Eén, maar zonder onderscheid

door lievendebrouwere

  

De Ierse zanger Bob Geldof vindt dat generatie Y faalt. Dat zei hij woensdag op een bijeenkomst naar aanleiding van de aanslagen in Parijs van afgelopen vrijdag. De jonge leiders van de non-profit organisatie One Young World kregen te horen dat hun generatie niet goed bezig is. Integendeel. ‘Deze generatie, jullie generatie, heeft bloed aan haar handen’, zei Bob Geldof in een speech gericht aan de millennials. Hij had het over de generatie Y, de generatie van de periode 1982 – 2001. ‘Jullie leeftijdsgenoten zijn de moordenaars van Syrië. Mensen van jullie leeftijd vermoorden mensen in Beirut, in Sharm el Sheikh, maar vooral in onze gedachten. De mensen in Parijs die naar een popconcert wilden gaan, die een voetbalwedstrijd volgden, die wat aten met geliefden, die werden gedood door jullie generatie’, klonk het. Hij voegde eraan toe dat er maar één oplossing is: de generatie moet ‘tolerantie, liefde, begrip en empathie’ tonen, ‘we moeten stoppen met elkaar te kwetsen’. 

Toen ik dat bericht in de krant las, dacht ik: aha, daar hebben we Bob weer! Geef die man toch eindelijk eens een kam! U begrijpt het al, ik heb het niet zo begrepen op kunstenaars-activisten. Toch keek ik naar het begeleidende Youtube-filmpje. Het leek verdorie wel een vergadering van de Verenigde Naties! Grote stijl dus. Grote zaal. Groot video-scherm. Veel geld, veel kostuums, veel vlaggen. En op het podium: Bob de Ragebol, een artiest, je kon er niet naast kijken. Naar hem zaten al die ‘jonge leiders’, bedrijfsleiders neem ik aan, heel ernstig te luisteren. Ook Bob was ernstig, heel ernstig. ‘Your generation is stained with blood‘, zei hij met onheilspellende stem, ‘you are the killers‘. Ik kon mezelf niet beletten te denken: die speech zou ik hem graag eens zien geven voor een zaal vol moslimleiders. Ze zouden vlug korte metten maken met die blaaskaak. Maar westerse leiders zijn natuurlijk niet zoals moslimleiders. Ze zaten vol belangstelling te luisteren naar Geldof, want … het was een goeie show. Bob is dan ook een podiumbeest, een performer, een acteur. En zo werd hij ook bekeken: als een artiest. Wat hij zei was natuurlijk niet echt, het was fictie. Niemand in de zaal geloofde echt dat hij bloed aan zijn handen had of dat hij een moordenaar was. Het idee alleen al! Nee, de moordenaars, degenen met bloed aan hun handen, dat waren de anderen. En de jonge leiders van One Young World wilden daar juist iets aan doen, ze waren juist NIET zoals die anderen. Daarom wisten ze ook dat ze Bob Geldofs woorden omgekeerd moesten begrijpen: ‘Jullie hebben GEEN bloed aan jullie handen, jullie zijn GEEN moordenaars, jullie zijn DE GOEIEN!’ Daarom gaven ze hem ongetwijfeld ook een welgemeend applaus: omdat ze het roerend met hem eens waren. 

En dit soort feelgood-shows wordt vandaag overal opgevoerd. Overal staan mensen op, welbespraakte mensen, mensen met zin voor dramatiek, artiesten dus, die met een heel ernstig gezicht zeggen: jullie zijn de goeien, de anderen zijn de slechten! Ze zeggen het natuurlijk niet met die woorden, godnee, ze roepen: wij zijn de schuldigen, wij zijn de moordenaars, wij hebben dit uitgelokt! Maar iedereen weet dat het show is en dat met ‘wij’ zij bedoeld wordt en met ‘zij’ wij. En zo fungeren kunstenaars als schaamlapjes, als vijgebladeren. Ze laten ons eens lekker griezelen, en daarna blijft alles bij het oude. Het doet me denken aan de boetepredikers die ik als kind wel eens bezig hoorde in de kerk. Vanop de preekstoel stonden ze te roepen en te galmen over de zonden der wereld, over Gods toorn, over de strijd met het kwaad. Ik bekeek toen reeds de wereld als een kunstwerk, want ik dacht: wat is dit voor spektakel? Waarom staat die kerel zich daar zo dik te maken? Want niemand in die kerk geloofde wat hij zei, niemand was onder de indruk van zijn woorden. Dat kon je goed genoeg voelen aan de atmosfeer: die was helemaal niet beklemmend of ontzet. Nee, iedereen zat braaf te luisteren, want het hoorde erbij. En straks was de vertoning voorbij en kon iedereen weer naar huis, lekker eten en lekker drinken. 

