Wil de echte terrorist opstaan!

door lievendebrouwere

  

In De Morgen verklaart schrijfster Annelies Verbeke vandaag het volgende: ‘De rebel in mij raakt er steeds meer van doordrongen dat ik niet zal inbinden, dat ik niet uit Brussel, uit het theater, uit de cafés weg zal blijven omdat terroristen dat willen. Ik voel de behoefte om vorm te geven aan wat er sinds vrijdag de dertiende gebeurt met mijn land, met de mensen om me heen, met mij.’ Annelies is niet de enige. Ik heb de afgelopen week verschillende beschouwingen in de media gelezen van kunstenaars en intellectuelen die een impressie wilden geven van ‘het leven in een bezette stad’. Ze reageerden allemaal op dezelfde manier: als tieners die hun smartfoon werd afgenomen. Een kostelijk voorbeeld was ‘Dagboek van de staat van beleg: een week in een bezette stad’ van Lieven De Cauter (te lezen op DeWereldMorgen). De man was helemaal van slag, hij was er ziek van, de rillingen liepen hem over het lijf, hij kon zelfs niet meer eten. Zijn dagboek moest hij puur op wilskracht schrijven, zo leeg voelde hij zich. En waarom? Omdat hij niet naar zijn favoriete café kon, omdat hij niet naar het theater of de film kon, omdat hij geen les kon geven, omdat zijn sociale leven ingestort was. Hij was alleen thuis met zijn vrouw en liep daar rond als een gekooid dier, de wanhoop nabij. Zoals ik al zei: als een tiener die zijn smartfoon kwijt is. 

Maar Lieven De Cauter is geen tiener, hij is een volwassen intellectueel, een filosoof, een hoogleraar. Ook Annelies Verbeke is geen tiener, ze is schrijver. En dat geldt ook voor de anderen die in de media lucht gaven aan hun ‘verlorenheid’ toen Brussel een ‘bezette stad’ werd: allemaal ontwikkelde, intelligente mensen. Het is duidelijk dat ze niet beseffen hoe kinderachtig ze zich gedragen. Ze kunnen een week lang niet uitgaan en hun wereld stort in. Dat is niet alleen kinderachtig, het is onbetamelijk. Bijna dagelijks zien we in de media foto’s van gebombardeerde steden, van mensen die have en goed kwijtraken, van straten die bedekt zijn met lijken, maar als de Europese intellectuelen zich een week lang niet kunnen amuseren zoals ze gewoon zijn, is het alsof hun wereld vergaat en schreeuwen ze moord en brand. Zouden die mensen wel eens in de spiegel kijken, vraag ik me af. Natuurlijk wel. Waarschijnlijk doen ze niets anders, vol van zichzelf als ze zijn. Maar … ze zien niets. Ze zijn volkomen blind voor zichzelf. En het gaat hier niet om enkele uitzonderingen. Lieven De Cauter is weliswaar een karikatuur van een moderne intellectueel, maar wezenlijk verschilt hij toch niet van zijn collega’s. De Westerse intellectueel – en vergeleken bij de rest van de wereld zijn we dat allemaal – is blind voor zichzelf. Hij kijkt de godganse dag in de spiegel, maar hij ziet niets. 

Ik ben natuurlijk zelf ook een intellectueel, maar eigenlijk ben ik dat niet uit vrije keuze. Als het van mezelf had afgehangen zou ik op m’n 14de de school de rug hebben toegekeerd en naar de academie zijn gegaan waar ik niks anders zou gedaan hebben dan getekend en geschilderd. Ik zou me met andere woorden dagelijks geoefend hebben in het zorgvuldig waarnemen van de werkelijkheid. Dat is precies het omgekeerde van wat er op school gebeurt: daar oefen je je dagelijks in het ontwikkelen van een abstract denken dat zeer, zeer ver van de werkelijkheid af staat, zó ver dat het verband ermee helemaal zoek is. Als autist heb ik sowieso al geen sterke binding met de werkelijkheid, maar via de kunst kan ik die verbinding wél maken, en ik heb dat altijd met grote hartstocht gedaan. Bij veel intellectuelen zie ik precies het omgekeerde: ze hebben een veel sterkere binding met de wereld dan ik – reden ook waarom ze erin slagen hoogleraar te worden – maar ze spannen zich tot het uiterste in om zich van die wereld af te keren en een volkomen abstracte wereld te creëren: de zogenaamde ‘culturele wereld’, een wereld die zover verwijderd is van de werkelijke wereld dat men er geen idee meer heeft (en ook niet wil hebben) hoe die werkelijke wereld eruitziet. 

Als ik naar die wereldvreemde, om niet te zeggen wereldvijandige culturele wereld kijk, dan kan ik de moslimterroristen begrijpen. Hoe ergerlijk, om niet te zeggen wraakroepend moet dat gesloten, exclusieve wereldje van de Westerse culturo’s er in hun ogen niet uitzien! Wat voor een zelfgenoegzame, afwijzende en minachtende houding gaat er niet vanuit! En vooral: hoe schijnheilig is die houding niet, want zelf beschouwt dat wereldje zich als open, uitnodigend, multicultureel en superdivers. Kom binnen, kom binnen, wordt er geroepen, maar als je op die schijn-uitnodiging ingaat, bots je aan de ingang op een buitenwipper die iedereen die ‘anders’ is de toegang ontzegt. Voor alle duidelijkheid: ik heb het hier niet over de concrete situatie van allochtonen die een dancing niet binnen mogen, maar over een geestelijke sfeer, een mentaliteit waarvan het Westen zich totaal niet bewust is. En die afwijzende, uitsluitende, minachtende sfeer is de sfeer van het intellectualisme, de sfeer die we allemaal van jongsaf verplicht hebben opgesnoven en waardoor we er nu van overtuigd zijn de ‘lucht van de werkelijkheid’ in te ademen.

Zoals ik al zei, we zijn allemaal in meer of mindere mate wereldvreemde intellectuelen. Ook ikzelf ben dat. Maar als ik mensen als Lieven De Cauter of Annelies Verbeke bezig hoor, dan denk ik: in wat voor wereld leven zij? Alleszins niet in de mijne. Toen ik hoorde van de ‘terreurdreiging niveau drie’ in Brussel en ik zag in de media de verlaten straten, was mijn eerste gedachte: nú zou ik eens naar Brussel willen gaan! Hoe heerlijk moet het niet zijn om rond te wandelen in een rustige stad, een stad zonder auto’s, een stad zonder stadsdrukte! Wat kan het mij schelen dat in die stad de winkels dicht zijn en dat ik niet op café of naar theater kan! Dat kan ik sowieso niet, want daar heb ik het geld niet voor. Maar wandelen, kijken en genieten van de rust, dat kost niks, dat kan iedereen. Maar dat simpele, kosteloze en doodgewone plezier lijken de culturo’s niet meer te kennen. Het is alsof ze zeggen: wat heb je nu aan de gewone werkelijkheid, die is toch doodvervelend? Ze kunnen de stap uit hun abstracte schijnwereld naar de concrete werkelijkheid niet meer aan. Ze hebben het gevoel in een diepe afgrond te vallen. En in zekere zin hebben ze nog gelijk ook: die kloof tussen schijn en werkelijkheid bedreigt ons veel meer dan dat handvol terroristen. Want in die kloof leeft de echte terrorist … 

Advertenties