andere antroposofische werkgebieden: als zij niet kunstzinnig zijn, zijn ze niet antroposofisch. Kunst en antroposofie kunnen eenvoudig niet gescheiden worden, ze zijn één ondeelbaar geheel. 

Wetenschap kun je uitleggen, kunst niet. Kunst moet je doen. Antroposofie kun je uitleggen, maar dan heb je slechts de halve antroposofie. En eigenlijk heb je dan helemaal géén antroposofie, want antroposofie zonder kunst is geen antroposofie. Het is antroposofie-in-potentie: ze moet nog gerealiseerd worden, ze moet nog tot kunst worden gemaakt. Antroposofie is in feite een twee-componentenlijm: ze werkt pas als beide componenten – wetenschap en kunst – met elkaar verbonden worden. Los van elkaar stellen ze niets voor. Als wetenschap is de antroposofie een verzameling van vreemde abstracte begrippen en gedachten waar een modern mens niks kan (of wil) mee aanvangen. Als kunst is de antroposofie … onzichtbaar. Want alle kunst is in wezen antroposofisch, ze heeft dezelfde inhoud als de antroposofie, namelijk Christus. Maar dat wordt niet waargenomen, althans niet bewust. 

Christus is de inhoud van zowel de antroposofie als de kunst, maar hij wordt gescheiden waargenomen: in de (geestes)wetenschap door het verstand, in de kunst door het gevoel. In beide gevallen zien we maar één aspect van Christus, wat betekent dat we hem eigenlijk niet zien. Als een levende werkelijkheid wordt hij pas zichtbaar wanneer – en in de mate dat – we antroposofie en kunst met elkaar verbinden. Dat is uiteindelijk het doel van de antroposofie: Christus zien – en daardoor ook Christus worden. Daarom moet de antroposofie een kunst worden, en dat is iets wat Rudolf Steiner niet voor ons kan doen, dat moeten we zelf doen. 

Maar Feind hört mit. De Antichrist wil niet dat we Christus zien, want dan zien we ook hem en dan verliest hij zijn macht over ons. Hij zal er dus alles aan doen om kunst en antroposofie gescheiden te houden. Dat plaatst hem echter voor een probleem: Rudolf Steiner heeft de kunst vast verankerd in de antroposofie. Denken we maar aan Goethe, Schiller, Rafaël, Novalis: allemaal kunstenaars die in de antroposofie een richtinggevende, ja zelfs leidende rol spelen. Denken we maar aan het kunstzinnige karakter van de steinerpedagogie en de andere antroposofische werkgebieden. Nee, de Antichrist kan de antroposofie nooit losmaken van de kunst. Maar hij kan wel iets anders doen: hij kan een nieuwe kunst creëren, een antichristelijke kunst die hij stiekem in plaats van de oude, christelijke kunst stelt. Op die manier kan hij de antroposofie in haar tegendeel keren zonder dat iemand het merkt. 

En dat heeft hij inderdaad gedaan. Op hetzelfde moment dat Rudolf Steiner een ‘nieuwe wetenschap’ introduceert, creëert de Antichrist een ‘nieuwe kunst’. In plaats van tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken presenteert hij pispotten, conservenblikken en bananenschillen. Het is zo’n brutale omslag dat iedereen met verstomming is geslagen. Maar in feite is het niet ‘krankzinniger’ dan wat Rudolf Steiner doet, want hij baseert zijn wetenschap niet op atomen en elementaire deeltjes, maar op engelen en geestelijke wezens. Een grotere ommekeer is niet mogelijk. Maar langzaam went de moderne mens aan zowel de nieuwe wetenschap als de nieuwe kunst. En de Antichrist bereikt zijn doel: 100 jaar na het congres van München hernieuwt de antroposofie haar verbintenis met de kunst, maar dit keer niet met de ‘oude’ christelijke kunst. Ze treedt in het huwelijk met de nieuwe, antichristelijke kunst en dat wordt feestelijk gevierd door het Goetheanum vol te strooien met … verdroogde bananenschillen. 

Het meest tragische aspect van deze ‘hernieuwing van de trouwbeloften’ is dat niemand gemerkt heeft dat de bruid verwisseld werd. De madonna van Rafaël werd symbolisch vervangen door bananenschillen en niemand gaf een kik. Integendeel, het enthousiasme was groot en is sindsdien alleen maar toegenomen. De ene prestigieuze kunsttentoonstelling volgt de andere op: allemaal ‘hedendaagse kunst door Rudolf Steiner geïnspireerd’. In alle antroposofische tijdschriften wordt de lof gezongen van deze opening naar de wereld van onze tijd. En wee degene die de wittebroodsweken zou durven verstoren! Dat kan alleen maar iemand zijn die de verbinding van kunst en antroposofie wil verhinderen, iemand die geïnspireerd wordt door … de Antichrist. Ja, het wekt onwillekeurig bewondering om te zien hoe de Antichrist erin geslaagd is antroposofen niet alleen de mond te snoeren, maar hen zelfs tot enthousiaste volgelingen te maken. Dat is een kunststuk waar je mond van openvalt. 

 Is de Antichrist dan zo’n groot kunstenaar? Neen, dat is hij niet. Maat hij beschikt enerzijds over een geniaal (ahrimanisch) intellect en anderzijds over een dierlijk (luciferisch) instinct waarmee hij feilloos de zwakke plek van zijn tegenstander weet te vinden. Hij weet dat Jeder Mensch ein Künstler is geworden en hij weet ook hoe hij daar gebruik kan van maken. Zelf beschikt hij niet over scheppingskrachten, maar hij weet wel hoe hij ze moet omkeren in vernietigingskrachten. En dat is wat hij doet. Door toedoen van Ahriman had de scheppingskracht van de mens zich teruggetrokken in de kunstwereld, door toedoen van de wedergekomen Christus heeft ze zich daaruit bevrijd en is ze als het ware in de werkelijkheid geboren. Het is van dit ‘kind’ dat de Antichrist zich meester heeft gemaakt en dat hij omgekeerd heeft tot de grootste vernietigende kracht die de mensheid ooit gezien heeft. 

Zolang we dat ‘scheppende kind’ niet bevrijden uit de klauwen van de Antichrist zal het blijven groeien en steeds grotere ravages aanrichten. Want het weet niet wat het doet, het verkeert in de overtuiging dat het zijn moeder, de mensheid, dient. En die moeder kan op haar beurt niet anders dan haar kind liefhebben, wat het ook doet. Daarom heeft de mensheid vóór alles behoefte aan een ‘vader’, dat wil zeggen aan een scherp onderscheidend bewustzijn dat licht brengt in de ‘wereld van de moeders’, in de scheppende krachten van de etherische wereld. Niets hebben we meer nodig dan een michaëlisch bewustzijn dat de strijd met de draak aangaat, niet om die draak te overwinnen, laat staan uit te roeien, maar om hem zijn goud te ontfutselen, zijn inzicht in de scheppende krachten van de mens. Want het is dankzij dat inzicht dat hij erin slaagt die scheppende krachten tegen zichzelf te keren. De strijd met de draak is de strijd om zijn inzicht, want juist omdat hij als Antichrist tegenover Christus staat, kent hij Christus beter dan wie ook. 

Advertenties