Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Marilyn en Steiner

  

 

Enkele jaren voor haar dood in december 1964, verbleef de Engelse dichteres Edith Sitwell in Hollywood. Een maandblad had een ontmoeting geregeld met Marilyn Monroe in de hoop dat de combinatie van twee zo tegengestelde persoonlijkheden journalistieke gensters zou opleveren. Niemand had echter kunnen voorzien dat beide vrouwen onmiddellijk vrienden zouden worden, en nog minder dat hun gesprek zou gaan over Rudolf Steiner wiens autobiografie Marilyn Monroe toen aan het lezen was. In haar eigen autobiografie beschreef Edith Sitwell Marilyn Monroe als ‘rustig, met een grote natuurlijke waardigheid en uiterst intelligent’. ‘Tijdens onze ontmoeting’, schreef ze, ‘droeg Marilyn een groen kleed, en met haar blonde haar zag ze eruit als een vlinder. In rust had haar gezicht bij momenten iets vreemd tragisch, als het gezicht van een prachtige geest, een kleine lente-geest, een onschuldige vruchtbaarheidsgodin.’ Marilyn Monroe had Steiner leren kennen door haar favoriete toneelleraar Michaël Tsjechov, de neef van de schrijver. Ze zoog de antroposofie op als een spons, en Tsjechov voelde dat ze het niet deed om hem te behagen maar omdat het één van de zeldzame dingen in haar leven was die ze werkelijk vanuit zichzelf deed.

(Bron: anthropopper.wordpress.com)
 
  

De oude sleur

  

Mensen willen steeds maar weer geloven, dat alles zal verder gaan zoals het nu gaat. Maar dat zal niet gebeuren! Als er zo verder geleefd wordt, zonder impulsen uit de geestelijke wereld, dan kan de industrie blijven draaien, dan kunnen de banken blijven bestaan, dan kunnen de universiteiten wetenschap blijven onderwijzen, dan kunnen beroepen verder uitgeoefend worden, maar het zal allemaal naar decadentie leiden, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving. Wie de resultaten van de geesteswetenschap niet tot leven wil brengen, wil in feite geen vooruitgang maar achteruitgang. De meeste mensen willen vandaag achteruitgang en maken zichzelf wijs dat daaruit vooruitgang kan komen.

(Rudolf Steiner – GA 202 – Dornach, 26 december 1920)

Onfatsoenlijk links

  

In Leipzig vond gisteren een betoging plaats van neonazi’s. Er kwam slechts een paar honderd man opdagen, veel minder dan de aangekondigde 600. Zij vormden dan ook geen probleem. Dat kon echter niet gezegd worden van de linkse tegenbetogers. Die maakten er een waar slagveld van. Talloze auto’s werden in brand gestoken en niet minder dan 69 politieagenten raakten gewond. De burgemeester sprak van ‘straatterreur’. Uiteraard hadden deze gewelddadige extremisten niets, maar dan ook niets te maken met links, want dat staat, zoals iedereen weet, voor vrede en liefde.