An inconvenient truth

door lievendebrouwere

  

Een vinger is verstandiger dan de mens waar hij deel van uitmaakt, want hij beeldt zich niet in iets te zijn zonder het hele menselijke organisme. De mens echter geeft zich voortdurend over aan illusies. Hij gelooft bijvoorbeeld afgezonderd te zijn van de aarde doordat hij in een huid zit. De oorzaak van deze illusie is dat de mens kan rondwandelen en de vinger niet. Ten opzichte van de aarde verkeren we in dezelfde situatie als de vinger ten opzichte van het lichaam.

Een wetenschap, die gelooft dat onze aarde een gloeiende bol is met daaromheen een harde schaal waarop mensen rondwandelen, is niet beter dan een wetenschap die zou geloven dat de mens niet meer is dan een zak met beenderen. Want wat we zien van de aarde komt overeen met het skelet van de mens. De rest van de aarde is bovenzinnelijk van natuur. Wat rode en witte bloedlichaampjes zijn voor de mens, dat zijn de mensen voor het aarde-organisme. Afzonderlijk stellen wij dus niets voor. Wij zijn pas volledig naarmate we ons inleven in de aarde, de aarde waarvan wij nu slechts het skelet zien. 

Wanneer er ergens in ons lichaam een ontsteking optreedt, wordt het hele lichaam koortsig. Vertalen we dit naar de aarde, dan kunnen we zeggen dat de hele aarde ziek wordt als er ergens een immorele daad wordt begaan. Pleegt iemand bijvoorbeeld een diefstal, dan wordt de hele aarde koortsig. En dat is niet slechts een vergelijking. Als de afzonderlijke mens iets immoreels doet, dan lijdt de hele aarde schade. Dat is een zeer eenvoudige gedachte, maar voor mensen moeilijk te bevatten. Dergelijke inzichten zouden niet enkel als kennis moeten worden opgenomen, ze zouden ze al in het kinderlijke gemoed moeten gegoten worden. Dat zou een enorme morele impuls betekenen.

(Rudolf Steiner – GA 127 – Bielefeld, 6 maart 1911)

Advertenties