De jurisprudentie van het bloedvergieten

door lievendebrouwere

   

 

Onderstaande tekst is van de hand van arabist en islamoloog Harim El Madkouri. Hij verscheen in De Volkskrant. 

Met de bloedige aanslagen in Parijs liet Islamitische Staat (IS) zien dat hij de daad bij het woord voegt. Alles waarmee hij heeft gedreigd, heeft hij ook uitgevoerd. Daarmee boezemt hij de hele wereld angst in, vooral nu hij de strijd tegen de nabije vijand uitgebreid heeft naar de verre vijand. Globalisering van de jihad was tot dusverre het voornaamste kenmerk van Al Qaida. Nu ook IS zijn strijd geglobaliseerd heeft, is het zaak om als onderdeel van zijn bestrijding niet alleen te denken over het beste militaire antwoord, maar ook de wortels van zijn religieuze ideologie te doorgronden. Bij dit laatste verwacht de wereld terecht een belangrijke inbreng van moslims. Als die moslims alleen maar blijven herhalen dat deze terroristen niets met de islam van doen hebben, dan moet ik ze helaas teleurstellen. Wie de basisliteratuur van de terreurbeweging IS tot zich neemt, zal versteld staan hoe zij er alles aan doet, en met succes, om te bewijzen dat zij niets maar dan ook niets doet wat indruist tegen de algemene islamitische geboden en verboden op het gebied van politiek, bestuur en oorlogshandelingen.

Drie boeken springen in het oog: Massa’il min fiqh al jihad (‘Kwesties van jihadjurisprudentie’) van Abu Abdullah al Muhajir, Idarat al tawahhush (‘Het management van de totale chaos’) van Abu Bakr Naji en I’alaam al anaam bi wiladat dawlat al islaam (‘Het informeren van de levenden over de geboorte van de islamitische staat’) van Othman Ben Abdurrahman al Tamimi. 

Al Muhajir was de leermeester van Al Zarqawi, de geestelijke vader van IS, en wordt zeer gewaardeerd in alle jihadistische netwerken. Zijn boek telt 600 pagina’s en behandelt twintig kwesties over wiens bloed en welke wijzen van moorden zijn toegestaan. Voor zijn boek heeft hij, naast de Koran en de Hadith, bijna tweehonderd authentieke islamitische bronnen geraadpleegd van vooraanstaande moslimgeleerden uit alle wetsscholen. Daarmee kan gesteld worden dat dit boek het meest gedetailleerd is als het gaat om de jihad. Allereerst stelt Al Muhajir dat alle niet-moslims en niet-zuivere moslims oorlogsdoelwit zijn. Het verbod op het doden van vrouwen, bejaarden en priesters weet hij vakkundig te omzeilen door in de Koran, de Hadith en de geschiedenis van de islam voldoende bewijs te vinden waaruit blijkt dat ook deze groepen niet hoeven te worden uitgezonderd. Want alles wat de vijand kan verzwakken en angst kan inboezemen, is toegestaan. Daarbij zijn onthoofden, levend verbranden, verstikken, verdrinken en van hoge plaatsen gooien de beste manieren om dat doel te bereiken. Want ‘Allah spreekt niet voor niets in de Koran over het doorsnijden van halzen… Onthoofding is geliefd bij Allah en zijn profeten wat de ongelovigen daar ook van vinden’. Dit boek, dat in jihadistische kringen ook fiqh al dima’a (de jurisprudentie van het bloedvergieten) wordt genoemd, bezorgt de gewone lezer angstdromen. En het meest beangstigende is zijn perfecte inbedding in de islamitische fiqh-traditie, die voor elke moslim geldt, wat het boek uiterst confronterend maakt.

Hetzelfde geldt voor het boek van Naji. Dit is een soort routekaart voor de oprichting van de islamitische staat. De eerste fase is bepalen waar chaos heerst en de overheid zwak is, om daar toe te slaan en de vijand verder te verzwakken en grondgebied te veroveren. Deze fase noemt Naji de nikaya-fase. Hij adviseert om tijdens deze fase nieuwe jonge aanwas aan te trekken voor de jihad door onder meer ‘kwalitatieve operaties uit te voeren die de aandacht trekken zowel in de doelgebieden als in de landen die de plaatselijke vijand ondersteunen; de omvang van de operaties is niet van belang als ze maar aandacht genereren’. Fase twee is idarat al tawahhush: zorgen dat de chaos beheersbaar blijft in de veroverde gebieden en tegelijkertijd bouwen aan (militaire) macht om de vijand de finale klap toe te dienen. De laatste fase is de tamkien-fase, waarin de islamitische staat wordt uitgeroepen.

De genoemde boeken vormen de fundering van de religieuze ideologie van IS. Het zijn geen gewone boeken, maar ideologische en juridische handleidingen die elke jihadist op welke manier dan ook tot zich dient te nemen. Een ideologie die in al haar theoretische en praktische aspecten op de islam is gebaseerd en die zich daarmee met recht islamitisch mag noemen. Deze ideologie heeft een sterke aantrekkingskracht op veel jonge moslims wereldwijd vanwege haar sterke nadruk op de islamitische identiteit en vanwege haar veldsuccessen. Blijven roepen dat IS niet islamitisch is, hoe sympathiek en begrijpelijk ook, is zinloos.


Advertenties