Waale zaan van Meulebeik!

door lievendebrouwere

  
 

In zijn onvolprezen column ‘Kaaiman’ wijst Koen Meulenaere op een interessant detail van de Parijse aanslagen. Hij schrijft: ‘Als de aanslagen in Parijs inderdaad zo professioneel gepland waren als ons wordt verteld door allerlei duiders die de afgelopen dagen weer met geen spray te verjagen waren, begrijpen wij niet goed waarom de zelfmoordterroristen voor het Stade de France aan hun bommenkoordje getrokken hebben terwijl de match al bezig was en iedereen op de tribunes zat, en niet een uur voor aanvang toen 80.000 supporters naar de ingang stroomden. Alvast dat onderdeel van de terreuractie moet zijn voorbereid in Molenbeek, waar er tijdens wedstrijden in het Edmond Machtensstadium al twintig jaar meer volk buiten staat dan binnen.’

David Van Reybrouck had daar ook al op gewezen in zijn open brief aan de Franse president: wie op een massa-manifestatie waar 80.000 mensen bijeenkomen slechts één slachtoffer weet te maken is een prutser. Daaruit leidde Van Reybrouck af dat de aanslagen niet het werk waren van een ‘terroristisch leger’ zoals Hollande beweerde, maar van ‘lone wolves‘, ontspoorde enkelingen. Om deze originele stelling kracht bij te zetten, noemde hij ze lafaards, klootzakken en monsters. Ik leid daar op mijn beurt uit af dat Koen de Zwanzer meer verstand heeft dan David de Ernstige. Ten eerste zie ik niet in waarom een leger niet terroristisch zou kunnen zijn, en ten tweede zie ik niet in hoe een paar ‘ontspoorde enkelingen’ precies terzelfdertijd op verschillende plaatsen kunnen toeslaan. Daar is meer toeval voor nodig dan zelfs een overtuigd Darwinist in zijn rugzak heeft.

David Van Reybrouck heeft natuurlijk wél gelijk wanneer hij Hollande zijn oorlogsretoriek verwijt. De hele ellende is namelijk begonnen toen Bush de oorlog verklaarde aan het terrorisme. Had Amerika na 9/11 gewoon zijn wonden gelikt in plaats van wraak te nemen, dan zouden we nu in een veiliger wereld leven. Al die represailles en wraaknemingen zijn als een doos van Pandora: eens je ermee begint, komt er geen einde meer aan. Je kunt die vicieuze cirkel van haat alleen stoppen als je je wraak ‘offert’, als je incasseert zonder in de tegenaanval te gaan. Dat betekent uiteraard niet dat je niet moet proberen om een vervolg te vermijden, maar dat is iets anders dan wraak nemen. 

David Van Reybrouck doet in zijn open brief iets wat me meer en meer begint op te vallen: hij verkondigt in één adem waarheid en leugen. Die twee lijken steeds meer hand in hand te gaan, ja ze vallen vaak nagenoeg samen. Met name journalisten en intellectuelen verstaan steeds beter de kunst om tegelijk te liegen en de waarheid te spreken. Ik gaf daar al een voorbeeld van onder ‘Wrang’ (14 november) toen Bart Eeckhout het had over ‘trots en gloedvol verdergaan met het leven, denken en spreken in vrijheid’. Dat is een waarheid als een koe, maar tegelijk was het een groteske leugen omdat ze uit de mond kwam van iemand die zich al jaren inspant om het leven, denken en spreken in vrijheid aan banden te leggen. 

Bart Eeckhout doet eigenlijk precies hetzelfde als Koen Meulenaere, maar dan omgekeerd. De eerste vertelt een waarheid die tegelijk een leugen is, en de tweede vertelt een leugen die tegelijk een waarheid is. Het verschil tussen beide is dat Meulenaere dat bewust doet en Eeckhaut niet. Deze laatste beseft waarschijnlijk niet dat hij een pertinente leugen verkoopt en zijn lezers beseffen het evenmin. Koen Meulenaere daarentegen maakt er spelletje van en zijn lezers weten dat. Ze weten dat hij leugen en waarheid door elkaar mengt en dat ze dus alert moeten zijn. Ik herinner me nog een column waarin hij verslag deed van een rit in de Ronde van Frankrijk. Het begon heel serieus maar langzaam slopen er overdrijvingen in die ten slotte zo onwaarschijnlijk werden dat je wel moést inzien dat het kolder was. Ik weet nog dat ik niet meer bijkwam van het lachen toen mijn ‘frank’ viel. 

Wat een plezier om bewust om te gaan met die vermenging van waarheid en leugen! Wat een treurnis om erdoor misleid te worden! In het eerste geval wordt er verwarring gecreëerd waaruit dan inzicht ontstaat. In het tweede geval wordt er inzicht gecreëerd waaruit verwarring ontstaat. David Van Reybrouck is een voorbeeld van het tweede geval. Het klinkt allemaal heel serieus wat hij zegt, heel gemeend en heel terecht, maar dan volgt er – op dezelfde toon, alsof het allemaal deel uitmaakt van één en dezelfde waarheid – een politiek correct cliché van hier tot ginder. En dan voelt een mens zich natuurlijk bekocht . En is Van Reybrouck zich waarschijnlijk van geen kwaad bewust. 