Ik ben allang dat kind niet meer dat 50 jaar geleden met verbaasde ogen zat te kijken naar die hel en verdoemenis predikende paters, maar nog altijd luister ik naar de ‘muziek’ en niet naar de woorden. Woorden kunnen liegen, muziek niet. Beelden ook niet. Als ik kijk naar die show van Bob Geldof, als ik luister naar de begrafenismuziek van zijn woorden, dan weet ik: dit is weer zo’n boeteprediker! Hij ziet er weliswaar anders uit, moderner, cooler, maar dat is schijn. Als je naar het hele prentje kijkt (en luistert) dan weet je: die vergadering van One Young World, da’s gewoon weer een misviering. En nog altijd dienen die misvieringen niet om tot inkeer te komen of je bewust te worden van je zonden, maar precies omgekeerd: om je beter te voelen, om te beseffen dat je bij ‘de goeien’ hoort. En nog altijd is de ‘liturgie’ hetzelfde: eerst laat je Ahriman aan het woord, de boeteprediker die slaat en geselt, die roept dat mensen slecht zijn en bloed aan hun handen hebben, en daarna laat je Lucifer aan het woord die zalft en troost en zachtjes fluistert: het enige wat we moeten doen is elkaar liefhebben, zacht zijn voor elkaar, ophouden met elkaar te kwetsen. The bad cop and the good cop dus. Werkt altijd. Eerst jaag je mensen de stuipen op het lijf (met terreur, met klimaatverandering, met dreigende armoede, met extreem-rechts, met racisme, enzovoort) en vervolgens geef je ze de oplossing: lief zijn voor elkaar, solidariteit, empathie. Zelfs Stephen Hawking deed onlangs zijn duit in het zakje. 

En zo wordt de moderne mens van het kastje naar de muur gestuurd, van Pontius naar Pilatus, van Ahriman naar Lucifer, en … er verandert niets. Behalve dan dat dit heen en weer pendelen steeds sneller gaat tot het uiteindelijk niet meer zichtbaar is, tot Lucifer en Ahriman samenvallen. Dat is wat ik in dat Youtube-filmpje met de speech van Bob Geldof zag gebeuren. Ik zag een grote zaal vol rijke mensen, jonge zelfbewuste bedrijfsleiders, allemaal Ahriman-volgelingen dus. En ze luisterden vol belangstelling naar Lucifer in persoon: de artistieke ragebol Bob. Het is misschien wat karikaturaal voorgesteld, maar daar kwam het toch op neer. En alsof het vanzelf sprak waren die twee grote vijanden het roerend met elkaar eens. Lucifer riep tegen Ahriman: je hebt bloed aan je handen, je bent een moordenaar! En Ahriman knikte en applaudisseerde, hij vond het een geweldige vertoning. Dezelfde coniunctio oppositorum zag je bij Bob Geldof zelf: enerzijds de ahrimanische boeteprediker die de zaal verrot schold, anderzijds de luciferische wijze man die liefde en erbarmen predikte. Allemaal in één persoon en allemaal zonder dat iemand daar graten in zag.

Maar als ik zo’n ongekamde ex-punker een show zie geven voor een zaal uiterst keurig gekostumeerde rijke dames en heren, dan denk ik onwillekeurig: hier klopt iets niet! En als ik dan die gestroomlijnde punker hoor zeggen: ‘jullie generatie heeft bloed aan haar handen, jullie generatie zijn killers’, dan denk ik: waar haal jij in godsnaam het recht om dat te zeggen? Wie denk jij verdorie wel dat je bent? Dat zijn vragen die bij iedereen opkomen die zijn hart laat spreken, die zich niet laat intimideren door Ahriman noch stroop aan zijn baard laat smeren door Lucifer. Dat zijn vragen die iedereen zich stelt wanneer hij de zaak kunstzinnig benadert. Maar wie durft dat tegenwoordig nog? Wie durft zijn hart nog laten spreken? Zelfs tegenover kunst durven we dat niet meer, wat zouden we het dan tegenover de werkelijkheid doen! Nochtans is het met die kunstzinnige benadering dat het onderscheiden begint. Denken lukt vandaag alleen nog als we naar ons hart (durven) luisteren. Dan beginnen we Lucifer en Ahriman te onderscheiden, dan beginnen we te zien hoe ze samen hun spelletje spelen en van de mens een boksbal maken die ze nu eens de ene en dan weer de andere kant op slaan. De terreur begint wanneer ons hoofd ons hart het zwijgen oplegt, en de strijd tegen de terreur begint wanneer we weer naar ons hart beginnen luisteren en daarbij ons verstand gebruiken. Want we hebben al zolang niet meer naar ons hart geluisterd dat we zijn kunstzinnige taal niet meer verstaan. 

 

Advertenties