Zoals ik al zei, Koen Meulenaere is ondanks – of juist dankzij – zijn gezwans, een stuk verstandiger. Net als Van Reybrouck noemt hij de terroristen van het Stade de France prutsers. Dat kan ook niet anders, zegt hij, want ze komen van Molenbeek. En vervolgens dist hij een heel verhaal op over de tijd dat hij nog supporter was van RWDM (Racing White Daring Molenbeek), een verhaal dat een mengeling is van waarheid en verzinsel. Op deze speelse, ogenschijnlijk niet ernstige, manier zet hij de lezer aan om na te denken, om onderscheid te maken, om vragen te stellen. Zoals: waarom was er zo’n groot verschil tussen de kille, beheerste moordenaars in Le Bataclan en de stuntels aan het voetbalstadion? Wat een bloedbad hadden deze laatsten niet kunnen aanrichten! Om maar te zwijgen over de gevolgen van de paniek die zou ontstaan – denk aan het Heizeldrama! Maar dat gebeurde allemaal niet, want ze mochten het stadion niet binnen. Waarom niet? Ze hadden nochtans kaartjes, heb ik gelezen. 

Het zou er kunnen op wijzen dat deze terroristen niet in staat waren om zelfstandig te handelen. Want wat doet een terrorist die dat wél kan? Hij gaat in de Mc Donalds zitten wachten tot de wedstrijd voorbij is, mengt zich tussen de 80.000 supporters die naar buiten stromen, en trekt dán aan het koordje. Mission accomplished. Koen Meulenaere heeft waarschijnlijk gelijk: ‘dit onderdeel van de terreuractie moet zijn voorbereid in Molenbeek.’ Met andere woorden, deze terroristen waren geen grote lichten. Zo zien ze er trouwens zelden uit. Het zijn jonge jongens, niet eens volwassen. Ze hebben waarschijnlijk nooit grenzen gekend, en in hun salafistische opvoeding hebben ze geleerd dat grenzen niet mogen bestaan, want dat de hele wereld islamitisch hoort te zijn. In die roes van ‘er zijn geen grenzen’ botsen ze dan op een simpele grens: ze mogen niet in het voetbalstadion! Je zou denken dat moslims dat gewoon zijn (als je hun klaagzangen hoort), maar in dit geval was het blijkbaar genoeg om hen te ontnuchteren.  

Ik kan me bij die ontnuchtering wel iets voorstellen. Je leeft in in die schijnwereld van de fundamentalistische islam, een heel geborgen wereld van allemaal broeders en zusters die hun leven veil hebben voor de goede zaak. En buiten loert het Grote Monster dat alle moslims wil opvreten! Omhuld door die zeepbel trekken de moedige helden dan de wereld in, als ridders van de ronde tafel, uitgestuurd om licht te brengen in een verduisterde wereld. Is dat trouwens niet waar iedere jongen van droomt, moslim of niet? En droomt hij daar niet heviger van naarmate de wereld alle grote verhalen aan de kant schuift en vervangt door een zinloos materialisme? Dat materialistische bestaan is misschien wel aangenaam voor wie het kan betalen, maar voor de anderen is het van een verstikkende, wurgende saaiheid. En niemand voelt die grauwe saaiheid beter dan jongens, niemand heeft een ‘groot verhaal’ meer nodig dan zij. En dus zuigen ze zich vol met de fanatieke islam, want die geeft eindelijk zin aan hun leven.

Als ze dan de grote dag aanbreekt en ze het Stade de France bereiken, stijgt de vervulling tot extase. Hun leven is nu barstensvol zin en als ze straks ontploffen, zal die zinvolheid kosmische dimensies aannemen, want ze zullen in de hemel als martelaren ontvangen worden door alles waar ze hun leven lang van gedroomd hebben: vrouwen, drank, plezier, roem en eer. Ja, ze wanen zich reeds in de hemel. Maar dan gebeurt er iets onverwachts. Ze mogen er niet in. Zijn ze te laat en zijn de deuren al gesloten? Vertrouwt de man van de security de vreemde uitdrukking op hun gezicht niet? Wat er ook van zij, hun zeepbel ontploft. Weg is de roes, weg de extase. Ze kijken verdwaasd rond. De straten zijn leeg, iedereen zit binnen in het stadion waaruit het gejuich van tienduizenden mensen opstijgt. Het is een beeld van hun leven: het westerse paradijs is binnen handbereik, maar ze mogen er niet in. Opeens zijn ze weer alleen met die wurgende leegte in hun ziel, dat machteloze verlangen. Het is meer dan ze kunnen verdragen, en zonder er verder nog bij na te denken, trekken ze aan het koordje. 

Is hun terroristische daad een poging om alsnog in de hemel te komen of is het een poging om te ontkomen aan de helse zinloosheid op aarde? Wie zal het zeggen? Zelf kunnen ze het niet meer. Maar zouden ze het wel kunnen als ze nog leefden? Ik betwijfel het. En daarom moeten wij het in hun plaats doen. Wij verschillen minder van die zelfmoordenaars dan we denken. Hoeveel van ‘onze’ mensen plegen geen zelfmoord! Drie per dag. En dan zijn daar nog niet eens de mislukte pogingen bij gerekend. Het leven wordt voor ons stilaan even ondraaglijk als voor die moslimjongens. Het enige wat ons ervan weerhoudt om zelf op de een of andere manier terrorist te worden, is dat we rijker zijn en dus meer verdovende middelen kunnen kopen. En daarmee bedoel ik heus niet alleen drugs, maar ook alle materiële luxe die we ons kunnen veroorloven en die het leven draaglijk maakt. En de geestelijke luxe. Want we beseffen het niet, maar de christelijke waarden die we hebben meegekregen zijn een veel grotere schat dan we denken. Misschien is het wel juist dié rijkdom die de moslims ons zozeer benijden. Misschien zijn ze wel zo kwaad op ons omdat we hen die geestelijke rijkdom onthouden, omdat we hem verkwanselen als verwende fils-á-papa die niet weten wat het is om in een woestijn geboren te worden.  

Advertenties